woensdag 11 mei 2016

Boedapester bomen

foto Runa Hellinga
Het opgeknapte Kossuth tér
Deze week werd in Boedapest het hernieuwde Moszkva tér (Moskouplein) heropend. Of Széll Kálman tér, zoals je sinds enkele jaren hoort te zeggen, al doet het merendeel van de Boedapesters dat niet. Széll was een door weinigen herinnerde minister van financiën en premier aan het einde van de negentiende eeuw. Iedereen daarentegen weet waar Moskou ligt.
Maar goed. Het plein heeft niet alleen zijn communistische naam verloren, maar ook zijn communistische architectuur en het ziet er veel mooier uit dan het was. Maar het schijnt dat er nogal wat klachten zijn over de geringe hoeveelheid groen. Nou was het oude Moszkva tér bepaald niet het groene hart van de stad en je moet het nieuw geplante groen natuurlijk even de tijd geven om groot te groeien. Maar bomen zijn nu eenmaal een teer punt in de Boedapester ziel.
De afgelopen jaren waren er in de stad diverse protestacties tegen renovatie- en vernieuwingsplannen. Zelden gingen ze - behalve in het zevende district waar helemaal geen bomen zijn - over de architectuur. Vaak daarentegen over de bomen die zouden sneuvelen. Zelfs als het eindresultaat groener zou worden dan de beginsituatie.
Begin jaren negentig bestond het midden van het toenmalige Roosevelt tér (nu Széchenyi tér) uit een lelijke asfaltplak met een parkeerplaats en, juist ja, een aantal bomen. Toen er eind jaren negentig plannen kwamen om die parkeerplaats te vervangen door een parkeergarage, kwamen er protesten: een paar van de bomen zouden het loodje leggen. Het plan ging desondanks door. Het asfalt werd vervangen door gras en bloemen, de meeste bomen overleefden en het hele plein ziet er aanzienlijk fraaier uit dan het was.
Maar in de Nagymező utca ging de bouw van een parkeergarage in 2006 niet door vanwege protesten uit de buurt tegen de kap van de bomen in die straat. En toen de huidige regering een aantal jaren geleden aankondigde dat ze het Kossuth tér bij het parlement zouden gaan vernieuwen, was het ook vooral het lot van de bomen dat protesten uitlokte. Niet dat die protesten de renovatie tegenhielden, en eerlijk is eerlijk, dankzij het kappen van de bomen heb je voor het eerst in jaren vanaf het plein zicht op de Donau en de heuvels erachter. En persoonlijk vind ik dat uitzicht eigenlijk veel mooier dan de bomen die er vroeger stonden.
Momenteel voert een groep milieuactivisten al wekenlang actie in het Városliget, het Stadspark, tegen de voorgenomen bouw van een museumwijk naast en in het park. Niet vanwege het idee zelf, hoewel daar best wat op af te dingen is, zoals het prijskaartje dat eraan hangt, of de vraag of het eigenlijk wel zo slim is om alle belangrijke musea in de stad in een wijk te bundelen. Maar daar gaat het de activisten niet om. Zij protesten vanwege de bomen die voor het plan gekapt moeten worden.
Nou gaan er niet alleen bomen gekapt worden, maar krijgt dat hele deel van het park een opfrisbeurt. En daar is best wat voor te zeggen, want het Stadspark is groot en juist dat deel van het park waar de musea gepland zijn, is behoorlijk verwaarloosd, wordt betrekkelijk weinig gebruikt en is bovendien niet helemaal ongevaarlijk (tussen die laatste twee feiten is natuurlijk een verband). Toen onze zoon nog naar een school naast dat park ging, legde de school leerlingen een verbod op om alleen het park in te gaan nadat enkelen tussen de bosjes met enige geweld van hun mobiel beroofd waren, Maar een boom is een boom. Die moet blijven staan.
De ironie wil dat er een tijd was dat Boedapest helemaal geen bomen wilde. Midden negentiende eeuw stond de gemeenteraad van het toenmalige Pest op zijn achterste benen toen graaf István Széchenyi voorstelde om bomen in de stad te planten om het stadsklimaat te verbeteren. Pest was in die jaren haast net berucht vanwege het stof als Londen vanwege de smog. Maar bomen? In de stad? Was Széchenyi nou helemaal belazerd? Ze waren toch geen provincieplaats? Uiteindelijk kwamen er wel wat bomen. Maar die hielpen niet echt tegen het stof. Dat verminderde pas, toen de straten werden verhard. Zoals het een echte grote stad betaamt.

zondag 1 mei 2016

Europa's nieuwe grenzen: het dreigende einde van een Euregio

Foto Runa Hellinga
Grens op de Brennerpas. Straks weer een slagboom?
"Dit is het begin van het einde van de EU," zei Geert Wilders heel tevreden na afloop van het referendum over Oekraïne. De PVV-politicus kan zich niets mooiers indenken: ons eigen kleine Nederlandje, veilig binnen zijn eigen grenzen. Onze eigen gulden terug, en als je naar het buitenland wil, lekker in de file voor de grenscontrole. Een dagje fietsen in Euregio Maas-Rijn, kriskras over kleine weggetjes van Zuid-Limburg naar Duitsland en België? Niet als het aan de Limburgse politicus ligt.
Op de Oostenrijks-Italiaanse Brennerpas dreigt Wilders droom binnenkort realiteit te worden. Daar dreigt een nieuwe Europese grens een einde te maken aan de Euregio Tirol-Südtirol-Trentino  Nog is een provisorisch grenspaaltje in outlet-center Brennerpas het enige dat erop wijst dat je bovenop de Italiaans-Oostenrijkse staatsgrens staat. Hoe idioot die grens is, merk je zodra je van het ene land naar het andere loopt. Aan beide kanten van de grens spreken mensen hetzelfde Duitse dialect, betalen ze met de euro, eten ze Tiroler Speck en Knödel en gaan ze in Innsbruck winkelen. Zolang het duurt. Want als het aan de Oostenrijkse minister van defensie Hans Peter Doskotil ligt, voert dat land vanaf eind mei weer grenscontroles op de Brenner in.
De eerste bouwwerkzaamheden zijn al begonnen en Doskotil dreigt onder extreme omstandigheden met totale afsluiting van de pas. De reden: vluchtelingen. Op deze koude, winderige ochtend loopt er slechts één kleumende Pakistaan in een dunne katoenen traditionele shalwar en kameez over straat. Het kleine transit-opvangcentrum in Brenner, het Italiaanse dorpje bovenop de pas, is gesloten. Maar Oostenrijk vreest dat er deze zomer wel eens een miljoen vluchtelingen vanuit Libië naar Italië zouden kunnen oversteken.
In een café in Brenner is op een foto te zien hoe het vroeger was. Bij de oude grenspost, waar nu lederhosen worden verkocht, stond een slagboom die voor iedere auto open en dicht ging. Op de foto is maar weinig verkeer. Maar de Brenner is tegenwoordig de drukste overgang over de Alpen naar Italië en de eindeloze stroom vrachtwagens die op een koude aprildag over de pas kruipen doet het ergste vermoeden voor de zomerse files die grenscontroles nu zouden veroorzaken. Italië is dan ook woedend en heeft gedreigd met een EU-procedure tegen Oostenrijk.
Lena Fassnauer en haar drie klasgenoten in het St. Margarethenscholencentrum in het Zuid-Tiroolse Sterzing reageren emotioneel op de vraag hoe ze denken over de aangekondigde controles. Ze wonen weliswaar in Italië, maar ze zijn opgegroeid in de euroregio en kennen geen grens. Ze hebben vrienden in Oostenrijkse buurdorpen en het Oostenrijkse Innsbruck, een half uur met de auto, is de stad waar ze uitgaan en waar ze volgend jaar willen gaan studeren. Omgekeerd is het Oostenrijkse en Duitse toerisme van enorm belang voor de regio, maar wie komt er straks voor een dagje of een lang weekend als hij op de terugweg uren in de file staat? Ze kunnen het zich niet indenken, een echte grens tussen hen en Oostenrijk.
De vier hebben Italiaanse paspoorten, maar als je het vraagt wat ze zich voelen, aarzelen ze niet: Zuid-Tiroler, Tiroler ook, maar Italiaan? Nee. Vooral Lena ziet Italiaans echt als vreemde taal. Sterzing is Duitstalig, net trouwens als tweederde van alle Zuid-Tirolers.
Foto Runa Hellinga
Sterzing, Zuid-Tirool
Tot 1918 behoorde Zuid-Tirool tot Oostenrijk. Italië kreeg het gebied als beloning voor de steun die dat land tijdens de Eerste Wereldoorlog vanaf 1915 aan de Entente tegen Duitsland en Oostenrijk heeft gegeven. Op dat moment was Zuid-Tirool geheel Duitstalig, maar de Italianen wilden graag een bergketen als grens.
Tussen 1956 en 1988 kende Zuid-Tirool een autonomiebeweging die zo'n 361 aanslagen pleegde. Sinds de grenzen in 1996 opengingen, is het Tiroler nationalisme minder luid, maar de in 2007 opgerichte afscheidingsgezinde Süd-Tiroler Freiheit is juist onder jongeren populair, zegt leraar Franz Kompatscher.
Kompatscher is ook burgemeester van de gemeente Brennero waar Brenner, een dorpje van 250 inwoners, deel van uitmaakt. Het dorpje bouwde in 2014, toen de vluchtelingenstroom op gang kwam, al een transitopvang. Momenteel passeren er dagelijks zo'n dertig vluchtelingen. Maar er is tegenwoordig ook een stroom in omgekeerde richting, naar Italië, zegt Kompatscher.
De burgemeester is groot voorstander van de open Euregio, en niet alleen omdat hij zich zorgen over de gevolgen als er straks duizenden asielzoekers in Brenner stranden. De Euregio betekent echt iets voor de dorpen. Er is intensieve regionale samenwerking, vooral met de Oostenrijkse buurgemeente Gries, wat betreft cultuur, toerisme, onderwijs en niet te vergeten veiligheid. Het leven in de bergen kent zijn eigen problemen, zoals sneeuw, lawines en overstromingen. Natuur houdt geen rekening met grenzen.
Natuurlijk brengt grenscontrole die initiatieven niet tot stilstand, maar belemmerend wordt het zeker als er straks eindeloze files zijn. Bovendien zijn zulke controles geen oplossing, zegt Kompatscher. Ieder voor zich betekent alleen maar dat ieder land de problemen op een ander probeert af te schuiven. "Het is een puur politiek gebaar. Er zijn verkiezingen in Oostenrijk, de regeringspartijen staan op verlies en zo proberen stemmen terug te winnen van de rechtse FPÖ die succes heeft met zijn campagne tegen vluchtelingen." De enige echte oplossing is volgens hem samenwerking, tussen Oostenrijk en Italië en op Europees niveau, om te voorkomen dat het aan de Brenner, en elders, uit de hand loopt.

zondag 24 april 2016

Haiders partij droomt over Oostenrijks presidentschap

Foto Runa Hellinga
FPÖ-verkiezingsbijeenkomst in Salzburg
De bierkelder waar de Oostenrijkse FPÖ-presidentskandidaat Norbert Hofer zijn Salzburger verkiezingstoespraak houdt, staat blauw van de rook. Grote pullen bier, worsten en schnitzels, geweien aan de wand, hoempapamuziek, Lederhosen, jagersjasjes en dirndljurken, alle clichés komen langs en zo hoort het ook, want dit is waar Hofer voor staat: de 'autochtone' Oostenrijker. "Deine Heimat braucht dich jetzt" aldus een groot affiche boven het podium.
De  verkiezingen moeten nog plaatsvinden, maar de sfeer in Salzburg een week geleden was al euforisch alsof de overwinning al behaald was. Niet ten onrechte: alle opiniepeilingen wijzen erop dat Hofer, kandidaat van de extreemrechtse Vrijheidspartij, bij eerste ronde van de Oostenrijkse verkiezingen vandaag op de eerste of tweede plaats zal eindigen. In een campagne die gedomineerd wordt door de vluchtelingenproblematiek en waarin partijen elkaar overschreeuwen met maatregelen om de Oostenrijkse grenzen af te sluiten, maakt Hofer geen slechte kans de tweede ronde ook te winnen. Dat de Hofburg, het presidentieel paleis, binnen handbereik is, had niemand in de FPÖ begin dit jaar durven bevroeden. Aanvankelijk aarzelde Hofer zelfs of hij zich wel in de kansloos lijkende presidentsrace zou mengen.
De licht hinkende Hofer - hij raakte ooit zwaar gewond in een paraglidingongeluk - benadrukt graag hoe gewoon hij is. Hij is de politicus die als ervaringsdeskundige opkomt voor de rechten van gehandicapten. Zijn vrouw kan soms niet mee op campagne kan omdat ze als bejaardenverzorgster vroege dienst heeft. "Hij lijkt de ideale schoonzoon. Maar hij is ook de man achter het in 2011 verschenen FPÖ-Handboek, waarin Oostenrijkers uitdrukkelijk worden omschreven als 'deel van het Duitse Volk'. Dat is een omstreden passage die Jörg Haider in het verleden juist had geschrapt" zegt Groene-politicus Karl Öllinger die zich uitvoerig heeft verdiept in Hofers politieke standpunten.
Hofer is geen bijzonder begenadigd spreker, maar dat hoeft ook niet. Hij weet wat zijn aanhang willen horen. Niet alleen vluchtelingen, maar ook 'gastarbeiders' moeten naar huis. Het is een oud FPÖ-thema dat versterkte kracht krijgt door de vluchtelingen. De grenzen moeten dicht om 'economische asielzoekers' en 'moslimterroristen' tegen te houden en er moet een einde komen aan 'de dictatuur van Brussel'. Iedereen juicht als Hofer uithaalt naar de gevestigde politieke orde, de socialistische SPÖ en de christendemocratische ÖVP de twee partijen die sinds de Tweede Wereldoorlog vrijwel permanent samen aan de macht waren.
Foto Runa Hellinga
Verkiezingsaffiche van Hofer in Tirol
Nou staat de FPÖ-aanhang niet alleen in haar afkeer van die gevestigde orde. Minstens even opmerkelijk als Hofers opkomst is de kansloosheid van de SPÖ-kandidaat Rudolf Hundstorfer en ÖVP-kandidaat Andreas Khol. Volgens de laatste opiniepeilingen zijn ze samen goed voor 26 procent van de stemmen. De koploper in de peilingen, de bedachtzame groene econoom Alexander van der Bellen, staat op 25 procent, Hofer op 24 en de nummer drie op de populariteitslijst, de partijloze voormalige rechter Irmgard Griss, op 22 procent.
Niet alleen de SPÖ- en ÖVP-presidentskandidaten, ook hun partijen scoren slecht. Decennia lang konden ze vrijwel automatisch rekenen op de politieke meerderheid. Nu staan ze volgens de peilingen net iets boven de 40 procent, een historisch dieptepunt. In Oostenrijk wordt al gesproken over het einde van de Tweede Republiek, het politieke bestel waarin sinds de oorlog vrijwel ieder besluit en ieder baantje het resultaat is van die grote coalitie tussen SPÖ en ÖVP.
Samenwerking lijkt plaats te maken voor politieke polarisatie. Van der Bellen staat voor alles wat Hofer verafschuwt: milieuzorg, tolerantie voor minderheden en solidariteit met zwakkeren, ook als dat geen Oostenrijkers zijn. Hofer noemde Van der Bellen een 'groene fascistische dictator' nadat die had gezegd dat hij als president niet zomaar een FPÖ-premier zou benoemen, ook niet als die partij de grootste zou worden.
Maar zelf wil Hofer een einde maken aan de Oostenrijkse praktijk van een staatshoofd dat iedereen vertegenwoordigt en dat boven de partijen staat: "Ik zeg het eerlijk, ik zal als president niet boven de partijen staan. Ik ben FPÖ door en door en als de regering het naar mijn mening niet goed doet, zal ik die ontbinden." Dat recht heeft de Oostenrijkse president. De handen in Salzburg gaan enthousiast op elkaar.

