Posts tonen met het label MSzP. Alle posts tonen
Posts tonen met het label MSzP. Alle posts tonen

woensdag 24 februari 2016

Referenda: een wel, een niet.

Foto MSzP-website
István Nyakó en de sterke jongens
Kaalgeschoren veiligheidsmensen van de Hongaarse voetbalclub Ferencváros die een oppositiepoliticus verhinderen om een referendumvraag bij het Nationale Kiesbureau in te dienen: zelfs Gábor Vona, leider van de extremistische Jobbik, noemde het dinsdagavond een dieptepunt in Hongarije in de afgelopen 26 jaar. Opmerkelijk, want de bewuste oppositiepoliticus was niet van Jobbik, maar van de socialistische MSzP, waar Jobbik nou bepaald niet echt veel mee op heeft. Vona had zelfs een goed woord over voor de voormalige MSzP-premier Ferenc Gyurcsány onder wiens bewind het voor de oppositie wel gewoon mogelijk was om referenda te organiseren.
Sinds een jaar geleden de verplichte zondagssluiting voor winkels werd ingevoerd doet de MSzP pogingen om deze wet in een referendum aan het Hongaarse volk voor te leggen. Het is geen geheim hoe mensen over die winkelsluiting denken: tweederde van de bevolking vindt het niets, en toen voor de kerst de winkels wel open mochten zijn op zondag, waren de winkelcentra dan ook meteen propvol. Een referendum over de kwestie zou goede kans van slagen maken. Maar die blamage wil de regering duidelijk niet lopen.
Hoewel het recht op referenda in de wet is vastgelegd, maken lastige vragen tegenwoordig weinig kans. Referendumvragen indienen en goedgekeurd krijgen is een ingewikkeld proces geworden, want de Nationale Kiesbureau accepteert per onderwerp maar één potentiële referendumvraag. Die moet vervolgens door het Hoogste Gerechtshof, de Kúria, worden goed- of afgekeurd en dat kan een aantal maanden duren. Pas de Kúria een vraag heeft afgewezen, kan over hetzelfde onderwerp er weer een vraag worden ingediend. Dus hoe zorg je dat de MSzP nooit een vraag over de winkelsluiting kan indienen? Door ervoor te zorgen dat iemand anders de partij net even voor is met een andere vraag over hetzelfde onderwerp.
Belangrijk is dan natuurlijk wel dat die vraag zo geformuleerd wordt dat de Kúria hem niet kan goedkeuren, want anders zit je mogelijk alsnog met een referendum over de zondagssluiting en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Zo mochten de hoogste rechters zich al eens buigen over de vraag "Bent u het ermee eens dat zondag een rustdag voor iedereen zou moeten zijn en winkels gesloten moeten zijn?" Een rustdag voor iedereen? Daarmee zouden ziekenhuizen en politiestations die dag ook dicht moeten. Daar kun je als hoogste gerechtshof natuurlijk moeilijk mee instemmen.
Maar goed, deze week was het zover. Maandag had de Kuria een referendumvraag over de winkelsluiting afgekeurd, en dus stond MSzP-politicus István Nyakó dinsdagochtend om zes uur voor het bureau van de kiesraad klaar voor een nieuwe poging om de MSzP-vraag in te dienen. Even later meldde zich een stelletje kaalkoppige bullebakken waar een verstandig mens liever met een boogje omheen loopt. En er kwam nog een wat oudere dame die niemand kende, die ook een referendumvraag wilde indienen. Waarover, dat wilde ze niet verklappen, maar iedereen kon zelf wel bedenken dat die ook over de zondagssluiting zou gaan.
Niemand in het kiesbureau stelde de aanwezigheid van de kaalkoppen ter discussie, en ook politie in die de buurt rondliep, scheen het volkomen normaal te vinden dat skinheadachtige types de ingang van het kiesbureau blokkeerden. Toen die hun werk eenmaal hadden gedaan, dat wil zeggen, toen ze ervoor gezorgd hadden dat het dametje net voor de MSzP-politicus een nummertje wist te trekken, waren de krachtpatsers binnen de kortste keren vertrokken.
De scene was een beetje vergelijkbaar met oktober, al waren het toen geen kaalkoppen die de MSzP verhinderden als eerste naar binnen te gaan, maar iemand van het kiesbureau die de MSzP-vertegenwoordiger vriendelijk verzocht even afstand te houden, net genoeg afstand om een oud dametje (een ander dametje dan afgelopen dinsdag, trouwens) voor te laten glippen. Haar vraag "Bent u het ermee dat winkels op zondag gesloten kunnen worden?" werd even later al afgekeurd vanwege ontbrekende gegevens, maar geen nood, die mocht ze later nog komen indienen.
Een paar maanden daarvoor had de MSzP ook al achter het net gevist omdat de man die voor hen naar binnen mocht al een geldig toegangsbewijs bleek te hebben en zich niet bij de portier hoefde aan te melden. Eén keer lukte het de partij wel een vraag als eerste in te dienen. Bij die gelegenheid besloot de voorzitster van het Kiesbureau uiteindelijk liever de vraag van de tweede indiener naar de Kúria door te sturen.
Het kostte Hongaarse media dinsdag slechts luttele uren om uit te vinden dat twee van  de kaalkoppen werkzaam waren bij de security van voetbalclub Ferencváros, een club die toevallig wordt voorgezeten door Gábor Kubatov, een vicevoorzitter van regeringspartij Fidesz. Ook de identiteit van het dametje werd al snel achterhaald: zij bleek de vrouw van de burgemeester László András Erdősi van Herceghalom. Erdősi is officieel een onafhankelijke burgemeester, maar toen hij in 2014 als kandidaat campagne voerde, liep zijn vrouw rond met een button van Viktor Orbán.
Mevrouw Erdősi blijkt overigens ook op school gezeten te hebben met de secretaresse van de PR-afdeling van Ferencváros, dus wie zal zeggen hoe die kaalkoppen bij het kiesbureau terecht zijn gekomen. Internet nieuwsportal Origo organiseerde een online enquête, waarin mensen hun mening daarover konden geven. Daarop heeft inmiddels een kleine 15000 gereageerd. Representatief is zo'n onderzoek natuurlijk niet, maar desondanks: 73 procent dacht dat Fidesz erachter zat. Veertien procent meende dat mevrouw Erdősi zelf voor versterking had gezorgd en en toch nog zo'n zeven procent schijnt ervan overtuigd te zijn dat de MSzP er zelf achter zit, om zo een schandaal te creëren. De rest gaf andere oppositiepartijen de schuld.
Overigens krijgen de Hongaren binnenkort wel degelijk een referendum voorgelegd. Niet over de zondagsrust, maar over het migrantenquotum. Afgelopen weekend zette premier Orbán zijn handtekening onder een document dat Hongarije in principe verplicht om een aantal vluchtelingen op te nemen. Woensdag kondigde hij dat de Hongaren zich binnenkort zullen kunnen uitspreken over de volgende referendumvraag: "Bent u het ermee eens dat de Europese Unie zonder toestemming van het parlement aan Hongarije kan verplichten om niet-Hongaarse staatsburgers te huisvesten?" Het Nationale Kiesbureau heeft de vraag al geregistreerd. Zonder problemen, uiteraard.

maandag 26 mei 2014

Een dansje van plezier

De grote verliezer: de MSzP
Wat was het hoogtepunt van de uitslag van de Europese verkiezingen in Hongarije gisteren? Het feit dat regeringspartij Fidesz meer dan de helft van de stemmen haalde? Niet echt, want dat was niet helemaal een verrassing. Het feit dat de extremistische Jobbik  de tweede partij werden? Mwah. Dat lijkt schokkender dan het is., want bij de parlementsverkiezingen een paar weken geleden kregen ze 21 procent, nu 14. Ze deden het dus helemaal niet zo goed, en dat ze tweede werden, kwam vooral omdat de linkse partijen ditmaal ieder apart deelnamen.
Het dansje van Ferenc Gyurcsány? Misschien niet het belangrijkste nieuws, maar de oud-premier wist er wel de aandacht mee te trekken. TV-zender ATV bracht het wat giechelend, internetkrant Index postte de video, en zelfs het vrouwenblad Nöklapja maakte er op zijn website melding van. Niet iedereen was erover te spreken, trouwens, want critici vinden het een typisch voorbeeld van zijn arrogantie.
Hij had goede reden om te blij te zijn, dat wel. Zijn Democratische Coalitie (DK) presteerde met haar duidelijke pro-Europaboodschap boven verwachting. Met 9,76 procent van de stemmen versloeg hij Együtt 2014, de organisatie van oud-premier Gordon Bajnai, en eindigde hij bijna even sterk als de partij die hij 2,5 jaar geleden vaarwel zei: de Hongaarse socialisten, MSzP. Hoe verguisd hij door velen links en rechts ook is, Gyurcsány is terug op het politieke toneel. Wie over een linkse verkiezingscoalitie wil spreken, kan niet meer om hem heen. Zeker niet in Boedapest, waar zijn partij de grootste linkse partij werd.
Normaal ben ik er niet echt voor om de uitslag van Europese of gemeentelijke verkiezingen door te trekken naar het landelijke vlak. Maar met die landelijke verkiezingen zo kort geleden ligt dat toch wat anders. En dan is het belangrijkste nieuws toch wel het debacle van de socialistische MSzP. Met 10,9 procent van de stemmen was die partij net iets sterker dan de DK.
Toen MSzP-leider Attila Mesterházi voor de parlementsverkiezingen in april tegenover buitenlandse journalisten sprak over de samenwerking van zijn partij met DK en Együtt, vond hij het allemaal zo simpel: zijn partij was de grootste linkse partij, dat wist iedereen, en de rest had eigenlijk gewoon naar hem te luisteren. "Verliezen kunnen we alleen, en dan zijn we de sterkte oppositiepartij in het parlement. Maar om te winnen hebben we een coalitie nodig," zei hij vol zelfvertrouwen.
Verliezen kon de MSzP inderdaad alleen, zo bleek gisteren. Dramatisch. Als je de cijfers van MSzP, DK en Együtt bij elkaar optelt, haalde de linkse oppositie haast 28 procent, 2,5 procent meer dan in april. Maar de MSzP kreeg nog geen elf procent van de kiezers achter zich. Dat werpt ook een vreemd licht op het feit dat de partij na de verkiezingen in april, toen de coalitie in fracties uiteenviel, verreweg het grootste aantal zetels claimde en kreeg. Als je de uitslag van gisteren bekijkt, is dat misschien wel totaal onverdiend.
Mesterházi, en het MSzP-bestuur, trokken gisterenavond de enige conclusie die mogelijk was. Met begrafenisgezichten kondigden ze hun aftreden aan. "We hebben een totaal nieuwe koers nodig," meent Mesterházi nu. Daar zag hij twee dagen eerder nog niets in. Maar de partij mag wel opschieten. In het najaar zijn gemeenteraadsverkiezingen. Zonder verkiezingscoalities wordt links daar geheid weggevaagd. Ze mogen wel heel hard aan de slag bij de MSzP, en bij de andere partijen. Want laten we eerlijk zijn, compromissen sluiten is niet het sterkste punt in de Hongaarse politiek.



vrijdag 7 februari 2014

Helemáál geen verkiezingscampagne!

Op 6 april gaat Hongarije naar de stembus. Maar omdat de verkiezingscampagne pas vijftig dagen van tevoren mag beginnen, is daar nog weinig te merken. Deze huizenhoge poster in het centrum van Boedapest, waar de leiders van de oppositie op staan afgebeeld als een soort criminelen, met een clown achter hen en in koeienletters de tekst "ze verdienen geen andere kans" is namelijk géén verkiezingspropaganda. Dat u dat niet denkt, per ongeluk.
Het is gewoon, verzekerde de voorzitter van de Nationale Verkiezingscommissie buitenlandse journalisten onlangs, vrijheid van meningsuiting en kan niet worden verboden. Puur toeval dat die poster ongeveer op de dag dat de verkiezingsdatum bekend werd gemaakt, op iedere straathoek en iedere bushalte in Boedapest verscheen. Maar daar moet u echt niets achter zoeken. Puur toeval, echt. Trouwens, de naam van regeringspartij Fidesz staat er toch niet op? Nou dan.
De posters zijn opgehangen door de CÖF (het Burgelijke Eenheidsforum) en die heeft echt helemaal niets met Fidesz te maken, zeggen ze. Binnenkort stuurt CÖF alle huishoudens in Hongarije een brief, waarin ze "de zeven zonden van de Gyurcsány-regering" op een rij zetten, heeft de organisatie aangekondigd op een persconferentie. Interessante vraag waar ze het geld vandaan heeft. Maar daar zullen we wel geen antwoord op krijgen. De campagneuitgaven van politieke partijen zijn strikt beperkt in deze verkiezingen. Maar campagnes van civiele organisaties vallen daar niet onder. Gewoon, vrijheid van meningsuiting. Die mag je niet beperken, toch?
Maar goed, als het om campagnemateriaal gaat, ik bedoel, verkiezingsmateriaal met een partijnaam erop, begint de kans steeds groter te worden dat u, in Boedapest althans, niets zult zien. Nou ja, heel weinig in ieder geval. Afgelopen week werd verkiezingspropaganda aan lantarenpalen en langs doorgaande wegen al door de regering verboden, deze week besloot de gemeente dat verkiezingsaffiches langs bruggen, onderdoorgangen, bij monumenten en op bomen ook niet mogen. Ook het openbaar vervoer bedrijf heeft al gezegd dat verkiezingspropaganda  op trams, bussen en in de metro niet welkom is.
De oppositie klaagt dat die maatregelen bedoeld zijn om het hen moeilijker te maken. Hoe komen ze erbij? De maatregel is, aldus burgemeester Tarlós, gewoon genomen uit milieuoogpunt, omdat het anders zo'n rommeltje wordt. Democratie is een rommeltje, ik geef het toe.
Rest de partijen nog de optie om op straat krantjes uit te delen, of hun materiaal huis aan huis te verspreiden, wat niet alleen duur is, maar ook veel mankracht vergt. Of ze kunnen reclameruimte kopen op billboards en reclamezuilen, als daar tenminste niet al een affiche van de CÖF ophangt. Beetje vervelend dat het overgrote deel van die billboards en reclamezuilen in handen zijn van bedrijven die eigendom zijn van Lajos Simicska, financieel brein achter Fidesz. Ik zal niet zo wantrouwend zijn om te denken dat er straks aanzienlijk meer Fidesz-affiches op die borden hangen dan oppositieaffiches.