Posts tonen met het label holocaust. Alle posts tonen
Posts tonen met het label holocaust. Alle posts tonen

dinsdag 21 januari 2014

Omstreden monument voor de bezetting van Hongarije

De engel Gabriel die aangevallen wordt door een agressieve adelaar, te midden van de ruïnes van een Romeinse tempel. Dat wordt het monument waarmee de Hongaarse regering wil herdenken dat het dit jaar 70 jaar geleden is dat Duitse troepen op 19 maart 1944 Hongarije bezetten.
Gabriel staat uiteraard voor de arme, bezette Hongaarse natie, de adelaar voor de perfide Duitsers. Een monument voor een bezetting is wat wonderlijk. Meestal gedenken dat soort bouwwerken immers slachtoffers of anders de bevrijding, niet het feit van de bezetting zelf.
Oppositiepartijen en organisaties van joden en Roma in Hongarije zijn ontzet. Ze zien de plannen als een nieuwe poging om de Hongaarse verantwoordelijk voor de Holocaust te ontkennen. “Het monument sluit duidelijk aan bij de nieuwe grondwet van 2012 die vastlegt dat Hongarije op 19 maart 1944 zijn soevereiniteit verloor en pas die in 1990, na de val van het communisme, herwon,” aldus historicus Krisztián Ungváry. Wat in de tussenjaren gebeurde, is daarmee officieel andermans schuld.
De slachtoffers worden overigens ook wel genoemd bij dit monument. Alle slachtoffers, wel te verstaan. Dat het overgrote deel daarvan joods was, wordt uit de tekst niet duidelijk. De gedenkplaats verrijst op het Szabadság tér, hetzelfde plein waar ook het laatste monument voor de bevrijding (of, volgens de meeste Hongaren, bezetting) door het Sovjetleger staat. Extreemrechts, dat dat Sovjet-monument een steen des aanstoots vindt, is opgetogen over dit nieuwe bouwwerk.
Duitsland had on maart 1944 meerdere redenen voor de invasie van bondgenoot Hongarije. De Russen naderden, en Berlijn had er weinig vertrouwen in dat het Hongaarse leger die op eigen houtje tegen kon houden. Verder was het Hongaarse staatshoofd Miklós Horthy, die vreesde dat Duitsland zou verliezen, inmiddels met de geallieerden in gesprek en bovendien was Hitler ontevreden over Horthy’s weigering om mee te werken aan Holocaust.
Veel Hongaren leggen de verantwoordelijkheid voor die Holocaust bij de Duitsers, omdat de grootschalige deportaties pas na de invasie begonnen. Tot 1944 was Hongarije inderdaad betrekkelijk veilig voor joden. Dat neemt overigens niet weg dat het land wel degelijk antisemitisch was. Er waren tal van antisemitische wetten, die het joden bijvoorbeeld verbood om met niet-joden te trouwen. Duizenden joodse mannen kwamen om in de barre arbeidsdienst die het Horthy-regiem hen oplegde. Ze werden daarbij onder meer ongewapend voor de reguliere troepen uitgestuurd om loopgraven te graven aan het front.


