Posts tonen met het label grondwettelijk hof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grondwettelijk hof. Alle posts tonen

woensdag 3 juni 2015

Hongaarse natuurgebieden gered

Rivierbos in het Donau-Ipoly Nationaal Park
Het Hongaarse grondwettelijk hof staat niet bekend vanwege zijn daadkracht. Geen wonder, want het merendeel van de rechters is benoemd door Fidesz. Maar deze week bleek dat die rechters toch niet helemaal aan de leiband van de partij lopen. Op verzoek van president Ader bogen ze zich over een nieuwe wet die bedoeld is om de nationale parken op te heffen, en kwamen tot de conclusie dat die wet tegen de grondwet indruist. Dat is heel goed nieuws voor de Hongaarse natuur. Er lagen plannen om die parken simpelweg tot landbouwgebied om te ploegen. Het is toch zonde om al die grond aan de bloemen en de vogels over te laten. Er zijn in Fidesz partijgetrouwen genoeg die in zijn voor een lapje grond.
Persoonlijk vind ik het bizar dat een partij die zo de mond vol heeft over Hongarije en  over Hongaarse geschiedenis, cultuur en waarden, er geen been in ziet de aanzienlijke Hongaarse natuurschatten te verkwanselen ten eigen bate. Toch was dat het plan. Een van de gebieden die op de schop moest, is de Hortobágy poesta. Het is het enige steppegebied op het Europese continent en een van de belangrijkste vogelgebieden van Europa. Er leven meer dan 300 soorten, zowel Europese vogels als vogels (en planten) die je verder vooral op de Aziatische steppes aantreft. De communisten hebben ook al eens geprobeerd het gebied in landbouwgrond te veranderen. Zonder al te veel succes, overigens. De natuur in de Hortobágy is de landbouw niet zo goed gezind.
Regeringspartij Fidesz heeft twee keer geprobeerd die wet op de nationale parken door het parlement te krijgen. De eerste poging mislukte omdat er geen tweederde meerderheid voor bleek te zijn. De regering wilde zo'n tweederde wet, omdat die ook alleen met een tweederde meerderheid weer veranderd kunnen worden. De gok was duidelijk dat nieuwe regeringen dat niet voor elkaar zouden krijgen en de Hongaarse natuurgebieden voor lange tijd onder tractorwielen zouden verdwijnen.
Toen de tweederde wet mislukte, kwam er een nieuw wetsvoorstel dat met een simpele meerderheid (vijftig procent van de stemmen plus een) werd aangenomen. Maar toen zette president Ader de hakken in het zand. Hij weigerde zijn handtekening te zetten en stuurde de wet naar het grondwettelijk hof. De Hongaarse natuur mag hem er dankbaar voor zijn.
Overigens zou de EU het opheffen van de nationale parken uiteindelijk waarschijnlijk hebben afgekeurd. Natuurbehoud is een Europese verplichting. Maar Brusselse molens draaien een stuk langzamer dan Hongaarse tractorwielen, en je kunt heel wat natuurgebied hebben omgeploegd voordat Brussel op de rem trapt. En die schade is nauwelijks te herstellen. Op de Hortobágy worstelen ze nog steeds met de gevolgen van de mislukte landbouwprojecten uit de jaren vijftig.
Wat de natuurgebieden heeft gered, is dat premier Orbán zijn tweederde meerderheid in het parlement kwijt is. Was dat niet het geval geweest, dan had de regeringsfractie de grondwet kunnen veranderen en had het grondwettelijk hof niets meer kunnen zeggen. Maar die vanzelfsprekende macht is de regering kwijt sinds Fidesz bij tussentijdse verkiezingen twee keer achter elkaar een parlementszetel verloor.
Dat kan voor premier Orbán nog knap vervelend worden. In de afgelopen jaren zijn namelijk tal van wetten met tweederde meerderheid aangenomen die misschien nog wel eens veranderd moeten worden. Belastingwetgeving, bijvoorbeeld. Het is nauwelijks voor te stellen dat je zo'n wezenlijk beleidsinstrument als belastingen totaal vast timmert, maar de bedoeling daarvan was simpelweg dezelfde als de reden waarom de wet op de nationale parken een tweederde wet had moeten worden: zorgen dat volgende regeringen die niet konden veranderen. Duidelijk een kuil die de regering voor anderen heeft gegraven, maar waar ze nu zelf in dreigt te vallen. Regeren is vooruitzien. Zeggen ze.



zaterdag 9 maart 2013

Nieuwe deuken in Hongaarse grondwet

homeless, budapest
Dakloze in Boedapest
Hongaarse daklozen kunnen binnenkort weer op boetes rekenen als ze buiten slapen. Dat is althans de bedoeling van een amendement op de Hongaarse grondwet waar het parlement zich maandag over buigt.
Het amendement is slechts een van vele aanpassingen aan de grondwet waar het parlement maandag over stemt, en waar zowel de Raad van Europa, als de Europese Commissie en de Verenigde Staten zich ernstig zorgen over maken. “Ik ben zeer bezorgd hoe deze grondwetswijzigingen te rijmen zijn met de principes van een rechtstaat,” aldus Raad van Europa-voorzitter Thorbjorn Jagland.
Gemeenten konden daklozen sinds begin vorig jaar beboeten en maakten daar kwistig gebruik van. In een jaar tijd werden 2200 daklozen gearresteerd wegens slapen in de buitenlucht of eten uit prullenbakken. Gezamenlijk kregen ze een kleine 140000 euro aan boetes opgelegd. Een voorbeeld is de 24-jarige gehandicapte Henrietta, die onlangs de krant haalde, nadat ze een boete van 50000 forint (170 euro) opgelegd had gekregen. Ze had bij een fastfoodrestaurant in een provinciaal warenhuis mensen gevraagd of zij de etensresten mocht hebben die ze lieten staan. Henrietta, die maar een arm heeft, had simpelweg honger. Eerder had ze ook al voor voor 60000 forint aan boetes vergaard wegens bedelen. Haar dreigt nu 60 dagen gevangenisstraf omdat ze dat geld onmogelijk kan betalen.
Afgelopen december bepaalde het Grondwettelijk Hof dat zulke straffen tegen de in de grondwet vastgelegde bescherming van de menselijke waardigheid zijn. Dakloosheid is een groeiend probleem in Hongarije. Het officiële aantal daklozen steeg van 8377 eind 2009 tot 10205 in februari 2012. In werkelijkheid ligt het aantal zeer waarschijnlijk aanzienlijk hoger.
Er zijn opvanghuizen, maar velen willen daar niet heen, omdat ze zich onveilig voelen, of, in het geval van alcoholisten, omdat alcohol verboden is. Ze geven de voorkeur aan een metrostation of een zelfgebouwde hut, zelfs al walsen gemeenten zulke bouwsels regelmatig plat. Het Hof noemde dakloosheid in zijn uitspraak geen crimineel, maar een sociaal probleem. Premier Orbán maakte meteen duidelijk dat hij dat anders zag en kondigde aan dat het recht van gemeenten om daklozen te bestraffen in de grondwet zou worden vastgelegd, om zo de “de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid en de culturele waarden te beschermen”.
Door dat in de grondwet op te nemen, ontneemt de regering het constitutionele hof het recht erover te oordelen, want dat kan alleen toetsen of een bepaalde wet tegen de grondwet is, niet of de grondwet zelf klopt. Het amendement bepaalt weliswaar wel dat gemeenten zich moeten inspannen om voor huisvesting te zorgen, maar dat zegt natuurlijk niet zoveel.