Posts tonen met het label Oostenrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oostenrijk. Alle posts tonen

zondag 5 november 2017

Oostenrijk kan niet zonder Hongaarse werknemers


Foto Runa Hellinga
Bad Sauerbrunn kan niet zonder Hongaarse arbeid
Bij het Shellstation langs de autoweg bij het Oostenrijkse Nickelsdorf bestel je makkelijker koffie in het Hongaars dan in het Duits. Vrijwel het hele personeel komt uit van net over de grens. Zoals veel mensen in West-Hongarije werken ze liever in Oostenrijk, waar het minimumloon vijf keer hoger is als thuis.
Na illegale asielzoekers en veiligheid zijn werknemers en migranten uit de EU, vooral uit de armere buurlanden Hongarije, Slowakije en Slovenië, een hoofdthema in de Oostenrijkse politiek. De boodschap van zowel de conservatieve ÖVP als de rechts-populistische FPÖ, de twee partijen die na de verkiezingen midden oktober waarschijnlijk samen de nieuwe regering vormen: burgers uit arme EU-landen houden de werkloosheid hoog en misbruiken Oostenrijkse sociale voorzieningen. Opmerkelijk, want de Oostenrijkse werkloosheid daalde sinds januari met maar liefst drie procent. Maar 7,7 procent is natuurlijk nog steeds best veel.
De forse daling komt niet van niets. De recente verkiezingscampagne suggereerde soms anders, maar het gaat goed met de Oostenrijkse economie. Economen voorspellen voor 2017 een groei van 2,8 tot 3 procent, de koopkracht groeit, het aantal mensen op de armoedegrens daalde van 20,6 naar 18 procent. Alleen: de nieuwe banen dat die groei oplevert, wordt voor 70 procent gevuld door werknemers uit oostelijke, armere EU-landen en andere immigranten. En zie je vooral hier aan de oostgrens, in Burgenland, terug.
Bij de bron in Bad Sauerbrunn tapt een bewoner flessen van het licht koolzuurhoudende, sterk naar ijzer smakende mineraalwater waaraan het Burgenlandse kuuroord zijn naam aan dankt. De terrassen op de Hauptplatz zijn leeg. Een bord bij restaurant de Dorfwirt meldt dat ze de hele dag warme maaltijden hebben. De jeugdige ober brengt een kaart. Hij spreekt perfect Duits, maar komt uit Albanië, zegt hij.
"We hebben hier in de horeca en de kuurbaden 600 arbeidsplaatsen. Die worden voor pakweg de helft door buitenlanders, vooral Hongaren, gevuld," zegt Gerhard Hutter,  burgemeester en afgevaardigde van de onafhankelijke Lijst Burgenland. Zonder hen gaat het niet, zegt hij. "De horeca is geen familievriendelijke bedrijfssector. De lonen zijn laag, de werktijden onregelmatig. Oostenrijkers willen dat niet.”
Minder begrip heeft hij voor Oost-Europese bedrijven, vooral in de bouw, die hun diensten ver onder de Oostenrijkse marktprijs aanbieden. "Ze betalen hun werknemers veel minder en houden zich niet aan onze regelgeving. Dat is oneerlijke concurrentie die moet worden aangepakt."
Wat hem daarnaast steekt, is dat buitenlanders vanaf het eerste moment dat ze in Oostenrijk wonen of werken, beroep kunnen doen op de sociale voorzieningen. De conservatieve ÖVP-lijsttrekker Sebastian Kurz wil nieuwkomers (ook Nederlanders die naar Oostenrijk verhuizen) pas na vijf jaar volledige sociale rechten en bovendien het woonland-principe invoeren: wie een gezin in het goedkopere Hongarije heeft, verliest het recht op volledige kinderbijslag. Hutter is het daar volledig mee eens.
Maar hij is de eerste om te erkennen dat open grenzen bepaald niet alleen nadelen hebben. Als één bondsland geprofiteerd heeft van de val van het communisme, het EU-lidmaatschap en het Schengenverdrag, dat is het Burgenland. "Vroeger was dit echt het einde van Europa. Aan de oostkant liep het IJzeren Gordijn. Daar kon geen mens, maar ook geen handel doorheen. Er gebeurde echt helemaal niets."
Bad Sauerbrunn was destijds een vergeten uithoek. Weinig herinnerde aan de bloeiperiode, toen Oostenrijk en Hongarije beide deel uitmaakten van het Habsburgse rijk en de trein Wenen-Sopron-Budapest in het kuuroord stopt. Kapitale villa's getuigen van die gloriejaren, waar een abrupt einde aan kwam toen datzelfde Habsburgse rijk na de Eerste Wereldoorlog in vele landen uiteenviel. Na de Tweede Wereldoorlog werden de oude kuurbaden afgebroken. Pas sinds eind jaren tachtig leeft het kuurtoerisme weer op.
Inmiddels zijn de contacten met Hongarije weer hersteld. Hutter: "Er zijn uitwisselingsprogramma's met scholen uit Sopron, net over de grens, Hongaarse studenten pendelen hierheen voor werk en onze kuurtoeristen maken uitstapjes daarheen. Dankzij die open grenzen heeft Burgenland de laatste dertig jaar een enorme economische inhaalslag gemaakt, daar is geen twijfel over mogelijk."


