vrijdag 17 februari 2012

Uittocht van Hongaarse dokters

Per maand verlaten zo'n 100 dokters Hongarije, op zoek naar beter betalende banen elders en betere carrièremogelijkheden. Twaalfhonderd dokters per jaar, in een land dat toch al een ernstig artsentekort heeft. Het aantal doctoren dat weggaat, is pakweg gelijk aan het aantal pas afgestudeerde artsen. Overigens, het zijn juist de jonge artsen die vertrekken. Van de pas afgestudeerden zoekt een derde zijn heil in het buitenland.
De Hongaarse artsen staan daar overigens niet alleen in. Meneer Wilders schijnt het niet zo op te hebben met Oost-Europeanen die in Nederland komen werken (zijn eigen Hongaarse vrouw ten spijt), maar in de Nederlandse gezondheidszorg wordt actief geworven in Hongarije en in de omringende landen om het tekort aan artsen en verpleegsters in Nederland op te vangen.
Ik moet bekennen, ik vind het iets onethisch hebben dat we in Nederland een numerus clausus hanteren voor studenten gezondheidszorg, terwijl we gelijktijdig artsen ronselen in landen die veel minder geld dan wij te besteden hebben om nieuwe doctoren op te leiden. Maar goed, het schijnt dat het kabinet bezig is die numerus clausus af te schaffen.
Ik dwaal af. In maart 2008 maakte een referendum, georganiseerd door de toenmalige oppositie en huidige regeringspartij Fidesz een feitelijk einde aan de hervormingen in de gezondheidszorg en het onderwijs die de socialistische regering onder premier Gyurcsány aan het doorvoeren was.
Het referendum ging over twee vragen: of mensen bereid waren een eigen bijdrage van 300 forint (ruim een euro) te betalen als ze naar de dokter gingen en of studenten bereid waren een hoger collegegeld te gaan betalen. Die doktersbijdrage was deel van een groter pakket, maar dat viel daarmee ook in het water.
Voor het referendum er een einde aan maakte, heeft die eigen bijdrage een paar maanden gefunctioneerd. Huisartsen en ziekenhuizen waren er heel blij mee. Huisartsen, die zwaar onderbetaald worden, zagen hun inkomen met iets van 150000 forint, 500 euro per maand omhoog gaan, en bovendien hadden ze plots geld voor investeringen die ze nooit eerder hadden kunnen doen. Dat gold ook voor de ziekenhuizen, die het geld naar eigen goeddunken konden gebruiken. Een verpleegster bij het János Ziekenhuis in Budapest vertelde me dat de korte periode van de eigen bijdrage de enige keer is geweest dat haar afdeling geld had om nieuwe bedden en dergelijke voorzieningen te kopen.
Een deel van de patiënten had ook geen problemen met die bijdrage, want het was een stuk rustiger bij de dokter. Wie niet echt iets serieus had, bleef namelijk sneller thuis, wat niet alleen de wachttijden, maar ook het totale budget voor de gezondheidszorg ten goede kwam. Alleen sommige ziekenhuisartsen waren minder blij, want patiënten die al een eigen bijdrage betalen, zijn minder geneigd hun arts ook nog het dankbaarheidsgeld te geven waar een deel van artsen, bijvoorbeeld gynaecologen, het inkomen ondershands mee aanvult tot West-Europees niveau.
Ik heb het niet zo op referenda, om de waarheid te zeggen, want de uitslag is eigenlijk altijd voorspelbaar. Als het om iets gaat dat heel dicht bij je staat, treedt het niet-in-mijn-achtertuin effect in werking. Natuurlijk, we zijn allemaal voor daklozenopvang, maar niet in onze straat, alstublieft. Als het gaat om complexe zaken, zoals de Europese grondwet, is de gemiddelde burger om begrijpelijke redenen niet bereid of in staat om zich daar al te zeer in te verdiepen en stemt dus vanuit het onderbuikgevoel op simpele slogans. En als je mensen vraagt of ze bereid zijn geld te betalen voor iets, is het antwoord uiteraard: liever niet. Dus de uitslag van het referendum over de eigen bijdrage en het collegegeld was voorspelbaar. In beide gevallen waren mensen in overweldigende mate tegen.
Fidesz dwarsboomde als oppositiepartij, ook via een referendum, andere regeringsplannen om de gezondheidszorg verregaand te privatiseren. Dat zou leiden tot een elitair systeem waar alleen de rijken beter van werden, zei de partij, en veel mensen deelden die angst.
Dat had misschien anders gelegen als ze in de toekomst hadden kunnen kijken, en bijvoorbeeld hadden geweten dat Fidesz, eenmaal zelf aan de macht, voor veel studenten een veel hoger collegegeld zou invoeren, en bovendien het aantal studieplaatsen drastisch zou inkorten. Ze moeten wel, want de tekorten zijn enorm en als het niet uit de lengte komt, dan moet het uit de breedte komen. Maar studeren wordt vanaf volgend jaar echt een elitaire bezigheid in Hongarije. Alleen de beste studenten kunnen nog op steun van de staat rekenen, de rest moet het zelf gaan betalen, met collegegelden die afhankelijk van de studie kunnen oplopen tot honderdduizenden forinten per jaar.
En de gezondheidszorg? Die is sinds 2008 alleen maar verder achteruit gehold, en van de kleine verbeteringen die de eigen bijdrage bracht, is niets meer te merken. Mensen betalen tegenwoordig fors mee aan de medicijnen die ze slikken en de wachtlijsten zijn door de artsen- en verpleegsterstekorten enorm,  behalve voor degenen die geld hebben. Die kunnen bij veel ziekenhuizen namelijk een voorrangsbehandeling kopen, geheel officieel. Dan smelten wachtlijsten als sneeuw voor de zon. Wie het zich kan veroorloven, kan in sommige ziekenhuizen tegenwoordig ook op de hotelvleugel liggen en heeft er zo geen last van dat de zalen elders overvol zijn en de bedden krakkemikkig. Over elitair gesproken.

Geen opmerkingen: