dinsdag 6 november 2018

Geen Mandelaplein in Boedapest. En Ady Endre?

Ady dichter:
te weinig vaderlandslievend?
Boedapest krijgt toch geen Nelson Mandelaplein. Eind augustus besloot de gemeenteraad unaniem dat een tot dan toe naamloos parkje in het elfde district de naam van de Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar en president zou krijgen. Maar protesten van extreemrechts gooiden roet in het eten. Een Hongaars park benoemen naar een ‘zwarte Afrikaanse communist’ kon niet, meende László Toroczkai, leider van de extremistische ‘Ons Huis’-beweging, die eerder bekendheid verwierf met acties tegen zigeuners en asielzoekers.
De Kervel- en de Kardemomstraat waar de gemeenteraad die dag ook over besloot, zorgden voor geen enkel probleem, maar dat het Mandelapark lastiger lag, bleek meteen al: de burgemeester van de deelgemeente wilde de nieuwe naam zekerheidshalve ook aan de deelgemeenteraad voorleggen.
Nog voor die zich erover kon buigen, beschuldigde Toroczkai Mandela van antiblank terrorisme. Met succes. Dat Mandela in Zuid-Afrika juist als verzoener geldt en hem zeker niet voorgeworpen kan worden dat hij ooit, zoals Toroczkai beweerde,  'kill the whites' heeft geroepen, voorkwam niet dat veel deelgemeenteraadsleden begonnen te twijfelen. Daarom besloot de raad de bewoners te raadplegen.
Zover kwam het uiteindelijk niet: István Tarlos, burgemeester van Boedapest, greep in en besloot dat het parkje beter gewoon een andere naam kon krijgen. De keuze viel Etele Park. ‘Een anticommunistische overwinning!’ juichte Toroczkai op Facebook. Maar of het park daarmee een vreedzamere naamgever heeft gekregen dan Mandela, mag zeker worden betwijfeld. Etele is de oude naam van Attila - de Hunnenleider wiens naam mensen in Europa eeuwen later nog schrik injoeg.
Over de doden in principe niets dan goeds, maar als ze iets met politiek of cultuur te maken hebben, doen ze er tegenwoordig beter aan niet links te zijn. Deze zomer kwam een tentoonstelling van de Mexicaanse schilderes Frida Kahlo onder vuur te liggen. Reden: haar trotskistische sympathieën. Volgens regeringskrant Magyar Idök was haar werk communistische propaganda en daarom was het een schande dat er staatssubsidie naar de organisatie van die tentoonstelling was gegaan.
De Mexicaanse ambassade protesteerde en Kahlo blijft tot sluitingsdatum in de Nationale Galerij. Maar museumdirecteuren weten dat ze zich zulke kritiek beter kunnen aantrekken, gezien de ervaringen van de directeur van het literatuurmuseum die onlangs ‘vrijwillig opstapte’ na aanhoudende beschuldigingen in dezelfde regeringskrant dat hij (ook) aandacht aan links-liberale schrijvers gaf.
Sommige burgemeesters zullen zich achter hun oren krabben over de Ady Endrestraat die je in haast iedere gemeente aantreft, nu Magyar Idök ook deze dichter en journalist onder schot heeft genomen. Ady, die in 1919 overleed, was noch zwart, noch communist. Zijn populariteit dankte hij vooral aan zijn vernieuwende liefdesgedichten. Daarnaast was hij een pacifist die weinig op had met het rabiate nationalisme van die dagen. Hoogste tijd, aldus de krant, om meer vaderlandslievende kunstenaars naar voren te schuiven, want met zulke voorbeelden bouw je geen christelijk Hongarije op.

zaterdag 27 oktober 2018

EU-subsidies en economische groei

Hongaarse economische groei (rood) en netto EU-inkomsten (blauw). 
Bron: Péter Ákos Bod
Het stimuleren van productiebedrijven in plaats van service, volledige werkgelegenheid (ook via
verplichte werkverschaffing), centralisatie van overheidsinstellingen, nationalisatie van strategische bedrijven: het economische beleid van de Hongaarse premier Viktor Orbán is tamelijk onorthodox. Of niet juist. Econoom Péter Ákos Bod herkent in ieder geval veel. “Een marxistische denkwijze,” noemt de voormalige directeur van de nationale bank de regeringsvisie op de economie.
Op het eerste gezicht lijkt het beleid geslaagd. De werkloosheid is 3,7 procent, de economische groei vier procent. Dat is ruim twee procent meer dan het Europese gemiddelde, al loopt de Hongaarse groei achter op Polen en Roemenië. “Die cijfers zijn inderdaad mooi”, zegt Bod. “Maar Hongarije behoort tot de grootste netto-ontvangers van EU-subsidies. Jaarlijks komt drie tot vijf procent van ons bruto binnenlands product (bbp) uit Brussel. De vraag is dus: zouden we zonder dat geld ook zijn gegroeid?” Hij betwijfelt het.
Voordat hij directeur van de nationale bank werd, was Bod minister van economische zaken. Daarna steunde hij Orbán jarenlang als conservatief parlementariër. Maar de laatste jaren is hij steeds kritischer over het regeringsbeleid.
Hongarije zwemt volgens hem in het geld, zeker als je meerekent dat er naast de EU-steun jaarlijks twee miljard euro (pakweg nog eens twee procent van het bbp) binnenkomt van Hongaren die in het buitenland werken. “Maar sinds 2007 is onze jaarlijkse groei is minder dan de EU-subsidies die we ontvangen. Dat betekent gewoon dat al dat geld slecht besteed wordt.”
De overheidsuitgaven zijn hoog, een kleine vijftig procent van het bbp. Analisten waarschuwden deze zomer voor een begrotingstekort dat in dat kwartaal dreigde op te lopen naar ruim vier procent. Veel geld gaat naar infrastructuur en sportfaciliteiten. Volgens onderzoekswebsite Átlátszó hebben voetbalstadions en dergelijke sinds 2010 een kleine vijf miljard euro gekost. In andere sectoren, zoals onderwijs en  gezondheidszorg, is vooral bezuinigd en gecentraliseerd.
Zorgwekkend noemt Bod het feit dat bij 40 procent van de overheidsprojecten geen openbare aanbesteding plaatsvindt of slechts één bedrijf inschrijft. Volgens de regering gaat de voorkeur bij aanbestedingen uit naar Hongaarse bedrijven. en is dat geen corruptie, maar noodzakelijk beleid om een nieuwe nationale middenklasse op te bouwen.
Maar Bod is sceptisch. Hoewel een deel van de Hongaren het zeker beter heeft gekregen, profiteert volgens hem vooral een kleine, en inmiddels zeer rijke bovenlaag van het beleid. Ook veel Hongaarse bedrijven worden uitgesloten bij aanbestedingen. “Als Mészáros, (zakenpartner van de familie Orbán, R.H.) aankondigt dat hij geïnteresseerd is, weten andere bedrijven dat ze geen kans maken, zelfs niet als ze beter of goedkoper zijn,” zegt hij.


