donderdag 26 december 2013

Gekken horen niet op straat

Pisti en Teri
“En, hoeveel gekken heeft u vandaag gezien?” vraagt snackbareigenaar Viktor minachtend. Gekken, zoals Pisti en Terike? Het vriendelijke, verstandelijk gehandicapte stel uit de grootschalige instelling in het Hongaarse Bélapátfalva verheugt zich enorm over hun aanstaande verhuizing naar een kleinschalig woonproject in het naburige Szilvásvárad. Ze krijgen kooklessen en Pisti praat honderduit over de barbecue die hij plant als kennismaking met hun nieuwe buren. Hopelijk hoort Viktor daar niet bij.
Kooien, zalen met ziekenhuisbedden, verwaarloosde patiënten die verveeld heen en weer wiegen: dat was het beeld van de geestelijke gezondheidszorg in het voormalige Oostblok dat begin jaren negentig de wereld rondging. Sindsdien is veel verbeterd, zoals de vriendelijk ingerichte kamer van Pisti en Terike bewijst. Maar wat bleef zijn de massale instellingen met lange gangen, massale eetzalen en honderden bewoners, liefst ver van de buitenwereld. Gekken houd je uit het zicht, was het idee waarmee deze instituten in de communistische tijd werden gebouwd.
Een goed idee, vindt Viktor nog steeds: “Gekken horen niet op straat.” De snackbarhouder, die niet met zijn volledige naam in de krant wil, behoort tot een harde kern van dorpsbewoners die zich verzet tegen de komst van in het totaal 24 verstandelijk gehandicapten uit het naburige Bélapatfalva. Szilvásvarad leeft van toeristen. Die blijven weg als er “schreeuwende gekken door de straten lopen,” meent Viktor. Hij staat bepaald niet alleen. Driehonderd van de 1700 dorpsbewoners ondertekenden een petitie en de gemeenteraad stemde met algemene stemmen tegen het woonproject. “Als gehandicapten hand in hand op straat lopen, is dat geen fraai gezicht,” meende een gemeenteraadslid tijdens de vergadering.
Gekken zijn slecht voor de huizenprijzen, voegt Viktor eraan toe. Die angst delen veel inwoners, en niet alleen vanwege hun portemonnee: “Mensen komen juist hierheen omdat de huizen er duur zijn en je zeker weet dat zulke mensen zich dat niet kunnen veroorloven.” Viktor, een breedgeschouderde man met kort stekelhaar, is aanhanger van anti-zigeunerpartij Jobbik. Partijvoorzitter Gábor Vona kwam persoonlijk naar Szilvásvárad om de bewoners in hun verzet te steunen.
De EU stimuleert modernisering van de geestelijke gezondheidszorg en financiert daarom ook herhuisvesting van de 154 inwoners van Bélapátfalva. Kosten: zo’n 3,4 miljoen euro. Het project is een druppel op de gloeiende plaat. Volgens cijfers van mensenrechtenorganisatie TASZ leven in het totaal 15000 verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten in zulke massale, uit de communistische tijd stammende instellingen. Vaak heeft de familie geen andere oplossing, want dagopvang ontbreekt.
Het instituut in Bélapátfalva is gevestigd in de woonkazernes van een voormalige cementfabriek. Directrice Erzsébet Tóth is warm voorstander van de verhuizing. Ze heeft afgelopen jaren veel gedaan om de omstandigheden te verbeteren. “Toen ik hier kwam, stonden overal oude ziekenhuisbedden.” Nu zijn de tweepersoonskamers ingericht met grenenhouten bedden, gemakkelijke stoelen en kleurige gordijnen Er zijn werkplaatsen en een mooie tuin die de bewoners onderhouden. Er zijn opern dagen voor de dorpelingen. Maar het blijft een massale inrichting en Tóth is de eerste om te erkennen dat het instituut ondanks alle verbeteringen totaal verouderd is.
Er komen wooneenheden in vijf omringende dorpen, maar alleen in Szilvásvárad en in Bélapátfalvi zelf is het verzet zo groot. Probleem is volgens Tóth dat veel mensen psychiatrische patiënten en mentaal gehandicapten op één hoop gooien, iets dat in het verleden trouwens ook in de instellingen zelf niet ongebruikelijk was. Viktor vindt het allemaal inderdaad een pot nat. “Gekken’ zijn een gevaar voor de samenleving.
Maar Tóth vertrouwt erop dat dat verzet uiteindelijk verstomt. “Protesten zie je in alle landen waar vernieuwing in de geestelijke gezondheidszorg op gang kwam,”zegt ze. Nieuw is eng. En uiteindelijk profiteert de omgeving er ook van. Tóth wil in de vrijgekomen ruimte dagopvang en tijdelijke verblijfsmogelijkheden creëren. Wie in de omgeving van Bélapátfalva woont, heeft binnenkort de keuze om een gehandicapt familielid wel thuis te houden.


3 opmerkingen:

Els zei

Zo was het vroeger ook in Nederland. En nog steeds worden de mensen met een beperking zo bekeken. Weet dit uit ervaring, werk al 3 jaar met verstandelijk gehandicapten

Hanny Stoekenbroek zei

Wij wonen ook in één van de omringende dorpen en tot onze verbijstering stond ons dorp ook op zijn kop. Er zouden 2 woonhuizen naast elkaar aangekocht worden maar door het verzet tegen de komst van de mensen uit Belápatfalvá denk ik dat het niet doorgaat. Te gek voor woorden hoor. En dat terwijl er zoveel huizen leeg staan.

Hanny Stoekenbroek zei

Te gek voor woorden he? Ook ons dorp (één van de omliggende dorpen)stond op zijn kop toen wij er een schrijven over kregen. Er zouden 2 woonhuizen naast elkaar worden aangekocht maar er was zoveel weerstand tegen dat het, denk ik, niet doorgaat. Treurig hoor.