woensdag 14 maart 2012

Een gewone familie in crisistijd, deel 1


Het dagblad Trouw heeft dezer maanden een serie over de gevolgen van de crisis voor gewone families in zes Europese landen. In Hongarije volgen we de familie Újvári. Vandaag aflevering 1: de kennismaking.

Emil (60) en Mária (59) wonen in het centrum van Vác, in een oud huis met een binnenhof zoals je die veel in Hongaarse provinciesteden vindt. In het hof groeien druiven en een abrikozenboom en staan aan twee kanten gebouwen. Aan de ene kant woont de familie in het pand dat ze achttien jaar geleden kochten en dat ze delen met Mária’s 82-jarige moeder. Het onopgeknapte gebouw aan de andere kant kochten ze later met de opbrengst van de verkoop van haar moeders flat. Nodig hadden ze het pand niet. Hun woning is bescheiden, met twee behoorlijke kamers, een klein kamertje en een verbouwde zolder die via een stijle trap in de woonkamer bereikbaar is, maar groot genoeg voor hen drieën. „Maar we wilden voorkomen dat we het hof met anderen moesten delen,” zegt Mária. Plannen om het vervallen gebouw op te knappen zijn op de lange baan geschoven. Geen geld. Wel hoopt ze dit jaar een veranda te kunnen bouwen waar ze ook bij minder goed weer buiten kunnen zitten.
Zoon Péter (37) woont met zijn Slowaaks-Hongaarse vrouw Véronika (31) en kleine Véronika van vijf en Andris van acht maanden om de hoek, in een grote woon-slaapkamer met een piepklein zijkamertje. Groot genoeg zonder kinderen, maar inmiddels zijn ze er geheel uitgegroeid.
Mária werkt als museumrestaurateur. Ze is gespecialiseerd in de restauratie van textiel en leer, maar helpt ook bij de organisatie van tentoonstellingen. Ze is het zelden met haar zoon eens, maar als betrokken oma maakt ze zich zichtbaar zorgen over zijn krappe behuizing. „Gelukkig kunnen de kinderen hier in de tuin spelen. Maar als ik een oplossing zou weten, zou ik graag helpen.”. Daarnaast droomt ze van reizen naar Frankrijk. Nog een keer naar het Louvre, waar ze de vorige keer veel te kort is geweest.
Emil, een rustige, belezen man, werkt in het nationale etnografische museum in Boedapest waar hij de digitale databank opzet. Hij heeft net een ontslaggolf overleefd en gaat over twee jaar met pensioen, dus hij hoopt dat het zijn tijd zal uitduren.
Péter geeft les in het bijzonder onderwijs, aan kinderen met autisme en downsyndroom. Over zijn grootste wens hoeft hij niet na te denken: een huis met tuin en ruimte voor de kinderen. Reizen? Geen kans met de dure euro, zegt hij. „Dat is het nieuwe ijzeren gordijn. Vroeger mochten we niet, nu kunnen we het niet betalen.”
Véronika maakt een wat vermoeide indruk. Ook zij heeft een pedagogische opleiding, maar ze werkt tegenwoordig van huis uit als vertaalster Slowaaks-Hongaars. Ze wil graag een eigen werkruimte. En een naaimachine. Oh ja, en een weekend weg naar een wellness hotel, om bij te komen.
En kleine Véronika? Die wil niet naar bed en graag volwassen zijn.



Geen opmerkingen: