maandag 1 mei 2017

Soros, volksvijand nummer één


George Soros, foto Harald Dettenborn
Een steenrijke joodse zakenmagnaat die in pakweg 100 landen organisaties ondersteunt die zich inzetten voor mensenrechten en democratie: voor degenen die geloven in geheime linkse complotten om de wereld te overheersen, is de in Hongarije geboren Amerikaanse miljardair George Soros een voor de hand liggende boeman. Donald Trump haat hem, Vladimir Putin haat hem en zoals de laatste weken weer eens overduidelijk werd, Viktor Orbán, premier van het land waar Soros 86 jaar geleden als György Schwarz ter wereld kwam, haat hem.
De man die sinds midden jaren tachtig als filantroop vele miljarden heeft uitgegeven om de anticommunistische oppositie achter het IJzeren Gordijn te ondersteunen en later om de democratie in de hele wereld te bevorderen, wil volgens hen niets meer of minder dan de vernietiging van Europa en Amerika.
In zijn geboorteland is Soros inmiddels volksvijand nummer één, samen met de organisaties die geld krijgen uit zijn Open Society Foundation (OSF): mensenrechtenorganisaties zoals Hongaarse Helsinki Comité en de Hongaarse Vereniging voor Burgervrijheden (TASZ), maar ook de door Soros opgerichte Central European University (CEU) die als het aan Orbán ligt, volgens jaar haar licentie kwijtraakt.
"Er zwemmen hier grote roofdieren in het water. Dit is het grensoverschrijdende rijk van George Soros, met ladingen geld en zware internationale wapens," aldus premier Orbán in januari in een toespraak. "Ze veroorzaken problemen, omdat ze in het geheim en met buitenlands geld de Hongaarse politiek willen beïnvloeden." Hij heeft natuurlijk niet helemaal ongelijk. Van geheim is weliswaar geen sprake, maar als Orbán met wetgeving komt die de persvrijheid beperkt of geheime diensten meer macht geeft, behoren TASZ en Helsinki Comité tot de eerste die aan de bel trekken.
Soros is gewend aan haat. Hij werd in 1930 geboren in een land waar antisemitisme staatspolitiek was. Al in 1921 nam Hongarije een wet aan die het aantal joodse studenten aan de universiteit moest beperken. In jaren dertig werd het leven voor Hongaarse joden steeds moeilijk. Dat was ook de reden waarom zijn vader in 1936 de duidelijk joodse familienaam Schwartz in Soros liet omzetten.

De jonge György overleefde de oorlog dankzij het feit dat zijn vader in 1944, toen de deportaties in Hongarije begonnen, een niet-joodse ambtenaar  wist over te halen zijn zoon onder valse naam als 'christelijk petekind' onderdak te geven. Soros-haters gebruiken dat nog steeds hem, want de ambtenaar was belast met de inventarisatie van inboedels van joden die gedeporteerd zouden worden. De 14-jarige Soros zou daaraan hebben meegeholpen, aldus de beschuldiging.
In 1947 ontvluchtte Soros Hongarije, toen dat land steeds meer in de greep van de communisten begon te komen. Hij trok eerst naar Engeland waar hij economie en filosofie studeerde, maar ging uiteindelijk naar Amerika, waar hij zou uitgroeien tot een van 's werelds grootste financiële magnaten. In 1992 speelde hij een belangrijke rol in 'zwarte woensdag', de dag dat het jarenlang kunstmatig hooggehouden Britse pond een dramatische koersval maakte. Soros verdiende er een miljard dollar aan.
Zulke winsten, die hem tot een van de rijkste mannen ter wereld maakten, besteedt hij ruimhartig aan doelen die hem na aan het hart liggen: organisaties en activiteiten die de democratie versterken en liberale waarden propageren. De OSF steunt wereldwijd een breed scala van projecten en organisaties op het gebied van gezondheid, onderwijs en mensenrechten. Volgens schattingen heeft Soros sinds midden jaren tachtig wereldwijd zo'n 11 miljard dollar aan zulke doelen besteed. Of, als je zijn tegenstanders moet geloven, aan het manipuleren van de plaatselijke politiek. Kwade tongen beweren dat hij achter iedere opstand en staatsgreep in de wereld zit.
Hongarije was midden jaren tachtig het eerste land waar Soros hulp gaf, in de vorm van kopieermachines voor de anticommunistische oppositie, zodat die haar publicaties kon verspreiden. Ook gaf hij Hongaarse oppositieleden studiebeurzen om in West-Europa te studeren. "Mijn doel was om een land op te bouwen waar ik niet vandaan zou willen vluchten," zei hij in 1994 tegen het tijdschrijft New Republic.
Na de val van de muur werd hij in het hele voormalige Oostblok actief. Zo gaf hij na het verdwijnen van de Sovjetunie een kwart miljoen dollar aan het Russische onderwijs, zodat de oude communistische schoolboeken vervangen konden worden en Russische onderwijzers trainingen konden volgen over democratie. Ook spendeerde hij zo'n 100 miljoen om een braindrain van Russische wetenschappers te voorkomen. Tegenwoordig financiert de OSF wereldwijd de meest uiteeinlopende projecten, van Roma-integratie tot homorechten en een liberale aanpak van de drugsproblematiek. In Amerika ondersteunde Soros afgelopen jaar de campagne van Hillary Clinton en de zwarte protestbeweging Black Lifes Matter. Sinds de opkomst van fake news kunnen fact-checkers op zijn steun rekenen.
Van de meet af aan was lang niet iedereen hem dankbaar. "Ik heb een groot aantal toegewijde vijanden," zei hij ooit. De beschuldigingen zijn talrijk en tegenstrijdig. Hij is al een nazi-handlanger genoemd, een drugshandelaar, een CIA-agent (in Rusland) of juist een agent van Hongarije (in Roemenië en Slowakije).
Met de recente opkomst van extreemrechts in Europa en Amerika heeft de Soros-haat nieuw elan gekregen. In Hongarije staat hij tegenwoordig te boek als voormalig agent voor de communistische geheime dienst. Daarnaast is hij een kosmopoliet (lees jood) die de Europese grenzen wil afbreken en Amerika kapot wil maken en die expres vluchtelingen naar Europa brengt om de christelijke cultuur te ontwrichten. Toen er onlangs zeventig- of tachtigduizend mensen in de straten van Boedapest demonstreerden, was een deel daarvan volgens de regeringsmedia vanuit de hele wereld door Soros met vliegtuigen ingevlogen.
Dat Orbán zelf als (toen nog liberale) oppositieleider in 1989 dankzij een Sorosbeurs aan de London School of Economics kon studeren, is voor de premier al lang geen reden tot dankbaarheid meer. Het liberalisme en de open samenleving die Soros voorstaan, staan lijnrecht tegenover de 'onliberale staat' die hij tegenwoordig bepleit.
Dat de civiele organisaties die geld van Soros krijgen, tot de belangrijkste kritici van het Hongaarse regeringsbeleid behoren, speelt daarbij zeker een  rol. Maar Orbáns grootste steen des aanstoots is de kritiek van Soros op het keiharde Hongaarse antivluchtelingenbeleid, zijn pleidooi voor een gezamenlijk Europees asielbeleid en de kwart miljard dollar die hij in 2015 gaf om vluchtelingen te helpen. Volgens Orbán sluist de Amerikaanse miljardair bewust migranten naar Europa om het continent kapot te maken. "Hij ondersteunt alles wat de normale Europese levensstijl ondermijnt," aldus de premier.

