Posts tonen met het label parlement. Alle posts tonen
Posts tonen met het label parlement. Alle posts tonen

donderdag 18 oktober 2018

Parlementaire Parodie


Dat er van de parlementaire democratie in Hongarije weinig over is, is inmiddels genoegzaam bekend. Maar de parodie van begin deze week was wel weer een behoorlijk dieptepuntje. Ook een record: van wetsvoorstel tot wet in een luttele 36 uur.

Maandag tegen lunchtijd diende Orbán’s partij Fidesz in een parlementscommissie volkomen onverwacht een wetsvoorstel in ter afschaffing van de veelgebruikte subsidieregeling voor mensen die voor een woning sparen (voor details zie verderop). Gedebatteerd kon er eigenlijk niet worden in de commissie, want niemand had de wet tenslotte nog gelezen.
Diezelfde avond vond over het wetsvoorstel het eerste van de twee “kamerdebatten” plaats die de grondwet voorschrijft, en dinsdagochtend volgde al het tweede “debat.” Oppositiewoordvoerders deden hun best, maar ze hadden uiteraard nauwelijks tijd gehad om het voorstel te bestuderen, laat staan er met betrokkenen uit de maatschappij over te praten (mede omdat helemaal niemand wist dat dit er aan zat te komen). De bijdrage van de parlementariërs van Fidesz aan de kamerdebatten bestond uit een massaal zwijgen. Die middag werd er ook nog even gestemd (alle Fidesz-kamerleden voor) en nog dezelfde avond ondertekende de Hongaarse president en Fidesz-man János Áder de nieuwe wet, die op woensdagochtend inging. Zoals de nieuwssite Mérce concludeerde: dit heeft met parlementaire democratie niets te maken.

Ook qua inhoud zorgt de wetswijziging voor de nodige maatschappelijke commotie. Het gaat om een regeling waarbij de overheid subsidie geeft aan mensen die via speciale fondsen (vaak van banken) sparen voor de aanschaf van een woning. De wet, ingevoerd in 1997, was bedoeld om vooral starters op de woningmarkt te helpen en miljoenen Hongaren hebben er gebruik van gemaakt. Na de afschaffing, is er nog wel een andere subsidieregeling voor woningzoekenden over, maar daarvoor komen alleen gezinnen in aanmerking die kinderen hebben of die beloven kinderen te zullen krijgen. Die regeling - bedoeld om het krijgen van kinderen te stimuleren - was tot nu toe weinig succesvol, en wellicht hoopt Orbán dat dat nu verandert. 
De afschaffing van de oude subsidieregeling leidt ook tot het ontslag van naar schatting 4000 medewerkers bij de betreffende spaarfondsen (waaronder een fonds van Aegon). Maar zelfs Fidesz-bondgenoot László Csányi, een van de rijkste oligarchen van het land en eigenaar van de OTP-bank waaraan een van de grootste spaarfondsen verbonden is moest uit het nieuws van de vernadering horen. Er is tenslotte maar een man de baas in dit land.



woensdag 11 mei 2016

Boedapester bomen

foto Runa Hellinga
Het opgeknapte Kossuth tér
Deze week werd in Boedapest het hernieuwde Moszkva tér (Moskouplein) heropend. Of Széll Kálman tér, zoals je sinds enkele jaren hoort te zeggen, al doet het merendeel van de Boedapesters dat niet. Széll was een door weinigen herinnerde minister van financiën en premier aan het einde van de negentiende eeuw. Iedereen daarentegen weet waar Moskou ligt.
Maar goed. Het plein heeft niet alleen zijn communistische naam verloren, maar ook zijn communistische architectuur en het ziet er veel mooier uit dan het was. Maar het schijnt dat er nogal wat klachten zijn over de geringe hoeveelheid groen. Nou was het oude Moszkva tér bepaald niet het groene hart van de stad en je moet het nieuw geplante groen natuurlijk even de tijd geven om groot te groeien. Maar bomen zijn nu eenmaal een teer punt in de Boedapester ziel.
De afgelopen jaren waren er in de stad diverse protestacties tegen renovatie- en vernieuwingsplannen. Zelden gingen ze - behalve in het zevende district waar helemaal geen bomen zijn - over de architectuur. Vaak daarentegen over de bomen die zouden sneuvelen. Zelfs als het eindresultaat groener zou worden dan de beginsituatie.
Begin jaren negentig bestond het midden van het toenmalige Roosevelt tér (nu Széchenyi tér) uit een lelijke asfaltplak met een parkeerplaats en, juist ja, een aantal bomen. Toen er eind jaren negentig plannen kwamen om die parkeerplaats te vervangen door een parkeergarage, kwamen er protesten: een paar van de bomen zouden het loodje leggen. Het plan ging desondanks door. Het asfalt werd vervangen door gras en bloemen, de meeste bomen overleefden en het hele plein ziet er aanzienlijk fraaier uit dan het was.
Maar in de Nagymező utca ging de bouw van een parkeergarage in 2006 niet door vanwege protesten uit de buurt tegen de kap van de bomen in die straat. En toen de huidige regering een aantal jaren geleden aankondigde dat ze het Kossuth tér bij het parlement zouden gaan vernieuwen, was het ook vooral het lot van de bomen dat protesten uitlokte. Niet dat die protesten de renovatie tegenhielden, en eerlijk is eerlijk, dankzij het kappen van de bomen heb je voor het eerst in jaren vanaf het plein zicht op de Donau en de heuvels erachter. En persoonlijk vind ik dat uitzicht eigenlijk veel mooier dan de bomen die er vroeger stonden.
Momenteel voert een groep milieuactivisten al wekenlang actie in het Városliget, het Stadspark, tegen de voorgenomen bouw van een museumwijk naast en in het park. Niet vanwege het idee zelf, hoewel daar best wat op af te dingen is, zoals het prijskaartje dat eraan hangt, of de vraag of het eigenlijk wel zo slim is om alle belangrijke musea in de stad in een wijk te bundelen. Maar daar gaat het de activisten niet om. Zij protesten vanwege de bomen die voor het plan gekapt moeten worden.
Nou gaan er niet alleen bomen gekapt worden, maar krijgt dat hele deel van het park een opfrisbeurt. En daar is best wat voor te zeggen, want het Stadspark is groot en juist dat deel van het park waar de musea gepland zijn, is behoorlijk verwaarloosd, wordt betrekkelijk weinig gebruikt en is bovendien niet helemaal ongevaarlijk (tussen die laatste twee feiten is natuurlijk een verband). Toen onze zoon nog naar een school naast dat park ging, legde de school leerlingen een verbod op om alleen het park in te gaan nadat enkelen tussen de bosjes met enige geweld van hun mobiel beroofd waren, Maar een boom is een boom. Die moet blijven staan.
De ironie wil dat er een tijd was dat Boedapest helemaal geen bomen wilde. Midden negentiende eeuw stond de gemeenteraad van het toenmalige Pest op zijn achterste benen toen graaf István Széchenyi voorstelde om bomen in de stad te planten om het stadsklimaat te verbeteren. Pest was in die jaren haast net berucht vanwege het stof als Londen vanwege de smog. Maar bomen? In de stad? Was Széchenyi nou helemaal belazerd? Ze waren toch geen provincieplaats? Uiteindelijk kwamen er wel wat bomen. Maar die hielpen niet echt tegen het stof. Dat verminderde pas, toen de straten werden verhard. Zoals het een echte grote stad betaamt.

vrijdag 13 juni 2014

Het verhaal van twee standbeelden

Tisza
Op 15 maart, drie weken voor de verkiezingen, werd het Kossuth tér voor het parlement feestelijk ingewijd. In werkelijkheid is het nog steeds niet helemaal af. Maar met de recente onthulling van het standbeeld van Graaf István Tisza naderen de werkzaamheden wel hun voltooiing.
Er is heel wat te zeggen over dat beeld, een kopie van een Tisza-monument dat voor de oorlog op dezelfde plaats stond. Om te beginnen dat het esthetisch gezien werkelijk een gruwelijk monster is. De somber kijkende Tisza wordt omringd door een leeuw die worstelt met een slang en door dramatische beeldengroepen van een heldhaftige soldaat met Duitse Stahlhelm en enkele angstige burgers. Pathetische wansmaak zoals de jaren tussen de twee wereldoorlogen die op grote schaal wist te produceren.
Jammer, vooral als je bedenkt wat voor beeld er tot pakweg twee jaar geleden stond: een ingetogen, totaal niet bombastisch beeld van een droefgeestig kijkende, tragische Graaf Mihály Károlyi, een werk van de Hongaarse beeldhouwer Imre Varga.
Maar niet alleen de twee beelden zijn elkaars tegengestelde. De twee afgebeelde mannen, tijdgenoten van elkaar en beiden voor enige tijd premier van het land, waren dat ook. Allebei waren ze aristocraten en eigenaren van enorme landgoederen. Maar dat is hun enige overeenkomst. Terwijl Karólyi landhervormingen wilde en die ook op zijn eigen landgoederen toepaste, was Tisza juist een uitdrukkelijke tegenstander van alles wat de positie van de Hongaarse hoge adel met hun enorme landerijen aantastte. Terwijl Karóyli democratisering wilde, was Tisza tegen uitbreiding van het stemrecht in een tijd dat slechts 10 procent van de Hongaren stemrecht had. Hij deed er alles aan om het spreekrecht van de oppositie in het parlement te beperken en hij dreef omstreden wetten soms binnen luttele uren door. Iets waar de huidige regering trouwens ook een handje van heeft.
Karólyi
Karólyi, premier aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, was een pacifist die - op het totaal verkeerde moment, in 1918 - het besluit nam het hele Hongaarse leger op te doeken, wat de nieuwe buurlanden Roemenië, Joegoslavië en Tsjechoslowakije in gelegenheid stelde steeds weer nieuwe hapjes van het land af te plukken.
Tisza, premier aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, was juist voorstander van een sterk, militaristisch Hongarije. Aan de vooravond van de oorlog pleitte hij voor hard optreden tegen Servië, al was hij na de moord in Sarajevo in eerste instantie tegen een oorlogsverklaring omdat hij meende dat het Oostenrijks-Hongaarse leger daar te zwak was. Maar toen die oorlog een keer was verklaard, steunde hij die met volle overtuiging. Terecht of niet, in het geallieerde kamp werden Tisza - en Hongarije - destijds gezien als de hoofdverantwoordelijken voor de oorlog. Dat leidde er mede toe dat het land na afloop van de oorlog door de geallieerde onderhandelaars buitengewoon vijandig werd benaderd en bij het verdrag van Trianon tweederde van zijn grondgebied kwijtraakte.
Karólyi (een man die overigens zo ongeschikt was voor het vak van premier dat wiens regering door tijdgenoten als 'debatclub' werd omschreven) wordt door veel Hongaren tegenwoordig als landverrader gezien, omdat hij er niet in slaagde aan het einde van de Eerste Wereldoorlog betere vredesvoorwaarden af te dwingen. Tisza daarentegen, een man die vanwege zijn antidemocratische gezindheid en militarisme zo gehaat was dat er maar liefst drie moordaanslagen op hem werden gepleegd voor de vierde in oktober 1918 succes had en die op zijn minst medeverantwoordelijkheid draagt voor de oorlog die Hongarije uiteindelijk zou decimeren, wordt nu dus opnieuw op het plein pal naast het parlement herdacht.
Vertel mij wie uw helden zijn, en ik vertel u wie u bent.




zondag 30 maart 2014

Alweer een opening!

