zondag 13 mei 2012

Hangjongeren

Op het bankje pal voor onze deur zitten drie jongeren, twee jongens en een meisje. Zwart leren jasjes, piercings overal, het meisje heeft zwarte lippenstift en zwaar zwart  opgemaakte ogen. Alle drie hebben ze een blikje bier in de hand. Vanuit de auto klinkt elektronische. Niet heel hard, maar het is laat in de avond, en ze storen. Een mens wil kunnen slapen, liefst met open raam.
Er is maar één oplossing: hen vragen of ze weg willen gaan. Het is niet de eerste keer, dat bankje vraagt erom dat jongeren daar gaan zitten. De eerste keer dat ik een groepje aansprak, deed ik dat met enige schroom. De verhalen die je tegenwoordig leest. Maar inmiddels weet ik: de jongeren in Vác mogen er soms net zo afschrikwekkend uitzien als hun voorbeelden in Amerikaanse films, in werkelijkheid zijn ze een stuk schappelijker.
Vriendelijk leg ik uit dat we willen slapen, en dat het stoort als ze hier blijven zitten. Een van de jongens schiet meteen de auto in om de muziek uit te zetten. Dan zeg ik dat even verderop het zwembad is, waar niemand woont. Goed idee, vinden ze alle drie. "Laten we daarheen gaan, dan storen we niemand," zegt het meisje. "Neem ons niet kwalijk," zegt een van de jongens nog beleefd, terwijl ze in de auto stappen om hun gesprek verderop voort te zetten. "Geen probleem," antwoord ik. Aardige jongeren.

vrijdag 11 mei 2012

Crisis in Europa 4: de directeur als garderobejuffrouw

Het dagblad Trouw heeft dezer maanden een serie over de gevolgen van de crisis voor gewone families in zes Europese landen. In Hongarije volgen we de familie Újvári. Aflevering 1 verscheen op 14 maart,aflevering 2 op 15 april, aflevering 3 op 29 april. Vandaag aflevering 4: een directeur als garderobejuffrouw


In het hof van de Újvári’s liggen rollen glaswol. Emil is bezig het dak te isoleren. Zelf, een timmerman is te duur. De museumsector, waar Emil en Máriá beiden werken, is bepaald geen vetpot. Gelukkig hebben ze onlangs de Zwitserse frankenlening afgelost waarmee ze een paar jaar geleden een nieuwe auto hebben gekocht. Net als veel Hongaren werden ze verleid door de lage rente, maar niet gewaarschuwd voor het risico van koersstijgingen. Uiteindelijk losten ze in forinten ruim het dubbele af van wat hen was voorgespiegeld.
Een jaar geleden stond Emil, nu 61, op het punt om met pensioen te gaan. Twee weken voor zijn laatste werkdag verhoogde de regering de pensioensgerechtigde leeftijd van de ene op de andere dag naar 62 jaar. Nu wacht hij maar af of hij er volgend jaar alsnog uit kan stappen. Als hij een ding geleerd heeft, is het dat regeringsbesluiten dezer dagen als een donderslag uit heldere hemel kunnen komen, zonder voorafgaand maatschappelijk overleg.
Dat treft ook de musea waar ze werken. Drie maanden geleden werden alle provinciale musea plots door de staat overgenomen. Begin april werd dat even onverwacht weer teruggedraaid. Nu moeten steden en regio’s voor de kosten opdraaien. Beiden hebben er een hard hoofd in, want de meeste gemeenten zitten diep in de schulden.
Emil werkt bij het Nationale Museum voor Volkskunst. Staatsbezit, maar dat betekent niet dat er geen problemen zijn. Het huidige budget is zo krap, dat het instituut nauwelijks weet te overleven.

zondag 6 mei 2012

Al 500 dagen huisarrest voor vroedvrouw Ágnes Geréb


Ágnes Geréb
Precies 500 dagen huisarrest had de Hongaarse vroedvrouw Ágnes Geréb er afgelopen vrijdag opzitten. Eigenlijk had ze donderdag naar de gevangenis gemoeten. Dat ze nog thuis is, opgesloten in haar eigen woning, maar in ieder geval niet in een cel, dankt ze eraan dat Hongarije afgelopen week een nieuwe president kreeg. Een van de eerste beslissingen van János Áder wordt naar verwachting een besluit over haar gratieverzoek. Als ze pech heeft, moet ze binnenkort misschien alsnog 16 maanden naar de cel.
In 2010 zat ze al eens 77 dagen in voorarrest. Zoals alle verdachten in Hongarije verscheen ze met boeien aan voor de rechter, en zelfs in de gevangenis werd ze geboeid van de ene plek naar de andere gebracht. Ondanks die behandeling is Geréb bepaald geen Hannibal Lester, en ook geen vluchtgevaarlijke terrorist. Haar misdaad? Ze zet zich sinds jaar en dag in voor het recht op thuisgeboorten in Hongarije, tegen de druk van het medisch establishment in. Zelf hielp ze 3500 baby’s ter wereld brengen. Toen een daarvan in 2003 overleed omdat hij met zijn schouder achter het schaambeen bleef steken (iets wat helaas vaker voorkomt), zag de moeder dat als noodlot, iets waar Geréb geen enkele blaam trof. De Hongaarse Artsenkamer en de openbaar aanklager dachten daar anders over. Ze grepen de gebeurtenis aan om Geréb te verketteren en van doodslag te betichten. 
Twee andere baby’s die ze ter wereld had gebracht, overleden maanden na hun geboorte. Ook hun dood wordt haar ten laste gelegd. Daarmee zijn Gerébs resultaten extreem goed vergeleken met Hongaarse ziekenhuizen, waar volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie vijf van de 1000 baby’s in Hongarije binnen zes dagen na hun geboorte overlijden. Maar dat zijn cijfers die de Artsenkamer nooit aanroert.
 In maart veroordeelde een rechter Geréb in hoger beroep tot een hogere straf dan een lagere rechtbank in 2011 haar had opgelegd. De rechter weigerde te luisteren naar Hongaarse en internationale deskundigen die Geréb steunden. De enigen die hij aan het woord liet, waren Hongaarse artsen die een uiterst somber beeld van thuisbevallingen in het algemeen en Gerébs onverantwoordelijkheid in het bijzonder schetsten.

zondag 29 april 2012

Een gewone familie in crisistijd, deel 3. Peti


Het dagblad Trouw heeft dezer maanden een serie over de gevolgen van de crisis voor gewone families in zes Europese landen. In Hongarije volgen we de familie Újvári. Aflevering 1 verscheen op 14 maart, aflevering 2 op 15 april. Vandaag aflevering 3: speciaal onderwijs.

“Het zijn van die sluipende dingen waar je de crisis aan merkt. Vroeger konden we de kinderen bijvoorbeeld af en toe een koekje geven. Daar is geen geld meer voor. Het is niet zoals in Griekenland, waar de boel in één keer instort, maar pas als je terugkijkt,  realiseert je je hoeveel er de afgelopen tijd veranderd is, bij ons op school, maar ook in de rest van het land.” Peti werkt als leraar op een school voor geestelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen in Vác. Hij heeft een groep van tien kinderen, in de leeftijd van vier tot zeven jaar: autisten, kinderen met Downsyndroom of met hersenbeschadiging.
De Csázar Andrásschool waar hij les geeft, was in de 19de eeuw het eerste doofstommeninstituut van Hongarije, maar is sindsdien uitgegroeid tot een algemeen instituut voor gehandicapten met meerdere vestigingen in de stad. Peti werkt op een steenworp afstand van thuis in een historisch pand.
De school ziet er goed uit, er is de laatste jaren fors aan opgeknapt. “We hebben een hele dynamische directeur, en die heeft veel voor elkaar gekregen. Er zijn computers, digitale hulpmiddelen, de klassen zien er goed uit.” Dat geeft de misleidende indruk dat er niets aan de hand is. Maar voor simpele materialen als kleurpotloden of voor klassenassistentie is nauwelijks nog geld.

vrijdag 27 april 2012

Een kunstenaarsblik op Hongarije

Ik moet de presentatie vorig jaar hebben gemist, maar in de boekhandel liep ik onlangs aan tegen de "Subjective Atlas of Hungary", een project van de Nederlandse grafisch ontwerpster Annelys de Vet en Kitchen Budapest, een medialaboratorium waarin jonge Hongaarse kunstenaars experimenteren met nieuwe media. In het tweetalige boek, dat tot stand kwam met steun van de Nederlandse ambassade, geven vijftig Hongaarse beeldende kunstenaars, designers, hackers en architecten hun eigen kijk op hun vaderland. Het zijn hele persoonlijke beelden, die samen een prachtige kijk geven op het Hongarije van vandaag.
Van de Hongaarse smart om Trianon (het verdrag waarbij het land na de Eerste Wereldoorlog twee derde van zijn grondgebied verloor) tot aan de ultieme Hongaarse maaltijd (gepaneerd vlees en fözelék, gestoofde, met meel gebonden groente) en subtiele manieren om de politie om te kopen (is er geen andere oplossing, agent?), ze komen allemaal aan bod in deze collectie foto's, tekeningen en collages.
Sommige bijdragen ontroeren, zoals de reeks foto's van vissershutjes langs het water en van de ultieme Hongaarse woning vanaf de jaren zestig: het vierkante dorpshuis, dat het oude, langwerpige model verving en dorpelingen voor het eerst kennis liet maken met luxe verschijnselen als een badkamer - vooropgesteld dat er stromend water aanwezig was. Alle huizen zijn hetzelfde, en toch, dankzij de persoonlijke inspanning van de eigenaars, zijn ze allemaal verschillend.
Er zijn bijdragen die nieuwsgierig maken naar het hele verhaal, zoals de kaart waarop Anikó Madarassy de migratiebewegingen van haar familie vanaf het begin van de 20ste eeuw heeft vastgelegd, samen met de redenen waarom mensen vertrokken zijn: werk, persoonlijk, studie of politiek. Het is een wirwar van lijnen, tot aan San Francisco en Kuala Lumpur aan toe.
En er komen, ironisch of serieus, zaken aan de orde waar Hongaren trots op zijn of juist niet, zoals het aantal Nobel-prijswinnaars (10 of 16, afhankelijk van of je iedereen die 'van Hongaarse afstamming' is meetelt, inclusief Elie Wiesel die zichzelf uitdrukkelijk geen Hongaar noemt).
Sommige bijdragen zijn kritisch, anderen neigen naar nationalisme. De samenstelling van het boek leidde, zegt De Vet daarover, tot constante discussies over de fijne lijn tussen culturele identiteit en nationalisme.
De Vet heeft ook elders in de wereld, in Mexico, Servië en Israël, zulke subjective atlassen gepubliceerd. De bedoeling ervan is om te laten zien dat culturele identiteit geen statisch verschijnsel is, maar een constant veranderingsproces.
Het is een actueel debat in Hongarije. Veel van de beelden in het boek zullen door in rechtse kringen als een aanval op Hongarije worden gezien, niet als een deel van de culturele identiteit, die in die opvatting vooral te vinden is in folklore en dorpscultuur. Het is, zoals De Vet op haar website concludeert, geen typisch Hongaars situatie, maar tekenend voor de wind die momenteel door Europa waait.
"Populistische politici kapen de nationale symbolen en herschrijven de geschiedenis van hun land door collectieve gebeurtenissen te claimen en te reconstrueren. De geschiedenis van iedere staat wordt verteld als een exclusieve kroniek en voor het eigen volk. Wie geen deel is van de gevestigde canon , krijgt geen rol, de 'ander' bedreigt wat 'van ons' is en wordt het liefst uit het zich gehouden. Het rijk van macht dat zo wordt opgebouwd reduceert systematisch het collectieve interesse in de 'de ander'."
Het boek wil een tegenwicht bieden tegen de folkloristische clichés, en doet dat, op ontroerende en geestige wijze. Voor wie meer inzicht wil in de Hongaarse ziel: je kunt op de link in dit artikel klikken, en het boek online bekijken. Je kunt het natuurlijk ook gewoon kopen, door het te bestellen, bijvoorbeeld direct bij de uitgever www.hvgkonyvek.hu, ISBN 978-963-304-058-4

zondag 15 april 2012

Een gewone familie in crisistijd, deel 2

Het dagblad Trouw heeft dezer maanden een serie over de gevolgen van de crisis voor gewone families in zes Europese landen. In Hongarije volgen we de familie Újvári. Aflevering 1 verscheen op 14 maart. Vandaag aflevering 2: In de restauratiewerkplaats.

In Mária’s restauratiewerkplaats in het museum van Vác ruikt het vagelijk medisch. Ze is met alcohol aan de slag geweest, zegt ze, wijzend op een stuk gaasachtig textiel tussen twee lagen zijdepapier, een 18de eeuwse mouwomslag, afkomstig uit een crypte in het West-Hongaarse Sopron. De stof oogt nu delicaat, maar hij was buitengewoon smerig. De drager zat vermoedelijk in de vishandel, want drie eeuwen na diens dood stonk het materiaal nog steeds intensief naar vis.
Dat ze materiaal uit Sopron krijgt ter restauratie, is ongebruikelijk, maar restaurateurs die, zoals Mária, gespecialiseerd zijn in textiel en leer vind je niet zoveel. Wat dat betreft heeft ze weinig reden om zich zorgen te maken. Zelfs als haar afdeling op een of andere manier wegbezuinigd zou worden, en wie kan het zeggen in deze voor cultuur zo krappe tijden, is ze er zeker van dat ze als freelancer werk genoeg vindt.
Wat niet betekent dat ze het niet jammer zou vinden, want ze is verknocht aan het museum waar ze sinds 1980 werkt. Bovendien is Vác voor een restaurateur van textiel een droomplek. Midden jaren negentig werd bij grondwerkzaamheden bij een lokale kerk een vergeten crypte gevonden, met daarin 265 beschilderde grafkisten met natuurlijk gemummificeerde burgers uit de 18de eeuw. Niet alleen de lichamen en de kisten waren in zeer goede staat, maar ook hun kleding, schoenen en al wat ze meegekregen hadden was grotendeels gaaf. Wetenschappelijk was het een buitengewoon interessante vondst en Mária heeft er nog steeds volop werk aan.
De meeste mummies zijn weliswaar opgeslagen in Boedapest, maar een aantal bleef in Vác. Ze vormen de topstukken van de unieke collectie die het museum tentoonstelt in een middeleeuwse kelder onder het hoofdplein. Mária heeft niet alleen hun kleding geconserveerd en gerestaureerd, maar ook die van de rest van de mummies.
Werken in een klein museum heeft voor- en nadelen. Geld was altijd krap, en de budgetten worden alleen maar kleiner. “Buiten de salarissen is er eigenlijk nauwelijks geld meer,”zegt ze. Wat de toekomst brengt, is bovendien onzeker, nu de staat het museum van de huidige eigenaar, de in zwaar financieel weer verkerende provincie Pest, gaat overnemen. Dat kan goed uitpakken, dat kan slecht uitpakken, maar Mária kan zich gezien de bezuinigingen overal niet voorstellen dat er meer geld komt.
Het krappe budget beperkt de mogelijkheden, en als je als museum toch iets wil doen, vraagt dat creativiteit. Vorig jaar stelde Mária een tentoonstelling over de kleding van de mummies die uitlegde wat er bij de restauratie komt kijken. Ze organiseerde er ook kinderactiviteiten bij. Deze zomer komt er een tentoonstelling van sacrale voorwerpen uit de grafkisten. In een groter museum zouden aparte afdelingen zich daarmee bezighouden.
Maar het budget voor zulke activiteiten is nul en nieuwe tentoonstellingen zijn dan ook alleen mogelijk door te putten uit de eigen collectie. Elders stukken lenen is een droom. “Gelukkig hebben we uit het verleden, toen er meer geld was, ruim materialen gekocht die we nu voor tentoonstellingen kunnen gebruiken.  Maar als die op zijn? Ik heb geen idee hoe we dat oplossen.”

vrijdag 13 april 2012

Georganiseerde kritiek

Ik geef toe: ik plaats niet iedere reactie op mijn blog. Kritische reacties zijn welkom, vooral als ze onderbouwd zijn. Dat draagt alleen maar bij aan de discussie. Maar er zijn grenzen. Scheldpartijen halen het niet, of ze nou aan mij gericht zijn, aan Hongaarse zigeuners (komt voor) of aan premier Viktor Orbán (ook gebeurd). Anonieme reacties bekijk ik ook kritischer dan andere. Het is per slot van rekening mijn blog, geen krant.
Onlangs kreeg ik een reactie van een zekere Erzsébet, duidelijk een aanhangster van de regering. Interessant was dat Erzsébet, die zich aan het einde omschreef als "een Hongaarse wetenschapper, mede namens80% procent van de Hongaarse bevolking" blijkens haar e-mailadres Mária heette. Ze had het over een lastercampagne, en over de linkse en liberale media die hemel en aarde vol grienen met hun schimperijen. 
Ik was nog steeds aan het peinzen wat ik ermee aan moest, toen ik een nieuwe reactie kreeg. Niet van Erzsébet, niet van Mária, maar van Ida. Afgezien van de naam: de tekst was identiek, inclusief onzinnige afbreekstreepjes en spelfouten.
Ik zal hem u niet onthouden. Erzsébet/Maria/Ida spreekt kleurrijk Nederlands:


Wij Hongaren moeten met ontsteltenis ervaren en bevinden het tegelijk wel be-treurenswaard dat bepaalde gerenommeerde Nederlandse kranten kennelijk overeengestemd het grondbeginsel van onpartijdige berichtgeving herhaald ver-krachten en hun lezers in de war brengen door tot spreektrompetten van trans-nationale zog. „groen-links-liberale” krachten te worden. Ook uw blad laat van tijd tot tijd vrij spel voor met name een onbeschaamde lastercampagne, zonder deze op waarheid te hebben gecontroleerd, die tegen de met 2/3-meerderheid democratisch gekozen regering van Hongarije wordt gevoerd. 
Sommige vertegenwoordigers van de huidige linksliberale oppositie in Hongarije kunnen het als konsekwentie van hun politieke nederlaag machtverlies nauwelijks verdragen en grienen eerder hemel en aarde vol hun schimperijen. De democratie is in gevaar – schreeuwen ze altijd de wereld in wanneer juist niet zij aan de macht zitten,