zondag 21 oktober 2018

Nieuwe wet stuurt daklozen van straat

Foto Runa Hellinga
Dakloze in Budapest
"Arme mensen helpen elkaar." De dakloze Gábor Hulitka wijst naar een sjofele man even verderop die hem net drie bakjes eten heeft gegeven. De man had ook nog een halve liter rosé in de aanbieding, maar die heeft Hulitka geweigerd. Hij drinkt niet. Nou ja, niet meer. "Ik heb gedronken en drugs gebruikt. Ik was er heel slecht aan toe". Hij wijst naar het bidprentje aan zijn voeten: "Maar Jezus heeft me geholpen. Ik gebruik niets meer."
Het is Hulitka, een voormalige kok, dan ook niet echt aan te zien dat hij al jaren op straat leeft, samen met zijn hondje Patricia. De goed verzorgde tekkel kwam op straat terecht nadat ze als pup door haar eigenaren uit de auto was gezet. Hulitka zelf werd dakloos omdat zijn huurwoning in vlammen opging.
Vervangende woonruimte was er niet. Hongarije kent nauwelijks een huurwoningmarkt, laat staan sociale woningbouw. Wie zijn woonruimte kwijtraakt - in 2017 werden 11.000 woningen vanwege betalingsachterstanden ontruimd - is meestal aangewezen op hulp van familie of staat simpelweg op straat, want een hypotheek kun je met schulden en een minimumloon wel vergeten.
Op het platteland koop je voor een paar duizend euro een soort van huis, maar zelfs dat kon Hulitka zich met zijn achtergrond niet veroorloven. Hij bouwde samen met een andere dakloze bij een stortplaats van bouwafval in een buitenwijk van Boedapest een hut. Koud in de winter? Ach, daar wen je aan, zegt hij. Wat hem betreft is het goed zo: "Ik zou niet anders meer willen. Ik heb niets met het systeem te maken, heerlijk."
Maar het systeem wil wel iets met hem te maken hebben. In juni werd het in Hongarije namelijk grondwettelijk verboden om op straat te leven, of letterlijk "de publieke ruimte te gebruiken voor levensdoeleinden." Begin vorige week trad de wet officieel in werking. Wie dakloos is, moet 's avonds naar een daklozenopvang. Daklozen zouden, aldus de motivatie achter de wet, de publieke veiligheid in gevaar brengen, ze zouden stelen en bovendien een risico vormen voor de volksgezondheid.
Niemand weet precies hoeveel daklozen Hongarije telt. Families die hun woning verliezen, worden opgevangen in speciale familieopvang: een enkele kamer zonder eigen voorzieningen. Daarom tellen ze in de cijfers niet mee. Wie ingeschreven staat bij een familielid evenmin.
Bálint Misetics van de daklozen-belangenorganisatie Az Város Mindenkié (De stad is van allen) schat het aantal feitelijke daklozen in Boedapest op 15.000 en landelijk op zo'n 30.000. Er zijn in het totaal 11.000 opvangplaatsen, waarvan het overgrote deel in Boedapest. "Er zijn hier in de stad waarschijnlijk zo'n 2000 tot 3000 mensen die altijd buiten slapen, ook in de koudste dagen," zegt hij.
Het is niet voor het eerst dat Hongarije maatregelen tegen dakloosheid neemt. Tijdens het communisme was zulk ongecontroleerd gedrag sowieso verboden en sinds premier Viktor Orbán in 2010 aan de macht kwam, is de wetgeving geleidelijk strenger geworden. Zo ko
nden gemeenten daklozen vanwege volksgezondheid of publieke veiligheid al verbieden om op bepaalde plaatsen te buiten te slapen of uit vuilnisbakken te eten. De straf: een boete of zelfs gevangenis.
"Maar handhaving van dit soort wetgeving kost een hoop geld,' zegt Misetics, "In praktijk zag je tot nu toe dan ook dat de politie zelden echt iets deed. Zelfs niet als agenten zagen dat daklozen rookten waar het niet mag of bedelden of vochten. En zelfs niet als sociaal werkers om hulp vroegen." Maar niemand durft te zeggen wat de politie met deze nieuwe wet gaat doen.
Hulitka hoopt er het beste van, maar de tekenen zijn niet erg hoopgevend. De eerste daklozen zijn inmiddels voor de rechter gedaagd en veroordeeld, de politie veegt de onderdoorgangen bij de Budapester metro regelmatig leeg en zowel Patricia als zijn hut lopen gevaar. Het 'in het openbaar houden van dieren' geldt volgens de nieuwe wet als een teken dat je de straat als leefruimte gebruikt (net als je op straat omkleden) en de politie heeft bewoners van zelfgebouwde hutten ook al gewaarschuwd dat hun bouwsels afgebroken zullen worden.
Maar Hulitka peinst er niet over om 's avonds naar een daklozenopvang te gaan. Zijn ervaringen daarmee zijn slecht: benauwde zalen met stretchers naast elkaar waar je 's nachts geen oog dicht doet vanwege het gesnurk en de stank. En er wordt veel gestolen.
Hij heeft ook nog een tijdje een bed gehuurd in een arbeidershotel, een simpel onderkomen met meerdere bedden op één kamer. Daar kon je ook overdag terecht, maar verder? Leuk was anders. Trouwens, geen enkele opvang laat Patricia toe. En die is echt belangrijker dan een dak boven zijn hoofd.

vrijdag 19 oktober 2018

Orbán's Zakenimperium Groeit en Bloeit

De drie belangrijkste oligarchen rond premier Viktor Orbán – Lőrinc Mészáros, István Garancsi and Andy Vajna – hebben belangen in maar liefst 400 bedrijven, aldus de anti-corruptie website Átlátszo (Transparantie).


Orbán’s stromannen hebben banken, verzekeringsmaatschappijen, hotels, fabrieken, media, reclamebedrijven, bouwondernemingen, landbouwbedrijven, olie- en gas ondernemingen, casino's, en ga zo maar door. Er is, aldus Átlátszó,  eigenlijk geen enkele belangrijke economische sector in Hongarije waarin ze  geen belangen hebben.

Met name dorpsgasfitter en jeugdvriend Mészáros boerde het afgelopen jaar goed. Een jaar terug telde Átlátszó nog 125 ondernemingen waarin hij een belang had, nu zijn dat er al 224. Het vermogen van de man die in 2010 nog drie kleine bedrijfjes bezat in Orbán’s jeugddorp Felcsut, wordt inmiddels geschat op 280 miljard forint (900 miljoen euro). Maar hij won dan ook een ongekend aantal openbare uitschrijvingen voor overheidsopdrachten (met een totale waarde van maar liefst 491 miljard forint oftewel 1,5 miljard euro), voor het overgrote deel zwaar gesubsidieerd door het vermaledijde Brussel. 




donderdag 18 oktober 2018

Parlementaire Parodie


Dat er van de parlementaire democratie in Hongarije weinig over is, is inmiddels genoegzaam bekend. Maar de parodie van begin deze week was wel weer een behoorlijk dieptepuntje. Ook een record: van wetsvoorstel tot wet in een luttele 36 uur.

Maandag tegen lunchtijd diende Orbán’s partij Fidesz in een parlementscommissie volkomen onverwacht een wetsvoorstel in ter afschaffing van de veelgebruikte subsidieregeling voor mensen die voor een woning sparen (voor details zie verderop). Gedebatteerd kon er eigenlijk niet worden in de commissie, want niemand had de wet tenslotte nog gelezen.
Diezelfde avond vond over het wetsvoorstel het eerste van de twee “kamerdebatten” plaats die de grondwet voorschrijft, en dinsdagochtend volgde al het tweede “debat.” Oppositiewoordvoerders deden hun best, maar ze hadden uiteraard nauwelijks tijd gehad om het voorstel te bestuderen, laat staan er met betrokkenen uit de maatschappij over te praten (mede omdat helemaal niemand wist dat dit er aan zat te komen). De bijdrage van de parlementariërs van Fidesz aan de kamerdebatten bestond uit een massaal zwijgen. Die middag werd er ook nog even gestemd (alle Fidesz-kamerleden voor) en nog dezelfde avond ondertekende de Hongaarse president en Fidesz-man János Áder de nieuwe wet, die op woensdagochtend inging. Zoals de nieuwssite Mérce concludeerde: dit heeft met parlementaire democratie niets te maken.

