donderdag 24 oktober 2013

Fidesz, alvast gefeliciteerd!

Tekenen voor een lagere energierekening
Ergens komen voorjaar gaat Hongarije naar de stembus. Ik denk dat ik niet voorbarig ben om regeringspartij Fidesz bij deze al te feliciteren met de overwinning. Niet omdat ik verkiezingsfraude voorzie, hoewel ik wat geknoei niet wil uitsluiten als je de gebeurtenissen bij tussentijdse verkiezingen in Baja van de afgelopen weken bekijkt. Daar moest in één district opnieuw worden gestemd, omdat uit een bij het stembureau opgenomen filmpje bleek dat een man zigeuners kwam brengen die overduidelijk waren betaald om op Fidesz te stemmen.
Vervolgens verscheen er een ander filmpje op het internet waarin te zien was hoe iemand voor 50.000 forint stemmen voor Fidesz kocht. Maar die video op zijn beurt is waarschijnlijk een vervalsing, naar het schijnt een privaat initiatief van wat overijverige oppositieaanhangers. Hoewel je natuurlijk ook nog kunt verzinnen dat Fidesz dat filmpje heeft gemaakt om de MSzP ervan te beschuldigen dat ze valse beschuldigingen aan het adres van Fidesz doen. Kunt u hem nog volgen? Als je eenmaal in complottheorieën gaat denken, houdt het nooit op. Hoe dan ook, politiek op hoog niveau, van beide zijden.
Maar ook zonder geknoei (waarom zou je eigenlijk knoeien als je overwinning al vaststaat?) lijkt het me tamelijk onwaarschijnlijk dat Fidesz de komende verkiezingen verliest, tenzij er iets heel opmerkelijks gebeurt. En dat niet eens omdat de regeringspartij zo razend populair is. In de peilingen is Fidesz weliswaar verreweg de grootste partij, maar als je de hele bevolking bekijkt, inclusief alle mensen die niet gaan stemmen, heeft de regeringspartij pakweg een derde van alle Hongaren
achter zich.
Natuurlijk heeft Fidesz de beste uitgangspositie. Om te beginnen heeft de partij het overgrote deel van de media mee. De staatsmedia zouden het niet meer durven kritisch over de regering te zijn, alle kritische journalisten daar zijn al lang hun baan kwijt. En zoals je in een verkiezingsjaar kunt verwachten, is de regering begonnen leuke dingen voor de mensen te doen. Meest opvallende onderdeel is de korting van de energieprijzen. Opdat mensen dat cadeautje op kosten van de energiebedrijven vooral niet al te snel vergeten, zijn afgelopen maanden door de regering ondersteunde handtekeningenacties gehouden ter ondersteuning van deze regeringsverordening.Wat curieus, maar het werkt natuurlijk wel aardig als onofficiële verkiezingscampagne.
Die korting heeft de populariteit van Fidesz een boost gegeven, onmiskenbaar. Er komt deze winter nog een tweede korting aan, dus dat zit wel snor. Ook is er al wat extra geld beloofd aan gepensioneerden. Voor geld zijn veel kiezers te koop. Maar ook zonder zulke leuke dingen voor de mens lijkt de kans momenteel miniem dat de oppositie wint. En daar hoef je echt de media of Fidesz niet de schuld van te geven. De oppositiepartijen hebben het momenteel namelijk ontzettend druk met het graven van hun eigen graf.
Voor een hanengevecht hoef je niet naar Mexico, of waar ze die 'sport' ook mogen beoefenen. De haantjes in de Hongaarse oppositie gaan misschien iets minder bloedig met elkaar om, maar hun onderlinge strijd leidt net zo goed als een echt hanengevecht tot een slachtpartij. "Om te verliezen heb ik geen samenwerking met anderen nodig," zei de socialistische leider Attila Mesterházy enkele maanden geleden tegen buitenlandse correspondenten. Wat hij bedoelde, was dat zijn partij hoe dan ook groot genoeg is om als tweede in het parlement te eindigen. De Hongaarse kieswet kent een kiesdrempel. Partijen moeten minimaal vijf procent van de stemmen krijgen, verkiezingscoalities zelfs 10 procent. Anders krijg je gewoon helemaal geen zetel in het parlement. De MSzP haalt dat wel, de rest van de oppositiepartijen hebben het een stuk moeilijker.