Het vernieuwde Kossuth tér
Het kan niet op, dezer dagen. Je kunt je in Hongarije niet omdraaien, of er is weer wat geopend. Vrijdag de nieuwe metrolijn 4 in Boedapest, eerder die week maakte premier Viktor Orbán bekend dat Hongarije de helft van de Seuso-schat terug had gekocht (oké, geen opening),, op 15 maart werd het hernieuwde Kossuthplein voor het parlement ingewijd en midden volgende week gaat de vernieuwde Várkert Bazár op de helling van de burchtheuvel open. Dat wil zeggen, de bazaar wordt weliswaar geopend, maar echt af is die nog niet. De bouwwerkzaamheden worden naar verwachting pas in augustus afgerond. Maar ja, dan zijn er geen verkiezingen.
De opening van de metro is trouwens ook maar net gelukt. Ingenieurs en IT'ers hebben zich afgelopen weken het zweet gewerkt om de testritten af te ronden en de parkeerplaatsen van de P&R-voorziening zijn nog niet af. Dat de lijn echt open zou gaan, werd slechts enkele dagen van tevoren bekend bekend gemaakt. Maar de metro rijdt, al heeft het wel ironisch dat juist Viktor Orbán een week voor de verkiezingen met de veren pronkt. Het feit dat de metrobouw eindeloos heeft geduurd, is namelijk deels aan Orbán te wijten. Sterker nog: als het aan de premier had gelegen, zou die metro er nooit gekomen zijn. De bouwcontracten werden in 1998 getekend, maar toen Orbán in dat jaar voor de eerste keer premier werd, blies hij het project persoonlijk af, omdat het volgens hem om een luxe-investering ging. Helemaal ongelijk had hij trouwens niet, er waren ook alternatieven, maar die contractbreuk kostte de stad wel 80 miljard forint, iets van 240 miljoen euro (de forint was toen meer waard dan nu).
Pas toen de socialisten weer aan de macht kwamen, ging de bouw in 2004 daadwerkelijk van start. In 2010, toen Orbán opnieuw aan de macht kwam, is serieus overwogen het project alsnog stop te zetten. Dat de metro toch werd afgebouwd, komt vooral omdat het verbreken van het bouwcontract deze keer
het faillissement van de hoofdstad betekend zou hebben. Wel is de lijn fors ingekort ten opzichte van de oude plannen.
Maar goed, vrijdag bij de officiële opening ging het er, in zeer select gezelschap, vooral over wat voor voorbeeldig voorbeeld van samenwerking de bouw van deze metro is geweest. Zo goed was de samenwerking dat oppositiemedia zoals de Népszabadság niet  waren uitgenodigd voor het feestje. Kritische vragen aan de premier waren vermoedelijk niet welkom. Het was per slot van rekening een pre-verkiezingsfeestje.


zaterdag 6 april 2013

Politieke grappen

1990: Fidesz-sinaasappels in het parlement
“Het land is buitenshuis” stond op het spandoek dat demonstranten begin maart op het plein voor het Hongaarse parlement ophingen. De onvertaalbare woordspeling met het Hongaarse woord voor parlement, országház - letterlijk landhuis - viel slecht bij de machthebbers. Een boete van 100.000 forint (330 euro, een minimum maandloon in Hongarije) was het gevolg. Officieel niet vanwege de tekst, uiteraard, maar omdat er geen vergunning was aangevraagd. om voor het parlement een politieke actie te organiseren.
Humor is niet de sterkste kant van de Hongaarse regeringspolitici. En dat, terwijl de oranje bal die regeringspartij Fidesz als symbool gebruikt, zelf een voorbeeld is van politieke satire. Het verhaal wil dat de stalinisten zo overtuigd waren dat het communisme alle problemen, ook klimatologische, kon overwinnen, dat ze besloten in Hongarije sinaasappels aan te planten.
Wat klopt, is dat destijds inderdaad geprobeerd om rijst en katoen te verbouwen, maar het experiment met citrusvruchten beperkte zich tot een enkele boom in een botanische kas. Toch werd de oranjeappel symbool van het absurdisme van het systeem. Daarom adopteerde de jonge, destijds nog liberale oppositiebeweging Fidesz de gestileerde sinaasappel eind jaren tachtig als embleem. Bij hun eerste optreden in het parlement droegen alle Fidesz-afgevaardigden uitdagend een T-shirt met een grote oranje cirkel. Een andere keer deelden ze aan alle afgevaardigden sinaasappels uit.
Het is dan ook niet waar, aldus de Amerikaanse site van de oppositiekrant Népszava, dat Fidesz-politici geen gevoel voor humor hebben. “Wat veel mensen zeggen: dat ze humor wel begrijpen, maar er niet van houden, klopt ook niet. Ze begrijpen humor, en houden er ook van. Alleen willen zíj kunnen bepalen wat goede humor is.” Daar valt dit commentaar van de Népszava uiteraard niet onder.
Het regent dezer dagen politieke grappen in Hongarije. Dat sluit aan bij een goede traditie, want politieke satire speelde in de anticommunistische oppositie een belangrijke rol. Demonstreren mocht niet, en radio, tv en kranten waren in staatshanden. Maar grappen hou je moeilijk tegen, zelfs niet, of vooral niet, als je ze verbiedt. En er is geen organisatie nodig om ze te verspreiden, dat gaat helemaal vanzelf.


maandag 26 december 2011

Parlementair disrespect

Een jaar geleden werd de omstreden Hongaarse mediawet ingevoerd, en eerlijk is eerlijk: tot nu toe heeft dat weinig gevolgen gehad. Dat zul je Fidesz-politici ook altijd horen betogen: "Hebt u een voorbeeld waarin deze wet media het werken onmogelijk heeft gemaakt?" En dan moet een mens eerlijk nee antwoorden.
Dat zegt niet dat de wet goed is. Je kunt de doodstraf in je wetboek hebben staan, en hem nooit toepassen. Maar dat betekent uiteraard niet dat het geen probleem is dat je de doodstraf in je wetboek hebt staan. Per slot van rekening blijft de optie om hem te gebruiken, bestaan.
Dat geldt ook voor de mediawet. Die wordt niet goed, alleen maar omdat de autoriteiten zich inhouden bij het gebruik daarvan. Het is tot nu toe nog niet gebeurd is dat media om inhoudelijke redenen een boete opgelegd hebben gekregen. Maar het dreigement dat dat wel gebeurt, blijft bestaan. Als er straks verkiezingen plaatsvinden, en alle oppositiemedia worden dan uitgeschakeld door middel van forse boetes, dan heeft de wet zijn werk gedaan.
Bovendien: het feit dat de wet bestaat, heeft ook zonder boetes de nodige gevolgen. Sinds midden dit jaar, toen de mogelijkheid tot het uitdelen van boetes in werking trad, hebben veel journalisten van hun eigenaren de opdracht gekregen zich in te houden. Zelfcensuur.
Nu wil de regering natuurlijk ook graag aan alle critici bewijzen dat hun kritiek op de mediawet onterecht is. Daarom is het eigenlijk interessanter om te kijken wat daarbuiten het afgelopen jaar met de media gebeurd is. En de gebeurtenissen van de afgelopen week zijn een zorgwekkend voorbeeld.
Vorige week dinsdag werd bekend dat Klubradio, het enige onafhankelijke nieuwsstation dat er nog is, per februari uit de lucht moet. De zender raakt zijn frequentie kwijt ten koste van een of ander nieuw muziekstation. Argument om Klubradio de frequentie af te nemen, is dat ze vorig jaar een nieuwe frequentie gekregen hebben. Alleen: de licentie voor die nieuwe frequentie is hen uiteindelijk nooit verstrekt. Kafka zou het bedacht kunnen hebben: je krijgt de ene frequentie niet omdat je een andere hebt, en je krijgt de andere niet omdat je de ene hebt. Eindresultaat, zoals het zich nu laat bezien: exit Klubradio.
Gelijktijdig werd de nieuwsportal Index vorige week de toegang tot het parlement ontzegd, omdat ze een kerstvideo hadden gemaakt die van "disrespect voor het parlement" getuigt.

Het is niet voor het eerst dat journalisten die jaar het werken in het parlement moeilijk of onmogelijk wordt gemaakt. Onder de vorige regering hadden journalisten die regelmatig in het parlement moesten zijn, een permanente toegangspas. Die is afgeschaft. Fotografen mogen alleen nog maar vanaf een bepaalde plek fotograferen, zodat lanterfanterende parlementariers niet voor de les betrapt kunnen worden terwijl ze hun Facebook-account bijwerken.
Of nog nuttigere dingen doen, zoals het stemmen op wetsontwerpen die ze net een uur eerder voor hun neus hebben gekregen, waarover geen enkel parlementair debat is gevoerd en waarvan ze geen idee hebben waar het over gaat. Dat is een normale gang van zaken in het huidige Hongaarse parlement. Over respect gesproken.