vrijdag 16 november 2018

Hadházy de Gallier


De Hongaarse oppositie op sterven na dood? Zeker, maar één man blijft moedig weerstand bieden... Anti-corruptieactivist Ákos Hadházy is eind september begonnen met het ophalen van 1 miljoen handtekeningen van Hongaarse burgers om zo de regering Orbán te dwingen om zich aan te sluiten bij EPPO, het nieuwe Europese Openbaar Ministerie dat onder andere fraude met EU-subsidies moet aanpakken.

Hadházy’s campagne onder het motto 'Ne hagyjuk büntetlenül' (Laat hen niet onbestraft) kreeg op 6 november een verse boost, toen de Hongaarse autoriteiten het onderzoek naar mogelijke fraude met EU subsidies door de schoonzoon van de Hongaarse premier Viktor Orbán afsloten zonder dat ze, zo zeiden ze, enige overtreding hadden kunnen vinden. Hoewel het Europese anti-fraude instituut OLAF in januari van dit jaar toch nog een dik dossier aan hen had gestuurd, waarin nauwgezet werd beschreven hoe het bedrijf Elios, destijds eigendom van schoonzoon István Tiborcz, met de hulp van overheidsinstanties en -functionarissen (het rapport sprak van “georganiseerde misdaad”) voor tientallen miljoenen had gefraudeerd bij het binnenhalen van EU subsidies voor de aanleg van nieuwe straatverlichting in Hongaarse steden.

Dat de Hongaarse justitie desondanks niets strafbaars weet te vinden, mag geen verbazing wekken. Dat verloor haar onafhankelijkheid al vele jaren geleden toen Orbán zijn trouwe vriend Péter Polt zo’n beetje voor het leven tot nationale justitiebaas benoemde. In de afgelopen acht jaar is er dan ook geen enkele prominente Fidesz politicus voor het gerecht gesleept, want Polts taak is het om te zorgen dat de grootschalige corruptie door Orbán en zijn oligarchen niet wordt vervolgd. Aan een nieuw onderzoek naar Elios (er was er al een geweest in 2016) viel na het OLAF rapport niet te ontkomen, maar de uitkomst was uiteraard dezelfde als eerder: niets aan de hand.


donderdag 15 november 2018

Een hete aardappel uit Macedonië.


De Macedonische ex-premier en nationalist Nikolai  Gruevski, die in zijn vaderland een celstraf uit moet zitten voor corruptie, heeft in Boedapest politiek asiel aangevraagd. De Hongaarse regering van premier Orbán bekijkt de aanvraag.
De ex-premier, die aan het hoofd stond van de rechts-nationalistische VMRO-DPMNE partij en regeerde van 2006 tot 2016, werd op 9 november in hoger beroep tot twee jaar cel veroordeeld wegens corruptie. Hij meldde zich vervolgens echter niet bij de autoriteiten om zijn straf uit te zitten, maar ontvluchtte het land (zonder zijn paspoort dat was ingenomen) en vroeg in Hongarije vervolgens politiek asiel aan. Hij kreeg daarbij mogelijk actieve hulp van de Hongaarse regering en verblijft nu waarschijnlijk in een hotel in Boedapest.
Dat is een ietwat andere behandeling dan de doorsnee politieke vluchteling die - legaal of illegaal - Hongarije binnen komt. Wie legaal komt, wordt opgesloten in een containerkamp aan de Hongaarse grens in afwachting van zelfs maar de eerste stappen tot aanvraag van asiel. Wie illegaal komt, wordt stante pede het land uitgegooid met de mededeling dat hij nooit meer binnen mag.
Maar Gruevski is dan ook een goede vriend van Viktor Orbán, die hetzelfde type nationalistisch, autoritair en corrupt beleid voorstaat. Spotprenttekenaar Marabu ging er in weekblad HVG dan ook van uit dat Gruevski zijn asiel wel zou krijgen (Vraag van Gruevski: als premier heb ik gestolen, bedrogen en gelogen, en daarom word ik nu in mijn land vervolgd. Mag ik binnenkomen? Antwoord van Orbán: we zijn altijd blij om iemand die onze cultuur deelt te verwelkomen.). Het is waarschijnlijk wat gecompliceerder dan dat. Instemmen met het verzoek leidt tot spanningen met de (centrum-linkse) regering van Macedonië en vooral met Europa. Maar het afwijzen ervan doet hem uiteraard geen goed bij zijn politieke vrienden, niet op de laatste plaats de Russische leider Putin die geldt als de grote beschermheer van Gruevski.

Update om 21.00 uur:
Het lijkt nu wel zeker dat Gruevski uit Macedonie is gevlucht in een wagen (kenteken CD1013A van de Hongaarse ambassade in buurland Albanie. Die pikte hem waarschijnlijk op bij de Macedonisch-Albanese grens en bracht hem over de Albanees-Montenegrijnse grens (11 november, 19:11 uur). Via Montenegro is hij naar Servie gegaan en is vervolgens mogelijk  met een Hongaars regeringsvliegtuig van Belgrado naar Boedapest gebracht. In ieder geval wijst deze piratenactie van de Hongaarse regering erop dat Marabu gelijk had.

dinsdag 6 november 2018

Geen Mandelaplein in Boedapest. En Ady Endre?

Ady dichter:
te weinig vaderlandslievend?
Boedapest krijgt toch geen Nelson Mandelaplein. Eind augustus besloot de gemeenteraad unaniem dat een tot dan toe naamloos parkje in het elfde district de naam van de Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar en president zou krijgen. Maar protesten van extreemrechts gooiden roet in het eten. Een Hongaars park benoemen naar een ‘zwarte Afrikaanse communist’ kon niet, meende László Toroczkai, leider van de extremistische ‘Ons Huis’-beweging, die eerder bekendheid verwierf met acties tegen zigeuners en asielzoekers.
De Kervel- en de Kardemomstraat waar de gemeenteraad die dag ook over besloot, zorgden voor geen enkel probleem, maar dat het Mandelapark lastiger lag, bleek meteen al: de burgemeester van de deelgemeente wilde de nieuwe naam zekerheidshalve ook aan de deelgemeenteraad voorleggen.
Nog voor die zich erover kon buigen, beschuldigde Toroczkai Mandela van antiblank terrorisme. Met succes. Dat Mandela in Zuid-Afrika juist als verzoener geldt en hem zeker niet voorgeworpen kan worden dat hij ooit, zoals Toroczkai beweerde,  'kill the whites' heeft geroepen, voorkwam niet dat veel deelgemeenteraadsleden begonnen te twijfelen. Daarom besloot de raad de bewoners te raadplegen.
Zover kwam het uiteindelijk niet: István Tarlos, burgemeester van Boedapest, greep in en besloot dat het parkje beter gewoon een andere naam kon krijgen. De keuze viel Etele Park. ‘Een anticommunistische overwinning!’ juichte Toroczkai op Facebook. Maar of het park daarmee een vreedzamere naamgever heeft gekregen dan Mandela, mag zeker worden betwijfeld. Etele is de oude naam van Attila - de Hunnenleider wiens naam mensen in Europa eeuwen later nog schrik injoeg.
Over de doden in principe niets dan goeds, maar als ze iets met politiek of cultuur te maken hebben, doen ze er tegenwoordig beter aan niet links te zijn. Deze zomer kwam een tentoonstelling van de Mexicaanse schilderes Frida Kahlo onder vuur te liggen. Reden: haar trotskistische sympathieën. Volgens regeringskrant Magyar Idök was haar werk communistische propaganda en daarom was het een schande dat er staatssubsidie naar de organisatie van die tentoonstelling was gegaan.
De Mexicaanse ambassade protesteerde en Kahlo blijft tot sluitingsdatum in de Nationale Galerij. Maar museumdirecteuren weten dat ze zich zulke kritiek beter kunnen aantrekken, gezien de ervaringen van de directeur van het literatuurmuseum die onlangs ‘vrijwillig opstapte’ na aanhoudende beschuldigingen in dezelfde regeringskrant dat hij (ook) aandacht aan links-liberale schrijvers gaf.
Sommige burgemeesters zullen zich achter hun oren krabben over de Ady Endrestraat die je in haast iedere gemeente aantreft, nu Magyar Idök ook deze dichter en journalist onder schot heeft genomen. Ady, die in 1919 overleed, was noch zwart, noch communist. Zijn populariteit dankte hij vooral aan zijn vernieuwende liefdesgedichten. Daarnaast was hij een pacifist die weinig op had met het rabiate nationalisme van die dagen. Hoogste tijd, aldus de krant, om meer vaderlandslievende kunstenaars naar voren te schuiven, want met zulke voorbeelden bouw je geen christelijk Hongarije op.