donderdag 9 maart 2006

PIKLER'S KINDERTEHUIS LAAT KINDEREN IN HUN WAARDE

De verzorgster kijkt niet op of om als we binnenkomen. Haar aandacht is volledig gericht op de half jaar oude baby die ze aan het aankleden is. Terwijl ze bezig is, praat ze de hele tijd met hem. Ze toont hem de kledingstukken die ze gaat aantrekken en vertelt hem wat ze gaat doet. De baby lacht ontspannen en babbelt tevreden terug.
Het Emmi Pikler Instituut in Boedapest is niet ’thuis’. Directrice Anna Tardos, dochter van oprichter Emmi Pikler, is de eerste om dat te benadrukken. Het is een kindertheuis en een verblijf in een kindertehuis, hoe goed ook, moet liefst zo kort mogelijk duren. Maar als het niet anders kan, dan biedt Lóczy, zoals het instituut in de volksmond heet, de kinderen in ieder geval een omgeving, waarin ze optimaal gedijen tot ze terug kunnen naar de eigen ouders of naar een pleeg- of adoptiegezin gaan.
Toen de Hongaarse kinderartse Emmi Pikler haar opvoedingsmethode ontwikkelde, had ze aanvankelijk gewoon gezinnen in haar hoofd, geen tehuizen. Maar toen ze in 1946 een kindertehuis oprichtte, bleken de resultaten van haar opvoedingsmethode zo goed te werken, dat de instelling een speciale nationale status kreeg en scholing ging geven aan andere kindertehuizen.
Pikler’s ideeën raakten ook in het buitenland bekend. De kinderartse, en later haar dochter, reisden de wereld af om de methode uit te leggen. Maar zes jaar geleden trok het ministerie van onderwijs zijn handen af van alle instellingen. Sindsdien is het tehuis een stichting, voor tweederde afhankelijk van sponsoren.
Lóczy huisvest op dit moment veertig baby’s, peuters en kleuters, allemaal een traumatische achtergrond. De meesten zijn door hun ouders afgestaan of door de kinderbescherming wegens verwaarlozing of ernstige mishandeling weggehaald.
Ze leven in kleine groepen, van hooguit acht leeftijdsgenootjes, met vier vaste begeleiders die ieder een speciale verantwoordelijkheid voor twee kinderen hebben. Iedere groep heeft zijn eigen ruimte, met één grote, gezamenlijke box voor de allerkleinsten en veel buitenruimte, want frisse lucht en gezonde voeding hoort ook bij Pikler’s grondslagen.
De verzorgers geven de kinderen al hun liefde en veel zekerheid, maar ook de eerlijke boodschap dat zíj niet mamma zijn. Dat is de kern van de Pikler-methode: kinderen als volkomen mensen behandelen, geen volwassenen, maar wel mensen in hun eigen recht en waarde. Daar hoort bij: géén babytaal, maar wel veel met hen praten, geen valse beloften, maar wel vertrouwen en eerlijkheid.
Pikler deed haar ideeen op in het Italiaanse Trieste, aan het strand, waar ze dagelijks zag hoe ouders vier maanden oude baby’s ’hielpen’ met lopen, en het eigen babyspel steeds onderbraken met ’interessantere’ speeltjes. Gelijktijdig kregen de kleintjes eten in hun mond geperst, of ze wilden of niet en werden ze haastig tussendoor verschoond. Zelden werden ze in hun eigen waarde gelaten en als normale mensen toegesproken. Het viel Pikler op hoe weinig kinderen de kans kregen zich in hun eigen tempo en op hun eigen manier te ontwikkelen.
Grondslag van haar opvoedingsideeen is dat je baby’s en peuters in een veilige, voor hen geeigende omgeving gelegenheid geeft hun eigen ontwikkelingstempo te bepalen. Rollen, kruipen, zitten, lopen, het komt allemaal uit de kinderen zelf als ze de bewegingsvrijheid krijgen en daar hoeft geen volwassene hen steeds bij te storen. Aan de andere kant: als je hen als volwassene aandacht geeft, bijvoorbeeld bij het wassen, aankleden, eten, dan moet die ook volledig zijn. Dat zijn de momenten om daadwerkelijk verbaal en lichaamlijk contact te hebben.
Het was en is een revolutionaire methode, zegt Tardos, niet alleen in kindertehuizen. ,,Ouders van nu lijken in een constante competitie wiens kind het eerste zit, het eerste loopt, het eerste leest. Kinderen worden voortdurend gestimuleerd, geprest om zich sneller te ontwikkelen dan ze van nature doen. Dat geeft stress. Als je onze kinderen bekijkt, is opvallend hoe ontspannen ze zijns. In tegenstelling tot de meeste tehuiskinderen vertonen ze geen tekenen van institutionalisering. Uit vervolgonderzoeken blijkt ook, dat deze kinderen zich later in een gezin goed ontwikkelen, zolang ze maar voelen dat ze geliefd worden’’.

Geen opmerkingen: