dinsdag 31 januari 2012

Autobelasting in Budapest?

Met een beetje pech staat in februari het openbaar vervoer in Budapest stil. Niet vanwege stakingen, maar omdat de BKV, het openbaar vervoersbedrijf op de fles dreigt te gaan. De BKV draait al jaren verliesgevend, deels, omdat er vrijwel nergens op de wereld openbaar vervoer bestaat waar geen staatsgeld bij moet, deels omdat het bedrijf gewoon buitengewoon inefficiënt gerund wordt.
Metro in Budapest
Dan heb ik het niet over de infrastructuur, die op zich prima is, zij het dat het materieel soms wel erg oud is, maar over management en personeelsbeleid. Het probleem is dat de regering, die ook moet bezuinigen, dat onder meer wil doen door te besparen op de subsidie van de BKV. Niemand weet of en hoeveel Budapest dit jaar van de staat gaat krijgen om de boel draaiende te houden.
Een wereldstad als Boedapest zonder openbaar vervoer... je kunt je het sociale en economische drama dat daaruit volgt niet voorstellen. Je mag hopen dat het gezond verstand op tijd ingrijpt, maar voorlopig is de hoofdstad op zoek naar noodmaatregelen. En één daarvan is het plan om een autobelasting in te gaan voeren voor het gebruik van de hoofdstedelijke straten. De opbrengst daarvan zou de BKV overeind moeten houden.
En niet zomaar een belasting. Ze willen maar liefst 10.000 forint, pakweg 33 euro, per maand gaan vragen. In een land waar het minimumloon op iets van 90.000 forint ligt, betekent dat iemand met een minimuminkomen in Boedapest dus meer dan 10 procent per maand zou zijn alleen om te mogen rijden.

woensdag 25 januari 2012

Nieuw Hongaars kiesstelsel vooral goed voor de winnaar

Het nieuwe Hongaarse kiesstelsel? Een beetje ingewikkeld onderwerp, ik weet het. Maar de veranderingen die regeringspartij Fidesz beoogt, zijn ingrijpend en bepalend voor het Hongaarse politieke landschap in de komende jaren. Dus ik waag me er toch maar aan.
Hoe het nieuwe kiessysteem precies gaat uitzien, weten ze alleen in Fidesz zelf en naar ik aanneem ook in de christen-democratische coalitiepartner, de KDNP. Zoals dat tegenwoordig gaat in de Hongaarse politiek, worden de andere partijen in het parlement min of meer voor voldongen feiten geplaatst nadat de regeringscoalitie de zaak intern heeft uitgepraat. Ook het wetsontwerp dat Fidesz-fractievoorzitter János Lázár indiende, is duidelijk niet het finale woord, want de eerste amendementen, vanuit Fidesz, zijn inmiddels al ingediend en waarschijnlijk weten we pas na de stemming exact wat we gekregen hebben, want wetsontwerpen veranderen vaak tot het allerlaatste moment.
Desondanks, de plannen beginnen wel contour te krijgen, en twee dingen zijn duidelijk: het nieuwe systeem is vooral goed voor die partij die als grootste uit de stembus komt, en er wordt alles aan gedaan om te garanderen dat die grootste straks Fidesz heet. Zelfs als die partij een groot deel van haar populariteit verliest, moet de oppositie het wel heel goed doen om de huidige regeringspartij in het nieuwe systeem te verslaan. En met goed doen bedoel ik vooral dat de oppositie al voor de verkiezingen innig gaat samenwerken. Zolang de politieke tegenstanders verdeeld zijn, hoeft Fidesz, een partij die op dit moment althans kan rekenen op zijn vaste, conservatieve aanhang op het platteland, straks niet meer dan iets van dertig procent van de stemmen te halen om een ruime meerderheid in het parlement winnen en dan heeft 70 procent van de kiezers het nakijken.

vrijdag 20 januari 2012

Vrijheid van meningsuiting

De neiging van de internationale media om de Hongaarse premier Viktor Orbán als een dictator in de dop af te schilderen is groot. En de verontwaardiging van Orbáns aanhangers over die beschuldiging ook. Hongarije een dictatuur? Is er een krant of medium verboden vanwege zijn opinie, zit er een journalist in de gevangenis of is er demonstrant opgesloten vanwege protesten tegen de regering, worden er demonstraties verboden? Niets van dat alles, toch? En ze hebben gelijk. Er zit in Hongarije niemand vast vanwege zijn mening, er zijn geen media om die reden verboden, er zit niemand om zijn mening in het gevang, en formeel staat niets het vrije demonstratierecht in de weg. Hongarije is inderdaad geen dictatuur.
Anti-regeringsdemonstratie
Maar bij rechten draait het om meer dan de vraag of ze volgens de wet bestaan, maar ook om de vraag hoe makkelijk het is om van dat recht gebruik te maken. Mediavrijheid in de betekenis die de regeringspartij Fidesz gebruikt, beperkt zich puur daartoe dat oppositiemedia het bestaansrecht niet wordt ontzegd. Maar bij mediavrijheid draait eigenlijk om meer. Het gaat erom of een regering zich er daadwerkelijk voor inzet dat de pluriformiteit wordt gewaarborgd en of alle media gelijk worden behandeld. En dat schort er momenteel aan.
Het probleem is niet eens de veel-bekritiseerde mediawet, al zou die wel degelijk een probleem kunnen zijn. Maar die wet wordt tot nu toe voorzichtig gebruikt. Om media onder druk te zetten, worden andere middelen gebruikt.

maandag 16 januari 2012

Een Fidesz-sympathisant aan het woord

“Ik vind dat premier Orbán fouten maakt, maar voor mij heeft hij één grote verdienste: hij heeft Hongaren hun zelfbewustzijn teruggegeven. In 2010, voor de verkiezingen, was het moreel heel laag. Hij heeft gezorgd dat mensen weer trots zijn op hun land,” aldus András Csengő, Hongaar en Nederlander, werkzaam voor een groot internationaal bedrijf en sinds jaren aanhanger van de Hongaarse regeringspartij Fidesz. Csengő groeide op in Nederland, maar woont sinds vele jaren in Hongarije. Kritiekloos is hij zeker niet, maar de storm van afkeur die Hongarije dezer dagen over zich heen krijgt, begrijpt hij niet. „Ondanks fouten gaat het voor mij negentig procent de goede kant op.” Hij stoort zich ook aan wat hij ervaart als eenzijdige berichtgeving. Fidesz is voor Csengő vooral de partij die een einde maakte aan jaren van onzekerheid en socialistisch wanbeleid. De socialistische ex-premier Gyurcsány, waar momenteel een – volgens de oppositie politiek gemotiveerd – corruptieonderzoek tegen loopt, hoort voor hem in de gevangenis. „Die heeft alles bij elkaar gestolen,” zegt hij, al erkent hij dat corruptie nog steeds een probleem is. Csengő prijst het besluit om Hongaren in de buurlanden een Hongaars paspoort te geven, al weet hij niet echt wat hij moet denken van plannen om die groep ook stemrecht te geven. Hij staat volledig achter de extra winstbelasting die de regering banken oplegde – een van de maatregelen die internationaal onder vuur liggen – en heeft begrip voor de omstreden onteigening van de private pensioenfondsen vorig jaar. Het verdient misschien geen schoonheidsprijs, maar buitengewone tijden vragen soms om ongewone oplossingen, vindt hij.

zaterdag 7 januari 2012

Imre Nagy, een heikel probleem

Niet zo lang geleden besloot het Hongaarse parlement om de Imre Nagy medaille, vernoemd naar de leider van de opstand tegen de Russen in 1956, af te schaffen. De onderscheiding was bedoeld voor mensen die „patriottische moed tonen, de Hongaarse onafhankelijkheid dienen en werken aan sociale dialoog, sociale vrede en de eenheid van de natie”. Volgens een parlementariër van regeringspartij Fidesz die de medaille kwijtwil, is de onderscheiding inmiddels „uitgereikt aan iedereen die hem heeft verdiend”. Een opmerkelijk argument. Sociale dialoog, sociale vrede en eenheid van de natie zijn blijkbaar geen nastrevenswaardige doelen meer. Een andere Fidesz-parlementariër, Mária Wittner, die na 1956 ter dood werd veroordeeld wegens haar deelname aan de opstand (een straf die later in levenslang werd omgezet, en in de jaren 70 eindigde met een amnestie), zei eerlijker waar het op stond.

vrijdag 30 december 2011

Nieuwe Hongaarse grondwet

De nieuwe grondwet die Hongarije op 1 januari invoert, is volgens premier Viktor Orbán een belangrijke stap in de definitieve afrekening met het communisme. Maar critici zien de wet eerder als een belangrijke stap in de invoering van een nieuw autoritair bewind. En de beelden van 27 oppositieparlementariërs en activisten die de dag voor Kerstmis werden gearresteerd omdat ze protesteerden tegen de wijze waarop wetgeving er in het parlement zonder discussie doorheen wordt gejaagd, bevestigen het imago van een bewind dat het met de democratie niet erg nauw neemt.
De arrestaties waren slechts één incident in een roerige week waarin vooral de persvrijheid te leiden had. In het begin van de week kreeg Klubrádio, het enige oppositionele radiostation, te horen dat het per februari haar frequentie kwijtraakt aan een nieuwe muziekzender, een beslissing die ook de regeringsgezinde politiek commentator Ferenc Kumin “onbegrijpelijk” noemde.
Eind van de week werd Index, de grootste onafhankelijke nieuwssite van Hongarije, de toegang tot het parlement ontzegd nadat twee verslaggevers in het parlementsgebouw een satirisch filmpje hadden opgenomen en daarmee “minachting voor de volksvertegenwoordiging” hadden getoond.
Ook ontsloeg de staatstelevisie twee verslaggevers die sinds twee weken een hongerstaking hielden. Ze protesteerden ertegen dat diezelfde staatstelevisie het gezicht van kritische voormalige hoofd van de Hongaarse Hoge Raad in een verslag had uitgevaagd alsof het om een misdadiger ging. Ironisch genoeg was zulk wegretoucheren van politieke tegenstanders een gebruikelijke praktijk in de jaren van het communisme, waarmee Orbán volgens eigen zeggen wil afrekenen.
Maar niet alleen de media staan onder druk. De Europese Unie maakt zich zeer bezorgd over een nieuwe wet die een einde maakt aan de onafhankelijkheid van de Nationale Bank, en protesteert ook tegen een bepaling in de nieuwe grondwet dat belastingwetgeving in toekomst alleen met een tweederde meerderheid veranderd kan worden. In een reactie aan Barosso zei Orbán dat beide wetten belangrijke pijlers waren van de grondwet die op 1 januari wordt ingevoerd, en dat uitstel van de stemming daarover dan ook uitgesloten was.
De wetgeving over de Nationale Bank is vooral een punt van zorg, omdat de nieuwe wet de regering de mogelijkheid geeft de reserves van de bank te gebruiken, bijvoorbeeld voor het dichten van het gat in de begroting. De belastingwet raakt de fundamentele kritiek dat de nieuwe grondwet meer is dan slechts een kader voor toekomstige wetgeving, maar een bevestiging van het streven van de huidige regering om haar macht voor vele jaren vast te leggen.
"De nieuwe grondwet beoogt niet meer en niet minder dan de totale ideologische en spirituele hervorming van Hongarije,” aldus Milós Tallián, commentator bij het toonaangevende weekblad HVG en bij het conservatieve politieke weblog Mandiner. Het Hongarije dat Orbán voor ogen staat, is volgens hem een soort mengsel tussen Poolse vroomheid, de ijver van het Verre Oosten, Russische autoritaire willekeur en de natuurgebondenheid van traditionele agrarische samenlevingen. Volgens Tallián is de nieuwe grondwet dan ook op vele punten in conflict met de Europese regelgeving.
De Hongaarse regering lijkt op dit moment totaal niet genegen zich de binnen- en buitenlandse kritiek aan te trekken. Het omgekeerde lijkt eerder het geval. Orbán sprak de afgelopen weken herhaaldelijk over bewuste internationale financiële aanvallen op Hongarije. De conservatieve commentator Gábor Török beschuldigde Brussel er min of van Hongarije tot het bankroet te willen drijven om premier Orbán af te kunnen zetten. Maar dat zal niet gebeuren, aldus Fidesz-fractievoorzitter János Lázár: “Er mag nu veel onrust zijn, al kan ik niet zeggen of die intern is of van buitenaf wordt veroorzaakt, maar één ding is zeker: Viktor Orbán blijft minstens tot 2014 premier.”

maandag 26 december 2011

Parlementair disrespect

Een jaar geleden werd de omstreden Hongaarse mediawet ingevoerd, en eerlijk is eerlijk: tot nu toe heeft dat weinig gevolgen gehad. Dat zul je Fidesz-politici ook altijd horen betogen: "Hebt u een voorbeeld waarin deze wet media het werken onmogelijk heeft gemaakt?" En dan moet een mens eerlijk nee antwoorden.
Dat zegt niet dat de wet goed is. Je kunt de doodstraf in je wetboek hebben staan, en hem nooit toepassen. Maar dat betekent uiteraard niet dat het geen probleem is dat je de doodstraf in je wetboek hebt staan. Per slot van rekening blijft de optie om hem te gebruiken, bestaan.
Dat geldt ook voor de mediawet. Die wordt niet goed, alleen maar omdat de autoriteiten zich inhouden bij het gebruik daarvan. Het is tot nu toe nog niet gebeurd is dat media om inhoudelijke redenen een boete opgelegd hebben gekregen. Maar het dreigement dat dat wel gebeurt, blijft bestaan. Als er straks verkiezingen plaatsvinden, en alle oppositiemedia worden dan uitgeschakeld door middel van forse boetes, dan heeft de wet zijn werk gedaan.
Bovendien: het feit dat de wet bestaat, heeft ook zonder boetes de nodige gevolgen. Sinds midden dit jaar, toen de mogelijkheid tot het uitdelen van boetes in werking trad, hebben veel journalisten van hun eigenaren de opdracht gekregen zich in te houden. Zelfcensuur.
Nu wil de regering natuurlijk ook graag aan alle critici bewijzen dat hun kritiek op de mediawet onterecht is. Daarom is het eigenlijk interessanter om te kijken wat daarbuiten het afgelopen jaar met de media gebeurd is. En de gebeurtenissen van de afgelopen week zijn een zorgwekkend voorbeeld.
Vorige week dinsdag werd bekend dat Klubradio, het enige onafhankelijke nieuwsstation dat er nog is, per februari uit de lucht moet. De zender raakt zijn frequentie kwijt ten koste van een of ander nieuw muziekstation. Argument om Klubradio de frequentie af te nemen, is dat ze vorig jaar een nieuwe frequentie gekregen hebben. Alleen: de licentie voor die nieuwe frequentie is hen uiteindelijk nooit verstrekt. Kafka zou het bedacht kunnen hebben: je krijgt de ene frequentie niet omdat je een andere hebt, en je krijgt de andere niet omdat je de ene hebt. Eindresultaat, zoals het zich nu laat bezien: exit Klubradio.
Gelijktijdig werd de nieuwsportal Index vorige week de toegang tot het parlement ontzegd, omdat ze een kerstvideo hadden gemaakt die van "disrespect voor het parlement" getuigt.

Het is niet voor het eerst dat journalisten die jaar het werken in het parlement moeilijk of onmogelijk wordt gemaakt. Onder de vorige regering hadden journalisten die regelmatig in het parlement moesten zijn, een permanente toegangspas. Die is afgeschaft. Fotografen mogen alleen nog maar vanaf een bepaalde plek fotograferen, zodat lanterfanterende parlementariers niet voor de les betrapt kunnen worden terwijl ze hun Facebook-account bijwerken.
Of nog nuttigere dingen doen, zoals het stemmen op wetsontwerpen die ze net een uur eerder voor hun neus hebben gekregen, waarover geen enkel parlementair debat is gevoerd en waarvan ze geen idee hebben waar het over gaat. Dat is een normale gang van zaken in het huidige Hongaarse parlement. Over respect gesproken.