woensdag 16 oktober 2013

Orbáns dure voetbaldroom

Orbáns sauna met het stadion op de achtergrond
Klein maar fijn, zeer fijn is het voetbalstadion dat in het Hongaarse Felcsút verrijst. Het sportpaleisje, een ontwerp van toparchitect Imre Makovecz, wordt het duurste en modernste van Hongarije. En zeer exclusief: onder de overkapping van hardhouten boomstructuren, een kermerk van Makovecz, is straks slechts plaats voor 3500 toeschouwers. Nog veel trouwens voor een dorp met 1800 inwoners.
Het stadion is onderdeel van de Ferenc Puskas Voetbalacademie, in 2006 opgericht door de huidige Hongaarse premier Viktor Orbán. Hij hoopt er een nieuwe generatie topvoetballers op te leiden die de tijden van het Gouden Hongaarse voetbalteam uit de jaren vijftig kunnen laten herleven. Er is, liet de recente uitslag tegen Nederland zien, nog wat werk te verrichten.
De academie is gevestigd in een landhuis, omringd door een aantal  door Makovecz ontworpen bouwwerken die meer aan een kerk dan aan een sportopleiding doen denken. Er worden pupillen vanaf 14 jaar opgeleid, onder wie ooit ook Orbáns eigen zoon.
Pal naast de academie ligt de vakantiewoning die Orbán in 2005 midden in het dorpscentrum liet bouwen. De uit traditionele leemstenen opgetrokken namaakboerderij is omringd door bijgebouwen, waaronder een gastenverblijf en een Finse sauna. Hij ontvangt er politieke en zakelijke vrienden. Dan worden er varkens geslacht, waarbij Orbán niet te beroerd is om zelf het uitbeenmes ter hand te nemen, en worden politieke beslissingen genomen.
De premier groeide op in Felcsút, in een armelijk huisje aan de rand van het dorp. Waar nu het stadion verrijst, lag het sportveld waar hij zijn eerste voetbalschoenen versleet als speler bij FC Felcsút, de dorpsclub die dankzij zijn inspanningen sinds dit jaar in de eredivisie zit. Er spelen pupillen van de academie in de club, maar de helft van FC Felcsút bestaat uit aankopen, voor een deel uit het buitenland.
Politiek en voetbal zijn Orbáns twee passies. Liever nog dan het premierschap had hij naar eigen zeggen in het nationale team gespeeld. Een voetbalopleiding, een eredevisieclub en een luxe voetbalstadion: het zijn aardige compensaties voor een mislukte jongensdroom. Maar het dertien miljoen euro kostende stadion trekt veel kritiek, ook bij aanhangers van regeringspartij Fidesz. “Voetballiefhebber verheugen zich misschien, maar wat zou Fidesz als oppositiepartij in een vergelijkbare situatie gezegd hebben?” aldus de conservatieve politicoloog Gábor Török in zijn blog.