woensdag 24 februari 2016

Referenda: een wel, een niet.

Foto MSzP-website
István Nyakó en de sterke jongens
Kaalgeschoren veiligheidsmensen van de Hongaarse voetbalclub Ferencváros die een oppositiepoliticus verhinderen om een referendumvraag bij het Nationale Kiesbureau in te dienen: zelfs Gábor Vona, leider van de extremistische Jobbik, noemde het dinsdagavond een dieptepunt in Hongarije in de afgelopen 26 jaar. Opmerkelijk, want de bewuste oppositiepoliticus was niet van Jobbik, maar van de socialistische MSzP, waar Jobbik nou bepaald niet echt veel mee op heeft. Vona had zelfs een goed woord over voor de voormalige MSzP-premier Ferenc Gyurcsány onder wiens bewind het voor de oppositie wel gewoon mogelijk was om referenda te organiseren.
Sinds een jaar geleden de verplichte zondagssluiting voor winkels werd ingevoerd doet de MSzP pogingen om deze wet in een referendum aan het Hongaarse volk voor te leggen. Het is geen geheim hoe mensen over die winkelsluiting denken: tweederde van de bevolking vindt het niets, en toen voor de kerst de winkels wel open mochten zijn op zondag, waren de winkelcentra dan ook meteen propvol. Een referendum over de kwestie zou goede kans van slagen maken. Maar die blamage wil de regering duidelijk niet lopen.
Hoewel het recht op referenda in de wet is vastgelegd, maken lastige vragen tegenwoordig weinig kans. Referendumvragen indienen en goedgekeurd krijgen is een ingewikkeld proces geworden, want de Nationale Kiesbureau accepteert per onderwerp maar één potentiële referendumvraag. Die moet vervolgens door het Hoogste Gerechtshof, de Kúria, worden goed- of afgekeurd en dat kan een aantal maanden duren. Pas de Kúria een vraag heeft afgewezen, kan over hetzelfde onderwerp er weer een vraag worden ingediend. Dus hoe zorg je dat de MSzP nooit een vraag over de winkelsluiting kan indienen? Door ervoor te zorgen dat iemand anders de partij net even voor is met een andere vraag over hetzelfde onderwerp.
Belangrijk is dan natuurlijk wel dat die vraag zo geformuleerd wordt dat de Kúria hem niet kan goedkeuren, want anders zit je mogelijk alsnog met een referendum over de zondagssluiting en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Zo mochten de hoogste rechters zich al eens buigen over de vraag "Bent u het ermee eens dat zondag een rustdag voor iedereen zou moeten zijn en winkels gesloten moeten zijn?" Een rustdag voor iedereen? Daarmee zouden ziekenhuizen en politiestations die dag ook dicht moeten. Daar kun je als hoogste gerechtshof natuurlijk moeilijk mee instemmen.
Maar goed, deze week was het zover. Maandag had de Kuria een referendumvraag over de winkelsluiting afgekeurd, en dus stond MSzP-politicus István Nyakó dinsdagochtend om zes uur voor het bureau van de kiesraad klaar voor een nieuwe poging om de MSzP-vraag in te dienen. Even later meldde zich een stelletje kaalkoppige bullebakken waar een verstandig mens liever met een boogje omheen loopt. En er kwam nog een wat oudere dame die niemand kende, die ook een referendumvraag wilde indienen. Waarover, dat wilde ze niet verklappen, maar iedereen kon zelf wel bedenken dat die ook over de zondagssluiting zou gaan.
