woensdag 20 juni 2007

GOEDE DAAD

De meeste mensen lopen waarschijnlijk gewoon door als ze twee wat donker gekleurde jongens wat ongelukkig kijkend naast twee Hongaarse agenten zien staan. Zo niet onze vriend D., een Nederlander die getrouwd is met een Hongaarse vrouw en sinds jaren n Budapest woont. Toen hij onlangs twee zeer bedrukt kijkende Roma in gesprek zag met twee agenten, stapte hij erop af. Hij vermoedde onrecht, en wilde helpen.
De situatie bleek een iets andere dan hij dacht. Het was geen kwestie van zigeunertje-pesten. De twee jongens, die afkomstig waren uit Roemenie, waren zelf naar de agenten toegestapt, omdat ze waren beroofd. Alles waren ze kwijt: hun papieren, en ook hun zuurverdiende geld, bij elkaar gezwoegd tijdens een paar weken onder slavenomstandigheden onkruid wieden tin de maisvleden van een Hongaarse boer. Die had hen na afloop van de klus in Budapest gedumpt, en verder moesten ze het zelf maar uitzoeken....
De agenten ware niet eens kwaadwillend. Ze raadden de jongens aan om bij het politiebureau aangifte te doen en daarna naar de Roemeense ambassade te gaan. Een van de twee jongens sprak Hongaars, maar ze maakten zo’n onbeholpen indruk dat D. spontaan aanbood met hen mee te gaan.
Het was, zegt hij, de laatste keer dat hij vrijwillig een Hongaars politiebureau binnen is gestapt. Bij binnenkomst werden ze opgewacht door vier nietsdoende agenten die deze inbreuk op hun geluier duidelijk niet op prijs stelden. Toen de jongens vertelden de avond daarvoor beroofd te zijn, kregen ze de vraag waarom het hen zolang had gekost om de weg naar het bureau te vinden.
Uiteindelijk kwam er een vrouw in burger die de jongens zo begon uit te kafferen over het feit dat ze niet de vorige avond waren gekomen, dat een van de twee bijna huilend naar buiten ging. De dame vond het eerst niet nodig proces-verbaal op te maken.
Pas toen haar duidelijk werd gemaakt dat de Roemeense ambassade zonder dat papier geen nieuw paspoort zou verstrekken, gaf ze toe. D. mocht er overigens niet bij zijn. Toen hij daartegen protesteerde, werd hij door vier agenten hardhandig naar een andere kamer gebracht.
Dat er goede reden was waarom D. er wel bij had moeten zijn toen de jongens aangifte deden, werd duidelijk toen het papier eenmaal was uit de tikmachine was gedraaid en hij erbij werd geroepen om het document voor te lezen aan ‘zijn cliënt’, omdat die analfabeet bleek te zijn. Het opmerkelijkste was wel dat de dame consequent had geschreven dat de jongens beroofd waren van een envelop van 100 forint (40 eurocent), inplaats van 100.000 forint (400 euro). Blijkbaar was het r onwaarschijnlijk voorgekomen dat een paar Roma zo’n bedrag bij elkaar zouden hebben gewerkt.
Daarna verlangden de agenten van de jongens dat ze de plaats van de misdaad zouden aanwijzen. Een opmerkelijk voortvarende stap in wat niet meer dan een simpele beroving was geweest, van het doort dat normaal in een diepe bureaula verdwijnt. De ene jongen barstte in huilen uit toen hij hoorde dat het allemaal nog langer ging duren. D. mocht er niet bij zijn, maar toen hij zei dat de jongens echt niet meer wisten waar het precies was gebeurd, konden ze gaan.
Het was inmiddels laat geworden, en D. nam de jongens mee naar huis. Hij heeft een kleine woning, maar in zijn schuurtje was wel onderdak. De ene jongen vertelde hem dat hij getrouwd was en een klein kindje had. Ze waren naar Hongarije gekomen om wat geld te verdienen in de landbouw. En nu wilden ze alleen maar naar huis, naar Salonta, net over de Roemeense grens.
Toen D. hen de volgende ochtend met voldoende geld naar het station wilde sturen, doemde een nieuw probleem op: ze konden niet lezen en hadden echt geen idee hoe ze naar de trein moesten komen. Uiteindelijk heeft hij hen daar persoonlijk afgeleverd, en dat voelde alsof hij zijn kleine dochtertje naar het station bracht. Dit is de metro, nu gaan we de trap op, en hier naar rechts, dan kopen we hier kaartjes, en dit is het perron, en nu wachten we op de trein.
Uiteindelijk heeft hij hen aan de zorgen van een schooljuf toevertrouwd, en die moet haar werk goed hebben gedaan, want een van de twee jongens belde twee dagen later op dat ze veilig thuis waren aangekomen. D. heeft hem laten beloven dat hij zou leren lezen en schrijven. In ruil daarvoor heeft hij voor deze zomer een baantje bij een Hongaarse boer voor hen gevonden.


1 opmerking:

Conny van Tuil zei

Een uitermate duidelijk en zeer lezenswaardig stuk!
Helaas ook herkenbaar en ik blijf me afvragen of de houding richting Roma ooit zal veranderen in Hongarije.