vrijdag 11 oktober 2013

Zigeuners in cel voor anti-Hongaarse hetze



Je kunt als zigeuner in Hongarije maar beter uitkijken wat je over Hongaren zegt. De kreet ‘Dood aan de stinkende Hongaren’ leverde negen Roma afgelopen week een gevangenisstraf van 3,5 jaar wegens racisme op. Beroep is onmogelijk, want het ging al om een beroepszaak. Een lagere rechter had hen eerder tot 2,5 jaar veroordeeld. Dat oordeel leek toen zo absurd dat ze meteen in hoger beroep gingen. Een fout dus, want de hogere rechter vond de eerdere straf veel te laag. Geen fijnzinnig kreet, oké, maar even ter verduidelijking: de betrokken Hongaren waren leden van de Hongaars Garde, een verboden paramilitaire organisatie die door de zigeunerwijk in Sajóbábony wilde marcheren.
Het begon allemaal in november 2009, toen de Hongaarse Jobbik in Sajóbábony, een dorp met 2700 inwoners in Oost-Hongarije, een bewonersforum organiseerde. Ook in normale tijden zou een bijeenkomst van de rabiate anti-zigeunerpartij in een dorp met een grote Roma-minderheid tot spanningen hebben geleid, maar het waren geen normale tijden.
In de veertien maanden daarvoor had een rechtsextremistische bende in heel Hongarije willekeurig Roma vermoord en huizen in brand gestoken. Daarnaast hield de Hongaarse Garde, een aan Jobbik gelieerde organisatie, regelmatig intimiderende marsen in zigeunerwijken. De angst was enorm en de spanning te snijden. In veel dorpen hadden Roma zelfverdedigingsgroepen opgericht.
Toen de burgemeester van Sajóbony de plaatselijke school ter beschikking stelde aan Jobbik, ervoeren de lokale Roma die bijeenkomst dan ook als openlijke provocatie. Ze organiseerden een demonstratie voor het gebouw, waarbij flink over en weer werd geschreeuwd, maar de politie echte problemen wist te voorkomen.
Tentoonstelling Die Gedanken sind frei
Pas de volgende dag liep het echt uit de hand, toen de Garde een mars door de lokale zigeunerwijk aankondigde. Hoewel die mars verboden werd, greep de politie niet in. Eenmaal in de wijk werd een auto met Jobbik-aanhangers door woedende buurtbewoners omringd. Bewapend met stokken, schoppen en ijzeren pijpen en onder het roepen van de gewraakte leuze sloegen ze het voertuig kort en klein. De inzittenden belandden met lichte verwondingen in het ziekenhuis.
Eigenrecht, en absoluut onaanvaardbaar. Daar zijn ook mensenrechtenorganisaties die zich met de zaak bemoeien, het wel over eens. Als de negen veroordeeld zouden zijn wegens mishandeling zouden ze er geen echte moeite mee hebben gehad, hoewel de intimidatie die uitgaat van een groep kaalhoofdige, geüniformeerde mannen wel een verzachtende omstandigheid genoemd mag worden. Maar eigenrecht bleek voor de rechter niet het wezenlijke probleem. De dreigementen tegen de Hongaarse natie waren veel belangrijker. De organisatoren van de mars gingen vrij uit, maar negen Roma werden wegens hetze tegen het Hongaarse volk veroordeeld.
Ophitsing tegen ‘maatschappelijke groeperingen’ is in Hongarije strafbaar. Ter bescherming van minderheden, zou je denken, en zo was deze wet destijds ook bedoeld. Maar niet voor het eerst is de wet niet ten gunste, maar juist tegen de meest gediscrimineerde minderheid, namelijk de Roma, gebruikt. Eerder werden elf zigeuners uit Miskolc vanwege een vrijwel gelijksoortig incident tot meerdere jaren celstraf veroordeeld.
Dat al dan niet vermeende discriminatie van Hongaren gevoelig ligt, merkte ook Oostenrijk dezer dagen. De Hongaarse ambassadeur in dat land protesteerde afgelopen week tegen de tentoonstelling ‘Die Gedanken sind frei’ die maandag in het stadhuis van Linz werd geopend. Het gaat om posters van schilderijen en cartoonachtige fotocollages rond het thema zigeunerdiscriminatie in Europa.
Op die plakkaten werden, naast Europa en vele anderen, ook Hongaarse toppolitici op de korrel genomen. Volgens de ambassadeur was er sprake van racisme tegen Hongaren, volkshetzerij, gevaar voor de openbare orde en schending van het internationale recht. Hij dreigt met een proces. Het is niet voor het eerst dat de ambassadeur tegen de tentoonstelling protesteert. Dit voorjaar werden de posters al een keer op een bouwschutting getoond. Na protesten van de ambassade en een aantal Hongaarse organisaties in Oostenrijk werden de plakkaten door de politie verwijderd en verscheurd.
Hongarije doet volgens de ambassadeur in Oostenrijk juist ontzettend veel tegen discriminatie van Roma. Laten we het er dan maar op houden dat er af en toe met verschillende maten wordt gemeten. In de zomer van 2012 marcheerden rechtsextremisten door het stadje Devecser. Na wat toespraken waarin sprake was van de genetische criminele aanleg van zigeuners en van de noodzaak 'om het vuil het land uit te vegen', trok de veelal kaalkoppige menigte door het stadje. Er klonken leuzen als ‘jullie gaan hier sterven” en er vlogen stenen naar huizen waar Roma woonden. De politie weigert zelfs maar onderzoek te doen, want het ging, aldus een woordvoerder, niet om doordachte hetze, maar om losse kreten als gevolg van de lokale stemming en van primaire instincten.


