Posts tonen met het label Orbán. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Orbán. Alle posts tonen

zaterdag 12 januari 2019

Voor Orbáns nieuwe kantoor mag niet worden gedemonstreerd

foto Runa Hellinga
Erewacht voor het Sándorpaleis, kantoor van de president,
waar Orbán eigenlijk naar toe had gewild
De Hongaarse premier Viktor Orbán vervulde dit nieuwe jaar een oude wens en verruilde zijn werkkamer in het parlement voor een nieuw kantoor op de burchtheuvel. Waar Mark Rutte het moet doen met een torentje niet ver van de Tweede Kamer, heeft Orbán nu een gerestaureerd klooster met riant uitzicht over de stad, ver van oppositieparlementariërs die hem per ongeluk aanschieten met vervelende vragen.
Orbán zit in toekomst niet alleen ver van lastige parlementariërs, maar ook van demonstrerend gepeupel. Volgens een nieuwe regeringsregeling die eind december werd gepubliceerd, mag bij zijn nieuwe kantoor of bij dat van de president dat er pal naast ligt, namelijk niet worden gedemonstreerd. Het wordt dus lekker rustig voor de deur, al zou inzet van de ME tegen demonstranten die dat verbod spontaan negeren die pret natuurlijk wel bederven.
Voor Orbán komt de verhuizing eigenlijk zeventien jaar te laat. Al toen hij voor het eerst premier was, tussen 1998 en 2002, liet hij het naast het klooster gelegen Sándorpaleis opknappen Daar hadden voor de Tweede Wereldoorlog alle Hongaarse premiers hun residentie gehad. Dat wilde hij ook.
Maar voor hij destijds kon verhuizen, verloor hij in 2002 de verkiezingen. Zijn opvolger Péter Medgyessy vond dat een premier in de buurt van het parlement hoorde te zitten en gaf het Sándorpaleis daarom als kantoor aan de president, die eigenlijk geen fatsoenlijke werkruimte in de stad had.
Maar Orbáns nieuwe, ruime onderkomen maakt veel goed. Het klooster werd ooit gebouwd van de Karmelietessen, maar huisvestte sinds het begin van de negentiende eeuw een theater dat onder meer befaamd was omdat er ooit het eerste Hongaarse toneelstuk in Boeda werd opgevoerd. In de laatste jaren, tot Orbán besloot dat hij er kantoor wilde houden, was het nationale danstheater in het gebouw gevestigd. Het gebouw is stukken groter dan het Sándorpaleis, en kreeg bovendien nog een extensie. Totale kosten: waarschijnlijk een dikke 14 miljoen euro.
Waarschijnlijk, want het kostenplaatje van deze verhuizing is onbekend, zoals de kostenplaatjes van grote Hongaarse regeringsprojecten wel vaker onduidelijk blijven. Pas toen het gerucht ging dat alleen al de inrichting van Orbáns werkruimte 14 miljoen had gekost, kwam er wat openheid van zaken. Twee online nieuwssites, het regeringsgetrouwe Origo en Index, de site die de kosten van de inrichting als eerste aan de orde had gesteld, kregen kort voor de verhuizing een rondleiding.
Die maakte vooral duidelijk dat veel oude elementen zoals betimmeringen zijn hersteld, maar het gebouw als geheel redelijk strak is ingericht. Maar ook dat de kosten van de inrichting van de werkkamer van de premier eigenlijk niet te berekenen zijn.
Die blijkt namelijk gestoffeerd te zijn met staatsbezit waarvan alleen een taxateur de waarde zou kunnen aangeven. Aan de muren hangen klassieke schilderijen uit het Museum voor Schone Kunsten en op de vloer liggen kostbare handgeknoopte tapijten uit de Turkse verzameling van het Museum voor Toegepaste Kunst.
Het gaat om kunstwerken en voorwerpen die in de museumdepots opgeslagen waren, is het publiek verzekerd. Er is natuurlijk niets tegen dat die elders wordt opgehangen, dan hebben tenminste sommige mensen er plezier van. Maar het blijft raar dat Orbán met zijn schoenen over tapijten mag lopen die een museumbezoeker nog met geen vinger had mogen aanraken.
En dan is er natuurlijk nog het aangrenzende terras met weids uitzicht over de Donau en de hele stad. duidelijk ook een oude wens van Orbán, want het Sándorpaleis kreeg destijds net zo’n terras. Om die terrassen te kunnen bouwen, werd jaren geleden al de openbare promenade afgesloten die achter de gebouwen langs de muur van de burcht liep.
Of toekomstige presidenten nog lang van hun terras in het Sándorpaleis zullen kunnen genieten, is overigens de vraag. Er is namelijk sprake van dat Orbán na de volgende presidentsverkiezingen alsnog zelf in het Sándorpaleis wil gaan wonen. Net als zijn vooroorlogse voorgangers.
Niet alleen Orbán verhuist overigens naar de burcht, ook zijn ministers gaan mee. Terwijl de meeste ambtenaren ergens in de stad blijven, worden overal op de burcht gebouwen opgeknapt waar de ministeriële top gehuisvest wordt.

Goedkope maaltijden

Niet alleen de inrichting, ook de kantine in Orbáns nieuwe kantoor heeft het nodige stof doen opwaaien. Die blijkt namelijk verzorgd te worden door het Gundel-restaurant, een van de duurste restaurants van de stad. Een simpele kippensoep kost er 2700 forint (een kleine 8,5 euro) en de somloi galuska, een dessert van cake, rum, slagroom en chocoladesaus, hetzelfde.
In antwoord op de commotie dat zo'n duur restaurant in werd geschakeld voor de catering, publiceerde het kantoor van Orbán een foto van de menukaart. Dat bleek niet zo'n handige zet: het feit dat de regeringstop haar Gundel- somloi galuska voor 260 forint, nog geen tiende van de restaurantprijs, kan kopen, viel niet zo goed in een land waar veel ziekenhuizen zo weinig geld kunnen besteden aan het eten dat patiënten dat vaak liever door hun bezoek laten meenemen.
De lage prijzen werden daarmee gerechtvaardigd dat de porties ook kleiner waren. Mag zijn. Maar tien keer zo klein?

vrijdag 19 oktober 2018

Orbán's Zakenimperium Groeit en Bloeit

De drie belangrijkste oligarchen rond premier Viktor Orbán – Lőrinc Mészáros, István Garancsi and Andy Vajna – hebben belangen in maar liefst 400 bedrijven, aldus de anti-corruptie website Átlátszo (Transparantie).


Orbán’s stromannen hebben banken, verzekeringsmaatschappijen, hotels, fabrieken, media, reclamebedrijven, bouwondernemingen, landbouwbedrijven, olie- en gas ondernemingen, casino's, en ga zo maar door. Er is, aldus Átlátszó,  eigenlijk geen enkele belangrijke economische sector in Hongarije waarin ze  geen belangen hebben.

Met name dorpsgasfitter en jeugdvriend Mészáros boerde het afgelopen jaar goed. Een jaar terug telde Átlátszó nog 125 ondernemingen waarin hij een belang had, nu zijn dat er al 224. Het vermogen van de man die in 2010 nog drie kleine bedrijfjes bezat in Orbán’s jeugddorp Felcsut, wordt inmiddels geschat op 280 miljard forint (900 miljoen euro). Maar hij won dan ook een ongekend aantal openbare uitschrijvingen voor overheidsopdrachten (met een totale waarde van maar liefst 491 miljard forint oftewel 1,5 miljard euro), voor het overgrote deel zwaar gesubsidieerd door het vermaledijde Brussel. 