Het was de overwinning van Trump die de Hongaarse regering afgelopen maanden inspireerde tot de de aanval op Soros en de door hem ondersteunde organisaties te openen. Szilárd Németh, vice-voorzitter van regeringspartij Fidesz, verklaarde in januari al dat Hongarije alles zal doen om de civiele organisaties "die internationale kapitalisten steunen en politieke correctheid bepleiten" kwijt te raken. Eventueel met hulp van de geheime diensten, zei hij erbij.
Het Helsinki Comité, TASZ en de CEU regelrecht verbieden, zover gaat de regering nog niet. Maar de nieuwe wetgeving die de afgelopen weken tot zoveel protesten in Hongarije en in de EU hebben geleid, zijn er allemaal opgericht het voortbestaan moeilijk, zo niet onmogelijk te maken. Een daarvan wil bestuurders van civiele organisaties verplichten hun vermogen openbaar te maken. Doel: te bewijzen dat Soros hen 'in het geheim' steunt. Opmerkelijk, want noch het Helsinki Comitee, noch Tasz hebben ooit ontkend dat ze, naast geld van bijvoorbeeld de EU, ook geld van de OSF krijgen. Net zoals trouwens vele andere organisaties in Hongarije en in de regio.
Eind maart dropte de regering bij nacht en ontij een nieuwe wet op het hoger onderwijs op de parlementaire agenda. Officieel gaat het om de voorwaarden waaronder de in het totaal 28 buitenlandse universiteiten die in Hongarije actief zijn, mogen werken. In praktijk steekt de wet zo in elkaar dat 27 daarvan zich nergens zorgen over hoeven te maken. Alleen de 25 jaar oude CEU, volgens internationale ranglijsten nota bene de beste universiteit van het land, dreigt te  verdwijnen. Belangrijkste officiële argument is dat het oneerlijke concurrentie ten opzichte van Hongaarse universiteiten is dat de CEU Amerikaanse diploma's uitgeeft. Misschien niet onbelangrijk om daarbij te weten dat de CEU slechts een beperkt aanbod heeft, in die zin dat je alleen een Masters-opleiding kunt volgen, waarvoor veel Hongaarse jongeren anders naar het buitenland gaan.
Met zijn actie tegen Soros gokte Orbán duidelijk op steun uit Washington. De nieuwe wet eist namelijk dat er een nieuw verdrag over de CEU moet worden afgesloten met het land waar de universiteit officieel geaccrediteerd is. Dat is Amerika, het land van Trump. Maar, zoals CEU-rector Michael Ignatieff op een persconferentie fijntjes opmerkte, die heeft in deze niets te zeggen: "Universiteiten worden in Amerika door de staten geaccrediteerd." En dat is in dit geval New York, dat door een Democraat wordt geleid.
Maar de CEU kan in Amerika op veel bredere steun rekenen dan alleen de Democraten. Direct na de publicatie van de wet kwam de ambassade al met een glasheldere verklaring en daar is tot nu toe niets aan veranderd: "De Verenigde Staten verzetten zich tegen iedere poging om het functioneren en de onafhankelijkheid van de universiteit aan te tasten."
Conservatieve Amerikaanse intellectuelen, waaronder Eric Edelman, onderstaatssecretaris van defensie in de Bush-regering, begonnen een paar weken eerder al met een handtekeningenactie over de wijze waarop de Hongaarse regering de civiele organisaties probeert te belemmeren. Ook daar gaf de ambassade in Boedapest gaf trouwens een niet mis te verstane verklaring uit: "De Verenigde Staten geloven vast dat een sterke civiele samenleving, onafhankelijk van staatscontrole of regeringsbemoeienis, noodzakelijk is om een democratie te laten bloeien." Zelfs, aldus de verklaring, als die civiele organisaties door buitenlands geld worden gefinancierd.

Geen opmerkingen: