niet van zulke drastische maatregelen weten. Weliswaar was de partij niet blij met Zsolt Gyenge's verkleedpartij, maar reden tot maatregelen zag men niet. Pas toen het verhaal door bleek te lekken naar internationale kranten, werd de zaak toch wat te pijnlijk voor de partij.Gyenge (wiens achternaam ironischerwijze 'Zwak' betekent) schaamt zich overigens absoluut niet voor zijn optreden in SS-uniform. In tegendeel: het is zijn hobby, en als hij geld heeft, geeft hij dat uit aan WO-II uniformen en andere leukigheden uit de Tweede Wereldoorlog. En hij laat zich graag in zijn spulletjes fotograferen. Wat daaraan mis zou kunnen zijn, ontgaat hem ten ene male.
Zo'n vijf procent van de Hongaren schijnt echt anti-semitisch te zijn. Dat komt ongeveer overeen met het Europese gemiddelde. Toch heeft de buitenwereld wel eens het idee dat anti-semitisme in Hongarije erger is dan elders. Dat komt waarschijnlijk, omdat het hier veel openlijker wordt geuit dan elders. Anti-semieten hebben nog niet geleerd, dat dat niet hoort. ....
Dit weekend demonstreerden er weer enkele honderden mensen tegen de regering Gyurcsány. Hun hoofdleuze: "weg met deze communistische, joodse regering." Dat behoeft verder niet veel commentaar.
Gelijktijdig hield Fidesz dit weekend een congres, waar een afgevaardigde uit Somlóvásárhely op het podium een rood-wet gestreepte Arpádvlag uitvouwde. Die vlag mag ooit door het Huis Arpád zijn gebruikt, de laatste gebruikers waren de fascistische Hongaarse Pijlkruisers. Onder die vlag zijn 400.000 Hongaarse joden naar het concentratiekamp gestuurd. Wie doet alsof dat slechts een kleine smet op het blazoen is, laat in ieder geval zien dat hij weinig historisch besef heeft, tenminste, als het om de recente Hongaarse geschiedenis gaat.
Dat is natuurlijk ook zo. De twintigste eeuw is een heikel onderwerp in het geschiedenisonderwijs. De erkenning dat Hongarije in de oorlog fout was, valt nog steeds zwaar. Hongaren wijzen er graag op dat joden onder Horthy niet naar het concentratiekamp werden gestuurd en Hongarije voor veel joden van elders een toevluchtsoord was. En dat is ook zo.
Maar gelijktijdig werden joden door het systeem van al hun bezittingen beroofd en kwamen wel tienduizenden mannen om in de zogenaamde arbeidsdienst, waar ze, ondervoed, slecht gekleed en ongewapend, aan het front loopgraven moesten graven en voor ander zwaar, levensgevaarlijk werk werden ingezet. En de snelheid waarmee de joden werden afgevoerd, toen de Pijlkruisers eenmaal aan de macht kwamen, kende zijn weerga nergens in het Duitse Rijk.
Onder het communisme werd daar, net overigens als in andere communistische landen, nauwelijks over gesproken en ook na die tijd is de Tweede Wereldoorlog een onderwerp beleven waar veel geschiedenisleraren zo snel mogelijk overheen stappen.
De huidige premier Gyurcsány was het eerste Hongaarse regeringshoofd dat in Auschwitz zijn verontschuldigingen heeft aangeboden voor de Hongaarse rol in de Holocaust. Vorig jaar werd in Boedapest een van de meest ontroerende Holocaust-monumenten onthuld die ik ken, een rij schoenen op de kade van de Donau, waar ooit duizenden door de Pijlkruisers werden afgeknald, nadat ze eerst hun schoeisel uit hadden moeten doen. Boedapest heeft inmiddels een Holocaust-museum, maar het museum dat zich bezighoudt met de communistische terreur, was eerder klaar.
Hongarije heeft geen dag, waarop de slachtoffers van het fascisme worden herdacht. Mensen betogen voor de sloop van het monument dat de bevrijding van Boedapest door het Rode Leger herdenkt met het argument dat het geen bevrijding was. Maar dat de komst van de Russen zo'n 50.000 joden in Boedapest het leven redde, dat de Russische tanks voor die mensen inderdaad een bevrijding betekenden, daar staat vrijwel niemand ooit bij stil.
En dus ziet meneer Zwak er geen been in om openlijk te pronken met zijn voorliefde voor Nazi-uniformen en zwaaien demonstranten zonder schaamte met een vlag, hoewel die bij een deel van de oudere Hongaren nog steeds nachtmerries oproept. "We hoeven ons toch niet voor Vadertje Arpád te schamen?" zei iemand op het Fidesz-congres tegen journalisten naar aanleiding van de Arpád-vlag. Dat niet, nee.



