dinsdag 6 november 2018

Geen Mandelaplein in Boedapest. En Ady Endre?

Ady dichter:
te weinig vaderlandslievend?
Boedapest krijgt toch geen Nelson Mandelaplein. Eind augustus besloot de gemeenteraad unaniem dat een tot dan toe naamloos parkje in het elfde district de naam van de Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar en president zou krijgen. Maar protesten van extreemrechts gooiden roet in het eten. Een Hongaars park benoemen naar een ‘zwarte Afrikaanse communist’ kon niet, meende László Toroczkai, leider van de extremistische ‘Ons Huis’-beweging, die eerder bekendheid verwierf met acties tegen zigeuners en asielzoekers.
De Kervel- en de Kardemomstraat waar de gemeenteraad die dag ook over besloot, zorgden voor geen enkel probleem, maar dat het Mandelapark lastiger lag, bleek meteen al: de burgemeester van de deelgemeente wilde de nieuwe naam zekerheidshalve ook aan de deelgemeenteraad voorleggen.
Nog voor die zich erover kon buigen, beschuldigde Toroczkai Mandela van antiblank terrorisme. Met succes. Dat Mandela in Zuid-Afrika juist als verzoener geldt en hem zeker niet voorgeworpen kan worden dat hij ooit, zoals Toroczkai beweerde,  'kill the whites' heeft geroepen, voorkwam niet dat veel deelgemeenteraadsleden begonnen te twijfelen. Daarom besloot de raad de bewoners te raadplegen.
Zover kwam het uiteindelijk niet: István Tarlos, burgemeester van Boedapest, greep in en besloot dat het parkje beter gewoon een andere naam kon krijgen. De keuze viel Etele Park. ‘Een anticommunistische overwinning!’ juichte Toroczkai op Facebook. Maar of het park daarmee een vreedzamere naamgever heeft gekregen dan Mandela, mag zeker worden betwijfeld. Etele is de oude naam van Attila - de Hunnenleider wiens naam mensen in Europa eeuwen later nog schrik injoeg.
Over de doden in principe niets dan goeds, maar als ze iets met politiek of cultuur te maken hebben, doen ze er tegenwoordig beter aan niet links te zijn. Deze zomer kwam een tentoonstelling van de Mexicaanse schilderes Frida Kahlo onder vuur te liggen. Reden: haar trotskistische sympathieën. Volgens regeringskrant Magyar Idök was haar werk communistische propaganda en daarom was het een schande dat er staatssubsidie naar de organisatie van die tentoonstelling was gegaan.
De Mexicaanse ambassade protesteerde en Kahlo blijft tot sluitingsdatum in de Nationale Galerij. Maar museumdirecteuren weten dat ze zich zulke kritiek beter kunnen aantrekken, gezien de ervaringen van de directeur van het literatuurmuseum die onlangs ‘vrijwillig opstapte’ na aanhoudende beschuldigingen in dezelfde regeringskrant dat hij (ook) aandacht aan links-liberale schrijvers gaf.
Sommige burgemeesters zullen zich achter hun oren krabben over de Ady Endrestraat die je in haast iedere gemeente aantreft, nu Magyar Idök ook deze dichter en journalist onder schot heeft genomen. Ady, die in 1919 overleed, was noch zwart, noch communist. Zijn populariteit dankte hij vooral aan zijn vernieuwende liefdesgedichten. Daarnaast was hij een pacifist die weinig op had met het rabiate nationalisme van die dagen. Hoogste tijd, aldus de krant, om meer vaderlandslievende kunstenaars naar voren te schuiven, want met zulke voorbeelden bouw je geen christelijk Hongarije op.

zaterdag 27 oktober 2018

EU-subsidies en economische groei

Hongaarse economische groei (rood) en netto EU-inkomsten (blauw). 
Bron: Péter Ákos Bod
Het stimuleren van productiebedrijven in plaats van service, volledige werkgelegenheid (ook via
verplichte werkverschaffing), centralisatie van overheidsinstellingen, nationalisatie van strategische bedrijven: het economische beleid van de Hongaarse premier Viktor Orbán is tamelijk onorthodox. Of niet juist. Econoom Péter Ákos Bod herkent in ieder geval veel. “Een marxistische denkwijze,” noemt de voormalige directeur van de nationale bank de regeringsvisie op de economie.
Op het eerste gezicht lijkt het beleid geslaagd. De werkloosheid is 3,7 procent, de economische groei vier procent. Dat is ruim twee procent meer dan het Europese gemiddelde, al loopt de Hongaarse groei achter op Polen en Roemenië. “Die cijfers zijn inderdaad mooi”, zegt Bod. “Maar Hongarije behoort tot de grootste netto-ontvangers van EU-subsidies. Jaarlijks komt drie tot vijf procent van ons bruto binnenlands product (bbp) uit Brussel. De vraag is dus: zouden we zonder dat geld ook zijn gegroeid?” Hij betwijfelt het.
Voordat hij directeur van de nationale bank werd, was Bod minister van economische zaken. Daarna steunde hij Orbán jarenlang als conservatief parlementariër. Maar de laatste jaren is hij steeds kritischer over het regeringsbeleid.
Hongarije zwemt volgens hem in het geld, zeker als je meerekent dat er naast de EU-steun jaarlijks twee miljard euro (pakweg nog eens twee procent van het bbp) binnenkomt van Hongaren die in het buitenland werken. “Maar sinds 2007 is onze jaarlijkse groei is minder dan de EU-subsidies die we ontvangen. Dat betekent gewoon dat al dat geld slecht besteed wordt.”
De overheidsuitgaven zijn hoog, een kleine vijftig procent van het bbp. Analisten waarschuwden deze zomer voor een begrotingstekort dat in dat kwartaal dreigde op te lopen naar ruim vier procent. Veel geld gaat naar infrastructuur en sportfaciliteiten. Volgens onderzoekswebsite Átlátszó hebben voetbalstadions en dergelijke sinds 2010 een kleine vijf miljard euro gekost. In andere sectoren, zoals onderwijs en  gezondheidszorg, is vooral bezuinigd en gecentraliseerd.
Zorgwekkend noemt Bod het feit dat bij 40 procent van de overheidsprojecten geen openbare aanbesteding plaatsvindt of slechts één bedrijf inschrijft. Volgens de regering gaat de voorkeur bij aanbestedingen uit naar Hongaarse bedrijven. en is dat geen corruptie, maar noodzakelijk beleid om een nieuwe nationale middenklasse op te bouwen.
Maar Bod is sceptisch. Hoewel een deel van de Hongaren het zeker beter heeft gekregen, profiteert volgens hem vooral een kleine, en inmiddels zeer rijke bovenlaag van het beleid. Ook veel Hongaarse bedrijven worden uitgesloten bij aanbestedingen. “Als Mészáros, (zakenpartner van de familie Orbán, R.H.) aankondigt dat hij geïnteresseerd is, weten andere bedrijven dat ze geen kans maken, zelfs niet als ze beter of goedkoper zijn,” zegt hij.


zondag 21 oktober 2018

Nieuwe wet stuurt daklozen van straat

Foto Runa Hellinga
Dakloze in Budapest
"Arme mensen helpen elkaar." De dakloze Gábor Hulitka wijst naar een sjofele man even verderop die hem net drie bakjes eten heeft gegeven. De man had ook nog een halve liter rosé in de aanbieding, maar die heeft Hulitka geweigerd. Hij drinkt niet. Nou ja, niet meer. "Ik heb gedronken en drugs gebruikt. Ik was er heel slecht aan toe". Hij wijst naar het bidprentje aan zijn voeten: "Maar Jezus heeft me geholpen. Ik gebruik niets meer."
Het is Hulitka, een voormalige kok, dan ook niet echt aan te zien dat hij al jaren op straat leeft, samen met zijn hondje Patricia. De goed verzorgde tekkel kwam op straat terecht nadat ze als pup door haar eigenaren uit de auto was gezet. Hulitka zelf werd dakloos omdat zijn huurwoning in vlammen opging.
Vervangende woonruimte was er niet. Hongarije kent nauwelijks een huurwoningmarkt, laat staan sociale woningbouw. Wie zijn woonruimte kwijtraakt - in 2017 werden 11.000 woningen vanwege betalingsachterstanden ontruimd - is meestal aangewezen op hulp van familie of staat simpelweg op straat, want een hypotheek kun je met schulden en een minimumloon wel vergeten.
Op het platteland koop je voor een paar duizend euro een soort van huis, maar zelfs dat kon Hulitka zich met zijn achtergrond niet veroorloven. Hij bouwde samen met een andere dakloze bij een stortplaats van bouwafval in een buitenwijk van Boedapest een hut. Koud in de winter? Ach, daar wen je aan, zegt hij. Wat hem betreft is het goed zo: "Ik zou niet anders meer willen. Ik heb niets met het systeem te maken, heerlijk."
Maar het systeem wil wel iets met hem te maken hebben. In juni werd het in Hongarije namelijk grondwettelijk verboden om op straat te leven, of letterlijk "de publieke ruimte te gebruiken voor levensdoeleinden." Begin vorige week trad de wet officieel in werking. Wie dakloos is, moet 's avonds naar een daklozenopvang. Daklozen zouden, aldus de motivatie achter de wet, de publieke veiligheid in gevaar brengen, ze zouden stelen en bovendien een risico vormen voor de volksgezondheid.
Niemand weet precies hoeveel daklozen Hongarije telt. Families die hun woning verliezen, worden opgevangen in speciale familieopvang: een enkele kamer zonder eigen voorzieningen. Daarom tellen ze in de cijfers niet mee. Wie ingeschreven staat bij een familielid evenmin.
Bálint Misetics van de daklozen-belangenorganisatie Az Város Mindenkié (De stad is van allen) schat het aantal feitelijke daklozen in Boedapest op 15.000 en landelijk op zo'n 30.000. Er zijn in het totaal 11.000 opvangplaatsen, waarvan het overgrote deel in Boedapest. "Er zijn hier in de stad waarschijnlijk zo'n 2000 tot 3000 mensen die altijd buiten slapen, ook in de koudste dagen," zegt hij.
Het is niet voor het eerst dat Hongarije maatregelen tegen dakloosheid neemt. Tijdens het communisme was zulk ongecontroleerd gedrag sowieso verboden en sinds premier Viktor Orbán in 2010 aan de macht kwam, is de wetgeving geleidelijk strenger geworden. Zo ko
nden gemeenten daklozen vanwege volksgezondheid of publieke veiligheid al verbieden om op bepaalde plaatsen te buiten te slapen of uit vuilnisbakken te eten. De straf: een boete of zelfs gevangenis.
"Maar handhaving van dit soort wetgeving kost een hoop geld,' zegt Misetics, "In praktijk zag je tot nu toe dan ook dat de politie zelden echt iets deed. Zelfs niet als agenten zagen dat daklozen rookten waar het niet mag of bedelden of vochten. En zelfs niet als sociaal werkers om hulp vroegen." Maar niemand durft te zeggen wat de politie met deze nieuwe wet gaat doen.
Hulitka hoopt er het beste van, maar de tekenen zijn niet erg hoopgevend. De eerste daklozen zijn inmiddels voor de rechter gedaagd en veroordeeld, de politie veegt de onderdoorgangen bij de Budapester metro regelmatig leeg en zowel Patricia als zijn hut lopen gevaar. Het 'in het openbaar houden van dieren' geldt volgens de nieuwe wet als een teken dat je de straat als leefruimte gebruikt (net als je op straat omkleden) en de politie heeft bewoners van zelfgebouwde hutten ook al gewaarschuwd dat hun bouwsels afgebroken zullen worden.
Maar Hulitka peinst er niet over om 's avonds naar een daklozenopvang te gaan. Zijn ervaringen daarmee zijn slecht: benauwde zalen met stretchers naast elkaar waar je 's nachts geen oog dicht doet vanwege het gesnurk en de stank. En er wordt veel gestolen.
Hij heeft ook nog een tijdje een bed gehuurd in een arbeidershotel, een simpel onderkomen met meerdere bedden op één kamer. Daar kon je ook overdag terecht, maar verder? Leuk was anders. Trouwens, geen enkele opvang laat Patricia toe. En die is echt belangrijker dan een dak boven zijn hoofd.

vrijdag 19 oktober 2018

Orbán's Zakenimperium Groeit en Bloeit

De drie belangrijkste oligarchen rond premier Viktor Orbán – Lőrinc Mészáros, István Garancsi and Andy Vajna – hebben belangen in maar liefst 400 bedrijven, aldus de anti-corruptie website Átlátszo (Transparantie).


Orbán’s stromannen hebben banken, verzekeringsmaatschappijen, hotels, fabrieken, media, reclamebedrijven, bouwondernemingen, landbouwbedrijven, olie- en gas ondernemingen, casino's, en ga zo maar door. Er is, aldus Átlátszó,  eigenlijk geen enkele belangrijke economische sector in Hongarije waarin ze  geen belangen hebben.

Met name dorpsgasfitter en jeugdvriend Mészáros boerde het afgelopen jaar goed. Een jaar terug telde Átlátszó nog 125 ondernemingen waarin hij een belang had, nu zijn dat er al 224. Het vermogen van de man die in 2010 nog drie kleine bedrijfjes bezat in Orbán’s jeugddorp Felcsut, wordt inmiddels geschat op 280 miljard forint (900 miljoen euro). Maar hij won dan ook een ongekend aantal openbare uitschrijvingen voor overheidsopdrachten (met een totale waarde van maar liefst 491 miljard forint oftewel 1,5 miljard euro), voor het overgrote deel zwaar gesubsidieerd door het vermaledijde Brussel. 




donderdag 18 oktober 2018

Parlementaire Parodie


Dat er van de parlementaire democratie in Hongarije weinig over is, is inmiddels genoegzaam bekend. Maar de parodie van begin deze week was wel weer een behoorlijk dieptepuntje. Ook een record: van wetsvoorstel tot wet in een luttele 36 uur.

Maandag tegen lunchtijd diende Orbán’s partij Fidesz in een parlementscommissie volkomen onverwacht een wetsvoorstel in ter afschaffing van de veelgebruikte subsidieregeling voor mensen die voor een woning sparen (voor details zie verderop). Gedebatteerd kon er eigenlijk niet worden in de commissie, want niemand had de wet tenslotte nog gelezen.
Diezelfde avond vond over het wetsvoorstel het eerste van de twee “kamerdebatten” plaats die de grondwet voorschrijft, en dinsdagochtend volgde al het tweede “debat.” Oppositiewoordvoerders deden hun best, maar ze hadden uiteraard nauwelijks tijd gehad om het voorstel te bestuderen, laat staan er met betrokkenen uit de maatschappij over te praten (mede omdat helemaal niemand wist dat dit er aan zat te komen). De bijdrage van de parlementariërs van Fidesz aan de kamerdebatten bestond uit een massaal zwijgen. Die middag werd er ook nog even gestemd (alle Fidesz-kamerleden voor) en nog dezelfde avond ondertekende de Hongaarse president en Fidesz-man János Áder de nieuwe wet, die op woensdagochtend inging. Zoals de nieuwssite Mérce concludeerde: dit heeft met parlementaire democratie niets te maken.

Ook qua inhoud zorgt de wetswijziging voor de nodige maatschappelijke commotie. Het gaat om een regeling waarbij de overheid subsidie geeft aan mensen die via speciale fondsen (vaak van banken) sparen voor de aanschaf van een woning. De wet, ingevoerd in 1997, was bedoeld om vooral starters op de woningmarkt te helpen en miljoenen Hongaren hebben er gebruik van gemaakt. Na de afschaffing, is er nog wel een andere subsidieregeling voor woningzoekenden over, maar daarvoor komen alleen gezinnen in aanmerking die kinderen hebben of die beloven kinderen te zullen krijgen. Die regeling - bedoeld om het krijgen van kinderen te stimuleren - was tot nu toe weinig succesvol, en wellicht hoopt Orbán dat dat nu verandert. 
De afschaffing van de oude subsidieregeling leidt ook tot het ontslag van naar schatting 4000 medewerkers bij de betreffende spaarfondsen (waaronder een fonds van Aegon). Maar zelfs Fidesz-bondgenoot László Csányi, een van de rijkste oligarchen van het land en eigenaar van de OTP-bank waaraan een van de grootste spaarfondsen verbonden is moest uit het nieuws van de vernadering horen. Er is tenslotte maar een man de baas in dit land.



woensdag 17 oktober 2018

Greep van Fidesz op media steeds sterker

Foto Runa Hellinga
Regeringscampagne tegen Sargentini
Een kinderlijk schoolmeisje dat ‘wow’ gebruikt op Facebook, een agente van de Amerikaanse ‘immigratiepartij-speculant’ Georg Soros en lid van een partij die is opgericht door de communistische CPN: de Hongaarse regeringsgezinde media laat dezer dagen weinig heel van Europarlementariër Judith Sargentini. Op tv, in de krant, op de radio, het internet en sinds deze week ook via door de regering gefinancierde reclameposters worden Hongaren bestookt met het kwaad dat Sargentini heet.
De aanvallen op Sargentini houden niet op en de aanleiding is haar rapport, dat het Europese parlement op 12 september aannam en dat uiteindelijk kan leiden tot de artikel 7 procedure die Hongarije het Europese stemrecht ontneemt. Een van de kritiekpunten daarin: de moeilijke positie van Hongaarse onafhankelijke media.
Volgens premier Viktor Orbán is die kritiek volkomen onterecht. Media kunnen volgens hem berichten wat ze willen. Gelijktijdig zegt hij openlijk dat het aantal onafhankelijke media omlaag moet om een einde te maken aan wat het – zijns inziens – overwicht aan liberale journalistiek.
Dat onafhankelijke media nog steeds min of meer kunnen schrijven wat ze willen, klopt, al wordt het wel moeilijker. Sommige werd de afgelopen jaren bijvoorbeeld de toegang tot het parlement ontzegd en sinds deze zomer zijn er restricties op berichtgeving over het privéleven van politici en hun familie. Dat maakt het lastiger om over bijvoorbeeld corruptie te berichten.
Maar sinds Orbán en regeringspartij Fidesz in 2010 aan de macht kwamen, zijn veel onafhankelijke media al verdwenen of opgekocht door Fidesz-getrouwe oligarchen. Dat proces is na de verkiezingen in april in een stroomversnelling geraakt. In luttele maanden sneuvelden een onafhankelijk dagblad, een weekblad en een radiostation en kreeg het aanvankelijk Fidesz-gezinde, maar sinds 2014 onafhankelijke conservatieve tv-station Hír-tv een nieuwe eigenaar die de redactie prompt weer vulde met regeringsgetrouwe journalisten.
Half september werd de grootste onafhankelijke nieuwssite, Index, gekocht door een huisvriend van Orbán. De journalisten hopen hun onafhankelijkheid te behouden en plaatsten een (inmiddels weer verdwenen) ‘onafhankelijkheidsmeter’ op de website zodat lezers de ontwikkelingen konden volgen. Maar jaren geleden overkwam hun collega’s bij nieuwssite Origo hetzelfde. Binnen luttele weken was de oude redactie verdwenen en deed inhoudelijk niets meer aan de oorspronkelijke website denken.
Russische media als Sputnik en Russia Today en Breitbart-achtige websites zijn voor Origo tegenwoordig vaste bronnen, de activiteiten van Soros en Brussel tegen Hongarije vaste thema’s en er gaat geen dag voorbij zonder dat de site schrikbarend nieuws over ‘migranten’ brengt. Nieuws waar de rest van de wereld soms nooit van heeft gehoord.
Zo berichtte Origo deze zomer over ‘Noord-Afrikaanse migranten’ die een ober in Praag mishandelden. De bijbehorende video haalde ook het Nederlandse nieuws, omdat het zeer een uit de hand gelopen Nederlands vrijgezellenfeestje betrof. De mishandeling was zo ernstig, dat de Tsjechische aanklager het later als moordaanslag kwalificeerde. Een van de feestgangers was een politieagent van Marokkaanse afkomst. Hij was ook één van de twee in de groep die zijn vrienden probeerde in te tomen.
‘Soros-agente’ Sargentini is het nieuwste thema. Hoewel de website van het Europese parlement duidelijk meldt dat de GroenLinks-politica is afgestudeerd op moderne geschiedenis met totalitaire regiems en democratisering als specialisatie, heeft ze volgens Origo ‘niet eens een diploma’. Haar belofte om samen met Transparency International te werken aan de bescherming van klokkenluiders en tegen corruptie is volgens de site een ‘schriftelijke eed van trouw’ aan Soros en GroenLinks, eind jaren tachtig ontstaan uit een samenwerking van drie linkse partijen, is niet meer of minder dan de CPN die in 1989 onder andere vlag doorstartte toen het communisme uit de gratie raakte.
Origo is bepaald niet het enige Fidesz-gezinde medium met dit soort al dan niet bewuste fouten. In september meldde website Hírmagazin dat moslims in Amsterdam een iconische kerk in brand hadden gestoken. De site had er zelfs een video bij. Vanwege de koeienletters ‘Amstelveen’ onder in beeld was die stad gemakshalve tot Amsterdamse deelgemeente gebombardeerd. Hírmagazin wist verder te melden dat moslims eerder hadden geëist dat de kerk afgebroken moest worden ten bate van een moskee. Dat moslims niets met de brand te maken hadden, de brandweer aan kortsluiting denkt en de kerk weliswaar een monument, maar niet echt iconisch is, mocht allemaal niet hinderen.
Essen wordt Fasten volgens M1
Ook de staatstelevisie, door veel kijkers volkomen vertrouwd als nieuwsbron, doet mee aan dit soort berichtgeving. Als illustratie van de voortschrijdende islamisering van West-Europa meldde het M1-journaal tijdens de ramadan dat de Duitse plaats Essen voor die gelegenheid door de gemeenteraad was omgedoopt in Fasten. Bron: een Duitse tegenhanger van De Speld.
Voor veel Hongaren is het enige andere nieuws dat ze zien de commerciële zender RTL, die zich sinds enkele jaren toelegt op serieuze verslaggeving over zaken als corruptie en de problemen in de gezondheidszorg. RTL is ook op het platteland zeer populair en staat dan ook hoog op het lijstje van media die Fidesz wil overnemen.