zondag 6 oktober 2013

Klantenservice bij de Hongaarse spoorwegen

Add caption
"Dames en heren, de MÁV hoopt dat u als reiziger tevreden bent met onze service en wij doen er alles aan om onze dienstverlening te verbeteren. Wij wensen u een prettige reis." Een jongen naast me barst in gelach uit en ik grinnik met hem mee. We staan per slot van rekening pas drie kwartier te wachten op onze vertraagde trein.
Na een kwartier vertraging zonder dat daarover een enkele mededeling werd gedaan, kregen we te horen dat onze trein tien minuten vertraagd zou zijn. Die mededeling, een standaardbandje, eindigde zoals altijd met de zin "wij danken u voor uw geduld en uw begrip".  Maar dat begrip is zo langzamerhand wel op, het geduld trouwens inmiddels ook. Het is de zoveelste trein deze week met zware vertraging. En een kwartier na de eerste aankondiging volgt een tweede. Ditmaal beweert het bandje dat de trein eraan komt. Kleinigheidje: een kwartier geleden was het nog een sneltrein, inmiddels is het een boemeltje geworden. Niet alleen hebben we een half uur vertraging, de rest van de reis staan we ook nog eens bij ieder station stil. Maar ook deze mededeling blijkt voorbarig, want een kwartier later is hij er nog niet. In plaats daarvan krijgen we het verrassende omroepbericht waarin de MÁV hoopt dat we tevreden zijn met hun service.
Een beetje vertraging, ach, daar raak je als treinreiziger wel aangewend. Ik plan het in, en ik heb altijd wat te lezen bij me, of werk dat ik nog moet afmaken, dus vervelen doe ik me niet en in de auto sta je ook in de file, zonder dat je daar iets nuttigs kunt doen. Maar sinds de MÁV begin september begonnen is met de renovatie van het station in Vác loopt het totaal de spuigaten uit.
Over die renovatie hoor je me niet klagen. We krijgen nieuwe perrons en een onderdoorgang, en dat is hoognodig. Het station is hopeloos verouderd, reizigers lopen kriskras over de sporen en de perrons zijn deels zo laag dat ik me altijd weer verbaas hoe oude dametjes erin slagen de vaak zeer hoge treinen in te komen.
Maar onderdeel van de vernieuwing zijn nieuwe rails, en daarom is er op dit moment slechts een enkelspoorsverbinding met Boedapest. Dat enkele spoor is maar een paar kilometer lang. Maar treinen moeten natuurlijk wel op elkaar wachten, en dus rijdt er in plaats van de normaal acht treinen van en naar Boedapest, ieder uur slechts één trein heen en één terug, met af en toe komt een internationale trein er tussendoor. Je zou zeggen, dat moet te overzien zijn. Het is voor ons reizigers lastig genoeg, maar als die treinen gewoon netjes rijden, is het een kwestie van plannen. Maar dat is het punt: zelfs die twee treinen rijden zelden op tijd. Er valt niets te plannen.
Wie, zoals onze zoon, 's ochtends om acht uur op school móet zijn om geen problemen te krijgen (iedere minuut te laat wordt officieel geregistreerd, en theoretisch word je bij pakweg twintig keer te laat komen van school gestuurd) heeft het zwaar. We hebben de school weliswaar op de hoogte gesteld van de vervoersproblemen, maar steeds vaker besluiten we 's ochtends hem toch maar met de auto te brengen, bijvoorbeeld vanwege een proefwerk, of omdat uit de online-kaart met vertraagde treinen al duidelijk wordt dat zijn trein 15 minuten (een half uur, drie kwartier?) vertraging heeft. Het is per slot van rekening wat veel gevraagd dat hij de trein van half zes neemt om om acht uur op school te zijn.
Dat doet een kennis van ons die in Boedapest werkt, overigens wel als ze om acht uur iets dringends heeft. En in die gevallen is de trein natuurlijk wel op tijd en staat ze om zes uur in de stad. Veel mensen gaan voor de zekerheid met de auto, hoewel dat een stuk duurder is. Eind november moet de vernieuwing van het spoor klaar zijn, en zouden de treinen weer gewoon moeten gaan rijden. De MÁV mag hopen dat ze die klanten dan weer terugkrijgen.
Maar het kan erger. Wij komen tenminste nog op onze bestemming. Dat wil ook wel eens anders lopen. Een vriendin die bij het Balatonmeer woont, komt één keer per week naar Boedapest voor haar werk. Haar laatste trein naar huis gaat 's avonds om 19.20. Dat de MÁV een paar weken geleden plots besloot om die trein wegens werkzaamheden aan het spoor op zekere avond gewoon een half uur vroeger te laten vertrekken, bracht niet alleen haar in de problemen. Zij kon nog in Boedapest blijven slapen. Maar wat moest het oude dametje dat met die trein nog naar huis, naar Keszthely moest? In een hotel overnachten? De dame achter het loket haalde haar schouders op.
Kan dat zomaar? Nee, dat kan niet. Volgens EU-regels had de MÁV alle gestrande passagiers een maaltijd en een hotel moeten aanbieden, of anders alternatief vervoer naar hun bestemming. Je hebt trouwens ook recht op compensatie als je trein langer dan een uur vertraagd is. Ik betwijfel eerlijk gezegd of er ooit iemand van die EU-regels heeft gehoord, laat staan dat iemand waarschijnlijk ooit een beroep op compensaties doet. Want dan zou er waarschijnlijk wel iets harder aan getrokken worden om twee treinen per uur wél op tijd te laten rijden.
Alle informatie over vertragingen vindt u op het internet, vertelde me een MÁv-employee toen ik ooit  over het gebrek aan informatie. Misschien daarom dat steeds meer MÁV-treinen een WIFI-verbinding hebben: dan kun je jezelf als reiziger met je smartphone informeren over hun vertragingen. Of natuurlijk een spelletje kan spelen tijdens het wachten, email lezen of youtube kijken. Tijd genoeg, en het is nog gratis ook, dus wat klaag ik eigenlijk? Prima service toch, van de MÁV, en ze geven je alle
tijd om ervan te genieten.

donderdag 19 september 2013

Een bloeiende sector: de illegale tabakshandel

Midden op het Széll Kálman plein, of Moszkva tér (Moskouplein) zoals de meeste Boedapesters blijven zeggen, zit een onopvallende vrouw met kort blond haar te roken als een schoorsteen. Wie oplet, ziet dat ze niet de enige is. Overal op het plein staan mensen, gewone huisvrouwen, doorsnee huisvaders, die niets beters te doen schijnen te hebben dan hier rond te hangen met een sigaret in hun mond. Hun peuk is hun uithangbord: ze zitten in de handel van illegale sigaretten.
Hongaarse tabaksboeren
De meesten hebben hun waren in een tasje bij zich, maar de vrouw op de stenen rand pakt het voorzichtiger aan: ze heeft haar koopwaar elders. Maar ze zit dan ook in de groothandel. Twee meisjes spreken haar in het Engels aan of ze sigaretten verkoopt. Ze knikt. Hoeveel ze willen? Tien sloffen? Ze vraagt hen mee te komen. Ze lopen het plein af, slaan een zijstraat in en verdwijnen in een klein café. De kleine zaak heeft een bovenverdieping. De perfecte plek om zaken te doen, want je kunt vanaf de straat niet zien wat er gebeurt, en als iemand de krakende houten trap opkomt, verdwijnen de waren snel in een tas.
Toen afgelopen winter de eerste regeringsplannen voor de invoering van staatstabakswinkels bekend werden, waarschuwden deskundigen meteen voor het risico van een groeiende zwarte markt als sigaretten moeilijker verkrijgbaar zouden worden. Per 1 juli was het zover: sigaretten mochten alleen nog maar via de speciale staatswinkels verkocht worden en het aantal verkooppunten daalde in één klap van 40.000 naar pakweg 5000. Gelijktijdig ging de prijs van rookwaren omhoog, want een parlementair besluit garandeert de winkels tien procent winst op ieder pakje sigaretten.
Weinig verkooppunten, een gegarandeerde winst: wat kan er mooier zijn voor de verkopers van een product waar de gebruikers ook nog eens verslaafd aan zijn? Dat moet het toch wel lopen? Dat dachten veel lokale Fidesz-politici duidelijk ook toen ze hun familie een licentie voor een staatstabakswinkel bezorgden. De werkelijkheid blijkt een hele andere te zijn. De verkoop van illegale sigaretten, die zich in het verleden vooral beperkte tot het oosten van Hongarije, heeft zich als een inktvlek over het hele land uitgespreid. Het Széll Kálman tér in Boedapest, traditioneel altijd al een plek voor illegale handeltjes, heeft zich ontwikkeld tot een van de centra van de illegale sigarettenverkoop. De aanvoer is in handen van Oekraïners en Slowaken, de verkoop verloopt via al die ijverig rokende huisvrouwen en -mannen.
Vijfhonderd forint kost een pakje bij hen. In de staatstabakswinkel op het plein betaal je 900 forint voor de goedkoopste sigaretten. Toch trekt die ook nog de nodige klanten, waaronder een groep van zes jongeren. De oudste gaat de winkel in, en verdeelt even later pal voor de deur de nodige pakjes aan de rest. Ze zijn onder de 18 en mogen de tabakswinkel volgens de wet niet betreden. Winkeliers die hen wel toelaten, raken hun licentie kwijt. Bescherming van de jeugd was het belangrijkste officiële argument voor de invoering van de staatswinkels. Maar goed, de gemiddelde jongere is ook niet gek.
Vlak voor de winkel tiert de zwarte markt welig, en in het kielzog daarvan doet een nieuwe maffia zijn intrede. De competitie tussen de leveranciers is groot en de strijd om verdeling van het territorium schijnt al begonnen te zijn. Zwarte sigaretten zijn groot geld, niet alleen in Hongarije. Alleen al in Europa werd afgelopen jaar voor 12 miljard euro aan illegale sigaretten verkocht, een tiende van de totale Europese verkoop. De handel is in handen van de georganiseerde misdaad, die daarmee een lucratieve, en betrekkelijk risicoloze business heeft gevonden, want de straffen zijn naar verhouding zeer laag.