maandag 1 mei 2017

Soros, volksvijand nummer één


George Soros, foto Harald Dettenborn
Een steenrijke joodse zakenmagnaat die in pakweg 100 landen organisaties ondersteunt die zich inzetten voor mensenrechten en democratie: voor degenen die geloven in geheime linkse complotten om de wereld te overheersen, is de in Hongarije geboren Amerikaanse miljardair George Soros een voor de hand liggende boeman. Donald Trump haat hem, Vladimir Putin haat hem en zoals de laatste weken weer eens overduidelijk werd, Viktor Orbán, premier van het land waar Soros 86 jaar geleden als György Schwarz ter wereld kwam, haat hem.
De man die sinds midden jaren tachtig als filantroop vele miljarden heeft uitgegeven om de anticommunistische oppositie achter het IJzeren Gordijn te ondersteunen en later om de democratie in de hele wereld te bevorderen, wil volgens hen niets meer of minder dan de vernietiging van Europa en Amerika.
In zijn geboorteland is Soros inmiddels volksvijand nummer één, samen met de organisaties die geld krijgen uit zijn Open Society Foundation (OSF): mensenrechtenorganisaties zoals Hongaarse Helsinki Comité en de Hongaarse Vereniging voor Burgervrijheden (TASZ), maar ook de door Soros opgerichte Central European University (CEU) die als het aan Orbán ligt, volgens jaar haar licentie kwijtraakt.
"Er zwemmen hier grote roofdieren in het water. Dit is het grensoverschrijdende rijk van George Soros, met ladingen geld en zware internationale wapens," aldus premier Orbán in januari in een toespraak. "Ze veroorzaken problemen, omdat ze in het geheim en met buitenlands geld de Hongaarse politiek willen beïnvloeden." Hij heeft natuurlijk niet helemaal ongelijk. Van geheim is weliswaar geen sprake, maar als Orbán met wetgeving komt die de persvrijheid beperkt of geheime diensten meer macht geeft, behoren TASZ en Helsinki Comité tot de eerste die aan de bel trekken.
Soros is gewend aan haat. Hij werd in 1930 geboren in een land waar antisemitisme staatspolitiek was. Al in 1921 nam Hongarije een wet aan die het aantal joodse studenten aan de universiteit moest beperken. In jaren dertig werd het leven voor Hongaarse joden steeds moeilijk. Dat was ook de reden waarom zijn vader in 1936 de duidelijk joodse familienaam Schwartz in Soros liet omzetten.


vrijdag 7 augustus 2015

Grenzen aan de propaganda

Foto Runa Hellinga
Vluchtelingen in Szeged
Begin deze week begon Hongarije met de bouw van het omstreden 175 kilometer lange hek langs de grens met Servie dat bedoeld is om de groeiende stroom vluchtelingen die het land binnenkomen. Het wordt een spoedklus. Oorspronkelijk had het hek eind november klaar zullen zijn, maar eind augustus is nu het streven. Sinds premier Viktor Orbán zijn plannen voor een hek aankondigde, is het aantal asielzoekers namelijk omhoog geschoten. Opmerkelijk genoeg is het aantal Hongaren dat positief staat tegenover toelating van asielzoekers ondanks alle regeringspropaganda over de gevaren van immigratie in de laatste paar maanden overigens ook toegenomen.
Het hek, dat haast vier meter hoog moet worden, komt in twee soorten. In landbouwgebieden en bij bossen, waar mensen makkelijk de grens kunnen oversteken, komt een constructie die anderhalve meter de grond in gaat, met bovengronds drie meter fijnmazig hekwerk en daarop zeventig centimeter scheermesdraad van NAVO-kwaliteit. Maar een deel van de grens is moerasgebied, en daar volstaat een simpeler hekwerk met prikkeldraad bovenop.
Vorige week zijn er ook nieuwe wetten aangenomen die het aanvragen van asiel bijna onmogelijk maken. De procedure is ingekort tot enkele dagen, Servië, dat momenteel net zo overstroomd wordt door vluchtelingen als Hongarije, geldt vanaf nu als veilig opvangland en iedereen die als potentieel gevaar voor de Hongaarse veiligheid wordt gezien, wordt sowieso afgewezen.
Het illegaal oversteken van de grens wordt een misdaad waarop gevangenisstraf staat. Merkwaardig idee: mensen die je helemaal niet in je land wil hebben arresteren om ze vervolgens in een Hongaarse gevangenis vast te zetten. Die gevangenissen zijn nu al overvol, en bovendien, hoe slecht de omstandigheden er ook zijn, gevangenisstraf blijft voor de belastingbetaler een hele dure oplossing. Die wet heeft dan waarschijnlijk ook eerder een propandafunctie dan dat hij praktisch uitgevoerd gaat worden.
Dat er een probleem is, valt niet natuurlijk te ontkennen. Momenteel steken dagelijks gemiddeld duizend mensen via bos en veld de Hongaarse grens over. Zonder maatregelen komen dit jaar zo'n 300.000 mensen het land binnen. Het overgrote deel daarvan reist binnen luttele dagen door naar bestemmingen elders in Europa, maar dat neemt niet weg dat de vier Hongaarse vluchtelingencentra uitpuilen. Behalve een kleine 95 miljoen euro voor het hek heeft de regering daarom ook geld ter beschikking gesteld voor twee tijdelijke opvangkampen, overigens zonder de gemeenten waar die kampen moeten komen daar eerst over te raadplegen.


maandag 8 juni 2015

Plakkatenoorlog!

Tegenplakkaat van de Twee-staartige Hond
"Zo aardig!" zegt een Hongaarse vriendin, "We stonden gisteren in een winkel in Boedapest en iemand komt zomaar naar mijn man toe om hem te zeggen dat de Hongaren echt niet zo over buitenlanders denken als premier Orbán." Ze is getrouwd met een vluchteling uit het Midden-Oosten en windt zich begrijpelijkerwijs nogal op over de campagne tegen buitenlanders die de Hongaarse regering voert. Het begon met de twijfelachtige 'nationale raadpleging' over immigranten, maar die wordt sinds aangevuld door enorme plakkaten met teksten als "Wanneer je naar Hongarije komt, moet je je aanpassen aan de Hongaarse cultuur", "Als je naar Hongarije komt, moet je onze wetten respecteren"en "Als je naar Hongarije komt, kun je niet het werk van een Hongaar afnemen."
De man in de winkel is zeker niet de enige die zich schaamt. Steeds meer Hongaren generen zich. Dat was misschien niet helemaal wat premier Orbán beoogde toen hij begin mei zijn 'nationale consultatie over immigranten en tegen terrorisme' startte. Nog nooit hebben Hongaren zoveel gediscussieerd over vreemdelingen en vreemdelingenhaat als nu, maar de van vreemdelingenhaat vervulde volksraadpleging is tot nu toe bepaald geen succes.
Vorige week waren er van acht miljoen formulieren die begin mei werden verzonden 200.000 teruggestuurd. Dat betekent dat zelfs de eigen aanhang van regeringspartij Fidesz nauwelijks heeft gereageerd. Je kunt gevoegelijk aannemen dat de rest van de formulieren inmiddels in de prullenbak ligt. In de hoop op meer reacties heeft de regering daarom de mogelijkheid geopend om het formulier alsnog online in te vullen. Ook is de sluitingsdatum verlengd.
De afkeer van de campagne beperkt zich niet tot linkse Boedapester intellectuelen. Onlangs bekende een vriend in Vác 'racist' te zijn. Dat zijn eigen dochter later ooit met een zwarte vriend thuis zo komen was een gedachte waarvan hij heel diep moest slikken. Niet zo heel gek: zowel hij als zijn vrouw kwamen na enig nadenken tot de conclusie dat ze eigenlijk nog nooit "met een neger hadden gesproken". Niet uit onwil, maar gewoon, omdat je nauwelijks zwarte mensen tegenkomt in Hongarije. Maar al ging een zwarte schoonzoon te ver, de regeringscampagne vonden beiden minstens net zo onaanvaardbaar. Natuurlijk moet je onderdak bieden aan vluchtelingen, meenden ze.
De enorme plakkaten, een poging om de onsuccesvolle regeringscampagne nieuw leven in te blazen, daagden actievoerders waaronder de voorzitter van oppositiepartij Együtt meteen uit om de kwast te grijpen en de teksten over te schilderen. Dat gebeurde met zoveel succes, dat de politie inmiddels opdracht heeft gekregen om de plakkaten te beschermen en activisten te arresteren. Die taak staat duidelijk hoog op hun prioriteitenlijstje: de eerste zes actievoerders zijn al aangehouden.
Het internet wordt overspoeld met persiflages van de regeringsposters. Maar het meeste werk maakt de Twee-staartige Hond Partij van de tegenactie. De partij, die ondanks zijn schertsnaam echt met de verkiezingen vorig jaar meedeed, zamelt geld in om in Budapest aantal tegenplakkaten op te hangen. De eerste plakkaten zijn er al. Ze zijn van hetzelfde formaat en met dezelfde kleur blauw als de regeringsaffiches, met teksten als: "Sorry about our prime minister" en "Kom rustig naar Hongarije, wij werken al in Engeland" (verwijzend naar de honderdduizenden Hongaren die de afgelopen paar jaar in de rest van Europa een baan hebben gezocht).
Via crowdfunding hoopt de Twee-staartige Hond het geld bij elkaar te brengen voor in het totaal vijftig plakkaten, en liefst meer. Sommige hebben trouwens een zeer serieuze boodschap. Een citeert István, de koning die de Hongaren kerstende en die ieder jaar op Szent István-dag wordt geëerd met een groot nationaal feest en een enorm nationaal vuurwerk. Een van zijn bekendste uitspraken was dat een koninkrijk dat slechts één taal en één cultuur heeft, zwak en broos is. Die tekst heeft premier Orbán ongetwijfeld, net als alle andere Hongaren, op school moeten leren, wat maar weer eens bewijst hoe weinig zinvol het is om kinderen onbegrepen teksten uit het hoofd te laten stampen.
Een ander plakkaat citeert een artikel uit het Hongaarse wetboek van strafrechten: "Wie voor een groot publiek aanzet tot haat tegen a) de Hongaarse natie, b) een nationale, etnische, raciale of religieuze groep, of ) tegen bepaalde groepen van de bevolking, in het bijzonder vanwege een handicap, het geslacht of seksuele geaardheid, begaat een misdaad waarop maximaal drie jaar gevangenisstraf staat." Van een jurist als Orbán mag je toch verwachten dat hij de wet kent.

zaterdag 9 mei 2015

De doodstraf en het geweten van een strafrechter.

Doodstraf onder het communisme: de galg
De Hongaarse premier Viktor Orbán blijft met de doodstraf spelen. Tegen de EU zegt hij dit, tegen zijn aanhang dat. Ieder volk moet het recht hebben om er zelf over te beslissen, is zijn laatste stelling. Er zijn goede argumenten tegen de doodstraf, met als belangrijkste de kans dat je de verkeerde ophangt. Of de juiste, maar dat de doodstraf een onevenredige strafmaat is. Je kunt trouwens zelfs aanvoeren dat de doodstraf in sommige gevallen misschien milder is dan iemand voor zestig jaar opsluiten.
Maar waar zelden iemand bij stilstaat, is dat er ook nog een rechter is die die straf moet uitspreken. Wat doet het met een mens als je iemand anders tot de galg veroordeelt? Midden jaren tachtig sprak Zoltan Nagy als strafrechter de laatste terdoodveroordeling uit in de regio Györ-Moson-Sopron. Het was de enige keer in zijn leven dat hij dit oordeel velde, en sindsdien laat het hem niet meer los. 
De zaak waarover Nagy moest oordelen is echt zo'n geval waarbij je voor de dader geen enkele sympathie kunt opbrengen. De man, die in de lokale kroeg werkte, werd verliefd op een vrouw uit het dorp. Zij was getrouwd, had twee kinderen en ze was totaal niet in hem geïnteresseerd. Hij was een stalker die simpelweg moordde omdat hij zijn zin niet kreeg. Maar toch. Hieronder het verhaal van de rechter, zoals het regionale blad Kis Alföld dat optekende.  
“Zij deed er alles aan om hem te ontwijken, maar op een dorpsfeest vroeg hij haar ten dans. Hoewel nee zeggen dan eigenlijk niet hoort, deed ze dat toch. De man was diep beledigd. Wie was zij om hem af te wijzen? Onmetelijke woede en haat vervulden hem, en daarbij speelde alcohol zonder enige twijfel een rol. Hij besloot dat de vrouw en haar man een verschrikkelijke wraak verdiend hadden.
Op een avond drong hij hun tuin binnen en stak de man, die naar buiten was gekomen vanwege het lawaai, in het hart. Daarop vermoorde hij ook de moeder, met in het totaal veertig steken. De kleine kinderen waren intussen in huis en hadden niet door wat er gebeurde. Toen hun ouders niet terugkwamen, gingen ze naar de buren, gelukkig zonder te merken wat er gebeurd was. De volwassen buurman vond de lijken de volgende ochtend vroeg.
In de loop van het proces moet ik ook de kinderen ondervragen. Ze kwamen met hun grootouders, en ik vroeg hen, of ze wisten wat er met hun moeder en hun vader was gebeurd. Dat weten we, want we waren bij hun begrafenis, kwam het antwoord. Maar de kleinste, die nog niet eens op school zat, voegde eraan toe: 'Maar wanneer komen ze thuis?'. Dat vergeet ik nooit meer.
In de loop van het proces werd steeds duidelijker in welke richting we gingen. Wat de feiten betreft en juridisch was het een eenvoudige zaak. Er was geen twijfel over de dader, of over de methode van de moord. Het was duidelijk dat die moord vooraf beraamd was, en ook, dat het om meerdere mensen ging. De buitengewone wreedheid stond ook vast. En het motief was ook duidelijk: de moeder van twee kinderen moest simpelweg sterven omdat ze haar ‘minnaar’ had afgewezen. De wet gaf in die tijd, als er meerdere bezwarende omstandigheden waren, ook de mogelijkheid – maar niet de verplichting – om de doodstraf op te leggen. Voor mij was in dit geval de cruciale vraag of de dader toerekeningsvatbaar was. Hij werd onderzocht, en hij was toerekeningsvatbaar.
Er restte maar een kwestie: was ikzelf in staat om de wet toe te passen? Dat was geestelijk geen geringe last. Ik beloofde mezelf dat als deze man in staat was om onder ogen te zien wat hij had gedaan, als hij in staat was om onder het gewicht van zijn eigen daad te breken, dat dan ook zijn straf zou zijn. Dan moest ik hem zijn leven laten behouden. Maar hij gaf me daartoe geen kans. Behalve dat hij medelijden had met zichzelf, en kiespijn en dat hij klaagde over het eten in de gevangenis, zat hij nergens mee.
Toen ik mijn oordeel velde, lette ik speciaal op zijn gezicht. Als ik ooit een houten kop heb gezien, dan was het de zijne. Op dat moment lijdt de rechter minstens net zo zeer als de verdachte. Maar de uitspraak is niet definitief, want er zijn meerdere instanties die er daarna nog over oordelen. De uitspraak is dan ook niets in vergelijking met wat de dienaar van de wet te wachten staat bij de executie.
De zaak doorliep alle beroepsprocedures, maar het doodsvonnis bleef staan. Volgens de toenmalige wet was de executie de taak van de rechter die het oorspronkelijke oordeel had geveld, van mij dus. Ik bracht hem in de gevangenis het nieuws dat zijn gratieverzoek was afgewezen en dat de executie de volgende dag zou plaatsvinden. De ooit totaal onbewogen man stortte in elkaar. Hij schreeuwde ongearticuleerd, maakte gebaren, maar het was niet mogelijk te verstaan wat hij zei. Een psychiater onderzocht hem, nog een keer, de laatste keer.
De volgende ochtend gingen we naar de executie. Ze hadden een gehavende tafel opgezet in een grote schuur. Ze brachten de man binnen, die zich verzette. Hij schopte met opgeheven armen. Zijn laatste wensen waren daarvoor vervuld: hij had met zijn moeder kunnen praten en iets te eten gevraagd. Ik las het hele oordeel nog eens voor, maar vanwege zijn aanhoudende gegil kon ik mijn eigen stem nauwelijks horen. “Het oordeel wordt uitgevoerd” was de instructie die ik moest geven. En zo gebeurde het. Hij werd opgehangen. Daarna wachtten we nog vijftien minuten, in treurige stilte, tot de dokter het resultaat van zijn onderzoek gaf, dat de man werkelijk dood was.
Het was zo’n verschrikkelijke, afschuwelijke zaak, dat ik toen op dat moment tegen mezelf zei: dit doe ik nooit meer. Ik diende de staat, en  de rechter is gehouden om de wet te handhaven. En wat minstens net zo belangrijk is: hij mag niet kiezen! Het kan niet zo zijn dat hij zegt: deze wet bevalt me, maar die niet en die pas ik niet toe. Ik kon slechts hopen dat iets vergelijkbaars mij niet nog eens ten deel zou vallen. Niet vanwege de zaak zelf. Die was overduidelijk. Maar de staat mag niet doden. Toen niet. Nu ook niet."


