Posts tonen met het label EU. Alle posts tonen
Posts tonen met het label EU. Alle posts tonen

zondag 9 december 2018

Loze beloftes


De CEU is weg uit Boedapest. Het heeft Orbán nog geen twee jaar van manipuleren, chicaneren en dreigen gekost om een van de beste universiteiten in Europa het land uit te werken. En ondanks alle beloften dat dit echt een rode lijn was, staat Europa erbij en kijkt ernaar....

Internationale media hebben het gevecht gretig afgeschilderd als een langlopende vete tussen Viktor Orbán en Georg Soros, en alom werd de CEU neergezet als het jongste slachtoffer van de autoritaire tendenzen van Hongarije’s sterke man. Maar hoe rot dit alles ook is voor de CEU, uiteindelijk kan de universiteit haar werk gewoon voortzetten in Wenen. Natuurlijk, dat kost extra tijd, geld en energie, maar de echte prijs van dit échec wordt betaald door de duizenden Hongaarse studenten en academici die achterblijven. Voor hen is er geen vrijplaats meer voor onafhankelijk academisch denken en werken, geen CEU bibliotheek, geen door de EU gefinancierde projecten die via de CEU liepen maar waarin anderen meedraaiden.

Al die Hongaren zijn vanaf nu volledig overgeleverd aan de autoritaire zuiveringsdrang die de gewone Hongaarse universiteiten de afgelopen jaren al onherkenbaar heeft veranderd. Budgetten van onwelgevallige studies en universiteiten werden en worden immens gekort. Het aantal studenten op vooral niet-exacte studies is en wordt met tientallen procenten teruggebracht. De besturen van alle universiteiten hebben een groot deel van hun autonomie verloren sinds de aanstelling van regeringsfunctionarissen die, als ware politieke commissarissen uit bolsjewistische tijden, toezicht houden. Onafhankelijke onderzoeksinstituten van de Academie van Wetenschappen worden onder regeringscontrole geplaatst dan wel opgeheven. Regeringsgezinde commentatoren roepen studenten op om professoren aan te geven die in hun colleges “links” of  “liberaal” uit de hoek komen. Het nieuwste idee: de bestaande universiteiten moeten misschien maar helemaal geen overheidsgeld meer krijgen maar volledig zelfstandig op een vrije markt zien te overleven (of verzuipen)

De CEU was een rode lijn voor de Europese Partij van Christen Democraten (EVP), zei de Duitse EVP-leider Manfred Weber afgelopen voorjaar nog. Die lijn is dunkt me ruimschoots overschreden, en er gebeurt helemaal niets. Ja, misschien, heel misschien, na de Europese verkiezingen in mei 2019. Mosterd na de maaltijd dus. En misschien gebeurt er ook wel helemaal niets omdat andere partijpolitieke overwegingen weer eens meer opportuun zijn. Wat voor boodschap is dit aan Viktor Orbán? Een simpele: ga je gang, van ons heb je weinig te vrezen. De EVP, en in haar verlengde de hele EU, laat daarmee niet alleen de Hongaarse democratie in de steek, maar ook zichzelf. Europa een "waardegemeenschap"? Dat is een vrome wens die ik graag deel, maar die steeds minder realiteit aan het worden is.


zaterdag 27 oktober 2018

EU-subsidies en economische groei

Hongaarse economische groei (rood) en netto EU-inkomsten (blauw). 
Bron: Péter Ákos Bod
Het stimuleren van productiebedrijven in plaats van service, volledige werkgelegenheid (ook via
verplichte werkverschaffing), centralisatie van overheidsinstellingen, nationalisatie van strategische bedrijven: het economische beleid van de Hongaarse premier Viktor Orbán is tamelijk onorthodox. Of niet juist. Econoom Péter Ákos Bod herkent in ieder geval veel. “Een marxistische denkwijze,” noemt de voormalige directeur van de nationale bank de regeringsvisie op de economie.
Op het eerste gezicht lijkt het beleid geslaagd. De werkloosheid is 3,7 procent, de economische groei vier procent. Dat is ruim twee procent meer dan het Europese gemiddelde, al loopt de Hongaarse groei achter op Polen en Roemenië. “Die cijfers zijn inderdaad mooi”, zegt Bod. “Maar Hongarije behoort tot de grootste netto-ontvangers van EU-subsidies. Jaarlijks komt drie tot vijf procent van ons bruto binnenlands product (bbp) uit Brussel. De vraag is dus: zouden we zonder dat geld ook zijn gegroeid?” Hij betwijfelt het.
Voordat hij directeur van de nationale bank werd, was Bod minister van economische zaken. Daarna steunde hij Orbán jarenlang als conservatief parlementariër. Maar de laatste jaren is hij steeds kritischer over het regeringsbeleid.
Hongarije zwemt volgens hem in het geld, zeker als je meerekent dat er naast de EU-steun jaarlijks twee miljard euro (pakweg nog eens twee procent van het bbp) binnenkomt van Hongaren die in het buitenland werken. “Maar sinds 2007 is onze jaarlijkse groei is minder dan de EU-subsidies die we ontvangen. Dat betekent gewoon dat al dat geld slecht besteed wordt.”
De overheidsuitgaven zijn hoog, een kleine vijftig procent van het bbp. Analisten waarschuwden deze zomer voor een begrotingstekort dat in dat kwartaal dreigde op te lopen naar ruim vier procent. Veel geld gaat naar infrastructuur en sportfaciliteiten. Volgens onderzoekswebsite Átlátszó hebben voetbalstadions en dergelijke sinds 2010 een kleine vijf miljard euro gekost. In andere sectoren, zoals onderwijs en  gezondheidszorg, is vooral bezuinigd en gecentraliseerd.
Zorgwekkend noemt Bod het feit dat bij 40 procent van de overheidsprojecten geen openbare aanbesteding plaatsvindt of slechts één bedrijf inschrijft. Volgens de regering gaat de voorkeur bij aanbestedingen uit naar Hongaarse bedrijven. en is dat geen corruptie, maar noodzakelijk beleid om een nieuwe nationale middenklasse op te bouwen.
Maar Bod is sceptisch. Hoewel een deel van de Hongaren het zeker beter heeft gekregen, profiteert volgens hem vooral een kleine, en inmiddels zeer rijke bovenlaag van het beleid. Ook veel Hongaarse bedrijven worden uitgesloten bij aanbestedingen. “Als Mészáros, (zakenpartner van de familie Orbán, R.H.) aankondigt dat hij geïnteresseerd is, weten andere bedrijven dat ze geen kans maken, zelfs niet als ze beter of goedkoper zijn,” zegt hij.


