Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen

zondag 27 mei 2018

Vegetarisch eten op school? Dat kan niet zomaar.

Schoolmaaltijd: wel vlees, geen groente.
Je kind vegetarisch, laat staan veganistisch opvoeden? Niet als het aan het Hongaarse Ministerie van Menselijk Potentieel ligt. Achter deze wonderlijke naam verschuilt zich onder meer het departement voor onderwijs, dat sinds drie jaar voorschrijft dat schoolmaaltijden dierlijke producten dienen te bevatten. Bij peuters die naar een crèche gaan, moet in iedere maaltijd zelfs iets van vlees of melk zitten. Dat is goed voor de botten.
De oplossing lijkt simpel: je kind zelf eten meegeven. Maar dat gaat zomaar niet. Het warme middagmaal is de Hongaarse hoofdmaaltijd en de schoolmaaltijd daarom een vast, en verplicht, onderdeel van de schooldag. Dat moet je serieus nemen. Dezelfde ministeriële voorschriften verbieden daarom het meegeven van ouderlijke lunchpakketten.
Er is op die schoolmaaltijden veel af te dingen, ook als je niet vegetarisch eet. Ze mogen niets kosten en zijn vaak te vet en te zout. Groente, als al, is overgaar of bestaat uit zoetzure augurken of ander zoetzuur. Wel populair is fözelék, een stevig doorgekookte groentestoofpot, in dikte iets tussen puree en soep en gebonden met een meelpapje en vaak nog room. Het is een soort gerecht dat - op de knoflook die er vaak in zit na - niet misstaan zou hebben op een Nederlandse eettafel in de jaren zestig. Vaak drijft bovenop een knakworstje, vanwege dat vlees.
De slechte kwaliteit van de schoolkeuken was vroeger bij mijn zoon op school dat ook een vast punt op de ouderavond. Daar kwamen trouwens ook hilarische voorbeelden van 'vegetarische' maaltijden voorbij, zoals een bouillon getrokken van botten. Bouillon bevat geen vlees, toch?
Nu zijn niet alle scholen even streng. Daardoor ontdekte de moeder van een zevenjarige die sinds zijn peutertijd slechts kokhalzend vlees eet, pas niet zo lang geleden dat zijn vleesloze dieet al jaren tegen de regels is. Aanleiding was de komst van een nieuw schoolcateraar. Die hield zich strikt aan de regels, niet in de laatste plaats omdat de zeer gedetailleerde ministeriële maaltijdvoorschriften het knap moeilijk maken om tegemoet te komen aan speciale dieetwensen.
Aan nieuwssite Index.hu vertelde de moeder over haar Kafkaiaanse pogingen om haar zoontje desondanks vleesloos te laten eten. Het begon met een telefoontje van een gemeenteambtenaar dat het kind vanaf nu gewoon met de schoolpot moest mee eten. Of het nou vlees lust of niet. En nee, een eigen lunch meegeven mocht dus niet.
De cateraar wilde uiteindelijk wel vleesloos koken, maar alleen als ze een doktersverklaring kon overleggen dat het kind geen vlees verdroeg. Niet zomaar van de huisarts, nee, van een gastro-enteroloog. Tot dan moest het eten wat op zijn bordje kwam. Of niet eten, dat kon natuurlijk ook.
Nu maak je in Hongarije, net als in Nederland, niet zomaar met een specialist. De moeder had er bovendien een hard hoofd in dat die een verklaring zou tekenen dat het kind geen vlees verdroeg, alleen omdat het dat niet lustte.
Gelukkig was er nog een ‘klein poortje’, zoals de Hongaren dat noemen, een regeltje waarmee je de andere regels kunt omzeilen. In dit geval was dat: godsdienstvrijheid. Als ze nou gewoon even wilde beweren dat haar kind om religieuze redenen geen vlees at? Het liegen stond haar tegen. Maar dat heeft ze uiteindelijk maar gedaan.

donderdag 4 februari 2016

Leraren in opstand

Foto Runa Hellinga
Kap tegen vallend pleisterwerk
De houten overkapping voor de ingang van de Teleki Blanka middelbare school in Boedapest is niet bedoeld om leerlingen droog te houden. Die moet voorkomen dat iemand een stuk pleisterwerk op het hoofd krijgen. Binnen is het niet veel beter. Tafels en stoelen lijken uit de jaren vijftig te stammen en van de 120 computers in de school (waaronder die op de administratie) is een goed deel meer dan 15 jaar oud. Alleen het computerlab heeft nieuwe apparaten. Nou ja, nieuw. In ieder geval niet ouder dan een paar jaar.
Het Teleki behoort tot de ruim 400 scholen en inmiddels 30000 leerkrachten die zich sinds begin januari aansloten bij een open brief waarin de Herman Otto middelbare school in Miskolc de noodklok luidde over het Hongaarse onderwijs. Het was niet het eerste protest tegen recente onderwijshervormingen, maar bleek wel het laatste zetje dat zorgde voor een bredere protestbeweging.
Dat de leraren zich eerder gedeisd hielden, heeft veel met angst te maken. In het gecentraliseerde onderwijssysteem is protest riskant. Er is feitelijk maar één werkgever, het staatsinstituut KLIK dat ruim 4000 scholen beheert. Wie ontslagen wordt, komt niet meer aan de slag. Afgelopen december noemde János Lázár, leider van het bureau van de minister-president afgelopen december, kritiek van onderwijzers op hun werkgever KLIK eigenlijk onaanvaardbaar. Het was volgens hem als werken in een bedrijf: "Als iemand in een fabriek werkt, is niemand erin geïnteresseerd of hij die fabriek leuk vindt of niet. Dat betekent niet dat KLIK perfect is, maar het kan niet zo zijn dat de staart de hond laat kwispelen."
Begin februari werd in tien steden gedemonstreerd tegen de onderwijshervormingen. De protestbeweging leidde verder tot de oprichting van een nieuwe, onafhankelijke vakorganisatie, naast de nationale Lerarenkamer waar leerkrachten sinds 2012 verplicht lid van zijn.
Salarissen spelen een ondergeschikte rol in het protest. Het concentreert zich vooral op de gevolgen van de drastische maatregelen van de afgelopen jaren, zoals de verplichte dagelijkse gymlessen en de inkrimping van het aantal middelbare scholen en universitaire studieplaatsen met het expliciete doel meer leerlingen naar het beroepsonderwijs te sturen.
Maar de grootste klacht is de doorgeschoten centralisatie. In 2012 nam de staat het beheer van vrijwel alle scholen over. Teleki-schoolleider István Pukli raakte destijds niet alleen zijn directeursfunctie, maar ook vrijwel alle bevoegdheden kwijt. Hij moet het doen zonder eigen budget of zeggenschap over het personeelsbeleid. KLIK bepaalt alles: het lesprogramma, benoemingen en de distributie van krijtjes. “Papier krijgen we, maar als een stoel of computer kapot gaat, wordt die niet vervangen,” zegt Pukli.
Onlangs kwam het Instituut voor Educatieonderzoek en -Ontwikkeling (OFI) met een zeer kritisch rapport over de hervormingen. OFI constateerde dat nergens in Europa zo'n onderwijscentralisatie bestaat als in Hongarije. Volgens het rapport doet KLIK niets anders dan orders uitdelen en luistert het absoluut niet naar de scholen. Verder leidt de centralisatie tot een krankzinnige administratie die het werk van de scholen verlamt, en doet KLIK zijn werk in het volstrekte geheim, zodat niemand weet hoe beslissingen worden genomen. OFI dreigt nu door Lázár te worden opgeheven en te worden geïntegreerd in het ministerie dat onderwijs onder zijn beheer heeft. Ook een manier op kritiek te smoren.
Foto Runa Hellinga
Biologielokaal 2015
Zelfs schoolboeken zijn gecentraliseerd. Het vroegere brede aanbod heeft plaatsgemaakt voor één, door de KLIK goedgekeurd schoolboek per vak. 95 procent van de lestijd is voorgeschreven, inclusief de week waarin een bepaald proefwerk gedaan moet worden. De rest mag de leraar zelf invullen. “Het onderwijs is een eeuw teruggezet,” zegt Pukli, “Het gaat vooral om het leren van feiten.” Voor projecten en zelf informatie vergaren, centraal in moderne onderwijsnethoden, is geen tijd. De gevolgen daarvan zie je volgens Pukli terug in de slechte Hongaarse resultaten bij PISA, het driejaarlijkse onderzoek, waarmee de OECD de kwaliteit van het onderwijs in zeventig landen meet.
Daarnaast zijn er klachten over toegenomen werkdruk, zowel voor leraren, die veel langer verplicht op school aanwezig moeten zijn en de dooor OFI gesignaleerde eindeloze administratie moeten bijhouden, als voor leerlingen, die geconfronteerd werden met extra, verplichte uren, waaronder dagelijks een gymles. “Daardoor hebben we elk lesuur zo'n vier gymlessen,” zegt Pukli, “Maar er is maar één echt gymlokaal.” Zelfs dat is eigenlijk te klein. De meer dan dertig leerlingen die er les hebben, staan op een kluit over een touwtje lamlendig ballen naar elkaar te gooien. De meeste gymlessen worden ingevuld door hardlopen in een nabij gelegen park of, bij slecht weer, op de schooltrap. Weinig inspirerend, storend en bovendien slecht voor de bouwvallige trap.
Want er is maar één zaak waarmee KLIK zich niet bemoeit, en dat is het o zo noodzakelijke onderhoud van het schoolgebouw. Dat valt officieel onder de gemeente Boedapest, die daar geen geld voor heeft. Dus brokkelt het ooit fraaie jugendstilgebouw waar de school in gevestigd is, verder af. Tot er misschien echt iemand een keer een steen op zijn kop krijgt.

vrijdag 2 oktober 2015

Een meester voor alle vakken

Eerste schooldag
Een vriend van ons wil graag Engels leren. Of beter, hij moet Engels leren, want hij wil zijn onderwijzersdiploma halen. Nou dacht ik dat hij dat al had, want hij zit in het onderwijs. Maar hij geeft les op een school voor bijzonder onderwijs, aan kinderen met autisme en downsyndroom. Hij heeft pedagogie gestudeerd en psychologie (aan de universiteit, maar nog in een tijd dat je geen vreemde taal hoefde te kennen om te kunnen studeren), maar een onderwijzer is hij niet.
Dat gaat nu dus veranderen. In de komende vier jaar moet hij zich gaan bekwamen in vakken als muziek en blokfluitspelen, gym en dus ook in Engels. Want al die vakken worden, samen met zaken als Hongaars, tekenen en geschiedenis, in de eerste vier jaar van de lagere school door de eigen juf of meester gegeven.
Het lijkt me wat veel gevraagd om te verwachten dat een juf of meester zo'n duizendpoot is dat hij al die vakken op behoorlijk niveau kan geven, en dat is het dan ook. De eisen die aan de Engelse kennis van een onderwijzer worden gesteld, zijn daar een goed voorbeeld van. Examens worden in Hongarije op twee niveaus afgenomen, op midden- en hoog niveau. Het hoge niveau is zodanig dat de TU Eindhoven, waar onze zoon studeert, het Hongaarse Engelse eindexamen niet erkent en daarom eiste dat hij een apart Brits certificaat haalde.
Het middenniveau is pakweg het niveau waarop een Nederlandse scholier in de eerste of tweede klas VWO Engels spreekt. En dan schat ik het optimistisch in, want ik heb al vaker meegemaakt dat mensen die op middenniveau examen hadden gedaan, in praktijk nauwelijks een zin uit hun mond kregen. Het is dus niet zo heel verbazingwekkend dat een vriendin van mij erover klaagt dat haar dochter in de eerste vier jaar Engelse les op de lagere school zo goed als niets geleerd heeft. Tenminste, niet op school.
Ze klaagt er trouwens ook over dat haar dochter in de gymles niets leert. Ook al niet zo heel gek.
De juf die die gymles moet geven - een van de klassenjuffen, de klas heeft er twee - is zo dik dat ze niet in staat is om de gymoefeningen voor te doen. Reuze nuttig dus om van haar vijf keer per week - zo vaak hebben Hongaarse kinderen tegenwoordig namelijk lichamelijke oefening - gym te krijgen. Zulke gymlessen lijken me trouwens ook ongelooflijk stimulerend om het plezier van kinderen aan sport te bevorderen.
Gelukkig kun je eronder uit. Tenminste, bij haar dochter op school. Als zij kan aantonen dat haar kind al op een echte sport zit, kan die vrijstelling krijgen van de gymlessen.
Persoonlijk zou dat voor mij een reden zijn om mijn kind zo snel mogelijk daadwerkelijk op een sport te doen. Misschien was dat ook de gedachtegang van de politieke bestuurders die een paar jaar geleden de verplichte dagelijkse gymles invoerden, Maar om een of andere reden heb ik daar mijn twijfels over.
De dochter van mijn vriendin mag blij zijn dat ze op de school zit waarop ze zit, want die vrijstelling blijkt niet algemeen te zijn. Het Hongaarse onderwijs is gecentraliseerd, het overgrote deel van de scholen valt tegenwoordig onder een regeringsbureau, de KLIK, dat verantwoordelijk is voor alles, van de benoeming van onderwijzers en schoolhoofden tot de verstrekking van krijtjes (die dan ook vaak ontbreken, dat krijg je als alles centraal wordt geregeld), en dan zou je verwachten dat alles overal hetzelfde is. Maar toch zijn er verschillend. De ene schooldirecteur is de andere niet.
Zo gaat de ene school ook aanzienlijk soepeler om met de verplichting om kinderen tot vier uur binnen de deur te houden dan de andere. Die verplichting werd ook een paar jaar geleden ingevoerd, met het idee dat dat veiliger was. Niet alleen zouden kinderen dan niet over straat zwerven (je weet maar nooit wat er dan gebeurt), maar ze zouden in die tijd misschien ook nuttige dingen kunnen doen, zoals huiswerk.
In veel scholen komt het er vooral op neer dat ze niets doen, lessen zijn er 's middags vaak niet, en andere activiteiten ook niet. Bij mooi weer kun je buiten spelen, als daarvoor voldoende ruimte is (wat niet altijd het geval is) maar bij slecht weer is het vooral saai. Op de school van de kinderen van mijn vriendin mogen leerlingen daarom eerder weg, als de ouders daartoe een verzoek indienen. Maar dat hangt van de directeur af, en sommigen zijn zo strikt dat je het vermoeden hebt dat ze stilletjes een hekel aan kinderen hebben.
Zo ken ik iemand anders die voor haar dochter om vrijstelling van de gymles had gevraagd. Het ging slechts om een tijdelijk verzoek en de reden was overduidelijk. Het meisje had haar enkel gebroken, een gecompliceerde breuk die lang rust vereiste. Omdat de gymlessen niet in het normale lesrooster pasten, werden ze in het nulde uur gegeven, een curieuze Hongaarse uitvinding die bedoeld is om de schooldag stiekem een uur langer te maken. Aan het begin van de dag, wel te verstaan, de nulde les begint om zeven uur 's ochtends. Maar gebroken enkel of niet, het meisje diende iedere gymles gewoon op school te zijn om op de bank toe te kijken.

zaterdag 27 juni 2015

Sporten voor de lol

Kanotraining op de Donau
Ik hoor Dorka nooit meer uitgefoeterd worden. Ik zou haar haast missen. Ik heb geen idee hoe ze uitziet, maar de afgelopen jaren was ze een vast deel van mijn dagelijks leven. Dorka was lid van de kanovereniging in Vác en trainde iedere dag, 's Middags, als ik met mijn hond ging wandelen, galmde haar naam over het water. De trainer klonk altijd wat ongeduldig. Of dat betekende dat ze er niets van bakte, weet ik niet. Misschien was ze juist heel goed en kreeg ze daarom extra aandacht.Die trainer klinkt eigenlijk altijd een beetje ongeduldig.
Vác heeft een kanoclub en een roeivereniging en een traditie van watersport op topniveau. Er zit zelfs een winnaar van Olympisch goud in de gemeenteraad. Hij deed ooit een gooi naar het burgemeesterschap, alleen vanwege die gouden plak. Maar zo'n traditie stelt verplichtingen. Roeien mag je in Vác niet lichthartig opvatten. Wie lid van de roeivereniging wil worden, moet op zijn minst willen streven naar Olympisch goud. Anders hoef je er niet aan te beginnen.
Onlangs kwam de roeivereniging langs bij de school van de dochter van een vriendin. Ze zochten geïnteresseerden voor hun sport. Ze hadden een roeimachine bij zich, en de dochter, een jaar of twaalf oud, ontdekte tot haar eigen verbazing dat ze het best leuk vond op dat apparaat. Het voelde goed. Maar ja, toen de trainer uit de doeken deed wat er van clubleden werd verwacht, bekoelde haar enthousiasme onmiddellijk: dagelijkse trainingen, niet alleen in de roeiboot, maar ook in het zwembad en hardlopend in het park.
Gewoon een uurtje ballet- of pianoles, of als kind voor de lol een balletje trappen op het voetbalveld? Het zit er nog steeds niet in. Als je ergens aan begint, of het sport of muziek is, wordt verwacht dat je dat serieus neemt. Vier uur muziek les, bijna dagelijkse sporttraining of drie keer per week dansen is normaal. Geen wonder dat veel kinderen liever niets doen.
Sport staat hoog op het prioriteitenlijstje van deze regering, zo hoog dat overal dure voetbalstadions worden gebouwd en er veel geld is uitgetrokken om in 2017 de wereldkampioenschappen watersport naar Hongarije te halen. Daar werd in maart van dit jaar toe besloten, nadat het Mexicaanse Guadalajara van de organisatie had afgezien omdat de kosten te hoog werden. Geschatte kosten: 157 miljoen euro. Van dat geld wordt onder meer het Dagalybad in Boedapest geheel vernieuwd en worden faciliteiten aangelegd bij het Balatonmeer.
We zullen maar zeggen dat je de kosten van die investering weer kunt aftrekken van de kosten van de Olympische Spelen. Hongarije heeft net bekend gemaakt dat ze een gooi doen naar de organisatie van de Spelen in 2024. Over het prijskaartje van dat plan zullen we het maar niet hebben. Griekenland likt nog steeds zijn Olympische financiële wonden.
Maar mij bekruipt het gevoel dat als je de natie echt aan het sporten wil krijgen (een streven waar op zich natuurlijk niets tegen is) je in de eerste plaats moet zorgen dat kinderen met plezier sporten, en dat wil zeggen, sporten voor de lol, en niet omdat het moet. Niet, omdat ze iedere dag op school verplicht moeten gymmen, zoals nu het geval is, hoewel de meeste scholen niets eens de faciliteiten hebben om iets nuttigs te doen met die lessen. En ook niet, omdat sportclubs meteen verwachten dat al hun leden geïnteresseerd zijn in een serieuze sportcarrière.
Het hoeft niet zoveel te kosten, kinderen aan het sporten krijgen. Je moet hen om te beginnen simpelweg de gelegenheid geven. Ruimte. Een speelplein bij school. Of een sportveldje in de buurt. Op het Klausal tér, in het centrum van Boedapest, is zo'n sportveldje aangelegd, met een groot hek erom heen zodat de ballen er niet uit kunnen vliegen. Er staan een paar goals en een paar basketbalnetten. En ja, er zijn jongens die er een balletje trappen of met een basketbal lopen te dribbelen. Zo is Cruijff ook begonnen. En Hongarije's beroemdste voetballer, Ferenc Puskás. Gewoon, op straat. Voor de lol.

woensdag 20 mei 2015

Plagiaat, een Oost-Europese ziekte

Bron: het internet
Ergens in 1991 had onze Hongaarse buurman een geniaal idee: hij kon voor een zacht prijsje een sokkenbreimachine op de kop tikken en hij wilde achter in zijn schuurtje Adidassokken gaan maken. Toen we hem vertelden dat dat niet zomaar mocht, viel zijn mond open van verbazing. Van merkenbescherming en copyright  had hij nooit gehoord.
Die buurman is inmiddels wijzer. Maar in één sector woekert de onkunde over copyright en plagiaat vrolijk verder: het onderwijs. Het wordt de moderne student ook zo makkelijk gemaakt: even googelen, wat knippen en plakken, een paar woorden herschrijven en klaar is je scriptie. Velen realiseren zich nauwelijks dat dat plagiaat is. Behalve in Slowakije. Dankzij de invoering van een centraal controlesysteem waar universiteiten afstudeerscripties en proefschriften moeten laten controleren, is 99 procent van alle Slowaakse studenten zich bewust van het verschijnsel. Slowakije loopt daarmee voorop in heel Europa, maar zeker in de regio. Het overschrijven van andermans werk komt overal voor, maar in het voormalige Oostblok is het een traditie waarvoor weinigen zich schamen. 
De Hongaarse oud-president Pál Schmitt moest in 2012 jaar aftreden toen bleek dat hij vrijwel zijn hele proefschrift had gejat van anderen. In datzelfde jaar bleek dat ook de Roemeense premier Viktor Ponta de helft van zijn proefschrift had overgeschreven. Een officiële commissie meende dat hem geen blaam trof: voor een juridisch proefschrift golden volgens hen andere regels. Ponta trad niet af, maar gaf, pas twee jaar later, uiteindelijk wel zijn doctorstitel terug. Niet uit schaamte, maar omdat het aanhoudende debat daarover zijn carrière schaadde. Ponta en Schmitt vinden beiden nog steeds dat ze eigenlijk niets verkeerd hebben gedaan.
Niet alleen politici maken zich schuldig aan plagiaat, wetenschappers net zo hard. In 2009  bleek de vice-decaan van de juridische universiteit in het Tsjechische Pilsen zijn proefschrift geplagieerd te hebben. Maar ach, zijn opponent, de faculteitsdecaan, bleek zijn beoordeling van datzelfde proefschrift net zo goed overgeschreven te hebben.
Nadat het hele bestuur onder mediadruk was afgetreden, liet de nieuwe decaan alle recente dissertaties controleren. Resultaat: een volledig overgeschreven proefschrift, vijf die voor meer dan vijftig procent waren gekopieerd en negen waarvan pakweg een kwart van de tekst plagiaat was. In dezelfde tijd kwam ook nog eens aan het licht dat een opmerkelijk deel van de Tsjechische politici dankzij gekochte examens binnen enkele maanden, in plaats van enkele jaren, een universitair diploma had behaald.
Overschrijven, examens kopen: het past in een onderwijssysteem waarin de nadruk meer traditioneel vooral ligt op het uit het hoofd leren van feiten en niet op het stellen van kritische vragen en het stimuleren van originele gedachten. Plagiaat wordt bevorderd door massale hoorcolleges en docenten die jaar in, jaar uit dezelfde studieopdrachten geven, waardoor je gewoon de scriptie van een ouderejaars kunt gebruiken. De kans dan een Tsjechische, Hongaarse, op Bulgaarse student voor plagiaat gepakt wordt, is gering, zo blijkt uit een studie van de Europese Unie naar academisch plagiaat in de lidstaten. De kans dat hij ervoor bestraft wordt, is nog kleiner. En in veel gevallen bestaat de straf uit niet meer dan een berisping en misschien de opdracht een nieuw werkstuk in te leveren.
De Slowaken bewijzen dat het anders kan. Sinds de universiteiten in 2010 verplicht zijn scripties en proefschriften te laten controleren, weet vrijwel iedereen waarom het gaat en is het aantal gevallen drastisch gedaald. Het Slovaakse Centrum voor Technische en Wetenschappelijke informatie dat verantwoordelijk is voor de controle, won er een prijs van de Europese Commissie voor.  
Dat in andere landen veel minder weinig tegen plagiaat wordt gedaan, is niet alleen onwil. Onkunde en geldgebrek spelen een belangrijke rol. Docenten  blijken volgens het Europese onderzoek vaak nauwelijks een idee te hebben wat precies het verschil is tussen een citaat en plagiaat. Dat het zonder aanhalingstekens en met de verandering van een paar woorden overnemen van een stuk tekst plagiaat is, komt bij velen niet eens in het hoofd op, zo blijkt uit het Europese onderzoek, waarin studenten en docenten onder meer een aantal voorbeelden voorgelegd kregen met de vraag of het daarbij om plagiaat of citaat ging.
Veel universiteiten hebben niet eens de software in huis die nodig is om op plagiaat te controleren. Als het al gebeurt, gebeurt het vaak op dezelfde wijze waarop dat plagiaat in eerste instantie meestal tot stand komt: door de tekst in Google in te voeren. 

In Hongarije had de kwestie Schmitt één positief effect: universiteiten daar werden zich bewuster van het probleem. Het land heeft overigens al jaren een centraal controlesysteem. De Hongaarse software is zelfs in staat om te controleren of een tekst uit het Duits of het Engels is vertaald. Niet onbelangrijk, want vertalen is een van de makkelijkste manieren plagiaat te verdoezelen. Veel software pikt zulke vertalingen niet op. 
Maar de controle is in Hongarije niet verplicht en de gigantische bezuinigingen op het universitair onderwijs gaan ten koste van het onderhoud van dat systeem. Van het voornemen om meer vertaaltalen toe te voegen, komt dan ook al jaren niets terecht.
Een van de aanbevelingen van de EU aan de politiek is om meer geld voor controlesystemen ter beschikking te stellen. Maar zolang de politici zelf boter op hun hoofd heeft, is daar weinig enthousiasme voor.

donderdag 12 maart 2015

Scholieren niet naar Orbán? Landverraad!

Scholieren als publiek, 1 mei 1980. Foto Fortepan
"Wij danken u hartelijk voor de uitnodiging, maar moeten u tot onze spijt mededelen dat onze leerlingen niet deel kunnen nemen aan een bijeenkomst in deze vorm." Beleefd, maar beslist heeft het Madach Imre Gymnasium in Vác laten weten niet in te gaan op het verzoek om komende zondag hun tien beste leerlingen en  hun beste leraar  naar Boedapest te sturen om daar deel te nemen aan de officiële viering van 15 maart, de feestdag waarin de opstand van 1848 wordt herdacht.
De uitnodiging, als je van een uitnodiging kunt spreken, kwam van KLIK, het centrale instituut dat de baas is over het overgrote deel van de Hongaarse scholen, en van het bureau dat verantwoordelijk is voor de organisatie van nationale festiviteiten. Vorige week ontkende KLIK nog dat scholen zo'n verzoek hadden ontvangen.  Maar inmiddels is duidelijk dat alleen al uit de provincie Pest 250 leerlingen worden verwacht.
De website Magyarinfo.blog.hu wist de hand te leggen op de brief aan de scholen. In het totaal wil KLIK 800 leerlingen optrommelen als publiek voor de officiële feestelijkheden. Ze worden niet alleen verwacht bij het hijsen van de vlag op het Kossuth tér, maar ook bij premier Orbáns rede bij het Nationaal Museum.
Troostprijs: het vervoer is gratis, en ze krijgen ook een gratis lunch. Helaas, aldus de brief, kan bij die lunch vanwege het grote aantal deelnemers geen rekening gehouden worden met voedselallergieën of andere speciale behoeften. Oh ja, en of de ouders er ook even toestemming voor willen geven dat hun kinderen mogelijk door de tv worden geïnterviewd.
Daar had de school in Vác dus geen zin in. "We organiseren onze eigen herdenking", liet de schoolleiding aan KLIK weten, maar: "De leraren van ons lerarenkorps ondersteunen deelname van leerlingen aan politiek getinte bijeenkomsten niet en ze organiseren die zelf ook niet. Ze vinden het onaanvaardbaar dat zo'n deelname voor leerlingen op een of andere manier verplicht zou zijn, en vinden het ook in tegenspraak met de dataprotectiewet om de gegevens van eventuele deelnemers, dat wil zeggen de leerlingen, aan de organisatoren te sturen."
Duidelijke taal, waar de leraren vermoedelijk even over hebben moeten nadenken. Want je mag niet aan politiek willen doen, maar aan een overheidsorganisatie, aan je baas zelfs, schrijven dat je je leerlingen niet aan een officiële herdenking laat deelnemen omdat die volgens jij een politiek karakter heeft, dat is een politieke daad. Het is namelijk onverholen kritiek. En kritiek is riskant voor leraren. De wet staat toe om iedere ambtenaar zonder opgaaf van redenen te ontslaan. De eerste reactie is er al: de Vereniging voor de Volgende Generatie, een Fidesz-club, heeft het schoolbestuur voor 'landverraders' uitgemaakt.
Het is niet voor het eerst dat er jeugdig publiek wordt georganiseerd voor de 15 maart toespraak van premier Orbán. Twee jaar geleden bleek dat veel jongeren in het publiek studenten waren die daarvoor 1500 tot 2000 forint hadden gekregen. Ook andere bewindslieden laten hun bijeenkomsten zo opfleuren. Toen minister van landbouw Sándor Fazékas oktober vorig jaar een tocht langs een aantal oorlogsmonumenten in de Kunság maakte, werden overal scholieren, en in een aantal gevallen zelfs kleuters opgetrommeld om er in de stromende regen voor te zorgen dat er überhaupt publiek stond. Ach ja, zo ging het in 1980 ook.
Scholieren als publiek, oktober 2014. Foto Index.hu
De scholieren die wel gaan, staat overigens een lange dag te wachten. Ze moeten tot drie uur 's middags paraat blijven, wanneer de 'Nationale Declamatie' geacht wordt te beginnen. In ieder dorp en iedere stad waar een straat of plein vernoemd is naar Lajos Kossuth of Sándor Petőfi (twee vooraanstaande figuren tijdens de opstand) of naar de 15de maart zelf, worden mensen opgeroepen om zich om drie uur naar die straat te begeven om daar samen Petőfi's 'Nationale Lied' te declameren, Ieder Hongaars kind leert dat gedicht uit 1848 op school uit zijn hoofd: "Sta op Hongaren, het Vaderland roept! De tijd is hier, nu of nooit. Zullen wij slaven zijn of vrij? Dat is de vraag, kies je antwoord!" 

zondag 7 september 2014

En je mag zomaar vragen stellen!

"Weet je wat hier echt anders is? Ze zijn op de universiteit echt geïnteresseerd hoe het met je gaat, ze willen je helpen om het zo goed mogelijk te doen!" We praten op Skype over de eerste studieweek van onze zoon in Nederland, en de paar college's die hij heeft gehad, zijn duidelijk een verbijsterende, en positieve, ervaring.
En niet alleen de college's, ook de hele begeleiding eromheen, het feit dat bij ieder vak een tutor is waar je om hulp kunt vragen, dat er begeleiders zijn die je op weg helpen met projecten, en een systeem waarbij wordt nagegaan welke studieopdrachten voor veel mensen problemen opleveren, zodat daar extra aandacht aan kan worden besteed. Van het Hongaarse onderwijs, waar alles gericht is op de kleine topgroep in de klas die met wedstrijden en extra vermeldingen tot nog betere prestaties worden aangemoedigd, zit hij plots in een systeem waar men er alles aan doet om de middenmoot en zelfs de achterblijvers mee te trekken, als die tenminste zelf bereid zijn daar werk in te steken. Bepaald een andere aanpak.
Hongaarse studentenkamer
Waar hij helemaal niet over uit kan, is dat je tijdens colleges vragen mag stellen, sterker nog, dat dat wordt aangemoedigd. Hij kent de verhalen van Hongaarse vrienden: grote collegezalen waar een professor een monoloog houdt en waar het ondenkbaar is dat studenten een vraag stellen, ook als ze geen woord begrijpen van wat er wordt verteld. Hij heeft het zelf op school ook meegemaakt, dat leraren boos werden als leerlingen vragen stelden. En dan gold zijn school nog als een behoorlijke vooruitstrevende.
Als ik een vriendin over de eerste collegeweek vertel, komt zij met het verhaal van haar dochter, die naar de zesde klas (groep acht) van de lagere school gaat. Die heeft dit jaar een nieuwe juf. Een van de eerste lessen meldde een kind dat het zijn huiswerk niet had gedaan, omdat het de lesstof niet snapte. In plaats van extra uitleg kreeg hij twee zwarte punten bij zijn naam (niet goed, vijf zwarte punten zijn samen een één, onvoldoende), en werd de hele klas getrakteerd op een donderpreek dat het toch een schande was dat al in de eerste week iemand zijn huiswerk niet inleverde. Echt een aanmoediging om de rest van het jaar om hulp te vragen.
Voor dat onze zoon vertrok, wilden al zijn vrienden natuurlijk weten waar hij ging wonen. In een kamer in een studentenhuis, was het antwoord. Oh ja? En met hoeveel mensen? Alleen. Alleen? Echt waar, alleen. On het huis wonen zes studenten, maar in zijn kamer echt maar één. Van Hongaarse kant werd met verbijstering gereageerd. In een Hongaarse studentenflat, kollégium, deel je je kamer meestal met drie of vier mensen. Studeren doe je in een aparte studieruimte, eten over het algemeen in een kantine. Als je pech hebt, slaap je in een stapelbed. Vaak hebben de bewoners niet eens ieder een eigen tafel.
Geen wonder dat de meeste van zijn vrienden thuis blijven wonen als ze het zich qua afstand kunnen veroorloven. Er hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan die Nederlandse luxe, want waar een Hongaarse student maandelijks tussen de 30 en de 80 euro betaalt, zijn Nederlandse studenten snel een paar honderd euro kwijt. En dat onze zoon zelf moet koken, dat vonden zijn vrienden eigenlijk een beetje zielig, geloof ik.

woensdag 18 juni 2014

Vroeg uit de veren

Op weg naar school
Gisteren was echt, echt de laatste dag dat onze zoon op een onmogelijk vroeg tijdstip, half acht wel te verstaan, op school moest zijn. Voor, nota bene, de feestelijke opening van de mondelinge examens. Alsof dat niet een uurtje later had gekund..
Maar nee, dat kan geen uurtje later. Hongaarse scholen beginnen vroeg. Peuters, kleuters, basisscholieren en pubers: allemaal worden ze geacht om iedere dag om acht uur - of eigenlijk eerder, want om acht uur stipt begint de les - op school te zijn. Scholen zijn geen uitzondering. Heel Hongarije gaat vroeg uit de veren.
Dat blijft wennen voor Nederlanders. Vorige week ging onze huisbel om half zeven 's ochtends. Toen ik slaperig over het balkon keek, stond daar beneden een wat oudere, geblondeerde dame met een krant in haar hand. Ze had per ongeluk de verkeerde bezorgd, zei ze. Toen ik meldde dat ik half zeven geen tijd vond om aan te bellen, leek ze mijn probleem niet echt te begrijpen. Ze wilde alleen maar behulpzaam zijn, per slot van rekening. Ze had trouwens de goede krant bezorgd, ook dat nog.
Een luidruchtige straatvegersauto om kwart voor zeven 's ochtends in de straat? De telefoon die voor zevenen rinkelt? Waarom niet, iedereen is dan toch al wakker? Wie in Hongarije vroeg van huis wil gaan om de ochtendspits te voorkomen, mag echt op tijd vertrekken, want om half zeven is het al behoorlijk druk op de weg. Ooit dachten we om een uur of zes op zondagochtend de snelweg voor ons alleen te hebben. Niet dus. Niet dat het spitsuur was, maar er was verrassend veel verkeer op de straat.
Vrijwel iedere Nederlander die ik ken heeft zijn eigen vroege opstaandersanekdote, over treinen om vier uur 's ochtends die rammelvol blijken te zitten, en straten die vroeg in de ochtend al gonzen van het leven. Een vriendin vertelde ooit hoe haar dochter, die nota bene wegens een gecompliceerde enkelbreuk niet kon gymmen, desondanks verplicht werd om iedere week een keer een nulde uur (om zeven uur) bij de gymles op school aanwezig te zijn. Op een camping waar we ooit tussen Hongaren en Nederlanders in stonden, botsten de twee levensstijlen wat ons betreft pijnlijk. Terwijl de buren aan de ene kant tot na enen onder genot van een biertje, of een aantal biertjes, door kletsten, stonden die aan de andere kant al weer om vijf uur voor hun tent om iets te gaan doen. Voor ons bleef pakweg vier uur nachtelijke stilte over.
Misschien is het genetisch bepaald. Onze zoon, die iedere ochtend voor zessen op moest om op tijd op school te zijn, werd er soms letterlijk ziek van en belandde met migraine in bed. Dat gebeurt nooit zodra de wekker op een menselijke tijd staat, op zeven uur of zo. Maar zijn klasgenoten vinden dat vroege uur heel gewoon. Bij de enkele keer dat ze voorgelegd kregen hoe laat iets moest beginnen, kozen ze steevast voor acht uur of zo. En toen de cursisten op zijn zaterdagse IT-cursus, allemaal Hongaarse pubers, werd gevraagd hoe laat ze wilden laten starten, waren ze massaal voorstander van vroeg in de ochtend beginnen.

woensdag 28 mei 2014

Eindexamenperikelen VI: Onverstaanbaar Engels

Schriftelijk eindexamen
Hongaarse eindexamenkandidaten gingen afgelopen week in protest de straat op. De reden: het Engelse eindexamen op hoog niveau. Of beter gezegd, het luistergedeelte van dat eindexamen, want dat was volgens hen min of meer onverstaanbaar. Het regende klachten uit het hele land en een Facebooksite over de kwestie hadden binnen de kortste keren 3500 volgers. Niet niets, gezien het feit dat een kleine 10.000 leerlingen het examen deden. Maar volgens het ministerie was er niets aan de hand. Er komen gewoon keurig sprekende Britten aan het woord die standaard Engels spreken. Waar zeuren ze over, die eindexamenkandidaten?
Niet over het Britse accent. Wel over de kwaliteit van de geluidsopname. In een tijd dat je voor een paar tientjes een digitale recorder kunt kopen waarmee je uitstekende opnames kunt maken, waarin trouwens bijna iedereen op zijn smartphone zo'n recorder bij zich heeft, krijgen eindexamenkandidaten in Hongarije een opname voorgeschoteld die klinkt alsof hij dertig jaar geleden met de goedkoopste walkman die toen op de markt was in een badkamer in elkaar is gezet. Wat zeker niet helpt, is dat de opnames ergens vooraan in het lokaal op een geluidsinstallatie worden afgespeeld. Een van de eisen van de demonstranten was dan ook dat de kandidaten in het vervolg een koptelefoon krijgen. Supermodern.
Dat het om het eindexamen op hoog niveau gaat, is extra vervelend, omdat juist die eindexamens belangrijk zijn voor de punten die je nodig hebt om toegelaten te worden tot de universiteit. Een mazzeltje dus voor onze zoon dat hij dat Engelse examen een jaar geleden al heeft gedaan. Hij had toen een topscore. Niet dat hij daar veel aan heeft, overigens, want hij wil in Nederland studeren, en de universiteit daar had geen vertrouwen in de kwaliteit van het Hongaarse Engelse eindexamen, ook niet het examen op verhoogd niveau. Hij moest hoe dan ook een apart Brits certificaat halen.
Maar goed, de eindexamens zijn dus in volle gang, en dat zie je in het straatbeeld: allerlei jongeren die een wonderlijke voorkeur lijken te hebben voor veel te warme donkere pakken met witte overhemden en stropdassen. Bij de gewone eindexamens gaat het nog wel. Die worden op zijn eigen school gehouden, en als hij maar netjes komt, is het goed. 
Maar juist bij de eindexamens op verhoogd niveau, de zwaarste vakken dus, zijn de kledingeisen streng. Die doe je op een andere school, en daar word je geacht tiptop te verschijnen. Geen idee wat ze doen als je in korte broek aankomt. Je uitsluiten? Onze zoon zat deze week te puffen in zijn nette pak in een veel te warm lokaal, en had halverwege de ochtend knallende koppijn. 
Zijn klassenlerares had ons uitvoerige instructies gegeven hoe we onze kinderen moeten voorbereiden op zo'n examendag. Een stevig ontbijt met eieren en spek (best lastig, want die examens beginnen om acht uur en ze moeten om half acht op school zijn, krijg voor die tijd maar eens een stevig ontbijt in een slaperige net-niet-meer-puber), een broodtrommel mee met daarin behalve een sandwich ook druivensuiker en chocolade voor een extra energiestoot, en voldoende te drinken. Maar volgende keer stop ik er een aspirientje bij.
Afgezien daarvan moet ik bekennen dat ik deze eindexamenperiode verrassend ontspannen vind, niet in de laatste plaats omdat Hongaarse scholieren maar erg weinig eindexamenvakken hebben. Je mag er meer doen (onze zoon doet er, met de twee examens die hij eerder al haalde, in het totaal zes), maar vijf is het minimum, en velen houden het daar ook op. Hongaars, geschiedenis, wiskunde en één vreemde taal zijn verplicht, en dan moet je er nog één vak bij kiezen. 
Wie naar de universiteit wil, moet afhankelijk van de gekozen studie één of twee vakken op verhoogd niveau doen. De hele maand mei is uitgetrokken voor de schriftelijke examens, wat betekent dat je in vier weken vijf keer een examen moet doen. Dat de schriftelijke examenperiode zo lang duur, komt omdat je in de raarste vakken eindexamen kunt doen, inclusief bijbelkennis, basiskennis boomkweekkunde en kennis van de cultuur van nationale minderheden. Volksmuziek hebben ze dit jaar afgeschaft als vak. Dat is vervangen door kennis van de volkscultuur. 
Vijf vakken om de rest van je leven mee te beginnen. Echt veel is het niet, vind ik. Als je dan een foute keuze maakt, en je blijkt bomen snoeien later bijvoorbeeld niets te vinden, dan heb je toch behoorlijk pech.



donderdag 1 mei 2014

Eindexamenperikelen V: Afscheid van school

Overal in de trein zie ik net geklede mensen met, net als ik, feestelijke bloemen in hun hand. De meesten zijn niet op weg naar dezelfde plaats als ik, maar ze hebben wel hetzelfde doel: de ballagás, het officiële afscheid van school. Weliswaar beginnen de examens pas volgende week, maar hoe goed of slecht je het ook doet, terugkeren naar school doe je in ieder geval niet meer, en daarom wordt in de week voor het examen afscheid genomen. En dat gaat, hoe kan het anders in een land dat zo aan tradities hangt, nauwelijks anders dan met een dag vol tradities. Plus wat weemoed en de nodige tranen.
Afscheid van school
Het weer heeft deze balagás wat roet in het eten gegooid. Normaal zie je op de ochtend van die dag overal elfdeklassers de seringen in de parken plunderen omdat ze de bloemen nodig hebben voor de versiering van het schoolgebouw. Vorig jaar, toen onze zoon zelf elfdeklasser was, kregen we een mail van de klassenleraar dat het vooral NIET de bedoeling was om de bloemen zomaar ergens in het park te plukken. Dit jaar was zo'n waarschuwing overbodig. Door het ongewoon warme voorjaar zijn de meeste seringen al uitgebloeid. De bloemenversiering van het schoolgebouw is dan ook bescheiden.
Klokslag vier uur gaan de deuren open en drommen we samen met de andere ouders naar binnen. We doen maar wat zij ook doen: ergens een plaats in de gang zoeken, tussen de scholieren van de andere klassen. Stemmige liederen klinken uit het omroepsysteem als aan het begin van de gang de stoet van twaalfde klassers opduikt. De jongens in pak, de meisjes meest in zwarte rok en witte blouse, op één meisje na dat een soort punkvariatie op dit thema heeft bedacht, met een paarse pruik en legerlaarzen aan haar voeten. Ik vraag me af of ze daarmee straks ook haar eindexamen doet, want de leerlingen worden bij het examen geacht in hun nette kleren te komen.
De stoet nadert in begrafenistempo. Ieder van de drie eindexamenklassen wordt voorafgegaan door de klassenvertegenwoordigers, een jongen en een meisje, gevolgd door een aangedaan kijkende klassenleraar en diens plaatsvervanger. Daarachter lopen, in ganzenpas achter elkaar, met de ene hand op de schouder van de voorganger en in de andere arm een groeiende hoeveelheid bloemen en ballonnen, de overige leerlingen. Bij ouders en grootouders stoppen ze en worden ze gekust en van nog meer bloemen en ballonnen voorzien, om vervolgens weer snel aan te sluiten. Zo trekken ze in trage gang, onder begeleiding van weemoedige liederen het hele schoolgebouw door, naar de aula. Allemaal hebben ze een klein tasje om hun schouder, met daarin een zakje zout, een stukje brood, een munt en een foto van de school. Zout en brood symboliseren gastvrijheid, de munt een fortuinlijke toekomst.
Daar volgt een programma  met afscheidssketches van de lagere klassen, een eigen pianocompositie van een leerling. De Einstein van de twaalfde klas krijgt een schoolprijs voor het feit dat hij de afgelopen jaren deelnam aan twintig landelijke wedstrijden op het gebied van schei-, natuur- en wiskunde, en bij een behoorlijk aantal daarvan als eerste eindigde. De klassenvertegenwoordigers spelden het klassenlint van hun klas aan de schoolvlag die al begraven is onder de linten van vele generaties leerlingen - dit is een behoorlijk oude school. En ieder van de vertrekkende klassen houdt zijn eigen afscheidsrede.
Bij de auladeur zien we moeders een traantje wegpinken. Ook Kati néni, de plaatsvervangende klassenleraar, heeft tranen in haar ogen. Samen met haar collega heeft ze onze zoon en zijn klasgenoten zes jaar lang onder haar hoede gehad. En dat betekent aanzienlijk meer dan in Nederland. Ze hebben de kinderen van brugpiepers zien opgroeien tot min of meer volwassen. Een paar keer per jaar trokken ze er met de hele klas voor een weekend op uit. Iedere week was er een klassenuur, waarin school- en andere problemen aan de orde kwamen. Ze hebben zich ingezet om de toekomst te garanderen een van de leerlingen, een wees die samen met zijn invalide grootmoeder woont, en ervoor te zorgen dat hij na zijn schooltijd een baantje heeft dat hem garandeert dat hij zijn studie kan afronden. Ze nemen kortom afscheid van een groep voor wie ze in die zes jaar een soort surrogaatouders zijn geworden.
Dat verklaart misschien deels waarom het afscheid van een Hongaarse school geen afscheid voor altijd is. Je blijft voor altijd oud-leerling van de school waar je op zat en deel van de klas waar je in hebt gezeten. Over ruim anderhalve maand, als de klas zijn eindexamenfeest viert, weet iedereen één ding: over vijf jaar zien ze elkaar weer. En vijf jaar later, en vijf jaar later. De reünie is net zo'n traditie als de balagás. Ik ben als eens zeventigjarigen tegengekomen die inmiddels vijftig jaar van school waren. Een deel van de klas was inmiddels overleden, maar de rest, die kwam natuurlijk naar de reünie.



dinsdag 18 februari 2014

Eindexamenperikelen IV: punten, punten, punten

Schriftelijk eindexamen
Nog maar twee en een halve maand en dan is het echt zover: dan begint het schriftelijke eindexamen. En dat vereist nu al heel wat denkwerk. Op welke vakken zet je echt in, welke laat je een beetje links liggen? Wil je op een Hongaarse universiteit worden toegelaten, dan draait het allemaal om de punten. En dat betekent niet: in alle vakken zo hoog mogelijk scoren. Dat betekent slim plannen om zoveel mogelijk punten bij elkaar te sprokkelen. Hoe meer punten, hoe beter je studiekansen. Maar die punten verdien je niet simpelweg met een goed eindexamen.
Het is een hele wetenschap, en eigenlijk moet je al jaren van tevoren beginnen te plannen. Op een recente ouderavond op de school van mijn zoon, de laatste ouderavond voor het examen, was het puntenstelsel dan ook het hoofdthema. De verwarring was totaal bij de meeste aanwezigen. We konden het allemaal in alle rust bekijken, want onze zoon wil in Eindhoven gaan studeren. En ik was blij toe dat ik me er niet echt in hoefde te verdiepen, want als Hongaarse ouders er geen bal van snappen, hoe moet ik er dan uitkomen?
Tenzij onze zoon zijn examen gigantisch verprutst, en daar maak ik me niet zo'n zorgen over, voldoet hij aan de eisen die Eindhoven stelt. Wis- en natuurkunde, daar draait het vooral om, en zolang dat goed gaat, zijn ze in Nederland minder geïnteresseerd in zijn resultaten voor Hongaarse taal en literatuur en geschiedenis, twee van de drie verplichte vakken van het Hongaarse eindexamen. Omdat hij een Engelstalige studie wil gaan doen, eist de universiteit wel een officieel Engels taalexamen. Het Hongaarse eindexamen op dat vlak is niet voldoende. Verder wordt in Nederland vooral gekeken naar de studieresultaten van het eerste studiejaar. Verpruts je dat, dan kun je weer vertrekken.
Maar wie toegelaten wil worden op een Hongaarse universiteit, krijgt dus te maken met het puntensysteem. Iedere universiteit stelt zelf voor de verschillende studierichtingen vast hoeveel punten een student minimaal nodig heeft. Hoe beter de universiteit aangeschreven staat, hoe meer punten je nodig hebt, en sommige studierichtingen eisen bovendien meer punten dan andere. Aanzienlijk meer. Er zijn vakken waar je nog geen 80 punten voor nodig hebt, en vakken waar je aan 300 net genoeg hebt. En verder heb je meer punten nodig als je wilt dat de staat je studie betaalt.
Maar niet iedere punt die je bij je eindexamen kunt verdienen, is evenveel waard. Sterker nog, het loont echt niet om je voor ieder vak even hard in te spannen, want sommige vakken leveren voor bepaalde studies helemaal geen punten op. Verder kun je op verschillende niveaus eindexamen doen, maar het heeft eigenlijk geen zin om je voor meer dan twee vakken hard in te spannen. Je krijgt voor alle vakken op hoog niveau weliswaar extra punten, maar in de uiteindelijke puntentelling worden slechts de extra punten van maximaal twee vakken meegeteld. Dus waarom zou je extra blokken?


dinsdag 10 september 2013

Eindexamenperikelen 1: alsof je een emmer leeggiet

Lintjesbal
Onze zoon doet dit jaar eindexamen en zijn klassenleraar had vorig jaar al gewaarschuwd: dat wordt niet alleen hard werken, maar betekent ook een behoorlijke aanslag op de portemonnee van de ouders. Want eindexamen doe je maar één keer in je leven en dat moet dus gevierd worden, en wel het hele jaar door.
Je kunt in Hongarije niet zakken, alleen eindigen met een bedroevend laag resultaat waarmee je geen enkele universiteit opkomt, dus hoe dan ook, dit is voor iedereen het laatste schooljaar, en dat is doorspekt met rituelen. Al die rituelen kosten uiteraard geld. Alsof je een emmer leeggiet.
Het eerste dat onze zoon te wachten staat, is het szalagavató-bal, het bal van de lintjesinwijding, eind november. In een grote sporthal krijgen alle twaalfdeklassers bij die gelegenheid een lintje opgespeld met het schoolembleem erop. Dat lintje mag je de rest van het jaar dragen, om aan de buitenwereld te tonen dat je eindexamenkandidaat van een bepaalde school bent.
Na die ceremonie volgt het bal. Daarvoor studeert de klas een gezamenlijke klassendans in, waarna jongens en meisjes apart een dans doen en samen met een danspartner een wals of twee tonen. Op veel scholen volgt daarna een programma met iets hips en moderns. Andere dans, andere kleding, al zal die bij moderne hiphop vaak uit eigen kast kunnen komen. Maar dansen moet geleerd worden, en per ingestudeerde dans moet je volgens de klassenleraar op pakweg 5000 forint (ruim 16 euro) lesgeld rekenen. Of je doet het natuurlijk zoals een vriendin, die op haar szalagavató gewoon weigerde mee te dansen. Kan ook.
Uiteraard kun je op een bal, of op de lintjesceremonie, niet in je oude kloffie verschijnen. Op veel scholen is het gebruik dat leerlingen voor de lintjesceremonie een soort gezamenlijke outfit kiezen - jongens allemaal in hetzelfde pak, meisjes allemaal in dezelfde rok en bloes (op hele traditionele scholen een soort matrozenpak, of iets met folkloristische borduurkunst) - die ook de rest van het eindexamen bij feestelijke gelegenheden dienst doet.
Daar blijft het niet bij, want voor het bal kleden ze zich uiteraard om. Op veel scholen verschijnen de jongens in rokkostuum ten dans en meisjes in baljurk. "Allemaal dezelfde?" vroeg een van de ouders op ouderavond wat bezorgd. Gelijke baljurken pakken natuurlijk aanzienlijk duurder uit. Je kunt jurken huren, maar verhuurbedrijven hebben zelden zomaar vijftien of meer gelijke baljurken in verschillende maten in voorraad. Bovendien is er in die tijd een zeer grote vraag naar baljurken. Alle scholen hebben per slot van rekening ongeveer op hetzelfde moment hun szalagavató.
Maar de school van onze zoon is gelukkig ruimdenkend, en allemaal dezelfde jurk en hetzelfde pak is dus niet nodig. "Als ze zich er maar prettig in voelen," zei de klassenleraar. En de klassenlerares had zelfs nog een tip: een outletwinkel waar we voor een zachte prijs pakken kunnen vinden. Als het maar zwart is, en netjes. Onze zoon heeft tenminste de rest van zijn leven iets om naar begrafenissen aan te trekken.
En gelukkig heeft hij al een danspartner, want dat kan de volgende kostenpost worden: wie in de eigen klas geen danspartner vindt (en bij een oneven aantal jongens en meisjes treft dat lot gegarandeerd een enkeling) moet er één in een lagere klas zoeken, of elders vandaan halen. En dat kan duur uitpakken, want je kunt van de ouders van zo'n danspartner zomaar niet  verwachten dat ze de kosten van de dansles, noodzakelijke kleding en  toegang opdraaien.


dinsdag 3 september 2013

Weer naar school

Onderwijs vroeger: het goede voorbeeld?
De scholen zijn weer begonnen, en dat kon niemand ontgaan. Waar Nederlandse leerlingen de eerste schooldag gewoon hun tas pakken, is de schoolopening in Hongarije een grootse gebeurtenis, waarvoor leerlingen in nette kleren, dat wil zeggen zwarte broek of rok en wit hemd, naar school moeten. Dit jaar was de schoolopening nog grootser dan andere jaren, want het is voor het eerst dat de staat, tegenwoordig eigenaar van het grootste deel van de scholen, de regie in handen had. En dus doken overal ministers, staatssecretarissen en zelfs premier Orbán persoonlijk op om het nieuwe schooljaar in te wijden.
Het is niet de enige verandering die leerlingen merken. Iets waar weinig lagere schoolkinderen blij mee zullen zijn, is dat ze vanaf nu verplicht worden om tot vier uur op school te blijven. Ze hoeven niet al die uren les te krijgen, maar ze mogen het gebouw niet uit. Zo moet voorkomen worden dat ze op straat gaan zwerven en weet ik veel wat gaan doen. Bovendien worden de onderwijzers zo aan het werk gehouden, want die moeten vanaf nu ook verplicht veel meer uren in school doorbrengen.
Opmerkelijk genoeg verklaarde premier Orbán in zijn schoolopeningsspeech dat de scholen "tot nu toe slechts kinderoppas waren" waarbij het slechts van de onderwijzers afhing hoeveel tijd ze aan opvoeding besteedden. Lijkt me fijn om te horen voor al die onderbetaalde Hongaarse leraren die - vaak met minimale middelen - proberen om er iets van hun onderwijs te maken. Maar van nu af aan wordt het allemaal helemaal anders: "Wij willen een land, waarin niet alleen het leren interessant wordt, maar ook het lesgeven."
Op een of andere manier kan ik een verplichting voor leerlingen en leraren om tot vier uur op school te blijven, daar niet in passen. Net zomin als de aankondiging dat leerlingen meer lesuren gaan krijgen. Vijfdeklassers, groep zeven in Nederland, moeten in het vervolg 28 uur per week in de schoolbankjes zitten. Nee, ik lieg: een van die uren wordt de verplichte gymles iedere dag. En daarna zijn de kinderen nog niet klaar, want huiswerk is in Hongarije standaard vanaf groep 3. In de negende klas, de derde klas van het voortgezet onderwijs in Nederland, kunnen leerlingen in toekomst rekenen op 35 lesuren. Tel daar nog eens pakweg 10 uur huiswerk bij op, en je komt op werkweken van 45 uur. Dat zal de leerlingen motiveren!
Die verplichting om op school te blijven, is typerend voor de aanpak van de regering Orbán: je hebt een probleem en dat los je met rigide overheidsingrijpen op. Niemand kan ontkennen dat er in sommige wijken en dorpen kinderen zijn die na school geen opvang hebben en op straat zwerven. In veel gevallen gaat het daarbij om kinderen uit zeer arme, ongeschoolde  gezinnen, zigeuners veelal, en die kinderen kunnen zeker gebaat zijn met een langere schooldag, waarbij ze op school ook nog geholpen worden met hun huiswerk, en misschien zelfs nog wat te eten krijgen. Het houdt hen van de straat, het weerhoudt hen om lijm te snuiven, en als de onderwijzers gemotiveerd zijn, zullen hun schoolprestaties erop vooruit gaan.
Maar om alle kinderen te verplichten om die reden tot vier uur op school te blijven, is natuurlijk absurd. Sterker nog, het werkt in veel gevallen een negatief, want welk kind wil na zo'n lange schooldag nog naar muziekles, dansles of een sportclub? Zeker niet omdat dat soort activiteiten in Hongarije ook allemaal drie, vier keer per week plaatsvinden. En daarna nog huiswerk? En 's ochtends weer om acht uur in de schoolbankjes? Omdat ouders op hun achterste poten staan, is de regel inmiddels al weer iets verzwakt: schoolhoofden mogen op verzoek van de ouders eventueel toestemming geven aan kinderen om wel eerder weg te gaan.
Hongarije wil zichzelf meten met Finland, het land met de beste leerresultaten in Europa. Nu bereiken de Finnen dat dankzij een onderwijssysteem dat enorme vrijheid aan de leerkracht biedt, waarin vrijwel niets centraal is geregeld, dat korte lesdagen kent, waarin de leraren goed worden betaald en er zeer veel aandacht is voor de opleiding en de wekelijkse bijscholing van onderwijzend personeel. Onderwijzers op de lagere school genieten in Finland enorm prestige: het is een universitaire opleiding waar zich jaarlijks twintig keer meer studenten aanmelden dan er opgenomen kunnen worden.
De 'onderwijsvernieuwing' in Hongarije gaat precies de andere kant op: meer druk op de leerlingen, minder vrijheid, meer uren en een enorme werkdrukverhoging voor de onderbetaalde onderwijzers die voor bijscholing geen enkele ruimte laat en ervoor zorgt dat iedereen die uit het onderwijs weg kan, een andere baan zoekt. En de speech van burgemeester Kosa van Debrecen maandag in een middelbare school in die stad doet vermoeden dat het nog wel eens erger kan worden. Kosa, die Finland noemde als het onderwijsniveau waar Hongarije naar streeft, meende: "Een goede leerling die geslagen wordt, zal goed presteren. En zelfs de beste leerling gaat verloren als je zijn handen niet vastgrijpt." Het zweepje terug op school, misschien?

zondag 24 februari 2013

Liever naar het buitenland

Universiteit van Decrecen
De klas van mijn zoon, die een jaar voor zijn eindexamen staat, had afgelopen tijd weinig belangstelling voor de studentendemonstraties tegen de invoering van collegegeld en tegen de bezuinigingen op het hoger onderwijs in Hongarije. Opmerkelijk, want de leerlingen een klas hoger waren wel degelijk actief. Het probleem raakt hen ongetwijfeld meer, omdat ze deze weken al moeten besluiten over hun toekomst en een universiteit moeten kiezen. Maar een belangrijke reden waarom niemand bij mijn zoon in de klas zich er echt druk over maakt, is vermoedelijk dat studeren in Hongarije in de hoofden van veel  leerlingen een gepasseerd station is. Iets van de helft van de scholieren heeft plannen om naar het buitenland te gaan.
Ook de ouders verwachten niet anders. Op een recente ouderavond was  de vraag "wat moeten ze voor hun eindexamen halen om elders te kunnen studeren" een van de belangrijkste gespreksonderwerpen. De klassenleraar waarschuwde nog, wijselijk, dat het zo simpel niet is. Buitenlandse universiteiten stellen hoge eisen, en in veel gevallen hangt er ook een behoorlijk prijskaartje aan een studie elders.
De klas van mijn zoon is geen uitzondering. Volgens een recente enquête wil 47 procent van de jongeren en 20 procent van alle Hongaren naar het buitenland. Dat getuigt niet direct van vertrouwen in de toekomst, en is behoorlijk in tegenspraak met de state-of-the-nation speech die premier Orbán deze week hield onder het motto "we doen het beter". András Schiffer, leider van de (overigens ook niet erg goed presterende) oppositiepartij LMP had als commentaar: "Orbán kijkt naar een andere film."
De film waar de Hongaarse scholieren naar kijken, is er een waarbij de belangrijkste universiteiten komend jaar iets van een kwart van hun budget kwijtraken, en waarbij zijzelf, als ze een studiebeurs willen, een contract moeten ondertekenen dat ze na hun studie het dubbele aantal jaren van hun studie in Hongarije zullen werken. Een soort terugbetalen van hun schuld aan de samenleving, aldus de regering, die zo wil voorkomen dat Hongaars intellect massaal naar het buitenland gaat.
Het omgekeerde effect lijkt het resultaat. Een vriendin van mij, directrice van een middelbare school, vertelde dat van de vorige eindexamenklas 20 procent van de leerlingen in september al naar het buitenland was vertrokken. En degenen die gaan, zijn de slimsten, met de beste cijfers en de beste talenkennis.


vrijdag 18 januari 2013

Om technische redenen gesloten

Om technische redenen gesloten, staat er op de deur van het Italiaanse restaurant op het centrale plein in Vác. Om technische redenen gesloten, staat er ook op de deur van het museum pal er naast. Met daaronder de vermelding dat alleen groepen nog toegang hebben, na aanmelding. Met vermelding van een telefoonnummer.
Om technische redenen gesloten... je komt dat bordje vaak voor in Hongarije. Maar zelden is daarbij daadwerkelijk sprake van een technisch probleem zoals gebarsten waterleidingen, een kapotte verwarmingsketel of gevaarlijke elektrische bedrading. In de meeste gevallen betekent dat bordje zoiets van "we zijn dicht, en hebben eigenlijk geen idee of we ooit weer open gaan. Maar we houden hoop, je weet maar nooit."
Dat de Italiaan gesloten is, kan ik me voorstellen. De winter is geen makkelijke tijd voor de lokale restaurants, en in de zomer redde hij het nog wel, niet dankzij zijn fabuleuze kaart, maar wel dankzij een aardig terras, dat altijd wel toeristen trok. Maar als er geen toeristen zijn, en geen terras, dan is de concurrentieslag om de lokale klant hard. En dan leg je het als matig restaurant al snel af. Misschien hoopt de eigenaar dat deze sluiting inderdaad niet meer is dan een "technische" winterstop en dat hij de boel in mei of zo weer kan openen.
Maar het Momento Mori museum? De "technische reden" is mij bekend. Maar om falend regeringsbeleid als zodanig te omschrijven, vind ik origineel, moet ik zeggen. Want dat is de werkelijke reden dat dit museum dicht is: een regeringsbeleid dat solt met musea, klein en groot. Binnen één jaar, of misschien iets meer, is het beheer van dit museum verkast van de provincie naar de staat, vervolgens weer naar de provincie, en daarna, zonder enig overleg, naar de gemeente. Afgelopen oktober besloot het parlement tot de zoveelste hervorming van het museumwezen, en nu moet de gemeente dus maar zien, waar ze het geld vandaan haalt om het museum open te houden.
Nergens vandaan dus, blijkbaar. Critici hadden al gevreesd dat dat het lot zou zijn van die musea die in handen van de lokale overheid terecht zouden komen. En als een gebouw gevuld is met ploegen, emmers en ander landbouwtuig, dan is dat misschien niet zo erg, zo'n tentoonstelling kan wel wat hebben. Maar in het museum liggen mummies, die voor hun behoud afhankelijk zijn van de juiste temperatuur en luchtvochtigheid.
Het beheer van een museum bestaat niet alleen uit kaartjes verkopen en af en toe de wc schoon maken. Een museum heeft een staf nodig, restaurateurs, opslag, deskundigheid, mensen die een tentoonstelling kunnen samenstellen. Vroeger werden die kosten op provinciaal niveau door meerdere instellingen gedeeld. Dat was logisch: een klein museum kan geen eigen restauratiedienst bekostigen. Maar waar zou de gemeente, met zijn beperkte middelen, dat geld in hemelsnaam vandaan moeten halen? Wat tragisch is, want behalve voor het museum zelf is het voor het toerisme, toch een belangrijke inkomstenbron, ook niet goed als de deuren dicht zijn.
Wegens technische redenen gesloten...hoeveel overheidsinstellingen gaan dat bordje de komende tijd ophangen? Scholen, bijvoorbeeld, die dit jaar grotendeels in staatshanden zijn overgegaan, zonder dat er nagedacht lijkt te zijn over het beheer en bestuur. Er is onduidelijkheid over salarissen en over budgetten en er zijn scholen die gestopt zijn met schoonmaken, omdat ze niet weten waar ze dat nog van moeten betalen. Veel onderwijzers, toch al niet de best verdienende groep in het land, zijn tot de ontdekking gekomen dat ze minder verdienen dan voorheen, maar een contract hebben ze nog niet gezien.
Niemand weet hoe het moet als de krijtjes opraken. Moeten die dan centraal worden besteld? Want alle scholen worden vanaf nu door één centrale organisatie bestuurd. Ze hebben geen eigen bankrekening meer, geen eigen kleine kas. Ze zijn geheel afhankelijk geworden van een aantal ambtenaren in Boedapest. "We hebben geen geld meer om brieven te posten, en daarom gaat een collega dagelijks bij de gemeente langs, waar ze onze post verzorgen," aldus een onderwijzer tegenover het weekblad HVG.
Je zou zeggen dat dit land centralisatie na vijftig jaar communisme zat zou moeten zijn, maar deze regering kan er geen genoeg van krijgen. En het lijkt erop dat dat precies daartoe leidt waar het in die vijftig jaar ook toe leidde: een gebrek aan wc-papier en andere noodzakelijke zaken. De scholen zul je niet horen klagen, althans niet al te openlijk. Schoolhoofden van scholen die onder het nieuwe, centrale Klebelsberg-instituut vallen, hebben namelijk te horen gekregen dat ze niet met de pers mogen praten.
Je hebt natuurlijk kans dat het zo gaat als vorig jaar bij de musea. Ook toen eindigde de overname door de staat in chaos, en een paar maanden later kwam er een nieuwe wet. En toen weer een nieuwe wet. En toen dus dat bordje... wegens technische redenen gesloten.

zondag 1 juli 2012

De nieuwe kruisridders


Vanaf komend schooljaar wordt bidden verplicht voor kinderen in het Hongaarse stadje  Kisújszállás. In mei besloot de gemeenteraad om alle onderwijsinstellingen – een kleuterschool, twee lagere scholen en een handvol andere instituten – over te dragen aan de baptisten en de gereformeerde kerk. Ouders die geen religieus onderwijs willen, moeten elders een plek voor hun kind zoeken.
Dienst in een gereformeerde school
Kisújszállás is niet uniek. Sinds het vorig jaar simpeler werd om openbare scholen aan de kerk over te doen, hebben tientallen gemeenten die kans gegrepen om hun krappe budget te ontlasten. Afgelopen schooljaar werden 59 scholen door kerken overgenomen. Het aantal kinderen dat religieus onderwijs volgt, steeg met 22 procent en bedraagt nu zo’n tien procent van alle scholieren. Ouders worden, vaak van de ene dag op de andere, voor het blok gezet. Onderwijzers die niet regelmatig naar de mis willen, kunnen veelal hun biezen pakken.
Voor gemeenten mogen financiën de hoofdrol spelen, bij de regering spelen hele andere motieven mee. Premier Viktor Orbán heeft zichzelf een plek in de geschiedenis toegedicht, niet alleen als redder van de christelijke Hongaarse natie, maar ook als voorvechter van de wederopstanding van een christelijk Europa.
“Ik wil een land opbouwen met een kleine ‘l’, het land van de Hongaren en van de wereld, en met een grote ‘L’, het land van God, en dat is de hogere betekenis van wat ik doe,” zei hij elf jaar geleden al toen hij voor het eerst aan het bewind was. “Ik heb er geen twijfel over dan Hongarije en het christendom, de Hongaren en de historische kerken niet van elkaar te scheiden zijn.”
Het onderwijs is een logische plek om te beginnen. Een derde van de Hongaren is officieel katholiek, een derde gereformeerd. Maar volgens een recente internationale studie zei slechts 9,8 procent echt gelovig zijn. Zo’n 23 procent noemde zichzelf atheïst. Het overdragen van scholen aan de kerk past geheel in een campagne voor religieuze vernieuwing. “Niet alleen wordt de staat bevrijd van het onderhoud van scholen met een neutrale ideologie, maar leerlingen worden meteen ook blootgesteld aan denkbeelden die de regering meer aanspreken,” aldus de Hongaarse godsdienstfilosoof György Gábor.
Zelfs wie niet naar een religieuze school gaat, zal niet helemaal aan religie ontkomen. In de nieuwe onderwijswet wordt het volgens van godsdienstonderwijs of ethiek verplicht gesteld. In dat laatste vak, bestemd voor kinderen die geen godsdienstonderwijs willen volgen, worden stromingen als het antigoddelijke liberalisme aangepakt en leren ze over de nationale en familiewaarden zoals die de regering voor ogen staan. Voormalige minister van onderwijs Miklós Réthelyi was in een toespraak duidelijk over de achtergrond: “De bedoeling is om onze levens te herprogrammeren volgens de heiligheid van onze dagen.”


woensdag 23 mei 2012

Over Horthypleinen en Horthybeelden

Afgelopen dinsdagnacht goot advocaat Péter Dániel een pot rode verf over het nieuwe Horthy-standbeeld in het dorpje Kereki. Het was een daad van protest tegen de nieuwe verering van een man die Dániel omschrijft als massamoordenaar en oorlogscrimineel. Het houten beeld is inmiddels verwijderd.
Horthy en Hitler
De onthulling van het Horthybeeld ruim een week eerder is de zoveelste stap in de sluipende rehabilitatie van admiraal Miklós Horthy, de autoritaire en conservatieve regent die tussen 1920 en 1944 het Hongaarse staatshoofd was. Het dorpje Kereki, niet ver van het Balatonmeer, is buitengewoon actief op dit vlak. Eerder doopten ze een plein al om tot Horthyplein. De burgemeester is er overigens niet enthousiast over, maar hij legt zich volgens eigen zeggen neer bij de meerderheid, al schijnt het overgrote deel van de dorpelingen ook weinig te voelen voor deze Horthyverering.
Kereki staat niet alleen. Een paar weken geleden werd in Gyömrőn, een dorp onder de rook van het vliegveld van Boedapest, het centrale plein dat de afgelopen 65 jaar nota bene het Vrijheidsplein heette ook naar Horthy vernoemd. Ook andere plaatsen hebben afgelopen tijd over zulke naamswijzigingen gedebatteerd. In Vác werd het voorstel voorlopig van tafel geveegd.
Onlangs kondigde het ministerie van onderwijs dat vanaf komend jaar, "op veelvuldige vragen uit de onderwijswereld" naar meer aandacht voor "conservatieve schrijvers uit de jaren dertig" drie schrijvers worden toegevoegd aan het verplichte curriculum Hongaarse literatuur: Albert Wass, Dezső Szabó, en József Nyirő. Alle drie waren voor de Tweede Wereldoorlog bekende nationalistische publicisten, en alle drie waren openlijke antisemieten. Je kunt alleen maar een echte Hongaar zijn als je ook antisemiet bent, zo schreef Szabó. De geschriften van Wass wemelen van de antisemitische uitspraken en de man is (hoewel hij dat zelf altijd heeft ontkend) lid van de fascistische Pijlkruisers geweest. Wass en Nyirő, die beiden in 1944-1945 het land ontvluchtten, werden kort na de oorlog veroordeeld als oorlogsmisdadigers.



woensdag 7 maart 2012

Paardrijden als schoolvak

Hongaarse huzaren anno 2011
Paardrijden als schoolvak? Ik moet bekennen, toen ik twee weken geleden hoorde dat daar plannen voor waren, dacht ik dat het om een grap ging. Maar niet dus. "Onderwijs in verband met de hippische cultuur zal prominenter worden in het publieke onderwijssysteem. Het doel is om ervoor te zorgen dat toekomstige generaties kennis hebben van en affectie met paarden en de hippische cultuur. De mogelijkheid om paarden te ontmoeten en te berijden moet daarom geen zeldzame en onbetaalbare zaak worden voor kinderen, maar zo natuurlijk als zwemlessen vandaag." Aldus de dagelijkse email van de Hongaarse regering.
Hopelijk leiden de zwemlessen er niet onder, want het zal toch uit de lengte of uit de breedte moeten komen, en geld dat aan paardrijlessen wordt uitgegeven, kan nergens anders aan worden besteed. Het kan bijvoorbeeld niet aan universitaire opleidingen worden besteed, waar wegens geldgebrek  tienduizenden studieplaatsen minder zijn en studenten aanzienlijk meer collegegeld moeten betalen. Of aan het financieren van kleuterscholen in dorpen waar geen kleuterschool is - meestal dorpen met een grote zigeunergemeenschap waar de kinderen door gebrek aan kleuteronderwijs al met een achterstand naar de lagere school gaan.
Maar goed, paardrijlessen dus. Ze maken deel uit van het nieuwe basisleerplan dat het ministerie van onderwijs op 2 maart vrij gaf, 204 pagina's vol legalistische wetsbepalingen, waar onderwijsorganisaties precies een week de tijd voor krijgen om erop te reageren. Maar het idee komt van minister van defensie Hende, die een enthousiast propagandist van de Hongaarse natie als ruitervolk is.


vrijdag 16 december 2011

Soldatenles op school

Toen zo’n honderd scholieren van de Egressy Gábor Technische Vakmiddenschool in Boedapest eerder dit jaar met het openbaar vervoer op weg waren naar de Militaire Hogere School in Szentendre, schoot de bewakingsdienst op het perron van de lokale trein in de stress. De groep liep in semi-uniform: spijkerbroek, camouflagejas, en dito T-shirt en pet. Het leek, alsof een paramilitaire eenheid was gearriveerd.
Uitstapje naar Szentendre. foto Egressy School
De bewakers kunnen er maar beter aan wennen. De kans is groot dat het in toekomst vaker gebeurt. Sinds de eerste Hongaarse middelbare scholen twee jaar geleden militaire basiskennis als keuzevak introduceerden, geniet dat lesthema onder scholieren groeiende populariteit. Bij een open dag van de Egressyschool kwamen leerlingen van ver buiten Boedapest kijken, alleen vanwege de optie van militaire lessen.
Jongens én meisjes staan te trappelen om een tot twee uur per week te mogen marcheren, salueren, met luchtgeweren te schieten en kennis te maken met zaken als oriëntatie,  terreinverkenning, eerste hulp en overleven. Plus natuurlijk de nodige uitjes naar echte militaire eenheden, en schoolbezoeken van bijvoorbeeld gerenomeerde scherpschutters.
“Geweldig” en “spannend” vindt Imre Tóth het. Zijn vriend Botond Afra is het helemaal met hem eens. “Ik was al lang geïnteresseerd in het soldatenleven, en je leert dingen die je nergens anders leert,” meent hij. Beide jongens willen het leger in en zien de lessen als een goede voorbereiding. Het vergroot hun kansen op toegelaten te worden tot de militaire Zrínyi Miklós universiteit.
Het vak is helemaal in de geest van de nieuwe grondwet die op 1 januari van kracht wordt, en die iedere Hongaarse burger verplicht het vaderland te verdedigen. Landelijk bieden inmiddels zo’n twintig middelbare scholen militaire basiskennis als keuzevak aan, en als leerlingen om erom vragen, moet iedere school hen die mogelijkheid geven. Een enkele lagere school biedt militaire kennis ook aan in de hoogste klassen en er gaan stemmen op om het vak landelijk te introduceren.


zondag 21 augustus 2011

Engels te makkelijk voor Hongaren

Het begint te verbeteren, maar Hongarije staat niet direct bekend om zijn talenkennis. De voorzitter van de parlementsfractie van regeringspartij Fidesz bijvoorbeeld komt met een tolk als hij buitenlanders te woord moet staan. Dat geldt trouwens ook voor parlementsvoorzitter Lászlö Kövér. Steeds meer restaurants hebben weliswaar een meertalige menukaart, maar de Duitse en Engelse sectie zijn vaak een bron van vermaak voor klanten die de betreffende taal echt beheersen.
In dat licht is het een beetje verrassend dat de Hongaarse regering Engels wil laten vallen als eerste taal, omdat dat te makkelijk zou zij en kinderen maar verkeerde ideeën over het leren van een vreemde taal zou geven. Staatssecretaris Rózsa Hoffman, een voormalig lerares Frans en Russisch die zelf geen Engels spreekt, vindt dat de jeugd van de meet af aan moet worden ingepeperd dat het leren van vreemde talen een klus is waar je je niet op moet verkijken. Als kinderen Engels leren, dan nemen ze het leren van een volgende taal veel te licht, leren ze eerst een andere taal, dan leren ze daarna zonder enige inspanning Engels, meende een woordvoerder van het ministerie op de Hongaarse radio. Geen grapje.
Daarom moeten schoolkinderen, als het aan haar ligt, beginnen met een gestructureerde, Romaanse taal, zoals het Frans. Gezien het feit dat volgens de een Eurobarometer over dit onderwerp maar vier procent van de Hongaren belang hecht aan kennis van het Frans, lijkt me dit een geval van de persoonlijke hobby van een bewindsvrouw tot landelijk beleid wordt gebombardeerd.
Maar daarnaast: dat kinderen door Engels een verkeerd idee krijgen over het leren van talen is natuurlijk een pedagogisch argument uit het jaar nul. en het schiet ook totaal voorbij aan de vraag waarom je eigenlijk vreemde talen leert. Mij lijkt het belangrijkste doel dat je dan met anderen kunt communiceren, maar ik heb het gevoel dat het ministerie talenonderwijs meer als een hersenoefening beschouwt.
Afgezien daarvan: waar mevrouw Hoffman vandaan haalt dat alle Hongaarse kinderen spelend Engels leren, is mij een raadsel.Volgens een Eurostat-onderzoek sprak in 2009 driekwart van de Hongaren boven de 25 nagenoeg geen buitenlandse taal. Slechts zes procent sprak een tweede taal op een aanvaardbaar niveau. En dat 19 jaar nadat Engels als verplicht vak op school werd ingevoerd.
De regering wil meer aandacht voor het talenonderwijs, en dat lijkt me gezien deze cijfers een lovenswaardig streven. Maar het eerste doel lijkt me ervoor te zorgen dat alle scholieren de twee talen die nu verplicht zijn, Engels en een taal naar keuze, ook zodanig beheersen, dat ze 'ja' antwoorden op de vraag of ze Engels of Duits spreken. Dat doen ze, is mijn ervaring, slechts zelden, zelfs als ze examen hebben gedaan.
Ik sprak een tijd geleden met een directeur van een van de vele buitenlandse servicecentra die in Boedapest hun deuren hebben geopend. Die centra werken voor klanten in het buitenland, en de man prees de talenkennis van zijn werknemers.
Toen ik hem zei dat me dat verbaasde, omdat mijn eigen ervaring toch anders was, gaf hij me grif gelijk. In Hongarije, vertelde hij, nemen servicecentra met name afgestudeerden van de universiteit aan, omdat dat de enigen zijn wier talenkennis goed genoeg is. In andere landen, zoals Nederland en Scandinavische landen, wordt dezelfde werk gedaan door mensen die net hun eindexamen middelbare school hebben gehaald.