Ook qua inhoud zorgt de wetswijziging voor de nodige maatschappelijke commotie. Het gaat om een regeling waarbij de overheid subsidie geeft aan mensen die via speciale fondsen (vaak van banken) sparen voor de aanschaf van een woning. De wet, ingevoerd in 1997, was bedoeld om vooral starters op de woningmarkt te helpen en miljoenen Hongaren hebben er gebruik van gemaakt. Na de afschaffing, is er nog wel een andere subsidieregeling voor woningzoekenden over, maar daarvoor komen alleen gezinnen in aanmerking die kinderen hebben of die beloven kinderen te zullen krijgen. Die regeling - bedoeld om het krijgen van kinderen te stimuleren - was tot nu toe weinig succesvol, en wellicht hoopt Orbán dat dat nu verandert. 
De afschaffing van de oude subsidieregeling leidt ook tot het ontslag van naar schatting 4000 medewerkers bij de betreffende spaarfondsen (waaronder een fonds van Aegon). Maar zelfs Fidesz-bondgenoot László Csányi, een van de rijkste oligarchen van het land en eigenaar van de OTP-bank waaraan een van de grootste spaarfondsen verbonden is moest uit het nieuws van de vernadering horen. Er is tenslotte maar een man de baas in dit land.



woensdag 17 oktober 2018

Greep van Fidesz op media steeds sterker

Foto Runa Hellinga
Regeringscampagne tegen Sargentini
Een kinderlijk schoolmeisje dat ‘wow’ gebruikt op Facebook, een agente van de Amerikaanse ‘immigratiepartij-speculant’ Georg Soros en lid van een partij die is opgericht door de communistische CPN: de Hongaarse regeringsgezinde media laat dezer dagen weinig heel van Europarlementariër Judith Sargentini. Op tv, in de krant, op de radio, het internet en sinds deze week ook via door de regering gefinancierde reclameposters worden Hongaren bestookt met het kwaad dat Sargentini heet.
De aanvallen op Sargentini houden niet op en de aanleiding is haar rapport, dat het Europese parlement op 12 september aannam en dat uiteindelijk kan leiden tot de artikel 7 procedure die Hongarije het Europese stemrecht ontneemt. Een van de kritiekpunten daarin: de moeilijke positie van Hongaarse onafhankelijke media.
Volgens premier Viktor Orbán is die kritiek volkomen onterecht. Media kunnen volgens hem berichten wat ze willen. Gelijktijdig zegt hij openlijk dat het aantal onafhankelijke media omlaag moet om een einde te maken aan wat het – zijns inziens – overwicht aan liberale journalistiek.
Dat onafhankelijke media nog steeds min of meer kunnen schrijven wat ze willen, klopt, al wordt het wel moeilijker. Sommige werd de afgelopen jaren bijvoorbeeld de toegang tot het parlement ontzegd en sinds deze zomer zijn er restricties op berichtgeving over het privéleven van politici en hun familie. Dat maakt het lastiger om over bijvoorbeeld corruptie te berichten.
Maar sinds Orbán en regeringspartij Fidesz in 2010 aan de macht kwamen, zijn veel onafhankelijke media al verdwenen of opgekocht door Fidesz-getrouwe oligarchen. Dat proces is na de verkiezingen in april in een stroomversnelling geraakt. In luttele maanden sneuvelden een onafhankelijk dagblad, een weekblad en een radiostation en kreeg het aanvankelijk Fidesz-gezinde, maar sinds 2014 onafhankelijke conservatieve tv-station Hír-tv een nieuwe eigenaar die de redactie prompt weer vulde met regeringsgetrouwe journalisten.
Half september werd de grootste onafhankelijke nieuwssite, Index, gekocht door een huisvriend van Orbán. De journalisten hopen hun onafhankelijkheid te behouden en plaatsten een (inmiddels weer verdwenen) ‘onafhankelijkheidsmeter’ op de website zodat lezers de ontwikkelingen konden volgen. Maar jaren geleden overkwam hun collega’s bij nieuwssite Origo hetzelfde. Binnen luttele weken was de oude redactie verdwenen en deed inhoudelijk niets meer aan de oorspronkelijke website denken.
Russische media als Sputnik en Russia Today en Breitbart-achtige websites zijn voor Origo tegenwoordig vaste bronnen, de activiteiten van Soros en Brussel tegen Hongarije vaste thema’s en er gaat geen dag voorbij zonder dat de site schrikbarend nieuws over ‘migranten’ brengt. Nieuws waar de rest van de wereld soms nooit van heeft gehoord.
Zo berichtte Origo deze zomer over ‘Noord-Afrikaanse migranten’ die een ober in Praag mishandelden. De bijbehorende video haalde ook het Nederlandse nieuws, omdat het zeer een uit de hand gelopen Nederlands vrijgezellenfeestje betrof. De mishandeling was zo ernstig, dat de Tsjechische aanklager het later als moordaanslag kwalificeerde. Een van de feestgangers was een politieagent van Marokkaanse afkomst. Hij was ook één van de twee in de groep die zijn vrienden probeerde in te tomen.
‘Soros-agente’ Sargentini is het nieuwste thema. Hoewel de website van het Europese parlement duidelijk meldt dat de GroenLinks-politica is afgestudeerd op moderne geschiedenis met totalitaire regiems en democratisering als specialisatie, heeft ze volgens Origo ‘niet eens een diploma’. Haar belofte om samen met Transparency International te werken aan de bescherming van klokkenluiders en tegen corruptie is volgens de site een ‘schriftelijke eed van trouw’ aan Soros en GroenLinks, eind jaren tachtig ontstaan uit een samenwerking van drie linkse partijen, is niet meer of minder dan de CPN die in 1989 onder andere vlag doorstartte toen het communisme uit de gratie raakte.
Origo is bepaald niet het enige Fidesz-gezinde medium met dit soort al dan niet bewuste fouten. In september meldde website Hírmagazin dat moslims in Amsterdam een iconische kerk in brand hadden gestoken. De site had er zelfs een video bij. Vanwege de koeienletters ‘Amstelveen’ onder in beeld was die stad gemakshalve tot Amsterdamse deelgemeente gebombardeerd. Hírmagazin wist verder te melden dat moslims eerder hadden geëist dat de kerk afgebroken moest worden ten bate van een moskee. Dat moslims niets met de brand te maken hadden, de brandweer aan kortsluiting denkt en de kerk weliswaar een monument, maar niet echt iconisch is, mocht allemaal niet hinderen.
Essen wordt Fasten volgens M1
Ook de staatstelevisie, door veel kijkers volkomen vertrouwd als nieuwsbron, doet mee aan dit soort berichtgeving. Als illustratie van de voortschrijdende islamisering van West-Europa meldde het M1-journaal tijdens de ramadan dat de Duitse plaats Essen voor die gelegenheid door de gemeenteraad was omgedoopt in Fasten. Bron: een Duitse tegenhanger van De Speld.
Voor veel Hongaren is het enige andere nieuws dat ze zien de commerciële zender RTL, die zich sinds enkele jaren toelegt op serieuze verslaggeving over zaken als corruptie en de problemen in de gezondheidszorg. RTL is ook op het platteland zeer populair en staat dan ook hoog op het lijstje van media die Fidesz wil overnemen.


Gesloten of verkocht sinds 2010:

Onafhankelijke media die door regeringsgezinde ondernemers zijn opgekocht:
Origo, de grootste nieuwswebsite
Figyelö, voormalig liberaal, toonaangevend opinieweekblad
TV2, commerciële zender
Napi Gazdagság, economisch dagblad, inmiddels omgevormd tot regeringsdaglad Magyar Idök
Népszabadság, liberaal dagblad, na de verkoop gesloten.
Alle regionale dagbladen.
Hír-tv, conservatieve onafhankelijke nieuwszender.

In 2006 werd de destijds liberale krant Magyar Hírlap al gekocht door een zakenman die dicht bij Fidesz stond. Tegenwoordig geldt de krant als zeer conservatief.

Gesloten wegens financiële problemen:
Magyar Nemzet, conservatief onafhankelijk dagblad.
Heti Valász, conservatief onafhankelijk weekblad.
Lánchíd Radió, conservatief onafhankelijk radiostation.

Daarnaast werden alle publieke radio- en tv-zenders en het nationale persbureau MTI in 2015 in één staatsorganisatie ondergebracht die centraal het redactiebeleid bepaalt en het nieuws maakt.

maandag 8 oktober 2018

Tel uit je winst


Transparency International in Hongarije heeft uitgerekend dat het land ongeveer 30 miljard forint (100 miljoen euro) verlies heeft geleden op het ’verkopen’ van Hongaarse paspoorten (tussen 2013 en 2017) aan rijke burgers uit Azie, Rusland en het Midden Oosten, aldus een artikel in weekblad HVG.

’Verkopen’ tussen haakjes want in feite gaven de bijna 20.000 betrokkenen een cash-lening aan de Hongaarse overheid (totale opbrengst 500 miljoen euro), maar dat geld krijgen ze na een paar jaar met rente weer terug. Dat moment is nu aangebroken en de Hongaarse regering moet binnenkort een totaalbedrag van 600 miljoen euro terug gaan betalen.
Tel uit je verlies.

Die financiële schade komt bovenop het feit dat er tussen de buitenlanders die zo’n Hongaars paspoort kochten allerlei zeer louche figuren (staatsmaffia, maffia, financiers van terrorisme etc.) zaten. Die hebben nu dus een EU-paspoort en kunnen vrij in Europa rondreizen.

De verkoop van paspoorten is wel zeer lucratief geweest voor een kleine groep getrouwen rond Viktor Orbán (daaronder propaganda minister Antal Rogan) die van de regering een vergunning hadden gekregen om de verkoop van paspoorten af te handelen. Zij richtten in belastingparadijzen offshore bedrijfjes op die het werk uitvoerden (reclame maken, klanten helpen met het invullen van formulieren) en die bedrijfjes hebben van de regering in totaal zo’n 60 miljard forint (200 miljoen euro) geïncasseerd.
Tel uit je winst.


donderdag 27 september 2018

Verdere aantasting onafhankelijkheid rechtssysteem

Hongarije gaat op korte termijn een nieuw systeem van administratieve rechtbanken invoeren, zo heeft het hoofd van het Bureau van de Premier, Gergely Gulyás, vandaag laten weten, aldus nieuwssite  Mérce. Volgens Gulyás is het nieuwe systeem alleen maar bedoeld om de rechtspraak efficiënter en sneller te maken, maar volgens critici zijn de nieuwe rechtbanken een ernstige verdere aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtsspraak.

De regering wil eind oktober het definitieve wetsvoorstel behandelen, dat dan nog dit jaar door het Parlement moet worden aangenomen. De nieuwe rechtbanken moeten vanaf januari 2020 operationeel zijn. Ze zullen zich gaan bezighouden met alle zaken waar nationale en lokale overheden en overheidsorganen bij zijn betrokken, dus rechtszaken rond verkiezingen en de kieswet en het demonstratierecht, rond openbare uitschrijvingen, het verlenen van (EU) subsidies en corruptie, rond het functioneren van instituten als de Nationale Bank of de Media Autoriteit enz. Het zijn precies die terreinen waarop veel rechters van de de bestaande rechtbanken - zeker op het lagere niveau - de afgelopen jaren met grote regelmaat blijven weigeren toe te geven aan politieke druk en vonnissen hebben gewezen die ongunstig zijn voor de regering Orbán.
Volgens critici zijn de nieuwe rechtbanken dan ook bedoeld om daaraan een eind te maken. Natuurlijk zegt minister van justitie László Trocsanyi dat de nieuwe administratieve rechtbanken volledig onafhankelijk zullen worden samengesteld en los van de regering zullen functioneren, en verwijst de regering naar het feit dat zulke rechtbanken in diverse andere EU landen bestaan. Maar zoals gebruikelijk zit de duivel in de details. In Hongarije gaan de leden van de betreffende rechtbanken geen gewone rechters of juristen worden, maar personen die tot nu toe als ambtenaren in het overheidsapparaat werkten, een apparaat dat al sinds 2010/2011 op alle hogere posten is gezuiverd van Fidesz-kritische personen. Bovendien gaat het hier om een volledig parallelle rechtbankstructuur, waarbij ook een hoger beroep tegen een uitspraak van een administratieve rechtbank plaats zal vinden bij een soortgelijke en nieuw in te stellen Hogere Administratieve Rechtbank (en niet zoals elders bij een hof van gewone rechters). Natuurlijk zal de praktijk aantonen hoe afhankelijk of onafhankelijk de uitspraken van deze nieuwe rechtbanken zullen worden, maar op basis van de manier waarop de regering Orbán de afgelopen acht jaar met rechters en rechtbanken  is omgegaan, doet het ergste vrezen. (Zie voor een uitgebreide kritiek op dit en andere voorstellen de kritiek van het Helsinki Committee -
in het Engels).

woensdag 26 september 2018

Belangenverstrengeling op zijn Hongaars

In Nederland winden we ons terecht op als politici (op een of andere manier vaak van de VVD?) weer eens persoonlijk belang en overheidsbelang door elkaar halen of zelfs maar die schijn wekken. In Hongarije gaan dingen wat onverbloemder. Vorige week onthulde Jávor Benedek, Hongaars Europarlementariër voor de Groenen, dat de Hongaarse minister van justitie László Trocsányi de advocatenfirma Nagy & Trocsányi, waarvan hij zelf naampartner en aandeelhouder (13,7%) is, heeft gevraagd om Hongarije te vertegenwoordigen bij de rechtszaak voor het Europese Hof van Justitie rond de uitbreiding van de kernenergiecentrale Paks.
Protest tegen de uitbreiding van Paks
Oostenrijk heeft een rechtszaak tegen de Europese Commissie aangespannen omdat die toestemming heeft gegeven aan Hongarije voor de uitbreiding van de Hongaarse kerncentrale in Paks. Die uitbreiding vindt plaats door een Russisch bedrijf (zonder openbare aanbesteding) en wordt gefinancierd met een dure lening door Hongarije van Rusland (wat volgens Oostenrijk ook met ongeoorloofde staatssteun samengaat). De Hongaarse regering treedt in het proces op aan de kant van de Europese Commissie. Met dit contract, waarin expliciet is vastgelegd dat Nagy & Trocsányi nauw moeten samenwerken met Trocsányi, verdient het bureau  ruim 300 miljoen forint (1 miljoen euro). Toegegeven, Trocsányi incasseert geen winstuitkering meer van zijn advocatenkantoor sinds hij minister is. Maar toch.




maandag 24 september 2018

Held van 1956 verdwijnt bij parlement.

Foto Runa Hellinga
Het bruggetje van Imre Nagy
“Om politieke redenen gesloten” meldde een handgeschreven bordje op het Imre Nagy monument in Boedapest begin september. Het was een van een reeks acties die afgelopen weken zijn gehouden voor behoud van het bedreigde monument. Toeristen begrepen er weinig van, want niets weerhield hen, om zoals de duizenden voor hen, het bronzen bruggetje te beklimmen en naast het beeld van een vriendelijke oude man met hoed en snor een selfie te maken.
Maar iedere Hongaar weet: als een winkel of restaurant ‘om technische redenen gesloten’ is, zijn de laatste dagen van dat bedrijf geteld. En dat geldt ook voor dit monument voor Nagy, de man die in 1956 tijdens de Hongaarse opstand tegen de Russen kortstondig premier was en daarom twee jaar later werd opgehangen en samen met andere leidende opstandelingen in een massagraf werd gedumpt. Onlangs besloot de regering namelijk dat Nagy weg moet van het pleintje vlak bij het parlement waar hij nu staat.
“Nagy was een held. Weet u dat?” meldde een ander bordje dat actievoerders uit protest op het bruggetje hingen. Maar veel Hongaren willen dat niet meer weten. Onder hen premier Viktor Orbán, de man die nota bene nationale faam verwierf toen hij in 1989 tijdens de plechtige herbegrafenis van Nagy en de zijnen de nog steeds aanwezige Sovjet-troepen opriep het land te verlaten.
Maar dat was toen. Vandaag de dag ligt Nagy moeilijk in regeringskringen. Belangrijker dan de vooraanstaande rol die hem zijn leven kostte, is inmiddels dat hij communist was.
En hij was bepaald niet de enige communist die in die dagen de barricade opging. Acht van de negen aangeklaagden die in juni 1958 na een geheim proces samen met Nagy werden opgehangen vanwege hun rol in de opstand, waren communisten. Maar dat is iets dat rechtse Hongaarse historici en politici tegenwoordig liever vergeten. Ze stellen 1956 graag voor als een puur anticommunistische beweging.
Vandaar dat Nagy zijn prominente plek bij het parlement kwijtraakt. In de plaats daarvan wordt het monument herbouwd dat midden jaren dertig door Hitlers bondgenoot Miklós Horthy werd onthuld om de kleine 500 slachtoffers van de kortstondige communistische Hongaarse radenrepubliek van 1919 te herdenken. Of toeristen straks ook dringen om een selfie met die dramatische kolos te maken, blijft afwachten.
Eigenlijk had de regering het bruggetje zes jaar geleden al weg willen hebben, maar dat stuitte toen op problemen, want het beeld was in 1996 betaald door Sándor Demján, een zakenman die ook regeringspartij Fidesz financierde. Demján zei dat hij zijn geld terug zou eisen als de het beeld zou verdwijnen. Aangezien hij in april van dit jaar overleed, kan hij nu niet meer protesteren.
Helemaal verdwijnen doen Nagy en zijn bruggetje overigens waarschijnlijk niet. Er wordt een nieuwe plek gezocht, mogelijk op een nabijgelegen plein waar tot de jaren negentig een standbeeld van Marx en Engels stond. Als overtuigd communist zou Nagy daarmee vast kunnen leven.



Hoe corrupt is Orbán?

Eindelijk begint men elders in Europa door te krijgen dat het Orbán regiem niet alleen autoritair en nationalistisch is, maar ook ongekend corrupt, waarbij er miljarden aan Europese subsidies worden gestolen. Zie o.a. het filmpje (Engels) dat de liberale fractie in het Europees Parlement daarover vorige week de wereld in slingerde. Het Europese bureau dat corruptie met subsidies onderzoekt, OLAF, heeft al diverse rapporten uitgebracht met bewijzen over concrete corruptiezaken, waar o.a. de schoonzoon van Orbán bij betrokken was en waaruit blijkt dat het met de corruptie hier werkelijk de spuigaten uit loopt.
Het "bijzondere" van de corruptie in Hongarije is dat er niet zomaar sprake is van individuen of bedrijven die misbruik maken van de regels - een vorm van corruptie die overal in mindere of meerdere mate voorkomt en die justitie-autoriteiten in andere Europese landen in meerdere of mindere mate bestrijden - maar dat de Hongaarse regering en het overheidsapparaat actief bij de corruptie betrokken zijn. De diefstal wordt voor een belangrijk deel van overheidswege georganiseerd en vervolgens wordt elk onderzoek ernaar van overheidswege (via de controle van de regering-Orbán over justitie en het gerechtelijk apparaat) gefrustreerd en geblokkeerd. Zo weet de nieuwe Fidesz-oligarchie miljarden euro's aan subsidies van Brussel af te romen, weg te sluizen of aan de juiste bevriende bedrijven toe te spelen.
Voor de goede orde. volgens de regering Orbán is er helemaal geen sprake van corruptie, maar is het legitieme doel om een nieuwe nationale bourgeoisie op te bouwen als maatschappelijk fundament voor het nationaal-christelijke beleid dat Hongarije de komende decennia vorm moet geven. Een ideologische rechtvaardiging die, zelfs als je het er mee eens zou zijn, uiteraard op geen enkele manier het overtreden van Europese regels rechtvaardigt.

Onder critici van de regering wordt inmiddels algemeen aangenomen dat Viktor Orbán zelf en zijn familie in de afgelopen acht jaar, mede dankzij een aantal stromannen, waarschijnlijk niet alleen superrijk zijn geworden, maar ook de controle uitoefenen over belangrijke delen van de Hongaarse economie (industrie, energie, transport, mijnbouw, landbouw en voeding, toerisme, onroerend goed). Maar tegelijk is het heel moeilijk om dat allemaal heel precies te bewijzen. Dat is altijd al zo als er sprake is van schimmige internationale constructies met reeksen BVs, belastingparadijzen, stromannen, en meewerkende advocatenkantoren en banken die zich op hun beroepsgeheim beroepen. Maar dat is extra zo in een land als Hongarije, waar nauwelijks meer vrije pers bestaat en het beetje dat er bestaat straatarm is. Átlátszó (Transparant) is zo'n clubje Hongaarse onderzoeksjournalisten die al jarenlang en met redelijk succes hun best doen om in ieder geval wat licht in de duisternis te werpen. In dit recente artikel met filmpjes (Engels) beschrijven ze hoe ze de bewegingen hebben gevolgd (o.a. met een eigen drone) van een luxe privé jacht en een luxe privé vliegtuig die met grote regelmaat blijken te worden gebruikt door een aantal van de mensen rond Viktor Orbán en ook door de premier zelf.

Ákos Hadházy, één van de oppositie politici die al jarenlang actie voert tegen de corruptie van Fidesz, is nu een nieuwe campagne begonnen. Ooit was Hadházy zelf lid van Fidesz, maar hij stapte daar in 2013 uit nadat hij op gemeenteniveau geconfronteerd werd met de georganiseerde corruptie door zijn toenmalige partij. Hij onthulde sindsdien vele corruptieschandalen, is nu een  onafhankelijk lid van het parlement, en is vorige week begonnen om 1 miljoen handtekeningen op te halen onder een petitie die ervoor pleit dat Hongarije lid wordt van het nieuwe Europese Openbaar Ministerie, een instelling die o.a. fraude met EU subsidies ook actief moet gaan vervolgen (en daarbij justitie in het land zelf kan omzeilen als dat niets doet). Dat bureau is één van de instrumenten waarmee de EU - beter laat dan nooit - wil proberen af te dwingen dat landen als Hongarije en Polen niet alleen stoppen met EU subsidies te frauderen, maar zich ook aan de democratische normen van de Unie te houden. Want wat, bijvoorbeeld, als de EU gaat eisen dat een land lid is van het Europees Openbaar Ministerie en zich zo open stelt voor controle, aleer het subsidie krijgt?

vrijdag 21 september 2018

Ziekenhuizen in crisis



Foto Runa Hellinga
Roestige trappen, verouderde airco, het ziekenhuis in Vác
Nadat in augustus al alle acht verpleegsters van de Intensive Care afdeling van het ziekenhuis in Ajka hun baan hadden opgezegd, hebben nu ook alle vijf artsen van de betreffende afdeling dat gedaan, aldus het blad Magyar Narancs. Onderbetaling, onderbezetting en abominabele werkomstandigheden zijn de redenen voor deze drastische stap.
Ziekenhuisautoriteiten zeggen dat de patiëntenzorg in Ajka onverminderd doorgaat en proberen de gaten op te vullen met het terughalen van gepensioneerde artsen en verpleegsters en invalkrachten.
Maar dat zal zo simpel niet zijn, aangezien de hele Hongaarse gezondheidszorg met enorme personeelstekorten kampt. Daardoor is de staf van alle ziekenhuizen zwaar overbelast, zijn er enorm lange wachtlijsten en moesten in diverse ziekenhuizen al afdelingen worden gesloten. Sterker nog, mede omdat de Orbán regering vele miljarden aan gezondheidszorg heeft onttrokken, hebben de meeste ziekenhuizen nu torenhoge schulden en is twee derde van de ziekenhuizen in een dusdanige slechte staat (gebouwen, apparatuur, voorzieningen) dat ze eigenlijk gesloten zouden moeten worden, aldus een intern rapport van de Hongaarse gezondheidsautoriteit in 2016. De situatie is sindsdien allerminst verbeterd.