Gesloten of verkocht sinds 2010:

Onafhankelijke media die door regeringsgezinde ondernemers zijn opgekocht:
Origo, de grootste nieuwswebsite
Figyelö, voormalig liberaal, toonaangevend opinieweekblad
TV2, commerciële zender
Napi Gazdagság, economisch dagblad, inmiddels omgevormd tot regeringsdaglad Magyar Idök
Népszabadság, liberaal dagblad, na de verkoop gesloten.
Alle regionale dagbladen.
Hír-tv, conservatieve onafhankelijke nieuwszender.

In 2006 werd de destijds liberale krant Magyar Hírlap al gekocht door een zakenman die dicht bij Fidesz stond. Tegenwoordig geldt de krant als zeer conservatief.

Gesloten wegens financiële problemen:
Magyar Nemzet, conservatief onafhankelijk dagblad.
Heti Valász, conservatief onafhankelijk weekblad.
Lánchíd Radió, conservatief onafhankelijk radiostation.

Daarnaast werden alle publieke radio- en tv-zenders en het nationale persbureau MTI in 2015 in één staatsorganisatie ondergebracht die centraal het redactiebeleid bepaalt en het nieuws maakt.

maandag 8 oktober 2018

Tel uit je winst


Transparency International in Hongarije heeft uitgerekend dat het land ongeveer 30 miljard forint (100 miljoen euro) verlies heeft geleden op het ’verkopen’ van Hongaarse paspoorten (tussen 2013 en 2017) aan rijke burgers uit Azie, Rusland en het Midden Oosten, aldus een artikel in weekblad HVG.

’Verkopen’ tussen haakjes want in feite gaven de bijna 20.000 betrokkenen een cash-lening aan de Hongaarse overheid (totale opbrengst 500 miljoen euro), maar dat geld krijgen ze na een paar jaar met rente weer terug. Dat moment is nu aangebroken en de Hongaarse regering moet binnenkort een totaalbedrag van 600 miljoen euro terug gaan betalen.
Tel uit je verlies.

Die financiële schade komt bovenop het feit dat er tussen de buitenlanders die zo’n Hongaars paspoort kochten allerlei zeer louche figuren (staatsmaffia, maffia, financiers van terrorisme etc.) zaten. Die hebben nu dus een EU-paspoort en kunnen vrij in Europa rondreizen.

De verkoop van paspoorten is wel zeer lucratief geweest voor een kleine groep getrouwen rond Viktor Orbán (daaronder propaganda minister Antal Rogan) die van de regering een vergunning hadden gekregen om de verkoop van paspoorten af te handelen. Zij richtten in belastingparadijzen offshore bedrijfjes op die het werk uitvoerden (reclame maken, klanten helpen met het invullen van formulieren) en die bedrijfjes hebben van de regering in totaal zo’n 60 miljard forint (200 miljoen euro) geïncasseerd.
Tel uit je winst.