Posts tonen met het label taalgebruik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taalgebruik. Alle posts tonen

woensdag 4 maart 2015

Volkomen helder

Een behoeftige in een perifeer dorp
In gezegende staat of in verwachting. Dat zijn de termen die ambtenaren van het Hongaarse ministerie van menselijke hulpbronnen in toekomst moeten gebruiken als het over zwangere vrouwen gaat. Armoede mag ook niet meer. Hongarije heeft alleen nog maar ‘behoeftigen’. Onlangs kregen de medewerkers van het superministerie, dat belast is met onderwijs, sport, gezondheidszorg, sociale zaken, cultuur, religie en familiezaken, per e-mail een pagina’s lange lijst met termen die ze niet meer geacht worden te gebruiken, plus de gewenste alternatieven.
Zoltan Balog, een gereformeerde dominee die minister van menselijke hulpbronnen is (op zich al een curieuze benaming, ook in het Hongaars) zei een paar maanden geleden al dat hij het woord ‘terhesség’ (zwangerschap) liever zag verdwijnen. Die Hongaarse term suggereert een last, maar in een land dat graag zoveel mogelijk kinderen wil, is zwangerschap natuurlijk geen last, maar een lust.
Na het uitlekken van de lijst trokken media onmiddellijk de vergelijking met ‘Newspeak’, de taal die in het boek ‘1984’ van George Orwell werd ontwikkeld om de gedachten van de burgers te controleren en in te dammen. Maar dat is uiteraard niet de bedoeling, aldus een woordvoerder van het ministerie tegenover de nieuwssite VS.hu, die de hand op de e-mail wist te leggen. We moeten de lijst zien als een ‘wegwijzer’ die helderheid en eenheid in de communicatie binnen het ministerie moet scheppen.
Dat zal toch even wennen worden voor de ambtenaren, want niemand had het tot nu toe over ‘perifere dorpen’ als het om dorpen ging waar vooral of uitsluitend zigeuners wonen. Segregatie was de normale term. Maar vanaf nu wonen zigeuners dus in de periferie. Die perifere dorpen zijn trouwens geen arme dorpen, maar onderontwikkelde dorpen. Het ministerie doet ook niet meer aan armoedebestrijding, maar aan sociale convergentie. En er wonen geen families meer met ‘veel’ kinderen, alleen maar met ‘meer’ kinderen. Over helderheid gesproken.
Sommige van de nieuwe begrippen zijn duidelijk een inhaalslag in politieke correctheid. Zo mogen invalide en gehandicapt niet meer. Die termen zijn vervangen door termen in de geest van ‘mensen met een beperking’. Voor ‘vak’ (blind) moet het synoniem ‘világtalan’, worden gebruikt, letterlijk licht- of wereldloos en blijkbaar minder aanstootgevend.
Maar andere termen zijn duidelijk bedoeld om beleid te verfraaien of te verbloemen. Zo moeten medewerkers het woord voetbalstadion vermijden. Sportfaciliteit is de gewenste term. Voetbalstadions liggen namelijk politiek gevoelig. De afgelopen vier jaar zijn krankzinnige bedragen besteed aan de bouw van stadions, waaronder een peperduur ministadion met 3000 zitplaatsen in het dorp waar premier Viktor Orbán vandaan komt. Die zitplaatsen waren alleen bij de opening ooit vol. Ook de andere nieuwe stadions staan leeg, een feit dat de oppositie graag benadrukt. Vandaar dus liever: sportfaciliteiten.
Sommige gewraakte termen geven aardig aan hoe de beleidsmakers werkelijk over zaken denken. Aangezien vrouwen meer kinderen moeten krijgen, is het logisch dat ze eigenlijk thuis horen te zitten. Gelijke kansen zijn dan ook niet echt gewenst. De voorkeursterm is daarom hetzij “sociale gelijkheid” of “een harmonische samenwerking tussen man en vrouw”. Als het met die harmonische samenwerking nou niet zo botert en er thuis op los gemept wordt, mag niet meer gesproken worden over familiegeweld (de normale Hongaarse term), maar - ongetwijfeld politiek veel correcter - over ‘geweld binnen relaties’.
Hongarije heeft trouwens in toekomst geen maatschappij meer, maar een ‘Hongaarse gemeenschap’ en het  Hongaarse volk gaat vanaf nu door het leven als ‘Hongaarse natie’. Dat geeft reden tot nadenken, want zigeuners, die meestal als minderheid werden aangeduid, zijn vanaf nu ook
een natie, de Roma natie, en worden daarmee apart gezet van de Hongaren. Of de Hongaarse gemeenschap wel een plek voor hen heeft, is afwachten. Anders blijven ze dus voor eeuwig in de periferie.

donderdag 19 december 2013

Je eigen lot verslechteren

Sommige woorden zeggen iets over een volk. Gedoogakkoord bijvoorbeeld. We hebben er net weer eens achter de rug, met het Herfstakkoord, en er is een hoop gepolderd om dat voor elkaar te krijgen. Om dat in een buitenlandse taal te vertalen heb je geen woordenboek nodig, maar een antropoloog die de rest van de wereld de Nederlandse eigenaardigheden kan uitleggen.
Het Hongaars woord önsorsrontó, wat zoiets betekent als 'je eigen lot verslechterend', is ook een aardige. Zelfdestructief, zo wordt het wel vertaald, maar önsorsrontó is toch iets anders. Minder hard, en op meer situaties van toepassing. Jezelf het leven moeilijk maken is misschien een betere omschrijving. 
Een Hongaarse vriendin kwam ermee naar aanleiding van iets dat haar achtjarige dochter overkomen was. Die moet binnenkort samen met haar klas optreden in een cultuurhuis, en daar hoorde een generale repetitie bij deze week. De toneelknechten hadden er helemaal geen zin in, en dat lieten ze merken ook. Ze waren knorrig en ronduit onbeschoft. Op zeker moment was het klaarblijkelijk koffietijd, en dat ging voor de kinderen. "Laat deze idioten maar even wachten," zei de een tegen de ander, binnen gehoor van de klas en de juf. De sfeer was de rest van de middag onder nul en die toneelknechten zullen vast naar huis zijn gegaan in de volle overtuiging dat ze helemaal gelijk hebben om hun baan klote te vinden. Önsorsrontó, zoals mijn vriendin constateerde. 
Stel je voor dat die toneelknechten die kinderen met enthousiasme hadden ontvangen. Ze misschien zelfs hadden laten zien hoe het doek werkt, of zoiets. Dan waren die kinderen blij geweest, de juf blij, de sfeer goed, en dat waren ze waarschijnlijk naar huis gegaan met het gevoel dat ze weliswaar onderbetaald worden (en dat worden ze, daar ben ik van overtuigd), maar dat er ook een hoop leuke kanten aan hun werk zitten.
Zelfde vriendin, zelfde kinderen. Maar dan op school, in de kantine, bij het buffet. Tot niet al te lang geleden stond daar een hele aardige dame, die dus ook veel blije kinderen zag en die haar werk met plezier deed. Helaas moest ze weg, en nu staan er een paar knorrige vrouwen die de kinderen afsnauwen als ze het (veelal oneetbare) eten laten staan, of als ze juist een extra portie willen, of  iets speciaals zoals een boterham zonder margarine erop. Want dát is me een hoop werk, zo'n boterham met niets. Wat zullen die vrouwen iedere ochtend met veel plezier naar hun werk gaan.
Hoe vaak ik me niet al verbaasd heb over winkelpersoneel dat stuurs zijn werk doen en geen boe of ba tegen de klanten zegt. Bij AH of de Jumbo zou je er binnen een dag uit vliegen, maar je hebt niet het gevoel dat er ook maar één Hongaarse klant is die van zo'n houding opkijkt. De meeste mensen kijken gewoon stuurs terug.
Wat zullen die vrouwen een rotwerk hebben, denk ik altijd. Altijd maar sjagerijnige koppen aan je kassa, daar word je toch mies van? En dat het ook in Hongarije anders kan, zie je bij sommige internationale supermarktketens, waar het personeel duidelijk getraind wordt om aardig te zijn. Gevolg? Mensen glimlachen naar hen, en maken nog eens een praatje. Wereld van verschil.
De Hongaarse politiek is er trouwens ook goed in. Neem de huidige oppositie. Die heeft het moeilijk genoeg zonder het zichzelf moeilijk te maken: staatsmedia die de regering de hemel in prijzen en de oppositie zwartmaken, een kieswet die het ook niet makkelijk maakt, weinig geld. Maar in plaats van de krachten te bundelen, blijft de oppositie onderling kiften en kan het nergens over eens worden. Gedogen en polderen is hen totaal vreemd. Ik zeg niet dat ze daarmee de verkiezingen zouden winnen. Maar zo zeker niet.
Gevolg van het communisme, hoor je vaak als verklaring voor dit soort negatief gedrag, maar eerlijk gezegd betwijfel ik dat. De conservatieve krant Magyar Nemzet omschreef  önsorsrontó in een column ooit als een oud en populair Hongaarse eigenschap. Vandaar dat de taal er dus een apart woord voor heeft. Zwartkijken? Niet echt. Een zwartkijker verwacht wel altijd het ergste, maar kan best glimlachend achter de kassa zitten. Zelf je ergste vijand zijn? Hmm. Zou kunnen, maar ik vind het niet perfect. Ik blijft zoeken naar een betere vertaling. 