donderdag 20 september 2018

Orbán vlucht vooruit

Slechts weinig demonstranten in Boedapest:"Bedankt Sargentini"
Het lijkt erop dat Viktor Orbán, in reactie op de aanname van het Sargentini rapport in het Europese parlement op 12 september, opnieuw de vlucht vooruit kiest door zich steeds openlijker op te werpen als de leider van een Europese coalitie van rechts-nationalistische partijen. In Hongarije zelf heeft het EP-besluit intussen helemaal niets veranderd: de oppositie is totaal machteloos en de uitbouw van de autoritaire partijstaat gaat onverdroten verder.
Drie recente Hongaarse nieuwsberichten illustreren dit laatste:
- De regering Orbán heeft bijna 6 miljard forint (18,5 miljoen euro) uitgetrokken voor een nieuwe affiche campagne. Bij eerdere campagnes werd bushaltes en reclameborden in het land volgeplakt met ‘regeringsinformatie’ tegen migranten, Brussel en de financier/filantroop George Soros. Gisteren verscheen een nieuw tv-spotje tegen Soros, Sargentini en Verhofstadt op de Facebook-pagina van de regering.
- Culturele instellingen in Hongarije die door de overheid worden gefinancierd zoals de Opera, nationale musea, het nationaal ballet enz., mogen op geen enkele manier meer met journalisten communiceren (individuele interviews, het uitbrengen van persverklaringen, het organiseren van persconferenties) zonder toestemming vooraf (48 uur) van het ministerie.
- Zoltán Spéder, de zakenman/miljonair achter de grootste nog overgebleven onafhankelijke nieuwssite index.hu, heeft zijn hele financiele belang in Index verkocht. Spéder was altijd een tussenfiguur die redelijk goede relaties met het Orbán regime probeerde te combineren met een onafhankelijke positie waarin een kritische website als Index paste. Een van de twee nieuwe eigenaren is een politicus van de christen democratische KDNP, een fractie binnen Orbán’s Fidesz-partij. En hoewel de redactie van index.hu hoopt op de oude voet verder te kunnen werken, stemmen eerder ervaringen met dit soort politieke overnames niet optimistisch.
Voor de goede orde: de drie berichten zijn van ná het EP besluit, maar ze zijn er niet het gevolg van. Al sinds de oneerlijke verkiezingen van april dit jaar, waarin Orbán een nieuwe tweederde zetelmeerderheid in het parlement wist te organiseren, worden de duimschroeven verder aangedraaid. In de afgelopen maanden zijn andere onafhankelijke media opgekocht en “kaltgestellt,” zijn plannen uitgelekt om de onafhankelijke Academie van Wetenschappen verder onder regeringscontrole te brengen en onderzoekinstellingen van de Academie op te heffen, zijn wetten aangenomen die de werkzaamheden van NGOs verder bemoeilijken, en wordt in regeringsgezinde media volop gezinspeeld op een op handen zijnde intensivering van de “Kulturkampf” met als doel het culturele en het wetenschappelijke leven verder te zuiveren van linkse en liberale invloeden.
Intussen zetten de Orbán-media onverdroten hun campagne voort die de Hongaren duidelijk moet maken dat West-Europa inmiddels in een staat van burgeroorlog leeft met islamitische en zwarte immigranten. Dagelijks publiceren ze berichten die meestal zwaar vertekend, soms ronduit gelogen zijn. De kerk die vorige week afbrandde in Amstelveen, waarschijnlijk door kortsluiting? Niet volgens Hir-Magazine, die zijn Hongaarse lezers voorhoudt dat deze unieke christelijke kerk door een menigte buitenlanders ("migránsok") in brand is gestoken en dat hun plaatselijke “leider” eist dat er op die plek nu een moskee wordt gebouwd.
Oppositie ingezakt
De Hongaarse oppositie is intussen op sterven na dood, en ook daar brengt het Sargentini rapport geen enkele verandering in. De centrum-rechtse oppositiepartijen wilden niet door Orbán voor landverraders worden uitgemaakt en spraken zich daarom tegen aanname van het Sargentini rapport uit (inclusief de LMP, officieel een groene partij en lid van de Groene fractie in het Europees Parlement). De linkse oppositiepartijen durfden openlijke steun voor sancties wel aan (hoewel dat er bij de socialisten nog even om hing), maar de gezamenlijke demonstratie voor een Europees Hongarije afgelopen zondag trok slechts een paar duizend mensen. De steun voor de oude oppositie is na de april-nederlaag volkomen ingezakt en hoewel onder Orbán-kritische Hongaren het Sargentini rapport over het algemeen met instemming is ontvangen, is er ook het wijdverbreide gevoel dat het te weinig en te laat is. De enige uitweg die de meesten voor zichzelf nog zien, is emigratie. Volgens het jongste onderzoek zijn, na de 800-duizend tot 1 miljoen Hongaren die het land inmiddels al hebben verlaten (8-10% van de bevolking), nog eens 1,2 -1,5 miljoen van plan om de koffers te pakken. Onder jongeren ligt het percentage potentiële emigranten zelfs op 41% ! Opvallend is ook dat een meerderheid nu expliciet zegt dat men weg wil om economische én politieke redenen.
Sterke man van het nieuwe Europa?
Het enige terrein waarop de aanname van het Sargentini rapport wel de nodige consequenties op korte termijn kan hebben, is de Europese politiek zelf. Nu een meerderheid van de Europese Christen Democraten van de EVP hun partijgenoot Orbán eindelijk de wacht hebben aangezegd, wordt het ook steeds minder ondenkbaar dat ze Fidesz uit de EVP zullen zetten. Orbán zelf loopt daar al op vooruit, zowel in de communicatie binnen zijn Fidesz partij, als in recente gesprekken met zijn Italiaanse en Oostenrijkse strijdmakkers van radicaal rechts Salvini en Strache. Zijn ambitie is nu, zo lijkt het, om na de Europese verkiezingen in mei volgend jaar als de nieuwe leider van nationalistisch rechts de EU te gaan leiden. Dat kan makkelijk te hoog gegrepen zijn (zie deze analyse in het Engels) en wie weet wat dat dan weer voor consequenties heeft voor zijn positie thuis.
(dit artikel verscheen eerder op www.sargasso.nl)


zondag 5 november 2017

Oostenrijk kan niet zonder Hongaarse werknemers


Foto Runa Hellinga
Bad Sauerbrunn kan niet zonder Hongaarse arbeid
Bij het Shellstation langs de autoweg bij het Oostenrijkse Nickelsdorf bestel je makkelijker koffie in het Hongaars dan in het Duits. Vrijwel het hele personeel komt uit van net over de grens. Zoals veel mensen in West-Hongarije werken ze liever in Oostenrijk, waar het minimumloon vijf keer hoger is als thuis.
Na illegale asielzoekers en veiligheid zijn werknemers en migranten uit de EU, vooral uit de armere buurlanden Hongarije, Slowakije en Slovenië, een hoofdthema in de Oostenrijkse politiek. De boodschap van zowel de conservatieve ÖVP als de rechts-populistische FPÖ, de twee partijen die na de verkiezingen midden oktober waarschijnlijk samen de nieuwe regering vormen: burgers uit arme EU-landen houden de werkloosheid hoog en misbruiken Oostenrijkse sociale voorzieningen. Opmerkelijk, want de Oostenrijkse werkloosheid daalde sinds januari met maar liefst drie procent. Maar 7,7 procent is natuurlijk nog steeds best veel.
De forse daling komt niet van niets. De recente verkiezingscampagne suggereerde soms anders, maar het gaat goed met de Oostenrijkse economie. Economen voorspellen voor 2017 een groei van 2,8 tot 3 procent, de koopkracht groeit, het aantal mensen op de armoedegrens daalde van 20,6 naar 18 procent. Alleen: de nieuwe banen dat die groei oplevert, wordt voor 70 procent gevuld door werknemers uit oostelijke, armere EU-landen en andere immigranten. En zie je vooral hier aan de oostgrens, in Burgenland, terug.
Bij de bron in Bad Sauerbrunn tapt een bewoner flessen van het licht koolzuurhoudende, sterk naar ijzer smakende mineraalwater waaraan het Burgenlandse kuuroord zijn naam aan dankt. De terrassen op de Hauptplatz zijn leeg. Een bord bij restaurant de Dorfwirt meldt dat ze de hele dag warme maaltijden hebben. De jeugdige ober brengt een kaart. Hij spreekt perfect Duits, maar komt uit Albanië, zegt hij.
"We hebben hier in de horeca en de kuurbaden 600 arbeidsplaatsen. Die worden voor pakweg de helft door buitenlanders, vooral Hongaren, gevuld," zegt Gerhard Hutter,  burgemeester en afgevaardigde van de onafhankelijke Lijst Burgenland. Zonder hen gaat het niet, zegt hij. "De horeca is geen familievriendelijke bedrijfssector. De lonen zijn laag, de werktijden onregelmatig. Oostenrijkers willen dat niet.”
Minder begrip heeft hij voor Oost-Europese bedrijven, vooral in de bouw, die hun diensten ver onder de Oostenrijkse marktprijs aanbieden. "Ze betalen hun werknemers veel minder en houden zich niet aan onze regelgeving. Dat is oneerlijke concurrentie die moet worden aangepakt."
Wat hem daarnaast steekt, is dat buitenlanders vanaf het eerste moment dat ze in Oostenrijk wonen of werken, beroep kunnen doen op de sociale voorzieningen. De conservatieve ÖVP-lijsttrekker Sebastian Kurz wil nieuwkomers (ook Nederlanders die naar Oostenrijk verhuizen) pas na vijf jaar volledige sociale rechten en bovendien het woonland-principe invoeren: wie een gezin in het goedkopere Hongarije heeft, verliest het recht op volledige kinderbijslag. Hutter is het daar volledig mee eens.
Maar hij is de eerste om te erkennen dat open grenzen bepaald niet alleen nadelen hebben. Als één bondsland geprofiteerd heeft van de val van het communisme, het EU-lidmaatschap en het Schengenverdrag, dat is het Burgenland. "Vroeger was dit echt het einde van Europa. Aan de oostkant liep het IJzeren Gordijn. Daar kon geen mens, maar ook geen handel doorheen. Er gebeurde echt helemaal niets."
Bad Sauerbrunn was destijds een vergeten uithoek. Weinig herinnerde aan de bloeiperiode, toen Oostenrijk en Hongarije beide deel uitmaakten van het Habsburgse rijk en de trein Wenen-Sopron-Budapest in het kuuroord stopt. Kapitale villa's getuigen van die gloriejaren, waar een abrupt einde aan kwam toen datzelfde Habsburgse rijk na de Eerste Wereldoorlog in vele landen uiteenviel. Na de Tweede Wereldoorlog werden de oude kuurbaden afgebroken. Pas sinds eind jaren tachtig leeft het kuurtoerisme weer op.
Inmiddels zijn de contacten met Hongarije weer hersteld. Hutter: "Er zijn uitwisselingsprogramma's met scholen uit Sopron, net over de grens, Hongaarse studenten pendelen hierheen voor werk en onze kuurtoeristen maken uitstapjes daarheen. Dankzij die open grenzen heeft Burgenland de laatste dertig jaar een enorme economische inhaalslag gemaakt, daar is geen twijfel over mogelijk."


donderdag 3 februari 2011

SCHOON

In de zomer van 1989 stonden we een paar dagen met onze tent op de camping van Matészalka. Het was er doodrustig, om precies te zijn, we waren de enigen. Nu waren de meeste campings in Hongarije in die dagen erg rustig. Kamperen werd door Hongaren gezien als een noodoplossing voor arme mensen, en de campings waren daar dan ook naar: kale grasveldjes met minimale voorzieningen, liefst ergens tussen een spoorweg en een provinciale weg ingeklemd.
Maar Matészalka spande toch wel de kroon, en dat had mogelijk iets te maken maken met het zorgwekkende laagje witte asvlokken dat onze tent iedere dag bedekte. Wat voor fabriek er precies in het stadje stond, kan ik me niet herinneren, maar het was duidelijk dat filters in de schoorsteen geen standaard-voorziening waren.
Toen wij vier jaar geleden besloten naar Vác te verhuizen, was de reactie van de meeste Hongaren die we kenden: Vác? Dat is toch altijd bedekt onder een laag stof van de plaatselijke cementfabriek. Zo herinnerden we ons Vác ook, van begin jaren negentig: als een soort tweede Matészalka, een droefgeestig fabriekstadje onder de rook van een enorme cementfabriek.
Wat wij nooit mee hadden gekregen, was dat Vác meer fabrieken had. Aan de zuidkant van het stadje stond ooit een bandenfabriek en een bedrijf waar fotochemicaliën geproduceerd werden. Als de bandenfabriek rubberafval had, ging dat buiten op een grote hoop in de fik. Als ze dat zagen bij de chemiefabriek, vulde die zijn kruiwagens en dumpte zijn troep in de vlammen. Zo althans herinnert een geboren Vác'er zich de "goede oude tijden".
Inmiddels kom ik zelden nog mensen tegen die zich Vác herinneren als een droevig industriestadje. Mooi, barok, onontdekt, en zo goed bereikbaar vanuit Budapest, dat is wat de meeste Hongaren tegenwoordig over Vác weten, reden waarom je steeds meer Budapesters hebt die ons voorbeeld volgen en er een huis kopen. Industrie is er nog steeds.
Gelukkig maar, want ergens moeten mensen toch werken. Zelfs de cementfabriek draait nog steeds op volle toeren. Maar dankzij de Duitse investeerder die daar het nodige geld instak, voldoet het bedrijf tegenwoordig aan de EU-regels en produceert het geen stof meer. Ook de ander fabrieken doen hun werk zonder zwarte walm en stank. Brussel moet zich wat mij betreft niet bemoeien met de vorm van de komkommers, maar sommige EU-regelgeving is toch zo slecht nog niet.

zaterdag 19 juni 2010

PÁLINKA

Hongarije's nieuwe regering gebruikt haar tweederde meerderheid om in razend tempo en zonder enig debat tal van wetten door het parlement te jagen. Het is dat er voorlopig nog een president zit die oplet, anders zouden ambtenaren inmiddels al zonder opgave van reden ontslagen kunnen worden. Zo zorg je dat er vanuit die hoek geen kritiek meer op je beleid is.
Erg lang zal die rem op de hervormingswoede van Fidesz overigens niet duren, want binnenkort loopt president Solyom's termijn af, en dat hij herkozen wordt, is hoogst onwaarschijnlijk.De volgende president wordt zonder enige twijfel een brave Fidesz-aanhanger.
Tussen al die wetten zitten ook zeer verrassende voorstellen. Zoals de wet die het thuis stoken van palinka helemaal vrij wil geven. Geen brandend probleem, lijkt mij, maar volgens Orbán moet daarmee een einde gemaakt worden aan het al negentig jaar durende onrecht dat boeren niet vrij kunnen beslissen wat ze met hun fruit doen: er jam van koken, of sterke drank. Iedereen moet in het vervolg in zijn eigen kelder kunnen distilleren, zonder dat de overheid zich ermee bemoeit.
In dat laatste stukje zit het belang van de wet, want feitelijk is het onzin. Sinds 1850 kunnen Hongaren namelijk al hun eigen alcohol stoken. Misschien niet thuis, maar ze kunnen hun fruit naar de stokerij in het dorp brengen, waar het onder toeziend oog van de belasting én van iemand die er echt verstand van heeft, wordt omgezet in een brouwsel dat soms wel 60 procent alcohol kan bevatten. Per liter ben je, behalve uiteraard de stookkosten, ook nog eens 600 tot 800 forint belasting kwijt, afhankelijk van de sterkte van je brouwsel.
Als de wet erdoor komt, raakt de staat iets van 28,3 miljoen euro aan belastinginkomsten kwijt. Niet niet voor een land dat zwaar moet bezuinigen, maar dat is zeker niet het enige probleem met het voorstel. Want om te beginnen is het zelf stoken van alcohol geen ongevaarlijke bezigheid als je het niet goed doet. Stook je bij de verkeerde temperatuur (en dat luistert behoorlijk nauw) krijg je methylalcohol in je fles, een goedje waar je auto's op kunt laten rijden, ramen mee kunt zemen en waar je blind van kunt worden en zelfs dood aan kunt gaan.
Bovendien kun je je afvragen wat de wijsheid achter een wet die drinken goedkoper maakt en de alcoholconsumptie aanmoedigt in een land tot de grootste alcoholconsumenten ter wereld behoort. Hongaren drinken iets van 13,5 liter zuivere alcohol per hoofd van de bevolking per jaar. Volgens cijfers van de Wereld Gezondheidsorganisatie drinken in Europa alleen de Ieren en de Luxemburgers meer. Levercirrose en andere door overmatig alcoholgebruik veroorzaakte ziekten behoren tot de belangrijkste doodsoorzaken van Hongarije. Je zou eerder verwachten dat de overheid het zelf stoken eerder aan banden zou leggen dan bevorderen.
Zelfs als je je over de alcoholconsumptie geen zorgen maakt: het regeringsplan bedreigt ook nog een behoorlijk aantal arbeidsplaatsen op het platteland. Om te beginnen kunnen de dorpsstokerijen hun deuren sluiten als iedereen thuis een distillateur heeft staan. Daarnaast zie je de laatste tijd steeds meer kleinschalige pálinkaproducenten die ervan profiteren dat Hongaarse pálinka behoort tot de producten die door de EU worden beschermd.
Alleen pálinka uit Hongarije mag pálinka zo worden genoemd. Dat betekent wel dat de drank moet voldoen aan allerlei regels: de grondstof moet voor honderd procent uit vruchten bestaan, bij het stoken moet gedistilleerd water worden gebruikt, en nog zo wat. Hongarije heeft zich verplicht om de naleving van die regels strikt te controleren. De afgelopen jaren zijn talloze kleine producenten zich, vaak met EU-steun, gaan toeleggen op de productie van zuivere peren-, kersen-, pruimen- en andere pálinka's, ook voor de export.
Als iedereen straks in zijn eigen kelder kan gaan stoken, is de kans groot dat die EU-status van pálinka niet te handhaven is. Die thuisstokers kunnen onmogelijk allemaal in de gaten worden gehouden. En je kunt er bovendien donder op zeggen dat ze een deel van de pálinkamarkt inpikken, al mogen ze volgens de wet alleen voor eigen consumptie stoken. En dat betekent dat de prille bedrijfstak van kleinschalige, hoogwaardige pálinkastokers het nakijken heeft.