Niemand in het kiesbureau stelde de aanwezigheid van de kaalkoppen ter discussie, en ook politie in die de buurt rondliep, scheen het volkomen normaal te vinden dat skinheadachtige types de ingang van het kiesbureau blokkeerden. Toen die hun werk eenmaal hadden gedaan, dat wil zeggen, toen ze ervoor gezorgd hadden dat het dametje net voor de MSzP-politicus een nummertje wist te trekken, waren de krachtpatsers binnen de kortste keren vertrokken.
De scene was een beetje vergelijkbaar met oktober, al waren het toen geen kaalkoppen die de MSzP verhinderden als eerste naar binnen te gaan, maar iemand van het kiesbureau die de MSzP-vertegenwoordiger vriendelijk verzocht even afstand te houden, net genoeg afstand om een oud dametje (een ander dametje dan afgelopen dinsdag, trouwens) voor te laten glippen. Haar vraag "Bent u het ermee dat winkels op zondag gesloten kunnen worden?" werd even later al afgekeurd vanwege ontbrekende gegevens, maar geen nood, die mocht ze later nog komen indienen.
Een paar maanden daarvoor had de MSzP ook al achter het net gevist omdat de man die voor hen naar binnen mocht al een geldig toegangsbewijs bleek te hebben en zich niet bij de portier hoefde aan te melden. Eén keer lukte het de partij wel een vraag als eerste in te dienen. Bij die gelegenheid besloot de voorzitster van het Kiesbureau uiteindelijk liever de vraag van de tweede indiener naar de Kúria door te sturen.
Het kostte Hongaarse media dinsdag slechts luttele uren om uit te vinden dat twee van  de kaalkoppen werkzaam waren bij de security van voetbalclub Ferencváros, een club die toevallig wordt voorgezeten door Gábor Kubatov, een vicevoorzitter van regeringspartij Fidesz. Ook de identiteit van het dametje werd al snel achterhaald: zij bleek de vrouw van de burgemeester László András Erdősi van Herceghalom. Erdősi is officieel een onafhankelijke burgemeester, maar toen hij in 2014 als kandidaat campagne voerde, liep zijn vrouw rond met een button van Viktor Orbán.
Mevrouw Erdősi blijkt overigens ook op school gezeten te hebben met de secretaresse van de PR-afdeling van Ferencváros, dus wie zal zeggen hoe die kaalkoppen bij het kiesbureau terecht zijn gekomen. Internet nieuwsportal Origo organiseerde een online enquête, waarin mensen hun mening daarover konden geven. Daarop heeft inmiddels een kleine 15000 gereageerd. Representatief is zo'n onderzoek natuurlijk niet, maar desondanks: 73 procent dacht dat Fidesz erachter zat. Veertien procent meende dat mevrouw Erdősi zelf voor versterking had gezorgd en en toch nog zo'n zeven procent schijnt ervan overtuigd te zijn dat de MSzP er zelf achter zit, om zo een schandaal te creëren. De rest gaf andere oppositiepartijen de schuld.
Overigens krijgen de Hongaren binnenkort wel degelijk een referendum voorgelegd. Niet over de zondagsrust, maar over het migrantenquotum. Afgelopen weekend zette premier Orbán zijn handtekening onder een document dat Hongarije in principe verplicht om een aantal vluchtelingen op te nemen. Woensdag kondigde hij dat de Hongaren zich binnenkort zullen kunnen uitspreken over de volgende referendumvraag: "Bent u het ermee eens dat de Europese Unie zonder toestemming van het parlement aan Hongarije kan verplichten om niet-Hongaarse staatsburgers te huisvesten?" Het Nationale Kiesbureau heeft de vraag al geregistreerd. Zonder problemen, uiteraard.

zaterdag 20 februari 2016

Overbodig papier

Foto Runa Hellinga
Brood met sticker
Ik zou er inmiddels aan gewend moeten zijn, maar na al die jaren kan ik me nog steeds ergeren aan het stukje papier dat met ieder Hongaars brood wordt meegebakken. Het papiertje vertelt me hoe zwaar het brood is, tot wanneer het vers is en van welke bakkerij het komt. De wetgever gaat er duidelijk vanuit dat ik mijn bakker zonder papiertje niet kan vertrouwen als die beweert dat hij me een vijfhonderd gram zwaar, zelfgebakken brood verkoopt dat tot dinsdag houdbaar moet zijn.
Die papiertjes zitten behoorlijk vast en ze de enige manier om ze los te krijgen is ze met een korstje brood afsnijden. Geen ramp, maar toch zonde. Vaak vergeet ik het, en dan zit je met een boterham met papier eraan. Bah. Maar goed, ik mag nog blij zijn dat broodjes zonder sticker verkocht mogen worden. Blijkbaar kun je de bakker daarbij wel vertrouwen.
Het is de derde keer in een week dat ik struikel over overbodig papier. Vorige week zaterdag moest ik naar Boedapest. Ik was de enige niet: bij het loket in het station stonden tientallen onderwijzers die allemaal hetzelfde doel hadden: de onderwijsdemonstratie die die ochtend zou plaatsvinden op het plein voor het parlement.
Nu mogen onderwijzers een bepaald aantal keren per jaar met korting met de trein reizen. Dat kan natuurlijk niet zonder de nodige administratie en daar hebben ze dus een speciaal papier voor waarop iedere keer als ze gebruik maken van die regeling, een stempel wordt gezet, plus een krabbel van de lokettiste. Kortom, het schoot niet echt op voor die kassa. Het duurde zelfs zo lang dat ik mijn trein dreigde te missen en ik besloot daarom de gok te nemen en zonder kaartje in te stappen. Ik was bepaald de enige niet.
Dat ging zomaar niet. Voor de trein stond een conducteur, en ik liep netjes naar hem toe om hem te melden dat ik geen kaartje had, en waarom niet. "Het is aan u, dan moet u een boete betalen," zei hij. Maar nadat zich nog wat passagiers met dezelfde mededeling bij hem hadden gemeld, drong tot hem door dat hij een probleem ging krijgen, namelijk een trein vol met mensen die straks allemaal boos zouden worden als hij boetes zou uitdelen. Daarin had hij duidelijk geen zin. Ik zag hem door het raam driftig met hogerhand telefoneren.
Hogerhand wist het ook niet zomaar en de trein vertrok daardoor uiteindelijk vijf minuten te laat. Maar, petje af, de conducteur loste de zaak op en toen hij even later naar mij toekwam, kreeg ik wel een kaartje, maar geen boete. Dat maakte het niet simpeler, trouwens. Naast mijn kaartje kreeg ik nog twee andere stroken papier. Het ene was een proces-verbaal, het andere de boete, die officieel op nul forint was gezet. Mijn bedankje voor zijn inspanningen viel niet in goede aarde. Ik moest niet hem bedanken, maar zijn baas, zei hij boos. Ook goed.
Een paar dagen later vergat ik een deel van mijn boodschappen in de dierenwinkel. Ik kwam er een kwartiertje later achter, en ging meteen terug. De vergeten spullen waren netjes apart gezet. Ik schoot de verkoper die mij geholpen had aan. Of ik het bonnetje had? Dat moest echt! En zo niet, vroeg ik, krijg ik de spullen dan niet mee? Hij aarzelde, en ging uiteindelijk overstag. Een dapper besluit, want het had zomaar gekund dat hij mij verwarde met een van de tientallen andere buitenlandse vrouwen die in het afgelopen kwartier hun hondenvoer in zijn winkel vergeten waren. Of dat mijn dubbelganger door de etalageruit had staan loeren of ik spullen in de zaak zou vergeten.
Zelfde week: we bestellen bouwmateriaal. Dat wordt een paar dagen later afgeleverd. Of we de bon hebben? Want daar moet nog een handtekening van de bezorger op. Zonder die handtekening geen garantie, meende de man. Wel betaald, wel afgeleverd, maar ja, zonder die handtekening kunnen we dat natuurlijk nooit bewijzen. En het ligt volkomen voor de hand dat we over een paar maanden een beroep op het garantierecht doen vanwege gebreken aan bouwmateriaal dat we weliswaar hebben betaald, maar nooit hebben gehad. Of zoiets?
Overbodig papier en overbodige handtekeningen: Hongaren zijn er dol op. Zonder papier loopt het land vast. Met papier natuurlijk nog meer, want het is allemaal een teken van de overbodige bureaucratie waarmee burgers en bedrijven kampen. Bureaucratie dient maar twee doelen: ambtenaren bezighouden, en de zakken van corrupte overheidsdienaren vullen. Hoe ingewikkelder de regels en procedures zijn, hoe eerder burgers geneigd zijn smeergeld te betalen.
Maar vertel dat maar eens aan de wetgevers en regelneven. Die zullen me vast vertellen dat het stomme broodstickertje er voor mijn eigen bestwil is. Terwijl ik er gewoon op vertrouw dat mijn bakker zich ook realiseert dat hij me beter geen oud brood kan verkopen. Want anders ga ik in toekomst toch gewoon naar een ander?

woensdag 10 februari 2016

Voorportaal van de hel

foto Runa Hellinga
Rokend ziekenhuisafval voor Hospitaal Nummer Twee
Het is de zomer van 1992 als neuroloog Alexander Kola ons rondleidt op de neurochirurgische afdeling van Hospitaal Nummer Twee, het grootste ziekenhuis van in de Albanese hoofdstad Tirana. In de intensive care, of wat daarvoor door moet gaan, liggen drie patiënten. Het is een kamertje van drie bij drie meter. Dicht op elkaar staan vier oude roestige bedden, bedekt met een vies, dun schuimrubber matrasje en met in geen weken gewassen lakens. Alle drie patiënten zijn zwaar gewonde verkeersslachtoffers. Met hun wasbleke strakgespannen huid zijn ze nauwelijks van doden te onderscheiden. 
De 'intensieve zorg' bestaat uit een enkel zuurstofapparaat, een tientallen jaren oud ding van Chinese makelij dat twee zieken – ieder krijgt steeds een paar minuten het masker op zijn gezicht gedrukt – van lucht voorziet. Voor de derde patiënt heeft de familie een eigen oplossing bedacht. Buiten staat een fles industriële zuurstof en door een gat dat in de muur is gehakt, steekt een stofzuigerslang die af en toe voor zijn neus wordt gehouden. In de kamer verdringen zich tientallen familieleden die de kostbare lucht verbruiken die de patiënten zo hard nodig hebben. Maar die mensen wegsturen is ondenkbaar, zegt Kola. “Ze zouden me de kamer uit slaan als ik het probeerde.”
We vragen naar hartbewaking. Kola kijkt ons zonder enig begrip aan. Dit is toch neurologie, niet cardiologie? Het ziekenhuis heeft maar één enkele hartbewakingsmachine, zo blijkt. En die wordt gebruikt op de afdeling "waar dat nuttiger is,” legt hij zonder blikken of blozen uit. 
Je kunt niet anders dan hem gelijk geven, als je maar één apparaat hebt, moet dat bij cardiologie staan. Het is typerend voor de hele staat van het ziekenhuis. Niet alleen aan medische apparatuur, zelfs aan de meest elementaire middelen is gebrek: antibiotica, infusen, hechtgaren, naalden.
In de andere zalen en op de gangen is het beeld nog erger dan in de intensive care. De stank is onbeschrijfelijk: pis, uitwerpselen, vieze verbanden, etterende wonden, schimmelende muren, kapotte toiletten van waaruit water de gang op stroom, vuile lakens, alles maakt duidelijk dat niet alleen een tekort aan middelen, maar ook een totaal gebrek aan aandacht en inzet van het personeel een probleem is. Overal versperren bezorgde en ijverige familieleden de doorgang. 
Buiten op de binnenplaats van het ziekenhuis, dat in de Tweede Wereldoorlog door de Italianen als kazerne werd gebouwd, smeulen hopen vuilnis, ziekenhuisafval dat in de open lucht in de fik wordt gestoken.. Zwerfkinderen en honden rommelen tussen de rokende resten op zoek naar iets van hun gading. Het is moeilijk de gedachte te onderdrukken dat een zwerfhond zich hier af en toe tegoed zal doen aan een geamputeerd been.
Even verderop genieten patiënten met groteske bandages om hun hoofd van de voorjaarszon, laat een man zijn drie schapen uit op het grasveldje, draven twee paarden door de poort naar binnen om zich vervolgens te goed te doen aan een paar bosjes, scheurt een auto met een vaart van zestig tussen alles en iedereen door en duwen twee verpleegsters een knarsende en piepende brancard op scheve wielen voor zich uit. Welkom in Hospitaal Nummer Twee van Tirana, voorportaal van de hel.

Bovenstaand stuk is een iets bewerkte versie van een verhaal uit "De Geit van mijn Buurman, Hoop en Teleurstelling na de val van het IJzeren Gordijn" van Runa Hellinga en Henk Hirs. Het boek verscheen in 1994 en is als pocket (€7,40) en e-book (€4,95) heruitgegeven via Boedapest op Maat Boeken. 

donderdag 4 februari 2016

Leraren in opstand

Foto Runa Hellinga
Kap tegen vallend pleisterwerk
De houten overkapping voor de ingang van de Teleki Blanka middelbare school in Boedapest is niet bedoeld om leerlingen droog te houden. Die moet voorkomen dat iemand een stuk pleisterwerk op het hoofd krijgen. Binnen is het niet veel beter. Tafels en stoelen lijken uit de jaren vijftig te stammen en van de 120 computers in de school (waaronder die op de administratie) is een goed deel meer dan 15 jaar oud. Alleen het computerlab heeft nieuwe apparaten. Nou ja, nieuw. In ieder geval niet ouder dan een paar jaar.
Het Teleki behoort tot de ruim 400 scholen en inmiddels 30000 leerkrachten die zich sinds begin januari aansloten bij een open brief waarin de Herman Otto middelbare school in Miskolc de noodklok luidde over het Hongaarse onderwijs. Het was niet het eerste protest tegen recente onderwijshervormingen, maar bleek wel het laatste zetje dat zorgde voor een bredere protestbeweging.
Dat de leraren zich eerder gedeisd hielden, heeft veel met angst te maken. In het gecentraliseerde onderwijssysteem is protest riskant. Er is feitelijk maar één werkgever, het staatsinstituut KLIK dat ruim 4000 scholen beheert. Wie ontslagen wordt, komt niet meer aan de slag. Afgelopen december noemde János Lázár, leider van het bureau van de minister-president afgelopen december, kritiek van onderwijzers op hun werkgever KLIK eigenlijk onaanvaardbaar. Het was volgens hem als werken in een bedrijf: "Als iemand in een fabriek werkt, is niemand erin geïnteresseerd of hij die fabriek leuk vindt of niet. Dat betekent niet dat KLIK perfect is, maar het kan niet zo zijn dat de staart de hond laat kwispelen."
Begin februari werd in tien steden gedemonstreerd tegen de onderwijshervormingen. De protestbeweging leidde verder tot de oprichting van een nieuwe, onafhankelijke vakorganisatie, naast de nationale Lerarenkamer waar leerkrachten sinds 2012 verplicht lid van zijn.
Salarissen spelen een ondergeschikte rol in het protest. Het concentreert zich vooral op de gevolgen van de drastische maatregelen van de afgelopen jaren, zoals de verplichte dagelijkse gymlessen en de inkrimping van het aantal middelbare scholen en universitaire studieplaatsen met het expliciete doel meer leerlingen naar het beroepsonderwijs te sturen.
Maar de grootste klacht is de doorgeschoten centralisatie. In 2012 nam de staat het beheer van vrijwel alle scholen over. Teleki-schoolleider István Pukli raakte destijds niet alleen zijn directeursfunctie, maar ook vrijwel alle bevoegdheden kwijt. Hij moet het doen zonder eigen budget of zeggenschap over het personeelsbeleid. KLIK bepaalt alles: het lesprogramma, benoemingen en de distributie van krijtjes. “Papier krijgen we, maar als een stoel of computer kapot gaat, wordt die niet vervangen,” zegt Pukli.
Onlangs kwam het Instituut voor Educatieonderzoek en -Ontwikkeling (OFI) met een zeer kritisch rapport over de hervormingen. OFI constateerde dat nergens in Europa zo'n onderwijscentralisatie bestaat als in Hongarije. Volgens het rapport doet KLIK niets anders dan orders uitdelen en luistert het absoluut niet naar de scholen. Verder leidt de centralisatie tot een krankzinnige administratie die het werk van de scholen verlamt, en doet KLIK zijn werk in het volstrekte geheim, zodat niemand weet hoe beslissingen worden genomen. OFI dreigt nu door Lázár te worden opgeheven en te worden geïntegreerd in het ministerie dat onderwijs onder zijn beheer heeft. Ook een manier op kritiek te smoren.
Foto Runa Hellinga
Biologielokaal 2015
Zelfs schoolboeken zijn gecentraliseerd. Het vroegere brede aanbod heeft plaatsgemaakt voor één, door de KLIK goedgekeurd schoolboek per vak. 95 procent van de lestijd is voorgeschreven, inclusief de week waarin een bepaald proefwerk gedaan moet worden. De rest mag de leraar zelf invullen. “Het onderwijs is een eeuw teruggezet,” zegt Pukli, “Het gaat vooral om het leren van feiten.” Voor projecten en zelf informatie vergaren, centraal in moderne onderwijsnethoden, is geen tijd. De gevolgen daarvan zie je volgens Pukli terug in de slechte Hongaarse resultaten bij PISA, het driejaarlijkse onderzoek, waarmee de OECD de kwaliteit van het onderwijs in zeventig landen meet.
Daarnaast zijn er klachten over toegenomen werkdruk, zowel voor leraren, die veel langer verplicht op school aanwezig moeten zijn en de dooor OFI gesignaleerde eindeloze administratie moeten bijhouden, als voor leerlingen, die geconfronteerd werden met extra, verplichte uren, waaronder dagelijks een gymles. “Daardoor hebben we elk lesuur zo'n vier gymlessen,” zegt Pukli, “Maar er is maar één echt gymlokaal.” Zelfs dat is eigenlijk te klein. De meer dan dertig leerlingen die er les hebben, staan op een kluit over een touwtje lamlendig ballen naar elkaar te gooien. De meeste gymlessen worden ingevuld door hardlopen in een nabij gelegen park of, bij slecht weer, op de schooltrap. Weinig inspirerend, storend en bovendien slecht voor de bouwvallige trap.
Want er is maar één zaak waarmee KLIK zich niet bemoeit, en dat is het o zo noodzakelijke onderhoud van het schoolgebouw. Dat valt officieel onder de gemeente Boedapest, die daar geen geld voor heeft. Dus brokkelt het ooit fraaie jugendstilgebouw waar de school in gevestigd is, verder af. Tot er misschien echt iemand een keer een steen op zijn kop krijgt.