Posts tonen met het label school. Alle posts tonen
Posts tonen met het label school. Alle posts tonen

vrijdag 2 oktober 2015

Een meester voor alle vakken

Eerste schooldag
Een vriend van ons wil graag Engels leren. Of beter, hij moet Engels leren, want hij wil zijn onderwijzersdiploma halen. Nou dacht ik dat hij dat al had, want hij zit in het onderwijs. Maar hij geeft les op een school voor bijzonder onderwijs, aan kinderen met autisme en downsyndroom. Hij heeft pedagogie gestudeerd en psychologie (aan de universiteit, maar nog in een tijd dat je geen vreemde taal hoefde te kennen om te kunnen studeren), maar een onderwijzer is hij niet.
Dat gaat nu dus veranderen. In de komende vier jaar moet hij zich gaan bekwamen in vakken als muziek en blokfluitspelen, gym en dus ook in Engels. Want al die vakken worden, samen met zaken als Hongaars, tekenen en geschiedenis, in de eerste vier jaar van de lagere school door de eigen juf of meester gegeven.
Het lijkt me wat veel gevraagd om te verwachten dat een juf of meester zo'n duizendpoot is dat hij al die vakken op behoorlijk niveau kan geven, en dat is het dan ook. De eisen die aan de Engelse kennis van een onderwijzer worden gesteld, zijn daar een goed voorbeeld van. Examens worden in Hongarije op twee niveaus afgenomen, op midden- en hoog niveau. Het hoge niveau is zodanig dat de TU Eindhoven, waar onze zoon studeert, het Hongaarse Engelse eindexamen niet erkent en daarom eiste dat hij een apart Brits certificaat haalde.
Het middenniveau is pakweg het niveau waarop een Nederlandse scholier in de eerste of tweede klas VWO Engels spreekt. En dan schat ik het optimistisch in, want ik heb al vaker meegemaakt dat mensen die op middenniveau examen hadden gedaan, in praktijk nauwelijks een zin uit hun mond kregen. Het is dus niet zo heel verbazingwekkend dat een vriendin van mij erover klaagt dat haar dochter in de eerste vier jaar Engelse les op de lagere school zo goed als niets geleerd heeft. Tenminste, niet op school.
Ze klaagt er trouwens ook over dat haar dochter in de gymles niets leert. Ook al niet zo heel gek.
De juf die die gymles moet geven - een van de klassenjuffen, de klas heeft er twee - is zo dik dat ze niet in staat is om de gymoefeningen voor te doen. Reuze nuttig dus om van haar vijf keer per week - zo vaak hebben Hongaarse kinderen tegenwoordig namelijk lichamelijke oefening - gym te krijgen. Zulke gymlessen lijken me trouwens ook ongelooflijk stimulerend om het plezier van kinderen aan sport te bevorderen.
Gelukkig kun je eronder uit. Tenminste, bij haar dochter op school. Als zij kan aantonen dat haar kind al op een echte sport zit, kan die vrijstelling krijgen van de gymlessen.
Persoonlijk zou dat voor mij een reden zijn om mijn kind zo snel mogelijk daadwerkelijk op een sport te doen. Misschien was dat ook de gedachtegang van de politieke bestuurders die een paar jaar geleden de verplichte dagelijkse gymles invoerden, Maar om een of andere reden heb ik daar mijn twijfels over.
De dochter van mijn vriendin mag blij zijn dat ze op de school zit waarop ze zit, want die vrijstelling blijkt niet algemeen te zijn. Het Hongaarse onderwijs is gecentraliseerd, het overgrote deel van de scholen valt tegenwoordig onder een regeringsbureau, de KLIK, dat verantwoordelijk is voor alles, van de benoeming van onderwijzers en schoolhoofden tot de verstrekking van krijtjes (die dan ook vaak ontbreken, dat krijg je als alles centraal wordt geregeld), en dan zou je verwachten dat alles overal hetzelfde is. Maar toch zijn er verschillend. De ene schooldirecteur is de andere niet.
Zo gaat de ene school ook aanzienlijk soepeler om met de verplichting om kinderen tot vier uur binnen de deur te houden dan de andere. Die verplichting werd ook een paar jaar geleden ingevoerd, met het idee dat dat veiliger was. Niet alleen zouden kinderen dan niet over straat zwerven (je weet maar nooit wat er dan gebeurt), maar ze zouden in die tijd misschien ook nuttige dingen kunnen doen, zoals huiswerk.
In veel scholen komt het er vooral op neer dat ze niets doen, lessen zijn er 's middags vaak niet, en andere activiteiten ook niet. Bij mooi weer kun je buiten spelen, als daarvoor voldoende ruimte is (wat niet altijd het geval is) maar bij slecht weer is het vooral saai. Op de school van de kinderen van mijn vriendin mogen leerlingen daarom eerder weg, als de ouders daartoe een verzoek indienen. Maar dat hangt van de directeur af, en sommigen zijn zo strikt dat je het vermoeden hebt dat ze stilletjes een hekel aan kinderen hebben.
Zo ken ik iemand anders die voor haar dochter om vrijstelling van de gymles had gevraagd. Het ging slechts om een tijdelijk verzoek en de reden was overduidelijk. Het meisje had haar enkel gebroken, een gecompliceerde breuk die lang rust vereiste. Omdat de gymlessen niet in het normale lesrooster pasten, werden ze in het nulde uur gegeven, een curieuze Hongaarse uitvinding die bedoeld is om de schooldag stiekem een uur langer te maken. Aan het begin van de dag, wel te verstaan, de nulde les begint om zeven uur 's ochtends. Maar gebroken enkel of niet, het meisje diende iedere gymles gewoon op school te zijn om op de bank toe te kijken.

donderdag 3 juli 2014

Eindexamenperikelen: het verhaal van B.

Na zes jaar school zit het erop. De klassenleraar heeft diverse malen tranen geplengd over het afscheid van de klas. Ik overdrijf niet. Als je zes jaar lang met 35 jongeren optrekt, hen ziet opgroeien van brugpiepers tot studenten, ieder jaar een of twee keer een weekend met hen op stap gaat en elke week een klassenuur hebt waarin je hun problemen bespreekt, dan weegt zo'n afscheid zwaarder dan wanneer 'klassenleraar' een soort vage verantwoordelijkheid is voor leerlingen die je af en toe een keer ziet langskomen. Hij wil hierna niet nog een keer de verantwoordelijkheid voor een klas, hij vindt het afscheid te moeilijk. Maar hij wil heel graag af en toe een mailtje van hen krijgen, heeft hij gezegd.
Afgelopen week hebben wij hebben de eindafrekening gekregen van de moeder die zich de afgelopen jaren heeft bekommerd om de financiële kant van de zaken. Het eindexamen heeft de klas als geheel een kleine 3500 euro gekost. Honderd euro per leerling, best te overzien als je niet meerekent dat we daarnaast danslessen, toegangskaartjes voor het eindexamenbal en de kosten van professionele foto's hebben moeten bekostigen. Van die 3500 euro is haast de helft opgegaan aan afscheidscadeaus voor de leraren. Geen idee wat de meesten hebben gekregen, maar de klassenleraar ging met behalve een fotoalbum naar huis met een forse speelgoedboot vol barbecuevlees (hij is dol op roeien).
Het goede nieuws was: er was nog geld over in de klassenpot, een dikke 200 euro. Dat geld gaat, op voorstel van de moeder die het beheert, naar B., een van de leerlingen. Niemand die daar tegen protesteerde. B. heeft het geld meer dan verdiend.
Hij is wees. Sinds zijn ouders zijn omgekomen in een auto-ongeluk toen hij nog vrij klein was, leeft hij bij zijn grootouders. Vorige zomer overleed zijn grootvader onverwacht. Sindsdien is B. alleen met zijn blinde en half verlamde grootmoeder. Dat betekent dat het hele huishouden in dit eindexamenjaar op B.'s schouders neerkwam.
Heel af en toe kneep hij er een uurtje tussenuit om met zijn vrienden een hamburger te eten, maar de meeste dagen spoedde hij zich, zodra de school uit was, naar huis, om boodschappen te doen, schoon te maken en te koken. Desondanks legde B., een briljante leerling, een van de beste examens van de klas af. Voor de lol deed hij zelfs meer vakken dan wettelijk verplicht.
Veel hamburgers kan B. zich niet veroorloven, want zijn grootmoeder en hij leven van iets van driehonderd euro, het minieme gehandicaptenpensioentje dat zij krijgt en een paar tientjes kinderbijslag. Door de dood van de grootvader viel diens pensioen, vast ook geen vetpot, weg.
Dan hakt zo'n eindexamen erin. Voor B. dus geen nieuw eindexamenpak. Hij is klein, de kleinste jongen van de klas, en een afdankertje van iemand anders was nog wel te vinden. Bij het eindexamenbal zat hij op de bank, want geld voor danslessen had hij niet. De overige kosten, zoals zijn bijdrage aan de cadeaus voor de leraren, het eindexamenbanket, de klassenfoto, hebben de ouders van de andere leerlingen onderling verdeeld.
Ergens begin dit jaar kregen we een mailtje van de klassenleraar, waarin hij het verhaal van B.'s grootvader uit de doeken deed en de klas om steun vroeg. Sindsdien betaalt iedereen maandelijks 500 forint als ondersteuning van B. Misschien geen wereldbedrag, maar gezien het minieme inkomen waarvan hij en zijn grootmoeder moeten leven, een welkome ondersteuning. En, zoals onze zoon, die met hem bevriend is, zei: "Het zal nog niet makkelijk zijn om hem dat geld aan te laten nemen. Hij is erg trots."
Misschien nog belangrijker is dat de klassenleraar zijn contacten met oud-leerlingen heeft aangesproken. B. weet nu al dat hij tijdens zijn studie hij een bedrijf van een van die oud-leerlingen een baantje heeft dat hem door de studie heen kan helpen. Ik moet bekennen, ik heb echt geen idee meer hoe mijn klassenleraar heette. Maar ik weet zeker dan mijn zoon en zijn medeleerlingen dat over dertig of veertig jaar nog precies weten. Kom maar eens om zo'n man.