woensdag 6 mei 2015

Orbán en de doodstraf

Gevangenis in Boedapest. Hier stond tot 1990 een galg. Foto Wikipedia
Hongarije moet de doodstraf misschien maar weer overwegen. Met die uitspraak verraste premier Viktor Orbán vriend en vijand begin vorige week. Hij zei het naar aanleiding van een vraag over de roofmoord in een tabakswinkel het weekend daarvoor, waarbij het winkelmeisje omkwam en de dader er met 20000 forint vandoor ging.
Die totaal geblindeerde winkels bestaan sinds twee jaar en zijn sindsdien regelmatig doelwit van overvallers. Je ziet niet wat binnen gebeurt, en met tabak en meestal ook alcohol op de plank is de kans groot dat ze wat in kas hebben. Maar deze overval was het gewelddadigste incident tot nu toe. De eigenaar, die meerdere zaken heeft, deed het enige verstandige: hij lapte de wet aan zijn laars en verwijderde de folie die inkijk onmogelijk maakt. Maar zo'n voor de hand liggende oplossing, daar zei Orbán niets over. Hij zoekt het drastischer: de doodstraf. Dat zal criminelen afschrikken, volgens hem.
Het is niet voor het eerst dat Orbán voor herinvoering van de doodstraf pleit. De eerste keer dat hij dat deed, was in 2002, nadat bankrovers in het stadje Mór acht personeelsleden en klanten van de Erste Bank doodschoten. De bloedige bankoverval veroorzaakte een enorme schok in Hongarije, waar zulk geweld bepaald niet tot de orde van de dag behoort. Gelijktijdig is Mór een van de beste argumenten tegen de doodstraf: de kans dat je de verkeerde ophangt.
De politie zat natuurlijk te springen om een dader en daarom werd er een forse beloning uitgeloofd voor de gouden tip: 25 miljoen forint, toen zo'n 100.000 euro. Die tip kwam dan ook prompt, van een crimineel die er ook nog eens een deal over strafvermindering uit wist te slepen. De twee mannen die op zijn aanwijzing werden gepakt, ontkenden. Toen een van hen een overtuigend alibi wist te produceren, schakelde politie simpelweg over op de beschuldiging dat hij dan de wapens had geleverd. De andere verdachte bleef te boek staan als dader, al was er geen enkel concreet bewijs tegen hem en al had ook hij een alibi. Maar dat werd straal genegeerd. De man zou zonder enige twijfel de doodstraf hebben gekregen, als die toen bestaan had. Vijf jaar later kwam naar buiten dat de politie de verkeerden gepakt had. Het duurde nog twee jaar langer voordat die fout echt werd erkend en de aanklacht helemaal werd ingetrokken.
Dat zulk slordig politieonderzoek In Hongarije geen uitzondering is, bewijst de zaak tegen Sándor Schönstein, die tot twaalf jaar veroordeeld werd wegens de moord op zijn moeder, Fidesz-gemeenteraadslid Irma Balla. Niets wees erop dat Schönstein de dader was. Hij had een ijzersterk alibi: hij was op het moment vele kilometers verderop met een aantal vrienden aan het barbecueën. Maar ja, hij had volgens de politie te rustig gereageerd op de dood van zijn moeder. Buitengewoon verdacht.


zondag 12 april 2015

Een pijnlijk investeringsschandaal

Het had voor de Hongaarse premier Viktor Orbán niet slechter kunnen komen. Met een tussentijdse
Demonstratie van gedupeerden. Foto Népszava
verkiezing vandaag in Tapolca waarbij regeringspartij Fidesz voor de tweede keer binnen twee maanden een parlementszetel dreigt te verliezen, wordt het ministerie van buitenlandse zaken
 beschuldigd van handel met voorkennis. Het komt bovenop een hausse van andere corruptiebeschuldigingen. Zelfs in eigen partij roept een enkeling inmiddels dat de premier moet vertrekken.
Op 9 maart viel het doek voor investeringshuis Quaestor. Het was in zes weken tijd het derde investeringshuis dat failliet ging, maar al ras bleek dit een geval apart te zijn. Quaestor zou jaren overeind hebben gehouden met de uitgifte van valse obligaties. Bovendien bleek eigenaar Csaba Tarsoly bevriend met minister van buitenlandse zaken Péter Szíjártó. Diens ministerie, of beter, het onder het ministerie vallende Nationale Handelshuis, had miljoenen euro's in Quaestor belegd en trok dat geld terug, net voor het faillissement bekend werd. Zo’n 32.000 kleine beleggers hadden het nakijken. Gisteren demonstreerden enkele duizenden getroffenen voor een volledige schadevergoeding..
Szíjártó verklaarde aanvankelijk dat hij persoonlijk verantwoordelijk was voor dat besluit. Toen zijn vriendschapsband met Tarsoly bekend werd en de beschuldigingen van voorkennis opkwamen, greep Orbán in. Hij had opdracht gegeven om de investeringen in Quaestor te beëindigen, omdat hij signalen gekregen dat het investeringshuis in gevaar was. 
Sindsdien gonst het van tegenstrijdige berichten die op zijn minst de indruk geven dat betrokkenen heftig proberen een verhaal sluitend te krijgen dat aan alle kanten rammelt. De datum waarop Orbán die opdracht gegeven heeft, is al meerdere malen gewijzigd. En hoe zit het eigenlijk met dat faillissement van Quaestor? Tien dagen na 9 maart bleek het bedrijf nog steeds te functioneren en kan het nog steeds fondsen wegsluizen via een netwerk van pakweg 65 BV’s. Raadselachtig is ook waarom Tarsoly pas eind maart werd gearresteerd. 
Een ding is zeker: de man beschikt over goede contacten in de hoogste kringen. Hij is niet alleen bevriend met Szíjártó, die hij nog kent uit Györ waar hij vandaan komt. Hij kent Orbán ook persoonlijk, van de beste plek om de premier te kennen: de tribunes van het voetbalveld.. De twee delen een liefde voor voetbal en Tarsoly financierde in Györ het voetbalstadion. 
Volgens Orbán was een persoonlijke e-mail van Tarsoly aan hem over de moeizame situatie in Quaestor de directe aanleiding om te stoppen met de investeringen dat bedrijf. Tarsoly vroeg hem in die mail om hulp, de premier trok de conclusie dat het veiliger was het overheidsgeld terug te trekken. Goed beleid? Orbán had, als het zo gelopen is, overduidelijk voorkennis. En volgens financiële experts zou juist dit besluit wel eens tot de ondergang van Quaestor geleid kunnen hebben.
Dit soort onthullingen in de Quaestorzaak stapelen zich bovenop verhalen over corruptie en vriendjespolitiek in Fidesz. Zo heeft een naaste medewerker van Orbán een duur huis aangeschaft op naam van zijn tienjarige zoontje om het buiten de verplichte vermogensopgave te houden. Het tot een jaar geleden onbetekenende bedrijfje van Orbáns schoonzoon sleept plots overal in Hongarije opdrachten binnen om straatverlichting te vervangen. Diezelfde schoonzoon kocht onlangs trouwens ook een complete jachthaven bij het Balatonmeer.
“Het draait alleen maar om geld graaien,” aldus Zoltán Illés, tot vorig jaar staatssecretaris van natuur en milieu, die zich tot een van de scherpste critici binnen Fidesz heeft ontwikkeld. Illés vindt dat Orbán plaats moet maken voor een zakenkabinet. Ook oppositiepartij MSzP eist inmiddels het aftreden van de premier. Een jaar geleden leek dat nog totaal krankzinnig. Maar inmiddels zijn er steeds meer berichten over enorme verdeeldheid binnen de regeringspartij.
Ook de kiezers beginnen er genoeg van te krijgen. Ze zijn niet alleen de corruptie zat, maar ook onpopulaire maatregelen, zoals de recente invoering van een verplichte zondagse winkelsluiting en extra tolheffingen. De populariteit van Fidesz kelderde in een half jaar van 37 naar iets van 22 procent (een beetje afhankelijk van het opiniebureau dat de peilingen deed). Daar lijkt overigens vooral de rechts-extremistische Jobbik van te profiteren. Die partij geldt als goede kanshebber komende zondag bij de tussentijdse verkiezing in Tapolca. Veel kiezers motiveren hun keuze ermee dat Jobbik nooit eerder regeerde en dus, wie weet, niet corrupt blijkt te zijn. Vandaag in Tapolca zal blijken hoeveel kiezers gevoelig zijn voor die gedachte.


zaterdag 7 februari 2015

Een nieuwe mediaoorlog

Joost mag weten waar het eindigt. Maar zeker is dat de oorlogsverklaring van oligarch Lajos Simicska aan zijn oude maat Viktor Orbán afgelopen donderdag een aardbeving in de Hongaarse politiek heeft veroorzaakt. Simicska is een zeer oude maat van de Hongaarse premier. Op de universiteit was hij Orbáns kamergenoot. Daarna was hij het financiële brein achter Fidesz. Hij is bovendien de man achter Közgép, een machtig agglomeraat  van bedrijven dat de afgelopen jaren werd opgebouwd in de schaduw van Fidesz. Közgép bouwde onder meer het fameuze stadion in Orbáns geboortedorp Felcsút. Hij is notoir mediaschuw. En hij is eigenaar van HírTV, het dagblad Magyar Nemzet en Lánchid Radió. Drie media die iedereen simpelweg op de hoop 'regeringsgezind' dumpte. Tot Simicska Orbán deze week de oorlog verklaarde.
Directe aanleiding was belasting op reclame-inkomsten van media. Die werd vorig jaar bedacht met twee doelen: extra belastinginkomsten en RTL-Klub het leven onmogelijk maken. Het was een getrapt systeem en de commerciële omroep, de grootste zender van het land, betaalde verreweg het meest: veertig, later vijftig procent over de totale omzet aan reclame-inkomsten. Het was voldoende om de zender zwaar verliesgevend te maken en het idee was dan ook dat de Luxemburgse eigenaars de biezen zouden pakken. Hun reactie was echter totaal onverwacht: RTL besloot zijn tamme nieuwsrubriek om te vormen tot een onderzoeksredactie die de ene onthulling na de andere over corruptie in regeringskringen deed.
Ze zijn, zoals gezegd, de grootste en dat kritische nieuws hakte erin. Zozeer, dat de regering bereid was tot concessies ten aanzien van de reclamebelasting. Maar een verlaging voor RTL sloeg een gat, nou ja, een gaatje, in de begroting. Daarom werd afgelopen donderdag besloten dat de trap wordt afgeschaft en alle media in toekomst vijf procent reclamebelasting moeten gaan betalen. De meeste betaalden tot nu toe één procent.
Onaanvaardbaar, reageerde Simicska, die onmiddellijk over een mediaoorlog sprak. Hij gaf zijn media opdracht vanaf direct Orbán hard aan te pakken. Tot zijn stomme verbazing stapten daarop alle hoofdredacteuren uit protest op. Sindsdien is de boot aan. Szimicska heeft al nieuwe hoofdredacteuren benoemd en HírTV gaat hij zelf leiden, al schijnt hij eerst een paar dagen op vakantie te zijn gegaan. Maar je mag verwachten dat de toon en de inhoud van de drie media drastisch zal veranderen.
Ik moet overigens zeggen, enig begrip heb ik best voor die hoofdredacteuren. Dat je het niet pikt als de eigenaar van de krant je zomaar zegt wat je moet schrijven, is heel begrijpelijk. Ik vermoed alleen dat diezelfde journalisten er geen schande van  hebben gesproken toen een jaar of twaalf of zo geleden de liberale Magyar Hirlap werd gekocht door een Orbán-gezinde eigenaar en de redactie prompt de opdracht kreeg pro-Fidesz te gaan schrijven. Maar goed, dat is een andere zaak.
Dat het tussen Simicska en premier Orbán niet botert, is al langer duidelijk. Maar niemand wist waarom, omdat Simicska niet immers met de pers sprak. Dat is sinds deze week veranderd en de termen waarin de media-eigenaar over zijn voormalige studievriend spreekt zijn op zijn zachtst gezegd grof. Hij noemde hem geci. Letterlijk betekent het sperma, maar iets in de geest van rukker is vermoedelijk de beste Nederlandse vertaling.
Maar los daarvan heeft hij eindelijk een verklaring gegeven waarom het niet meer botert. Hij heeft het niet op met de pro-Russische koers en ook niet met Orbáns ideeën over de Hongaarse pers. Volgens hem verdeelt de premier de media in drie groepen: de volkomen loyale, de soms kritische en 'de vijand'. De enige media die Orbán volgens Simicska wil tolereren, zijn de absoluut loyale. Hij was destijds tegen de Sovjet-Unie en ziet geen verschil tussen toen en Putin. En hij beschuldigt Orbán ervan een nieuwe dictatuur op te willen bouwen.
Simicska als verdediger van de democratie en persvrijheid. Het is een idee om even aan te wennen. De man heeft in de jaren negentig Fidesz van de financiële ondergang gered met een gecompliceerd netwerk aan financiële deals die moesten verhullen dat de partij een aantal totaal verkeerde investeringen had gedaan die hadden geleid tot miljoenen aan bedrijfs- en belastingschulden.
Simicska was in de eerste regering Orbán, tussen 1998 en 2002, hoofd van de Hongaarse belastingdienst en werd er in die hoedanigheid regelmatig van beschuldigd dat hij de dienst inzette om critici van de regering het leven zuur te maken. Hij groeide in de afgelopen jaren uit tot een van de machtigste, en rijkste zakenlieden van het land. Aangezien hij vooral in bouwprojecten actief is, stroomden vele miljoenen aan EU-steun naar hem toe, nadat de aanbestedingsvoorwaarden van de betreffende projecten zo waren opgesteld dat slechts één bedrijf eraan voldeed: Simicska's Közgép.
Maar goed, voor iedereen kan een breekpunt komen, en voor Simicska kwam dat blijkbaar deze week. Of politieke meningen daarbij belangrijker waren dan zakelijke belangen, is de vraag. Al kun je er zeker van zijn dat Közgép het in toekomst aanzienlijk moeilijker zal krijgen om een openbare aanbesteding te winnen.
Wat vooral opvallend is, is dat Simicska niet de enige is. Het rommelt in Fidesz. De vraag is natuurlijk hoe hard. Zoals gezegd, niemand kan voorspellen waar dit eindigt.

donderdag 5 februari 2015

Over mega-investeringen die niet waren....

Geen nieuwe Mercedesfabriek...
Ooit was er een oppositieleider genaamd Viktor Orbán die een bandje in handen kreeg van een partijbijeenkomst van de toenmalige regeringspartij. Op dat bandje verklaarde de toenmalige premier Ferenc Gyurcsány dat zijn partij in de verkiezingscampagne gelogen had. Hij zei later verder dat alle partijen gelogen hadden, dat liegen een standaardpraktijk was in de Hongaarse politiek, en dat de partijen daarmee op moesten houden. Dat haalde uiteraard niet groot de openbaarheid. Alleen de bekentenis dat hijzelf gelogen had.
Het leidde tot maandenlange rellen. Orbán eiste het aftreden van Gyurcsány. Dat Orbán zelf tijdens de verkiezingscampagne tegenover diplomaten had gezegd dat ze niet op zijn woorden moesten letten, maar op zijn daden, donderde uiteraard niet. Je mag veel doen in de Hongaarse politiek. Maar bekennen dat je liegt, dat hoort daar niet bij. Het liegen zelf ligt een stuk minder problematisch. De kiezer verwacht eigenlijk niet anders.
Het wordt alleen erg vervelend als je op heterdaad betrapt wordt. Afgelopen maandag was de Duitse premier Angela Merkel in Hongarije. Dat bezoek was, op zijn zachtst gezegd, niet echt een succes voor Orbán. Merkel sprak maar heel kort met hem, bekritiseerde openlijk zijn opvattingen over democratie en drong aan op een betrouwbaar investeringsklimaat. Ze sprak daarentegen heel lang met joodse leiders, maar wilde Orbán er niet bij hebben toen ze de slachtoffers van de Holocaust herdacht.
Maar, zo kregen journalisten van de Hongaarse nieuwsportaal Vs in de wandelgangen te horen, vanuit economisch oogpunt was het bezoek eigenlijk een doorslaand succes. Er was sprake van de bouw van een nieuwe Mercedes-fabriek, een BMW-fabriek, investeringen van Siemens in de uitbreiding van de kerncentrale in Paks. Verder was er sprake van van militaire helikopters en een elektriciteitscentrale. Kortom, het ging om miljardeninvesteringen. In euro's wel te verstaan, niet in forinten.
De nieuwsportal baseerde zich op woordvoerders, diplomaten en zakenlieden die allemaal vanwege de gevoeligheid van de materie anoniem wilden blijven. Toen AFP bij regeringswoordvoerders navraag deed, vertelden die niet simpelweg of het verhaal waar was of niet, maar weigerden commentaar. Slim, want commentaar weigeren wordt meestal als een verhulde bevestiging uitgelegd (waarom zou je anders niet gewoon zeggen dat er niets van klopt?) en zo kwam het nieuws dus de wereld in. Regeringsgezinde media namen het groots over en glommen van trots over dit geweldige succes. En als het waar geweest zou zijn, dan zou iedereen gelijk hebben gehad om Orbán uitbundig te feliciteren.
Maar toen kwam iemand op het idee om eens navraag te doen bij andere bronnen. BMW en Mercedes, bijvoorbeeld. Beide bedrijven ontkenden investeringsplannen, en Siemens, zo bleek bij navraag bij dat bedrijf, houdt zich al lang niet meer met kerncentrales bezig. Over die hele helikopterkwestie schijnt nog lang niets beslist te zijn, en zo bleef er niets over van dit geweldige succes van Merkels bezoek. Wat voor de hand ligt, want uiteraard deelt mevrouw Merkel in een gesprek van nog geen half uur niet zomaar een paar miljard aan cadeautjes uit.
Wonderlijk. Waarom zou je een verhaal de wereld in helpen, waarvan je weet dat het niet langer dan hooguit 24 uur standhoudt? De reden is waarschijnlijk vrij simpel: propaganda. De investeringen hebben het nieuws groots gehaald. Het feit dat het hele verhaal onzin is, bereikt veel minder mensen. Zo zullen velen achteraf toch de indruk houden dat het bezoek van Merkel eigenlijk een groot succes was. Overigens zitten ook regeringsgezinde kranten als het weekblad Valász er wel mee in hun maag. "Het zou geen drama geweest zijn, als de regering de moed had gehad het Vs-verhaal te ontkennen. Maar nu zitten we wel met een klein drama," aldus het weekblad.
Een klein drama? Stel je voor dat Nederlandse regeringswoordvoerders in de wandelgangen geruchten over buitenlandse miljardeninvesteringen de wereld in zouden hebben geholpen en dat 24 uur later zou blijken dat het gewoon onzin is. Geen foutje of zo, maar gewoon verzonnen. Ik hoor de Tweede Kamer al. Ik vraag zelfs me af of Rutte dat überhaupt zou overleven.
Maar het blijft verbazingwekkend waar Hongaarse politici (en hun familieleden) mee wegkomen. Corruptiebeschuldigingen, leugens, ze schijnen als regendruppels op een oliejas van hun schouders te glijden Niet alleen van de schouders van Orbán trouwens, hou me ten goede.  De afgelopen 25 jaar is het buitengewoon zelden voorgekomen dat een politicus de gevolgen van zijn daden heeft moeten dragen, van welke politieke kleur hij ook was. Er is één voorwaarde: geef vooral niet toe dat je iets fout hebt gedaan. Want dat wordt je reuze kwalijk genomen.