donderdag 20 september 2018

Orbán vlucht vooruit

Slechts weinig demonstranten in Boedapest:"Bedankt Sargentini"
Het lijkt erop dat Viktor Orbán, in reactie op de aanname van het Sargentini rapport in het Europese parlement op 12 september, opnieuw de vlucht vooruit kiest door zich steeds openlijker op te werpen als de leider van een Europese coalitie van rechts-nationalistische partijen. In Hongarije zelf heeft het EP-besluit intussen helemaal niets veranderd: de oppositie is totaal machteloos en de uitbouw van de autoritaire partijstaat gaat onverdroten verder.
Drie recente Hongaarse nieuwsberichten illustreren dit laatste:
- De regering Orbán heeft bijna 6 miljard forint (18,5 miljoen euro) uitgetrokken voor een nieuwe affiche campagne. Bij eerdere campagnes werd bushaltes en reclameborden in het land volgeplakt met ‘regeringsinformatie’ tegen migranten, Brussel en de financier/filantroop George Soros. Gisteren verscheen een nieuw tv-spotje tegen Soros, Sargentini en Verhofstadt op de Facebook-pagina van de regering.
- Culturele instellingen in Hongarije die door de overheid worden gefinancierd zoals de Opera, nationale musea, het nationaal ballet enz., mogen op geen enkele manier meer met journalisten communiceren (individuele interviews, het uitbrengen van persverklaringen, het organiseren van persconferenties) zonder toestemming vooraf (48 uur) van het ministerie.
- Zoltán Spéder, de zakenman/miljonair achter de grootste nog overgebleven onafhankelijke nieuwssite index.hu, heeft zijn hele financiele belang in Index verkocht. Spéder was altijd een tussenfiguur die redelijk goede relaties met het Orbán regime probeerde te combineren met een onafhankelijke positie waarin een kritische website als Index paste. Een van de twee nieuwe eigenaren is een politicus van de christen democratische KDNP, een fractie binnen Orbán’s Fidesz-partij. En hoewel de redactie van index.hu hoopt op de oude voet verder te kunnen werken, stemmen eerder ervaringen met dit soort politieke overnames niet optimistisch.
Voor de goede orde: de drie berichten zijn van ná het EP besluit, maar ze zijn er niet het gevolg van. Al sinds de oneerlijke verkiezingen van april dit jaar, waarin Orbán een nieuwe tweederde zetelmeerderheid in het parlement wist te organiseren, worden de duimschroeven verder aangedraaid. In de afgelopen maanden zijn andere onafhankelijke media opgekocht en “kaltgestellt,” zijn plannen uitgelekt om de onafhankelijke Academie van Wetenschappen verder onder regeringscontrole te brengen en onderzoekinstellingen van de Academie op te heffen, zijn wetten aangenomen die de werkzaamheden van NGOs verder bemoeilijken, en wordt in regeringsgezinde media volop gezinspeeld op een op handen zijnde intensivering van de “Kulturkampf” met als doel het culturele en het wetenschappelijke leven verder te zuiveren van linkse en liberale invloeden.
Intussen zetten de Orbán-media onverdroten hun campagne voort die de Hongaren duidelijk moet maken dat West-Europa inmiddels in een staat van burgeroorlog leeft met islamitische en zwarte immigranten. Dagelijks publiceren ze berichten die meestal zwaar vertekend, soms ronduit gelogen zijn. De kerk die vorige week afbrandde in Amstelveen, waarschijnlijk door kortsluiting? Niet volgens Hir-Magazine, die zijn Hongaarse lezers voorhoudt dat deze unieke christelijke kerk door een menigte buitenlanders ("migránsok") in brand is gestoken en dat hun plaatselijke “leider” eist dat er op die plek nu een moskee wordt gebouwd.
Oppositie ingezakt
De Hongaarse oppositie is intussen op sterven na dood, en ook daar brengt het Sargentini rapport geen enkele verandering in. De centrum-rechtse oppositiepartijen wilden niet door Orbán voor landverraders worden uitgemaakt en spraken zich daarom tegen aanname van het Sargentini rapport uit (inclusief de LMP, officieel een groene partij en lid van de Groene fractie in het Europees Parlement). De linkse oppositiepartijen durfden openlijke steun voor sancties wel aan (hoewel dat er bij de socialisten nog even om hing), maar de gezamenlijke demonstratie voor een Europees Hongarije afgelopen zondag trok slechts een paar duizend mensen. De steun voor de oude oppositie is na de april-nederlaag volkomen ingezakt en hoewel onder Orbán-kritische Hongaren het Sargentini rapport over het algemeen met instemming is ontvangen, is er ook het wijdverbreide gevoel dat het te weinig en te laat is. De enige uitweg die de meesten voor zichzelf nog zien, is emigratie. Volgens het jongste onderzoek zijn, na de 800-duizend tot 1 miljoen Hongaren die het land inmiddels al hebben verlaten (8-10% van de bevolking), nog eens 1,2 -1,5 miljoen van plan om de koffers te pakken. Onder jongeren ligt het percentage potentiële emigranten zelfs op 41% ! Opvallend is ook dat een meerderheid nu expliciet zegt dat men weg wil om economische én politieke redenen.
Sterke man van het nieuwe Europa?
Het enige terrein waarop de aanname van het Sargentini rapport wel de nodige consequenties op korte termijn kan hebben, is de Europese politiek zelf. Nu een meerderheid van de Europese Christen Democraten van de EVP hun partijgenoot Orbán eindelijk de wacht hebben aangezegd, wordt het ook steeds minder ondenkbaar dat ze Fidesz uit de EVP zullen zetten. Orbán zelf loopt daar al op vooruit, zowel in de communicatie binnen zijn Fidesz partij, als in recente gesprekken met zijn Italiaanse en Oostenrijkse strijdmakkers van radicaal rechts Salvini en Strache. Zijn ambitie is nu, zo lijkt het, om na de Europese verkiezingen in mei volgend jaar als de nieuwe leider van nationalistisch rechts de EU te gaan leiden. Dat kan makkelijk te hoog gegrepen zijn (zie deze analyse in het Engels) en wie weet wat dat dan weer voor consequenties heeft voor zijn positie thuis.
(dit artikel verscheen eerder op www.sargasso.nl)


Met nieuw elan onder een nieuwe naam

foto Runa Hellinga
Bijschrift toevoegen
"Hungary and further" is niet meer, deze blog heet voortaan "Hongarije In-Zicht" en bevat vanaf nu artikelen van ons beiden - Runa Hellinga en Henk Hirs. Een nieuwe start: we willen weer met veel grotere regelmaat stukjes gaan plaatsen, mede op basis van nieuws uit onafhankelijke Hongaarstalige media (voor zover die er nog zijn), zodat dit blog weer een nuttige bron van informatie wordt voor een ieder die op de hoogte wil blijven van wat er hier allemaal gebeurt en leeft.

Wat blijft is dat we vanuit onze langdurige ervaring in en uitgebreide kennis van Hongarije schrijven over actuele ontwikkelingen, kleinere en soms persoonlijke  nieuwtjes en gebeurtenissen, en af en toe, wie weet, ook een meer analytisch achtergrondverhaal. Wat ook blijft is dat we dat proberen te doen met de nodige zorgvuldigheid die bij goede journalistiek hoort: feiten moeten kloppen, bronnen moeten duidelijk zijn, en het is altijd verstandig even een stapje terug te nemen en zaken vanaf enige distantie te beschouwen.

Maar we zijn uiteraard niet neutraal. Dat is hoe dan ook moeilijk, maar zeker in een land dat zich  steeds verder verwijdert van wat een Europese democratie en rechtstaat hoort te zijn. In zo'n land moet ook een journalist duidelijk zijn. Fictie en leugens zijn geen feiten, en bedrog en manipulatie zijn geen gelijkwaardige andere meningen die maar gewoon neutraal moeten worden weergegeven. De aarde is niet plat, "climate change" is een realiteit, en George Soros en Judith Sargentini hebben geen geheim plan om Europa te overspoelen met miljoenen migranten.

woensdag 6 juni 2018

Steeds minder Hongaren


Orbán's hoop: meer baby's
Borbolá Tóth dacht  al langer over een studie in het buitenland, maar sinds de Hongaarse verkiezingen begin april weet ze het zeker: ze gaat. "Dat Viktor Orbán weer gewonnen heeft, zette het licht op groen: ik ga naar Leuven voor mijn masters," zegt de 22-jarige studente Nederlands. Ze is bepaald niet de enige: na de Hongaarse verkiezingen zochten vier keer zoveel mensen als normaal op de website van EUwork, het grootste Hongaarse uitzendbureau voor werk in de EU, naar banen in West-Europa.
Tóth ziet het in haar eigen omgeving: al haar jaargenoten willen weg en ook haar ene broer heeft plannen. Haar vriend wil, net zal zijzelf uiteindelijk, in Nederland gaan werken. "Mij spreekt de Nederlandse openheid en directheid erg aan," zegt ze. Nederlanders lachen veel vaker dan Hongaren, vindt ze.
Ze treedt in de voetsporen van 600.000 Hongaren die volgens officiële cijfers afgelopen jaren het land verlieten om elders in de EU te werken of te studeren. Sinds 1990, toen er ruim tien miljoen mensen in Hongarije woonden, is de bevolking met 5,5 procent gedaald. Jarenlang was vooral het lage geboortecijfer verantwoordelijk voor die daling, maar de laatste jaren speelt migratie de hoofdrol. Volgens sommige onderzoeken overwegen nog 400.000 mensen om weg te gaan.
Volgens voormalig EU-commissaris László Andor zijn nog nooit zoveel Hongaren in vredestijd vertrokken. De directeur van de Nationale Bank, György Matolcsi, erkende onlangs tegenover ondernemers dat 4 procent van de beroepsbevolking inmiddels in het buitenland werkt.
Dat is waarschijnlijk een behoorlijke onderschatting. Volgens Eurostat woont 5,1 procent van de Hongaren inmiddels officieel in een ander EU-land, maar om in het buitenland te werken, hoef je daar niet ingeschreven te staan. Tienduizenden Hongaren die in Oostenrijk werken, forenzen bijvoorbeeld dagelijks heen en weer en wonen officieel gewoon thuis.
Die migratie heeft niet alleen negatieve kanten. Volgens schattingen sturen Hongaarse werknemers in het buitenland jaarlijks zo'n 3,5 miljard euro naar huis. Voor menige familie, maar ook voor het land zelf, is dat een belangrijke bron inkomsten. Gelijktijdig heeft Hongarije inmiddels een schreeuwend tekort aan arbeidskrachten. Winkels, ziekenhuizen en grote bedrijven: overal wordt personeel gezocht. Fruitboeren op het platteland vrezen voor hun opbrengst dit jaar, niet omdat vorst, hitte of ongedierte heeft toegeslagen, maar omdat er simpelweg geen mensen meer zijn die de appels of aardbeien kunnen plukken. Wie seizoensarbeid wil doen, kan beter bij een Nederlandse appelboer aan de slag.
Premier Viktor Orbán, die met vier dochters en een zoon zonder enige twijfel het goede voorbeeld geeft, heeft bevolkingsgroei tot een van de speerpunten van zijn beleid in de komende jaren verklaard. Maar toelating van migranten blijft voor hem onbespreekbaar. Meer kinderen moeten er komen. Voorlopig hoopt hij families over de streep te trekken met subsidies voor koopwoningen en andere financiële voordelen voor grote gezinnen.
Tóth kan zich niet indenken dat iemand daarom zou blijven: "Voordat je voor die subsidies in aanmerking komt, ben je drie kinderen en jaren verder", zegt ze. Probleem is dat bijna de helft van de vertrekkers net als zijzelf nog geen dertig jaar is. Driekwart is onder de veertig. Dat is precies de generatie die voor extra baby's zou moeten zorgen. Ze krijgen wel kinderen, maar steeds vaker gebeurt dat in het buitenland. Een op de zes Hongaarse baby's wordt inmiddels in den vreemde geboren.
Hoewel de verkiezingen Tóth het laatste zetje hebben gegeven, gaan de meeste mensen toch vooral vanwege de betere kansen en de hogere lonen in West-Europa. Het Hongaarse modale salaris bedraagt nog geen 800 euro per maand, het minimumloon rond de 300 euro.
Voor jongeren speelt de ruimere studiekeuze aan buitenlandse universiteiten een belangrijke rol. Een kwart tot een derde van de eindexamenkandidaten van Hongaarse topscholen kiest inmiddels voor een buitenlandse opleiding.  Zij vertrekken meestal niet 'voor goed'. Maar uit onderzoek van economisch instituut GVI blijkt dat degenen die in het buitenland studeren, daar uiteindelijk net als Tóth ook willen gaan werken. En hoe langer ze wegblijven, hoe groter de kans dat ze, bijvoorbeeld vanwege een partner, niet meer terugkomen. Terugkeer wordt helemaal moeilijk als er eenmaal kinderen zijn die elders naar school gaan.
Niet alleen de regering maakt zich zorgen. De onder jongeren populaire oppositiebeweging Momentum riep aanhangers kort na de verkiezingen op niet te vertrekken, maar zich thuis in te zetten voor verandering. Momentumbestuurslid en sociologe Anna Donáth weet zelf goed hoe aantrekkelijk dat buitenland is. Ze studeerde en werkte zes jaar in Nederland en deed een masters Migratie en Etnische Studies aan de Universiteit van Amsterdam. "Dat vak bestaat in Hongarije helemaal niet."
Aanvankelijk voelde ze zich niet echt thuis in Nederland. Dezelfde directheid die Tóth aantrekt, vond zij juist heel moeilijk. Dat veranderde toen ze een Nederlandse vriend kreeg. "Toen leerde ik Nederland eigenlijk pas echt kennen en zag ik de positieve kant. Mensen zijn niet alleen direct met hun kritiek, maar ook met hun complimenten."
Ze had zich dan ook net ingesteld op een toekomst in Nederland, toen haar Nederlandse vriend zo'n twee jaar geleden meldde dat hij wel naar Hongarije wilde. Ze vertrokken op de bonnefooi, maar vonden dankzij de krappe Hongaarse arbeidsmarkt allebei binnen zes weken werk.
De terugkeer had voor Donáth één schaduwzijde: "Al mijn oude vrienden woonden inmiddels in het buitenland." Toen iemand haar uitnodigde voor het zomerkamp van de nieuwe Hongaarse oppositiebeweging Momentum zei ze dan ook direct ja.
Inmiddels is ze fulltime actief in de organisatie, die bij de laatste verkiezingen ruim drie procent van de stemmen haalde: "Om te blijven moeten mensen een goede reden hebben en dat kan alleen als het land verandert. Hongaren zijn op dit moment ontzettend verdeeld en wantrouwig. We moeten ons ervoor inzetten dat we opnieuw met elkaar leren praten en elkaar weer gaan vertrouwen. Alleen zo kunnen we opnieuw een Hongarije opbouwen dat je niet wilt verlaten en dat het waard is om voor terug te komen."

zondag 27 mei 2018

Vegetarisch eten op school? Dat kan niet zomaar.

Schoolmaaltijd: wel vlees, geen groente.
Je kind vegetarisch, laat staan veganistisch opvoeden? Niet als het aan het Hongaarse Ministerie van Menselijk Potentieel ligt. Achter deze wonderlijke naam verschuilt zich onder meer het departement voor onderwijs, dat sinds drie jaar voorschrijft dat schoolmaaltijden dierlijke producten dienen te bevatten. Bij peuters die naar een crèche gaan, moet in iedere maaltijd zelfs iets van vlees of melk zitten. Dat is goed voor de botten.
De oplossing lijkt simpel: je kind zelf eten meegeven. Maar dat gaat zomaar niet. Het warme middagmaal is de Hongaarse hoofdmaaltijd en de schoolmaaltijd daarom een vast, en verplicht, onderdeel van de schooldag. Dat moet je serieus nemen. Dezelfde ministeriële voorschriften verbieden daarom het meegeven van ouderlijke lunchpakketten.
Er is op die schoolmaaltijden veel af te dingen, ook als je niet vegetarisch eet. Ze mogen niets kosten en zijn vaak te vet en te zout. Groente, als al, is overgaar of bestaat uit zoetzure augurken of ander zoetzuur. Wel populair is fözelék, een stevig doorgekookte groentestoofpot, in dikte iets tussen puree en soep en gebonden met een meelpapje en vaak nog room. Het is een soort gerecht dat - op de knoflook die er vaak in zit na - niet misstaan zou hebben op een Nederlandse eettafel in de jaren zestig. Vaak drijft bovenop een knakworstje, vanwege dat vlees.
De slechte kwaliteit van de schoolkeuken was vroeger bij mijn zoon op school dat ook een vast punt op de ouderavond. Daar kwamen trouwens ook hilarische voorbeelden van 'vegetarische' maaltijden voorbij, zoals een bouillon getrokken van botten. Bouillon bevat geen vlees, toch?
Nu zijn niet alle scholen even streng. Daardoor ontdekte de moeder van een zevenjarige die sinds zijn peutertijd slechts kokhalzend vlees eet, pas niet zo lang geleden dat zijn vleesloze dieet al jaren tegen de regels is. Aanleiding was de komst van een nieuw schoolcateraar. Die hield zich strikt aan de regels, niet in de laatste plaats omdat de zeer gedetailleerde ministeriële maaltijdvoorschriften het knap moeilijk maken om tegemoet te komen aan speciale dieetwensen.
Aan nieuwssite Index.hu vertelde de moeder over haar Kafkaiaanse pogingen om haar zoontje desondanks vleesloos te laten eten. Het begon met een telefoontje van een gemeenteambtenaar dat het kind vanaf nu gewoon met de schoolpot moest mee eten. Of het nou vlees lust of niet. En nee, een eigen lunch meegeven mocht dus niet.
De cateraar wilde uiteindelijk wel vleesloos koken, maar alleen als ze een doktersverklaring kon overleggen dat het kind geen vlees verdroeg. Niet zomaar van de huisarts, nee, van een gastro-enteroloog. Tot dan moest het eten wat op zijn bordje kwam. Of niet eten, dat kon natuurlijk ook.
Nu maak je in Hongarije, net als in Nederland, niet zomaar met een specialist. De moeder had er bovendien een hard hoofd in dat die een verklaring zou tekenen dat het kind geen vlees verdroeg, alleen omdat het dat niet lustte.
Gelukkig was er nog een ‘klein poortje’, zoals de Hongaren dat noemen, een regeltje waarmee je de andere regels kunt omzeilen. In dit geval was dat: godsdienstvrijheid. Als ze nou gewoon even wilde beweren dat haar kind om religieuze redenen geen vlees at? Het liegen stond haar tegen. Maar dat heeft ze uiteindelijk maar gedaan.

donderdag 4 januari 2018

Beer in de keuken

Dictator Ceausescu op berenjacht
Begin november hoorde de familie Domokos in het Roemeense Băile Tușnad enorm gestommel de keuken. Toen ze gingen kijken, zagen ze een beer die bezig was hun koelkast uit te ruimen. Het beest ging ervandoor, maar niet met lege poten: hij nam de reuzel en de auberginecreme mee en peuzelde die in de tuin op. Toen de familie noodnummer 112 belde, werd hen verteld dat er even niemand kon komen: de lokale politie was net op weg naar een naburig pension, vanwege een melding dat daar een beer had ingebroken.
De familie Domokos was zeker niet de enige die zoiets overkomen is. Beren die pannenkoeken uit de keuken jatten of voorraden uit de schuur zijn een normaal verschijnsel in de Roemeense Karpaten. Sinds de zomer wordt de regio geplaagd door lastige beren en wie dacht dat de dieren een winterslaap houden, komt bedrogen uit. De (onvolledige) oogst van de afgelopen maanden: begin januari raakte een man gewond toen hij een beer uit zijn tuin verjoeg. Gelukkig waren zijn honden bij hem om hem te helpen. Minder gelukkig liep het in december met een jager af, die door een beer werd aangevallen. Overigens was de jager op illegale berenjacht.
Op 3 november raakte in Brasov, een stad van 250.000 inwoners, een 27-jarige man gewond door een beer. Een dag later haalden beren in dezelfde stad een afvalcontainer leeg. In dezelfde week werd een berghut in de buurt van Brasov drie keer door een beer bezocht. De laatste keer wist hij in de keuken door te dringen en pikte de suiker mee. Sindsdien is de beer nog herhaaldelijk gesignaleerd, begin januari stond hij naast de lokale skipiste. In Băile Tușnad roofden beren niet alleen auberginecreme, maar ook de kaarsen en bloemen van het lokale kerkhof. En in de toeristenplaats Busteni moest de politie op één avond maar liefst tien beren gelijktijdig de stad uitjagen.
Roemenië is met naar schatting 6000 beren het meest beerrijke land van de EU. Dat is wel eens anders geweest. Na de Tweede Wereldoorlog was de soort haast uitgestorven. Maar in de communistische tijd werden ze beschermd. Er werd wel op hen gejaagd, maar alleen door de partij-elite, en uiteindelijk slechts door één man, dictator Niculae Ceausescu, die de beren op speciale voederplaatsen liet voeren, zodat hij zittend op een hoogzitter soms tien of meer dieren op een dag kon afschieten.
Maar zelfs Ceausecu kon alleen niet zoveel dieren omleggen dat hij de groei van de berenpopulatie daarmee stopte. Na de val van het communisme kwamen er jachtvergunningen. Buitenlanders hadden de 10.000 euro die de Roemenen voor het schieten van een beer vroegen, er graag voor over. Jaarlijks kostte dat zo'n 550 beren het leven, maar in 2016 werd de Roemeense jacht op beren, en die op wolven en lynxen, tot veler verbazing van de ene op de andere dag helemaal verboden.
Sindsdien is het aantal beren verder gegroeid, maar dat is volgens het Wereldnatuurfonds niet de belangrijkste reden waarom ze het bos uitkomen. Die organisatie wijst op de ongecontroleerde Roemeense boskap, die het leefgebied van beren en wolven in het Karpatengebergte ernstig aantast. Verder worden de dieren aangetrokken door voedselresten die toeristen bijvoorbeeld achterlaten. Om die reden was Poenari, een van de populairste kastelen in Roemenië, afgelopen zomer een paar dagen dicht toen een berenmoeder met drie jongen het pad erheen onveilig maakten. Uiteindelijk werd die familie naar elders verplaatst.
Bewoners van de Karpatenregio hebben geen boodschap aan zulke argumenten. Zij willen simpelweg af van de dieren, die niet alleen auberginecreme en suiker, maar ook schapen en geiten roven en die al een aantal mensen ernstig verwond hebben. Menigeen heeft inmiddels zelf actie ondernomen, op de meest beeronvriendelijke manier: door lokaas met een langzaam werkend gif neer te leggen, zodat de dieren een eind van de bewoonde wereld een buitengewoon nare dood sterven.
Onder publieke druk hebben professionele jagers onlangs opdracht gekregen de 140 meest problematische beren en 97 wolven af te schieten. Natuurbeschermers protesteren heftig. Volgens hen is het een betere oplossing om de bewuste beren te vangen en te exporteren naar landen met een kleinere berenpopulatie, waar nieuw bloed welkom is en dreigende inteelt kan voorkomen.
Maar zo makkelijk is dat niet, heeft minister van milieubescherming Gratiela Gavrilescu al gemerkt. Midden oktober peilde zij tijdens een conferentie over biodiversiteit in de EU of andere berenlanden interesse in de Roemeense dieren hadden. Het antwoord was een duidelijk nee. Geen Zweed, Kroaat, Fin, Slowaak of Sloveen zit te wachten op een Roemeense beer in zijn vuilnisbak.