donderdag 26 juli 2012

Bewijzen tegen oorlogsmisdadiger redelijk hard

Getto in Kosice
“Ik wil niet zeggen dat de bewijzen die er nu nog zijn, keihard zijn, maar ze zijn zeker niet zo zwak als wordt gesuggereerd,” zegt Ádam Gellért, een voormalig jurist van het Internationale Gerechtshof in Den Haag, die afgelopen tijd op eigen gelegenheid onderzoek deed naar de beschuldigingen tegen de van oorlogsmisdaden verdachte Hongaar László Csatáry.
Gellért deed zijn onderzoek, omdat het openbaar ministerie naar zijn gevoel weinig haast heeft met de zaak tegen de 97-jarige. “Ze hebben drie maanden gewacht op documenten uit Slowakije. Ik ben er met de trein heengegaan, en heb zelf zowel in diverse archieven gezocht. Dat was een kwestie van een dag.”
Dat de Hongaarse autoriteiten weinig animo vertonen om Csatáry veroordeeld te krijgen, blijkt ook uit het feit dat justitie al een jaar op de hoogte is van het feit dat hij in Hongarije woont en de man bovendien jarenlang onder eigen naam in Boedapest leeft. Toen in 1997 bleek dat hij wegens oorlogsmisdaden was veroordeeld, vertrok hij op eigen houtje naar Boedapest, nadat de Canadezen zijn naturalisatie ongedaan hadden gemaakt en dreigden hem uit te zetten.
“Hij heeft eerst wel geïnformeerd wat de risico’s waren, maar niemand dacht destijds erg na over een 82-jarige Hongaar die uit het buitenland terugkeerde. Dat waren er zovelen terug die na de oorlog of in 1956 gevlucht waren, en de naoorlogse processen tegen oorlogsmisdadigers werden algemeen afgedaan als net zulke showprocessen als de latere processen. Bovendien was hij na de oorlog niet in Hongarije, maar in Slowakije veroordeeld, en is die veroordeling inmiddels verjaard. Verder werken overheidsdiensten in Hongarije niet erg goed samen. Hij kon er gewoon doorheen glippen, dat is niemand opgevallen,” zegt Gellért.
Uit de documenten die Gellért in Slowakije vond, blijkt dat Csatáry, die momenteel in Boedapest in huisarrest zit, geen toppositie had, maar wel degelijk meer was dan het schakeltje in het grote geheel dat hij claimt te zijn geweest. Hij was als commandant van het getto en een deel van het concentratiekamp in de Slowaakse stad Kosice verantwoordelijk voor de selectie van de haast 12000 joden die vanuit die stad op transport werden gesteld en voor de organisatie van de transporten zelf. Dankzij zijn goede Duits werkte hij bovendien als liaisonofficier tussen de Duitsers en de Hongaren en als hoofd van de afdeling politieke zaken.
Uit getuigenverklaringen tijdens twee processen na de oorlog blijkt dat Csatáry bekend stond als een buitengewone sadist. Hij sloeg volwassenen en kinderen om het minste of geringste, liet mensen met blote handen graven en dreigde enkele ingenieurs met een militair tribunaal als ze luchtgaten zouden maken in de veewagens waar 85 mensen waren samengeperst.Medestanders van Csatáry betogen dat hij niet heeft geweten waar hij mensen heenstuurde. Gellért betwijfelt dat, want zijn chef, politiecommandant György Horváth wist het bijvoorbeeld wel, zo erkende die in het proces dat tegen hem gevoerd werd. Maar Gellért vindt het ook niet echt ter zake doen: “Hij liet als verantwoordelijke voor de transporten 85 mensen in veewagens duwen en hij liet die wagens een dag lang op vertrek wachten zonder enige verzorging. De inzittenden waren vaak al dood voor ze vertrokken. Dat is op zich al marteling.”
Péter Feldmajer, voorzitter van de joodse gemeenschap in Hongarije, vindt dat er zeker een proces moet komen. “Als iemand als gettocommandant verantwoordelijk was voor deportaties, dan is hij een oorlogsmisdadiger en moet hij veroordeeld worden.(...) Duizenden families hebben door deze man geleden en het zou een schande voor de hele Hongaarse natie zijn als deze man zijn straf ontloopt.”
Maar over het algemeen is het enthousiasme voor een nieuw proces In Hongarije niet erg groot. Niet alleen omdat Csatáry al 97 jaar oud is, maar ook, omdat de Hongaren net de mislukking van het proces tegen Sándor Képíró achter de rug hebben, die beschuldigd werd van een moordpartij onder joden en Serviërs in Novi Sad. Képíró werd daar nog tijdens de oorlog, onder het Horthy-regiem, voor veroordeeld, maar zoveel jaar na dato was de aanklacht niet meer hard te maken, ook omdat er geen getuigen meer leefden.
Velen twijfelen ook aan de betrouwbaarheid van de naoorlogse aanklachten tegen Csatáry. Gellért erkent dat het Slowaakse proces waarin hij in 1948 ter dood werd veroordeeld weinig inhield. Ook al omdat de verdachte afwezig was, deden de aanklagers en rechters weinig moeite. Maar de meest belastende getuigenverklaringen tegen hem komen uit een proces dat de Hongaren in 1945-1946 voerden tegen Horváth. Ook dat wordt afgedaan als van een communistisch showproces, maar dat is volgens Gellért niet terecht. “Het vond plaats voor een volksrechtbank, en die stelden in latere jaren weinig voor, maar in de eerste jaren werd er wel degelijk serieus rechtgesproken.” Ook leven er, in tegenstelling tot het Képíró-proces, nog zo’n half dozijn getuigen, wat een nieuw proces een zekere kans zou geven.

zondag 29 mei 2011

Hongaar Holocaust Centrum onder vuur

Het imago van de vooroorlogse autoritaire leider admiraal Miklós Horthy en van de Hongaarse rol in de Holocaust hebben László Harsányi, directeur van het Holocaust Centrum in Boedapest afgelopen week zijn baan gekost. Vorige maand weigerde hij in te gaan op de eis van staatssecretaris András Gál, die liet weten dat een deel van de permanente tentoonstelling van het centrum veranderd moest worden. De staatssecretaris is geen historicus, maar weet desondanks zeker dat het beeld dat de tentoonstelling van Horthy geeft, veel te zwart is. En veel Hongaren, inclusief premier Viktor Orbán, zijn het met hem eens.
Sinds zijn oprichting werkt het Holocaustcentrum als een  publieke, maar onafhankelijk stichting, al is de staat, sinds kort in de vorm van het ministerie van binnenlandse zaken, officieel eigenaar. Dat ministerie had geen boodschap aan die onafhankelijkheid en benoemde meteen een nieuw bestuur, voor Harsányi een teken dat zijn dagen geteld waren.
Voor het internationaal gerenommeerde centrum zijn het moeilijke tijden. Gál is zeker niet de enige die meent dat Hongarije geen blaam aan de Jodenvervolging treft. De nieuwe, afgelopen maand aangenomen grondwet ondersteunt die mening. Daarin wordt de Hongaarse natie als slachtoffer, niet als medestander van het naziregime omschreven en wordt iedere Hongaarse verantwoordelijkheid ontkend voor gebeurtenissen na 19 maart 1944, toen Hitler de macht in Boedapest greep uit twijfel over de loyaliteit van zijn Hongaarse bondgenoten. Die dag begonnen de deportaties, maar de tentoonstelling, die tot stand kwam in overleg met tientallen historici, laat zien hoe Hongarije onder Horthy al vanaf 1920 de eerste antisemitische wetten introduceerde en de joden meer en meer marginaliseerde.
Twintig procent van de Hongaren ziet Horthy, staatshoofd van 1920 tot 1944 en bondgenoot van Hitler, als een ondubbelzinnig positieve figuur, die zich inzette voor teruggave van de gebieden die Hongarije als verliezer van de Eerste Wereldoorlog kwijtraakte. Net als in Oostenrijk wijzen Hongaren graag naar Duitsland als enige verantwoordelijke van de Holocaust. Een tentoonstelling die beweert dat het iets minder simpel ligt, past niet in de tijdgeest.
In een opzicht hebben Horthy-sympatisanten gelijk: de man was weliswaar een antisemiet, maar zeker geen Hitler. Getto’s kende Hongarije tot 1944 niet en na een massaslachting onder joden en Serviërs in Novi Sad kwamen de daders voor het gerecht. Tot de Duitse bezetting was Hongarije relatief veilig, ondanks wetten die het joden verbood met niet-joden te trouwen, onroerend goed kopen, te studeren en een reeks van beroepen uit te oefenen. Maar joodse mannen moesten in arbeidsdienst, en dat was geen vakantietrip. Toen Horthy – met Hitlers steun – de in 1919 verloren gebieden binnentrok, was introductie van de anti-joodse wetten een van de allereerste maatregelen.
En, zoals Harsány aangeeft, het lukte Adolf Eichman, die in 1944 van Hitler opdracht de Hongaarse joden te deporteren, uitsluitend om luttele maanden 600 duizend mensen naar Auschwitz te sturen dankzij de hulp van honderdduizenden Hongaren. En Horthy bleef ondanks de Duitse inval staatshoofd en was zeker niet alleen een machteloze marionet. Hij was invloedrijk genoeg om in juli 1944 de deportaties te laten stoppen, waarschijnlijk nadat hem door de geallieerden duidelijk was gemaakt dat hem anders na de oorlog een proces wachtte.