Overigens kwam ik bij het schrijven van dit blog een ander, prachtig en geheel onvertaalbaar Hongaars woord tegen: donaldkacsázás. Letterlijk donaldduckeren. Oftewel: in je blote kont rondlopen, maar wel met een shirt aan. Önsorsrontó lijkt me niet iets om over te nemen, maar deze mag wat mij betreft aan de Nederlandse taal worden toegevoegd. 


woensdag 19 juni 2013

Vloeken als een bootwerker

"De l*l van de ho*rengod". Dat kreeg een vriendin naar van me naar haar hoofd geworpen toen ze haar buurvrouw vriendelijk vroeg de kat even een half uurtje binnen te houden, tot de pas gewassen gordijnen waren weggewerkt. Stel je een tachtigjarige, fragiel ogende dame met jampotjes van brillenglazen en wat warrig haar voor, en je hebt een vrij accuraat beeld van de spreekster van deze krachtige scheldkanonnade.
Ooit, lang geleden, verbeeldde ik me dat de Hongaarse gesprekken om mij heen allemaal enorme diepgang hadden. Dat was niet zo'n wonder, want ik verstond geen woord van de taal, maar de Hongaren die ik ontmoette, waren altijd vol van hun geschiedenis, hun cultuur, hun dichters. Een volk dat daar zo bewogen mee omging, had vast het ene interessante gesprek na het andere. Dat beeld werd bevorderd door onze Hongaarse lerares, directrice van een gymnasium en een vrouw waarmee ik nooit een saaie, platte conversatie heb gehad. En die ook niet erg geneigd om ons in te wijden in het rijke scala aan Hongaarse vloekwoorden.
Inmiddels, moet ik bekennen, weet ik beter. Erzsi, de buurvrouw van mijn vriendin, is geen uitzondering. Mijn eigen zoon, in het Nederlands een redelijk beschaafde jongeman, verandert zodra hij Hongaars praat, in een soort variant van Robert de Niro in Taxi Driver. Dan gooit hij er om de twee woorden de Hongaarse variant van f*ck you tussendoor.  En anders iets vliegt er wel iets in de sfeer van kurva (hoer) door de lucht, liefst in combinatie met moeder. Logisch, want dat doen zijn vrienden ook. Het taalgebruik van de groepjes scholieren die op zomeravonden in het park voor ons huis zitten, is geen cent beter. Dat die groepjes meestal wat gedronken hebben, helpt niet. Maar als je hen hoort, vraag je je soms af of er nog andere woorden zijn dan f*ck you.
(Wie zich overigens verwondert over de sterretjes: los van het feit dat ik vloeken niet direct een gewoonte vind om te bevorderen, zelfs al ontglipt mijzelf ook wel eens wat, heb ik geen zin me weer te moeten verantwoorden tegenover Google Adsense. Die organisatie heeft dit blog ooit geboycot omdat ergens het woord kinderporno voorkwam. Het kostte enige briefwisseling om Google ervan te overtuigen dat een artikel over de bestrijding van kinderporno NIET gelijk staat aan reclame maken  voor het verschijnsel. Ik maak geen grapje.)
Er wordt, kortom, ontzettend veel en hartgrondig gevloekt in Hongarije, met de Hongaarse variant van Robert de Niro's favoriete vloek en moeders die tot hoeren worden verklaard, bovenaan, gevolgd door mannelijke geslachtsdelen. Ieder volk heeft zijn eigen vloekgewoontes, Nederlanders wensen elkaar ziekten toe, Hongaren zijn meer op seks gericht. En de vloeken van Erzsi geven aan dat dat geen recent verschijnsel is.
Er moet bij gezegd worden: een echte dame is Erzsi niet, ondanks haar breekbare uiterlijk. Haar levensgeschiedenis lijkt op een roman van Charles Dickens: kind van een dienstmeisje dat verkracht werd door de heer des huizes. In een tehuis opgevoed tot ze alsnog thuis mocht komen omdat moeder inmiddels zoveel legitieme kinderen had dat de bastaard er nog wel bij kon. Een liefdeloze jeugd, gevolgd door dienstjes, maar uiteindelijk wel een gelukkig huwelijk met een bakker die ze 25 jaar na zijn dood nog mist. Geen leven waarin je een diepzinnige filosoof wordt. Maar ook niet persé een bejaarde met zulke stevige vloeken.
Een tijdje geleden zat achter mij in de trein een gezin, vader, moeder, drie kinderen. Ik weet niet wat het jongetje deed, maar dat hij iets gedaan had, werd duidelijk toen de vader een stroom vloekwoorden door de coupé stuurde. Het hield niet op, het jongetje kroop steeds verder in elkaar, en Pa ging maar door: ho*renjong, je ho*erenmoeder en Robert de Niro kwamen allemaal voorbij, minutenlang. Pa geneerde zich duidelijk niet, en niemand in de coupé reageerde. Niemand suggereerde dat je tegenover je kinderen in plaats van shit beter chips kunt zeggen, om hen geen slechte gewoontes aan te leren. Hoe het jongetje uit de trein met zijn vriendjes praat, daar hoef ik niet eens over na te denken.
Niet dat Hongaarse ouders vloeken geen probleem vinden. Zoek op het internet naar het onderwerp kinderen en vloeken, en je vindt talloze sites met titels als "waarom vloeken onze kinderen",  en "hoe leren we onze kinderen af te vloeken." Maar, zoals een kleuterjuf op één van die sites constateert: slecht voorbeeld doet slecht volgen: "Nadat een moeder bij mij had geklaagd over haar zoontje dat van zijn klasgenootjes zou hebben leren vloeken, draaide ze zich om en riep naar het kind: 'F*ck you, ik heb je nu al honderd keer gezegd dat je niet zo lelijk moet praten.'"