woensdag 8 oktober 2014

Stem Fidesz als je geld wilt.

Komend weekend gaat Hongarije naar de stembus. Voor de derde keer dit jaar, en ditmaal gaat het om gemeenteraadsverkiezingen. Er doet weer een oneindig aantal partijen mee, vaak alleen op lokaal niveau. En het staat iedereen vrij om te stemmen op wie hij wil. Dit is per slot van rekening een democratie.
Alleen Fidesz. Anders krijg je geen geld
Maar premier Orbán waarschuwde kiezers die van plan zijn om op een oppositiepartij te stemmen, deze week wel: gemeenten die door de oppositie bestuurd worden, moeten er niet op rekenen geld van de centrale overheid te krijgen. "Het kan natuurlijk niet dat ze het ene moment schreeuwen over dictatuur, de regering zwart maken en ons in het buitenland afdoen, en de volgende dag zeggen dat ze samen willen werken, omdat er sprake is van geld," aldus Orbán in een interview bij een lokale internetkrant. Mensen moeten, aldus de premier, dus zulke gemeenteraadsleden kiezen die oprecht kunnen samenwerken met de huidige regering. Van de regering verwachten dat die samenwerkt met kritici, dat is echt teveel gevraagd.
Kritiek hebben en dan nog geld willen: er zijn grenzen aan de Hongaarse democratie. Dat Orbáns woorden geen lege huls zijn, weten ze in de gemeente Esztergom, die vier jaar geleden al een kandidaat van de oppositie als burgemeester koos. Fidesz had de meerderheid in de gemeenteraad, maar die burgemeester gaf de doorslag: Esztergom kreeg zeker in de eerste tijd zo weinig fondsen dat de gemeente zelfs de vuilnisophaal moest afschaffen en vrijwilligers dat gingen doen.
De boodschap komt geheel overeen met de verkiezingsaffiches voor deze verkiezingen. Alleen Fidesz, staat erop. Ooit had de partij nog een coalitiepartner, de christendemocratische KDNP. Maar hoewel er wel KDNP-politici op de lijst staan (zoals de burgemeester van Vác, Attila Fördös, die voor zijn campagne onbeschaamd gebruikt maakt van mededelingsborden van de gemeente), wordt die partij op de affiches niet meer vermeld. Eindelijk eerlijkheid, want iedereen wist allang dat de KDNP nauwelijks nog een zelfstandige partij is.
Het past in Orbáns recente uitspraken dat hij van Hongarije een ''illiberale' democratie wil maken, met Rusland en Turkije als voorbeelden. Niets wijst er overigens op dat de kiezers komend weekend zijn wijze raad niet zullen volgen, al zouden de extreemrechtse Jobbik nog wel eens voor verrassingen kunnen zorgen. En niet eens omdat alle kiezers nou zo tegen zigeuners zijn. "Eerst heb ik op de socialisten gestemd, en die deden het niet goed. Toen heb ik op Fidesz gestemd, en die doen het niet goed. Nu ga ik Jobbik proberen. Ik ben het weliswaar niet eens met veel dingen die ze zeggen, maar ik wil ze toch een kans geven," zoals een kiezer in Szérszárd zei.

vrijdag 18 april 2014

De kijk van een Fidesz-aanhanger

Viktor Orbán op 15 maart
Omdat dit blog de regering regelmatig zeer kritisch benadert, wil ik voor de afwisseling een keer iemand aan het woord laten die er geheel anders over denkt. Daarom bij deze de vertaling van het hoofdredactionele schrijven in het paasnummer van Közszolgálat (Overheidsdienst), een tweewekelijks blad voor overheidspersoneel, waarin hoofdredactrice Ildikó H. Petró verwoordt waarom ze Viktor Orbán zo bewondert. 

Helaas ken ik hem niet persoonlijk. Natuurlijk zou ik hem graag kennen, maar wie zou dat niet. Na zijn 15-maart-toespraak dit jaar vulde mijn ziel zich weer met warmte, zoals aan het einde van ieder van zijn toespraken, en niet per se vanwege zijn uitspraken, want die zijn eenduidig, maar omdat hij, iedere keer als hij zijn wenkbrauwen wat optrekt, zijn hoofd een beetje verlegen laat zinken, zijn papieren recht legt, probeert om zijn ontroering te verbergen. Want hij is ontroerd...
Nu, na de verkiezingen, als u mijn zinnen leest, kan ik dankzij ‘onze in eenheid beproefde krachten’ al vol trots zeggen, dat de minister-president van mijn kleine, doch steeds sterker wordende vaderland onveranderd de zeer menselijke Viktor Orbán is.
Ik weet niet hoe hij zijn dagelijkse leven doorbrengt, en hoe zou ik dat ook moeten weten, maar wat hij de gewone mensen toestaat om via de media te zien, is precies dat wat men van de eerste man van het land verwacht, als zou hij dag na dag naar de vermaningen van Seneca luisteren: “Vergeet niet, des mensen waardig moet je leven om het waardig te zijn dit hoge ambt te dragen. Roep de wijsheid te hulp, hul je in haar toga, dan beschermt ze je voor het kwade, in haar heiligdom vind je zekerheid… Leef met oprecht hart, en leef met oprechte ziel! Zonder parade, zonder haat leven – en zie: aan jou is het gelukkige leven.”

Waarschijnlijk is het aan die denkwijze te danken dat hij medewerkers van gelijke gezindheid heeft aangetrokken, met wier hulp hij de ongelooflijk vele goede maatregelen en initiatieven heeft weten te realiseren en in gang te zetten waarmee we de afgelopen vier jaar aan deze en de andere zijde van de grens zijn verrijkt en waarmee onze directe, en op den duur misschien ook wijdere omgeving misschien beter, menselijk kan worden. Daaronder, zoals u in onze apriluitgave kunt lezen, het hersenonderzoek, het nieuwe burgerlijk wetboek, de maatregelen die het belang van een nationale politiek onderstrepen, de GMO-vrije politiek van ons vaderland, het programma ter bescherming van het erfgoed in het Karpatenbekken, om maar enkele thema’s te noemen. Wat betreft de wijdere omgeving kunt u er onder meer kennis van nemen hoe onze onderzoekers bijdragen aan de goede naam van ons land, hoe wijn tot een factor is in de imagovorming van ons land, en wat een handvol Hongaren in New York of ook in Dubai kan doen, om onze culturele betrekkingen te ontwikkelen.
Ik hoop dat het hart van onze liever Lezer sneller klopt bij het lezen van onze artikelen, omdat het zeer zeker goed is om Hongaar te zijn, en met dit gevoel kunnen wij allen het feest der feesten, het Paasfeest, met een gerust gevoel tegemoet zien.


Ildikó H. Petró, hoofdredacteur.


zaterdag 11 februari 2012

Een coup van CNN tegen Orbán?


Volgens de Hongaarse premier Orbán heeft in Hongarije een “driepotige couppoging” plaatsgevonden, zo meldde het gezaghebbende weekblad HVG deze week. Hongaarse en buitenlandse diplomaten, buitenlandse geheime diensten en internationale media zouden georganiseerd hebben geprobeerd om Orbán en zijn regering af te zetten. De premier had het met name begrepen op CNN. Die omroep zou met negatieve berichtgeving hebben geprobeerd zijn imago te beschadigen en zo zijn positie binnen zijn partij te verzwakken. Maar het is gelukt de couppoging te voorkomen, aldus de premier tijdens een driedaagse besloten fractievergadering van regeringspartij Fidesz. HVG baseerde zich op gesprekken met diverse deelnemers aan de vergadering.
Fidesz-fractievoorzitter János Lázár ontkende vrijdag op een persconferentie dat er ook maar enige sprake van een rede over couppogingen was geweest, maar niet aleer de Magyar Nemzet 's ochtends nog aanvullingen op het HVG-verhaal had gepubliceerd. Volgens die uitgesproken regeringsgezinde krant had Orbán zelfs gezegd dat de nationale veiligheid in gevaar was gekomen. De eveneens regeringsvriendelijke Magyar Hirlap kwam 's ochtends met beschuldigingen aan het adres van diplomaten met banden met de vorige socialistische regering die “hun internationale contacten” zouden hebben gebruikt om een campagne tegen Hongarije te starten. Welke diplomaten dat zouden kunnen zijn, is overigens onduidelijk, want de afgelopen anderhalf jaar heeft bij het ministerie van buitenlandse zaken een enorme politieke zuivering plaatsgevonden.
Volgens HVG haalde Orbán in zijn rede ook uit naar de “mollen” in zijn partij. Daarbij ging het vooral om vier parlementariërs die nee zeiden tegen de benoeming van rechter Tünde Handó tot hoofd van het nieuwe administratieve orgaan dat rechters moet benoemen. Aangezien Handó de beste vriendin van Orbáns vrouw en peetmoeder van zijn kinderen is, trekken critici haar onafhankelijkheid in twijfel. Maar wie tegen Handó’s benoeming stemde, moet volgens Orbán besluiten “bij welke partij hij hoort en op wiens zijde hij staat”.
Dat de premier meer zoekt achter de recente golf van kritiek komt niet helemaal als een verrassing.


woensdag 16 maart 2011

APPLAUS

Duizenden mensen kwamen gisteren naar het Nationaal Museum om te luisteren naar de rede die premier Viktor Orbán ter gelegenheid van de 15de maart, een van de belangrijkste Hongaarse nationale feestdagen, waarin de opstand tegen de Habsburgse keizer van 1848 wordt herdacht. Die opstand begon, volgens de verhalen althans, op die trappen, met de declamatie van een gedicht dat de dichter Sándor Petöfi: "Sta op, Hongaren, willen wij slaven zijn of vrij". Ieder kind kent de tekst uit zijn hoofd, het is verplichte kost op de lagere school.
De 15de maart is een nationale feestdag die leeft: vrijwel iedereen op straat loopt die dag met een kokarde met de Hongaarse driekleur (Petöfi's vrouw schijnt in 1848 eindeloos veel van die dingen genaaid te hebben) of een groen-wit-rood strikje en veel mensen bezoeken ook een of andere herdenking, waarvan er genoeg zijn overal in het land.
Orbán is populair, dus het lag in de lijn der verwachting dat er duizenden mensen zouden komen om te luisteren naar een rede die bol stond van de anti-EU-retoriek. Hongarije had in 1848 verzet tegen de macht van Wenen, en in 1956 tegen Moskou, en het zou zich door Brussel ook niet de wet voor laten schrijven. En dat voor een land dat momenteel EU-voorzitter is.
De menigte vond het prachtig. Merkwaardig is daarom de onthulling van internetkrant Origo, dat er honderden studenten rondliepen die betaald bleken te zijn om daar te komen. Voor 1500 tot 2000 forint waren ze ingehuurd om te komen klappen. De meesten hadden geen enkele interesse in de gebeurtenis zelf, maar ach, het geld was makkelijk verdiend.
Een woordvoerder van Orbán  probeerde niet eens te ontkennen dat er mensen waren ingehuurd om te applaudiseren. Klappende mensen rond Orbán op de trappen van het museum waren "deel van het programma". Zouden ze soms bang geweest zijn dat de menigte anders 'boe' was gaan roepen?

woensdag 19 januari 2011

VRIENDENCLUB

De herbegrafenis in juni 1989 van Imre Nagy, leider van de Hongaarse opstand van 1956, was een historische gebeurtenis die heel Hongarije in de greep hield. Sommigen schaften er speciaal een tv-toestel voor aan om de plechtigheid live te kunnen volgen. Voor veel toeschouwers kwam het meest gedenkwaardige moment, toen een jonge rechtenstudent de Sovjettroepen in Hongarije openlijk opriep het land te verlaten.
Wie eerder niet van Viktor Orbán had gehoord, wist vanaf dat moment wie hij was. Zelfs vandaag is die toespraak voor veel Hongaren een van de grote verdiensten van de man die mei vorig jaar voor de tweede keer premier van Hongarije werd en die in januari onder een storm van kritiek aantrad als voorzitter van Europa. Zijn toespraak, een pleidooi voor de invoering van een burgerlijke, Europese democratie in Hongarije, maakte hem tot een van de bekende gezichten van de anticommunistische oppositie.  “Hij was de ultieme anarcho-liberaal,” aldus publicist Miklós Haraszti, oprichter van de Hongaarse samizdat-beweging, die Orbán destijds van dichtbij meemaakte en zijn politieke talent bewonderde.
Volgens Haraszti was Orbán destijds een hartstochtelijk verdediger van de constitutie en was er niemand feller dan hij toen de eerste postcommunistische, conservatieve regering pogingen ondernam om de in 1989 met politieke consensus tot stand gekomen grondwet om te vormen tot een instrument dat die de politieke meerderheid van de regering zou dienen.
Maar diezelfde man werd er de afgelopen weken in binnen- en buitenland van beschuldigd Hongarije in een autocratie te veranderen. De kritiek beperkt zich al lang niet meer tot de linkse oppositie. De conservatieve Duitse krant Die Welt schreef over “de mars naar de Führerstaat”. Konzervatórium, een blog van jonge conservatieve Hongaren die zijn verkiezingsoverwinning vorig jaar nog toejuichten, noemen Orbáns bewind nu: “Een vreemd mengsel van Putinisme, Chinees staatskapitalisme en een links populistisch regiem zoals je dat in Zuid-Amerika vindt.”
De huidige rechtse regeringspartij Fidesz begon in 1988 als een liberale jongerenbeweging. De kern bestond uit een vriendenclub die elkaar had leren kennen bij het juridische István Bibó College van de Universiteit van Boedapest.
De universitaire vriendenclub bleef een belangrijke rol in Fidesz spelen. Tot de dag van vandaag is de premier omringd door mensen die hij tijdens zijn studie, of zelfs op de middelbare school leerde kennen. Parlementsvoorzitter Lászlö Kövér is een studiegenoot, voormalige docent Istvan Stumpf werd lid van het Constitutionele Hof, een andere voormalige docent, Tamás Fellegi is minister van nationale ontwikkeling. Orbáns klas- en studiegenoot, de zakenmagnaat Lajos Simicska geldt als de stille kracht achter de premier.
Maar de politieke richting veranderde radicaal toen duidelijk werd dat Fidesz als liberale partij geen toekomst had. Rond de verkiezingen van 1994, die gewonnen werden door de socialistische MSzP en de liberale SzDSz, sprong Orbán in het ideologische gat dat ontstond door de verkiezingsnederlaag van de conservatieve regeringspartij MDF.
Fidesz wierp zich vanaf dat moment op als een brede, rechtse partij die zowel gematigd als extreemrechts probeerde te vertegenwoordigen. Simpel was dat niet, en het leidde af en toe tot een behoorlijke politieke spagaat. De gebruikelijke tactiek van Fidesz was, en is, om partijen aan zich te liëren en ze vervolgens te absorberen. Tijdens de eerste regering Orbán, tussen 1998 en 2002, kreeg zijn regering gedoogsteun van de inmiddels vrijwel verdwenen extreemrechtse MIÉP. Die kreeg in ruil daarvoor alle ruimte om op de staatstelevisie en -radio zijn mening te verkondigen. Dat extremisme straalde ook op de regering zelf af, en kostte Orbán bij de volgende verkiezingen veel stemmen in het midden.
Tijdens die eerste regering werd al duidelijk dat niet alleen Orbáns politieke richting, maar ook zijn houding ten opzichte van grondwet en democratie gewijzigd waren. De oppositie kreeg nauwelijks nog ruimte op de staatstelevisie, oppositiekranten raakten hun overheidsadvertenties kwijt, en de regering richtte een eigen, regeringsgezinde krant op. Waar mogelijk, werden oppositie-aanhangers uit leidinggevende functies ontslagen, een praktijk die nu weer massaal wordt toegepast: na topambtenaren regent het momenteel ontslagen onder directeuren van theaters, musea en nationale parken.
De huidige regering kreeg, met overigens niet meer dan 52 procent van de stemmen, een tweederde meerderheid in het parlement en ziet dat als legitimatie om alle macht naar zich toe te trekken. Een revolutie in het stemhokje, zo noemde Orbán zijn overwinning op de verkiezingsavond,. Iedere wet wordt daarmee gerechtvaardigd dat de partij de wil van de kiezers uitvoert. Het is wat de Amerikaanse politicoloog Fareed Zakaria omschrijft als onliberale democratie: de stem van de meerderheid telt zwaarder dan de rechtstaat en de bescherming van burgerlijke vrijheden en rechten van minderheden, principes die de basis vormen van gevestigde democratieën in West-Europa.
“Het hele ideologische framewerk dat in de eerste helft van de twintigste eeuw ontstond en de Europese landen domineerde, was achterhaald aan het einde van de eeuw. Inertie leidde tot groeiende druk op samenlevingen in heel Europa, inclusief Hongarije, en uiteindelijk tot verandering,” aldus Orbán toen hij de balans opmaakte van 56 dagen regeren. Zijn doel is het omzetten van zijn overwinning, “een verkiezingsfenomeen” in een “duurzame gemeenschap.”
Orbán staat bekend als een man die op zijn best is in de strijd. Hij heeft weinig op met compromissen, geen oor voor kritiek en hij neemt politieke verliezen persoonlijk op. Toen hij, in 2002 en 2006, achter elkaar twee verkiezingen verloor, leidde dat dan ook niet tot zelfkritiek, maar tot de frontale aanval. Toen in de herfst van 2006 een interne partijrede van de toenmalige premier Ferenc Gyurcsány uitlekte, waarin die zei dat zijn partij (en alle andere partijen) gelogen hadden tijdens de verkiezingscampagne, was dat voor Orbán reden om Gyurcsány's aftreden te eisen. Toen de premier daar niet op inging, ondersteunde de Fidesz-leider demonstraties die het doel hadden de regering omver te werpen.
Nadat hij afgelopen voorjaar aan de macht kwam, werd er alsnog grondig schoon schip gemaakt met de socialisten. Orbán's voortdurende beschuldigingen van verkiezingsfraude, beweringen dat de communisten feitelijk nog aan de macht waren en het betwisten van de legitimiteit van de socialistische regering legden ook in de hoofden van zijn aanhang het fundament voor het opzij schuiven van allen die die regering hadden gediend.
“Het is vanzelfsprekend dat met de komst van een nieuwe regering nieuwe mensen worden benoemd op leidende posities die over het algemeen als politieke benoemingen gelden. Maar wat er heeft plaatsgevonden is een politieke zuivering die veel verder ging, zodat het principe van een ambtenarenapparaat met een zekere politieke onafhankelijkheid omver is geworpen,” aldus János Kornai, Hongarije’s meest vooraanstaande econoom, die onlangs de balans opmaakte van de eerste negen maanden en tot de conclusie kwam dat Hongarije sinds de zomer van een democratie in een autocratie veranderd is.
Een groot deel van Orbáns electoraat meent echt dat nu eindelijk de onvolledige politieke veranderingen van 1989 worden afgemaakt die er volgens hen destijds in resulteerden dat de communisten de macht in handen hielden. Daar hoort ook de “linkse pers” bij.  Dat de macht van die pers via de internationaal fel bekritiseerde nieuwe mediawet wordt beperkt, is vanuit dat standpunt bekeken niet iets om je erg druk over te maken.
Daarnaast speelt Orbán in op het nationalisme in grote delen van de Hongaarse samenleving en het bijbehorende antiglobalisme. Veel Hongaren juichen maatregelen als het heffen van extra winstbelasting op banken, energiemaatschappijen, hypermarkten en andere “multi’s” alleen maar toe en zijn het met de premier eens dat de privatisering van de afgelopen twintig jaar alleen maar de zakken van de verkeerden heeft gevuld.
In feite verschilt de Hongaarse premier niet wezenlijk van andere populistische leiders die sinds twee decennia in Centraal-Europa en elders in Europa opduiken. De Poolse Kaczynski-tweeling, de Slowaakse premiers Vladimir Meciar en Robert Fico, Silvio Berlusconi en Geert Wilders: allemaal spelen ze de nationalistische kaart en stellen ze hun verkiezingsmandaat boven de rechtstaat die de burgerlijke vrijheden beschermt.
Wat Orbán onderscheidt, is zijn macht. Zijn tweederde meerderheid in het parlement maakt het mogelijk om iedere wet naar eigen goeddunken te veranderen. Ook de grondwet, die in de afgelopen maanden tien keer is aangepast en waarvoor momenteel een heel nieuw concept wordt geschreven. Zonder enige maatschappelijke discussie, zodat vrijwel niemand precies weet wat erin staat.
Maar maakt dat Orbán tot een nieuwe Poetin? Niet al zijn critici zijn daarvan overtuigd. “Orbán wil geen dictator zijn, maar een succesvol politicus. Hij wil iets blijvends nalaten, een legende worden. Je kunt het afgelopen halve jaar en de jaren die komen niet begrijpen, als je gelooft dat zijn hoofddoel het ontmantelen van de democratie is,” aldus de conservatieve politicoloog Gábor Török. “Hij realiseert zich dat hij en Hongarije anders Europa uit worden geschreven. Indien nodig zal hij tot het randje gaan, maar om die reden zal hij altijd binnen de perken blijven.”



woensdag 24 februari 2010

NAAM

De politiek is niets, daar zijn de twee mannen in de trein het roerend over eens. Kun je, vraagt de een aan de ander, nou één politicus opnoemen die je echt in staat acht Hongarije fatsoenlijk te leiden?
Er valt even een stilte. Nou, zegt de een dan peinzend, die Fidesz-burgemeester van Debrecen, Lajos Kósa, misschien? Ja, zegt de ander na even nadenken. En dat kleine mannetje, die burgemeester van het vijfde district van Boedapest, ook van Fidesz, die Antal Rogan. Die doet het ook goed daar.
Zijn gesprekspartner knikt. Rogan is inderdaad ook een mogelijkheid. En dan veert hij plots op. Of misschien hoe heet-ie, de minister-president, hoe heet hij toch ook al weer? Ze denken even na. Die doet het best goed, vinden ze beiden, maar zijn naam? Een beetje iets raars, klinkt buitenlands. Gor... Gor.. Bajnai, zegt de een opgelucht. Ja, Gordon Bajnai.
Dat ze Bajnai's naam niet meteen weten is niet echt verbazingwekkend. De man is per slot van rekening pas sinds afgelopen mei premier. Pakweg tien procent van de Hongaren kent de naam van oppositieleider Viktor Orbán niet EENS, en een even groot aantal blijft in gebreke bij de voormalige premier Ferenc Gyurcsány, en dat zijn onmiskenbaar de bekendste politici van het land. Iets van zestig procent van de Hongaren kijkt nooit een krant in, dus zo raar is dat niet.
Maar dat de twee Bajnai als premier zien zitten, is opmerkelijk. Ze hebben even eerder flink op de politiek zitten kankeren. Hun voorkeur voor Fidesz-politici Kósa en Rogan doet vermoeden dat hun vertrouwen in oppositieleider Orbán weliswaar niet overweldigend is, maar dat hun sympathie toch eerder bij zijn partij dan bij de huidige regering ligt.
Bajnai hield gisteren zijn laatste speech als premier in het parlement. Anderhalve maand voor de verkiezingen houden de parlementariërs het voor gezien, omdat ze op campagne moeten. De man heeft in luttele maanden meer voor elkaar gekregen dan iemand vorig jaar mei voor mogelijk had gehouden. Anderhalf jaar geleden werd Hongarije in één adem met IJsland genoemd.
Nu buigt Europa zich over de redding van Griekenland en geldt Hongarije plotseling weer als kredietwaardig en als een serieuze kandidaat voor de snelle invoering van de euro. De forint is weer stabiel, het begrotingstekort overzichtelijk, en de stijging van de werkloosheid is tot stilstand gekomen. Voor het eerst in jaren wordt er weer over de kans op serieuze economische groei gepraat.
De huidige oppositie zal nooit lovende woorden aan Bajnai wijden, maar binnenskamers moet de opluchting groot zijn dat iemand zo netjes heeft opgeruimd voordat Viktor Orbán na de verkiezingen in april vrijwel zeker het roer overneemt. Binnenskamers moet de opluchting ook groot zijn dat Bajnai niet kandidaat staat, zoals hij vorig jaar mei al aankondigde.
Dat hij Orbán de overwinning gekost zou kunnen hebben, is onwaarschijnlijk. Maar de twee mannen in de trein zijn zeker niet de enigen die het gevoel hebben dat deze premier het helemaal niet zo slecht heeft gedaan.