dinsdag 10 september 2013

Eindexamenperikelen 1: alsof je een emmer leeggiet

Lintjesbal
Onze zoon doet dit jaar eindexamen en zijn klassenleraar had vorig jaar al gewaarschuwd: dat wordt niet alleen hard werken, maar betekent ook een behoorlijke aanslag op de portemonnee van de ouders. Want eindexamen doe je maar één keer in je leven en dat moet dus gevierd worden, en wel het hele jaar door.
Je kunt in Hongarije niet zakken, alleen eindigen met een bedroevend laag resultaat waarmee je geen enkele universiteit opkomt, dus hoe dan ook, dit is voor iedereen het laatste schooljaar, en dat is doorspekt met rituelen. Al die rituelen kosten uiteraard geld. Alsof je een emmer leeggiet.
Het eerste dat onze zoon te wachten staat, is het szalagavató-bal, het bal van de lintjesinwijding, eind november. In een grote sporthal krijgen alle twaalfdeklassers bij die gelegenheid een lintje opgespeld met het schoolembleem erop. Dat lintje mag je de rest van het jaar dragen, om aan de buitenwereld te tonen dat je eindexamenkandidaat van een bepaalde school bent.
Na die ceremonie volgt het bal. Daarvoor studeert de klas een gezamenlijke klassendans in, waarna jongens en meisjes apart een dans doen en samen met een danspartner een wals of twee tonen. Op veel scholen volgt daarna een programma met iets hips en moderns. Andere dans, andere kleding, al zal die bij moderne hiphop vaak uit eigen kast kunnen komen. Maar dansen moet geleerd worden, en per ingestudeerde dans moet je volgens de klassenleraar op pakweg 5000 forint (ruim 16 euro) lesgeld rekenen. Of je doet het natuurlijk zoals een vriendin, die op haar szalagavató gewoon weigerde mee te dansen. Kan ook.
Uiteraard kun je op een bal, of op de lintjesceremonie, niet in je oude kloffie verschijnen. Op veel scholen is het gebruik dat leerlingen voor de lintjesceremonie een soort gezamenlijke outfit kiezen - jongens allemaal in hetzelfde pak, meisjes allemaal in dezelfde rok en bloes (op hele traditionele scholen een soort matrozenpak, of iets met folkloristische borduurkunst) - die ook de rest van het eindexamen bij feestelijke gelegenheden dienst doet.
Daar blijft het niet bij, want voor het bal kleden ze zich uiteraard om. Op veel scholen verschijnen de jongens in rokkostuum ten dans en meisjes in baljurk. "Allemaal dezelfde?" vroeg een van de ouders op ouderavond wat bezorgd. Gelijke baljurken pakken natuurlijk aanzienlijk duurder uit. Je kunt jurken huren, maar verhuurbedrijven hebben zelden zomaar vijftien of meer gelijke baljurken in verschillende maten in voorraad. Bovendien is er in die tijd een zeer grote vraag naar baljurken. Alle scholen hebben per slot van rekening ongeveer op hetzelfde moment hun szalagavató.
Maar de school van onze zoon is gelukkig ruimdenkend, en allemaal dezelfde jurk en hetzelfde pak is dus niet nodig. "Als ze zich er maar prettig in voelen," zei de klassenleraar. En de klassenlerares had zelfs nog een tip: een outletwinkel waar we voor een zachte prijs pakken kunnen vinden. Als het maar zwart is, en netjes. Onze zoon heeft tenminste de rest van zijn leven iets om naar begrafenissen aan te trekken.
En gelukkig heeft hij al een danspartner, want dat kan de volgende kostenpost worden: wie in de eigen klas geen danspartner vindt (en bij een oneven aantal jongens en meisjes treft dat lot gegarandeerd een enkeling) moet er één in een lagere klas zoeken, of elders vandaan halen. En dat kan duur uitpakken, want je kunt van de ouders van zo'n danspartner zomaar niet  verwachten dat ze de kosten van de dansles, noodzakelijke kleding en  toegang opdraaien.


dinsdag 3 september 2013

Weer naar school

Onderwijs vroeger: het goede voorbeeld?
De scholen zijn weer begonnen, en dat kon niemand ontgaan. Waar Nederlandse leerlingen de eerste schooldag gewoon hun tas pakken, is de schoolopening in Hongarije een grootse gebeurtenis, waarvoor leerlingen in nette kleren, dat wil zeggen zwarte broek of rok en wit hemd, naar school moeten. Dit jaar was de schoolopening nog grootser dan andere jaren, want het is voor het eerst dat de staat, tegenwoordig eigenaar van het grootste deel van de scholen, de regie in handen had. En dus doken overal ministers, staatssecretarissen en zelfs premier Orbán persoonlijk op om het nieuwe schooljaar in te wijden.
Het is niet de enige verandering die leerlingen merken. Iets waar weinig lagere schoolkinderen blij mee zullen zijn, is dat ze vanaf nu verplicht worden om tot vier uur op school te blijven. Ze hoeven niet al die uren les te krijgen, maar ze mogen het gebouw niet uit. Zo moet voorkomen worden dat ze op straat gaan zwerven en weet ik veel wat gaan doen. Bovendien worden de onderwijzers zo aan het werk gehouden, want die moeten vanaf nu ook verplicht veel meer uren in school doorbrengen.
Opmerkelijk genoeg verklaarde premier Orbán in zijn schoolopeningsspeech dat de scholen "tot nu toe slechts kinderoppas waren" waarbij het slechts van de onderwijzers afhing hoeveel tijd ze aan opvoeding besteedden. Lijkt me fijn om te horen voor al die onderbetaalde Hongaarse leraren die - vaak met minimale middelen - proberen om er iets van hun onderwijs te maken. Maar van nu af aan wordt het allemaal helemaal anders: "Wij willen een land, waarin niet alleen het leren interessant wordt, maar ook het lesgeven."
Op een of andere manier kan ik een verplichting voor leerlingen en leraren om tot vier uur op school te blijven, daar niet in passen. Net zomin als de aankondiging dat leerlingen meer lesuren gaan krijgen. Vijfdeklassers, groep zeven in Nederland, moeten in het vervolg 28 uur per week in de schoolbankjes zitten. Nee, ik lieg: een van die uren wordt de verplichte gymles iedere dag. En daarna zijn de kinderen nog niet klaar, want huiswerk is in Hongarije standaard vanaf groep 3. In de negende klas, de derde klas van het voortgezet onderwijs in Nederland, kunnen leerlingen in toekomst rekenen op 35 lesuren. Tel daar nog eens pakweg 10 uur huiswerk bij op, en je komt op werkweken van 45 uur. Dat zal de leerlingen motiveren!
Die verplichting om op school te blijven, is typerend voor de aanpak van de regering Orbán: je hebt een probleem en dat los je met rigide overheidsingrijpen op. Niemand kan ontkennen dat er in sommige wijken en dorpen kinderen zijn die na school geen opvang hebben en op straat zwerven. In veel gevallen gaat het daarbij om kinderen uit zeer arme, ongeschoolde  gezinnen, zigeuners veelal, en die kinderen kunnen zeker gebaat zijn met een langere schooldag, waarbij ze op school ook nog geholpen worden met hun huiswerk, en misschien zelfs nog wat te eten krijgen. Het houdt hen van de straat, het weerhoudt hen om lijm te snuiven, en als de onderwijzers gemotiveerd zijn, zullen hun schoolprestaties erop vooruit gaan.
Maar om alle kinderen te verplichten om die reden tot vier uur op school te blijven, is natuurlijk absurd. Sterker nog, het werkt in veel gevallen een negatief, want welk kind wil na zo'n lange schooldag nog naar muziekles, dansles of een sportclub? Zeker niet omdat dat soort activiteiten in Hongarije ook allemaal drie, vier keer per week plaatsvinden. En daarna nog huiswerk? En 's ochtends weer om acht uur in de schoolbankjes? Omdat ouders op hun achterste poten staan, is de regel inmiddels al weer iets verzwakt: schoolhoofden mogen op verzoek van de ouders eventueel toestemming geven aan kinderen om wel eerder weg te gaan.
Hongarije wil zichzelf meten met Finland, het land met de beste leerresultaten in Europa. Nu bereiken de Finnen dat dankzij een onderwijssysteem dat enorme vrijheid aan de leerkracht biedt, waarin vrijwel niets centraal is geregeld, dat korte lesdagen kent, waarin de leraren goed worden betaald en er zeer veel aandacht is voor de opleiding en de wekelijkse bijscholing van onderwijzend personeel. Onderwijzers op de lagere school genieten in Finland enorm prestige: het is een universitaire opleiding waar zich jaarlijks twintig keer meer studenten aanmelden dan er opgenomen kunnen worden.
De 'onderwijsvernieuwing' in Hongarije gaat precies de andere kant op: meer druk op de leerlingen, minder vrijheid, meer uren en een enorme werkdrukverhoging voor de onderbetaalde onderwijzers die voor bijscholing geen enkele ruimte laat en ervoor zorgt dat iedereen die uit het onderwijs weg kan, een andere baan zoekt. En de speech van burgemeester Kosa van Debrecen maandag in een middelbare school in die stad doet vermoeden dat het nog wel eens erger kan worden. Kosa, die Finland noemde als het onderwijsniveau waar Hongarije naar streeft, meende: "Een goede leerling die geslagen wordt, zal goed presteren. En zelfs de beste leerling gaat verloren als je zijn handen niet vastgrijpt." Het zweepje terug op school, misschien?