maandag 4 september 2017

Hitler verzwijgen heeft geen zin

Foto Runa Hellinga
Hitlerhuis in Braunau
Adolf Hitler hechtte weinig aan zijn geboortehuis aan de rand van het centrum van Braunau am Inn. Het was een huurhuis waar hij hooguit het eerste jaar van zijn leven heeft doorgebracht en waar ze wat hem betreft een kantoor in mochten vestigen. "Braunau was voor hem niet belangrijk. Linz was de stad van zijn jeugd," zegt Florian Kotanko, oud-directeur van het lokale gymnasium en voorzitter van de Vereniging voor Geschiedenis in Braunau. Toen Hitler na de machtsovername in Oostenrijk een bezoek aan zijn geboorteplaats bracht, reed hij het huis straal voorbij.
Toeristen denken er duidelijk anders over. Ze komen weliswaar niet met busladingen tegelijk, maar wie tien minuten de tijd neemt, ziet een gestage stroom belangstellenden stoppen. Ze bekijken de rots op de stoep, een steen uit concentratiekamp Mauthausen met daarop de tekst 'Voor vrede, vrijheid en democratie, nooit weer fascisme, miljoenen doden waarschuwen'. Ze nemen een foto en een enkeling laat zichzelf portretteren voor de lichtgeel gepleisterde gevel.
Veel bijzonders is er eigenlijk niet te zien, behalve dat het gebouw wat onderhoud kan gebruiken. Nergens staat dat Hitler hier geboren werd. Bewust niet. De stad ziet toeristen liever komen vanwege het fraaie historische centrum en doet er alles aan om belangstelling voor het Hitlerhuis te ontmoedigen, ook al uit angst dat het een verzamelpunt van neonazi's wordt. Kotanko maakt zich daar minder bezorgd om. "Er zal er vast wel eens een komen, maar geboortehuizen van beroemde of beruchte personen hebben nu eenmaal op heel veel mensen aantrekkingskracht,"  zegt hij.
Ooit was Braunau wel blij mee met hun bekende stadgenoot. Tot de oorlog toerisme de das omdeed, trok het geboortehuis ook tijdens het Derde Rijk de nodige geïnteresseerden en deed de plaatselijke middenstand goede zaken met fotobriefkaarten, vooral nadat Oostenrijk bij Duitsland was ingelijfd. Ondanks Hitlers desinteresse kocht zijn rechterhand, rijksleider Martin Bormann het pand in 1938 aan. Een paar bijgebouwen aan de achterkant moeten plaatsmaken voor een terrein voor openluchtbijeenkomsten. In 1943 werd het gebouw ter gelegenheid van Hitlers verjaardag ingericht voor 'volksopvoedkundige' doeleinden, met een galerie en een bibliotheek. Op de gevel staat nog steeds 'Volksbücherei'. Het terrein aan de achterkant is inmiddels parkeerplaats.
Na de oorlog werd de bestemming van het huis onderwerp van discussie. Een tijdlang hield de Amerikaanse veiligheidsdienst er kantoor. Later huurde de staat het pand en opende een sociale werkplaats. Plannen voor een gevelsteen om de slachtoffers van het fascisme te herdenken stuitten op verzet van de eigenaresse. Vandaar de rots uit Mauthausen, misschien zelfs een betere oplossing, want het is moeilijk het huis te fotograferen zonder die steen erbij.
Problemen ontstonden er pas toen de sociale werkplaats een paar jaar geleden wilde moderniseren. Ook dat weigerde de eigenaresse. De werkplaats verhuisde, het pand staat sindsdien leeg, maar de staat bleef jaarlijks zo'n 50.000 euro huur betalen om te voorkomen dat het aan verkeerde mensen zou worden verhuurd. Dat vond de Oostenrijkse Rekenkamer uiteindelijk te gek worden, maar een poging om het pand te kopen stuitte op nieuw verzet van de eigenaresse. De alarmbellen gingen pas echt rinkelen toen ze dreigde de huur op te zeggen, zegt Kotanko. Het ministerie van binnenlandse zaken greep in en stelde onteigening en sloop voor. Dat leidde tot gerechtelijke procedures die inmiddels bij het Europese Hof zijn beland.


vrijdag 25 augustus 2017

Nikabverbod in Oostenrijk maakt niet iedereen blij

foto Runa Hellinga
Saoedi-Arabische toeristen in Zell am See
Langs de boulevard van Zell am See slentert een jong stel. Zij stopt af en toe om een foto te nemen van haar man die in korte broek voor het bergmeer poseert. Gewoon, twee toeristen in Oostenrijk. Ze vallen op omdat zij van top tot teen in vormeloos zwart is gehuld. De nikab laat slechts haar ogen vrij. Niemand in Zell kijkt ervan op, maar eigenlijk is ze in overtreding. Nikabs en andere vormen van gezichtsbedekking zijn sinds kort in Oostenrijk verboden. Vanaf 1 oktober volgt een boete van 150 euro, voor burgers, maar ook voor toeristen.
Het verbod maakt onderdeel uit van een nieuw integratiepakket. De bevoegd minister, Sebastian Kurz, heeft het 'integratie door prestatie' gedoopt. Dat behelst onder meer Duitse les, verplicht gemeenschapswerk en een verbod op verspreiding van salafistische geschriften. Er was al een verbod op buitenlandse financiering van islamitische verenigingen. Onomstreden is het nikabverbod niet. De Groenen zijn tegen, maar ook de conferentie van bisschoppen bekritiseerde het als overdreven.
Twaalf jaar geleden kwam Zell am See op het idee om op de Arabische toeristenmarkt te adverteren. Sindsdien zijn vrouwen met nikabs niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Vooral 's zomers, als het in de woestijn over de vijftig graden wordt, is het 10.000 inwoners tellende stadje er populair. Het groene landschap, de koele berglucht, sneeuw op de hogere hellingen en een forse regenkans maken Zell ideaal voor een Arabische zomervakantie.
Met rond de 300.000 overnachtingen zijn Arabische gasten uit het Midden-Oosten goed voor 15 procent van het toerisme in Zell. Daarmee staat het in Oostenrijk op eenzame hoogte, want in totaal heeft het land jaarlijks 530.000 overnachtingen uit de Arabische wereld.
Ze nemen de skilift, maken een boottochtje of eten een ijsje. Of ze gaan winkelen; Arabische toeristen spenderen pakweg vier keer zoveel als de gemiddelde Nederlandse of Duitse bezoeker.
De twee op de boulevard spreken geen woord Engels, maar als het jonge stel parfumerie Marienaud binnenloopt, wijst de vrouw gedecideerd aan wat ze wil. Al gauw laadt de verkoopster het ene flesje na het andere potje in een papieren tas. De kassabon is uiteindelijk pakweg een halve meter lang.
Geen wonder dat ze in Zell niet juichen over het verbod je gezicht te bedekken, al reageren velen in de lokale toeristenindustrie voorzichtig als hun mening wordt gevraagd. "We laten ons niet over politiek uit. Over de gevolgen kun je pas iets zeggen aan het einde van het seizoen", zegt Sandra Zorn van het lokale toeristenbureau. Bij supermarkt Aydin, boordevol Arabische levensmiddelen, wil de Turkse verkoopster niet meer kwijt dan dat ze het verbod een slecht idee vindt.
Alleen burgemeester Peter Padourek vreest openlijk dat Arabische gasten zullen wegblijven. Er zijn genoeg bestemmingen waar ze welkom zijn, meende hij in mei toen hij de regering vroeg om ten minste te zorgen voor een voorlichtingscampagne, zodat Arabische toeristen niet denken dat Zell het allemaal zelf heeft bedacht.
Amal al-Ali, haar man Isa en hun kinderen ontvluchten iedere schoolvakantie het stikhete Dubai en reizen dan door Europa. Ze komen net uit Praag en gaan nog naar Zwitserland. Van het verbod hadden ze nog niet gehoord, maar hoewel Amal zelf ongesluierd is, vindt ze het idioot. "Dat moet iedereen toch zelf weten. Wij vragen toeristen in Dubai toch ook niet om juist wel een nikab te dragen", meent ze. Haar man verwacht dat het bezoekers afschrikt. "Wie aan de nikab hecht, heeft zoveel andere plaatsen om heen te gaan."
Maar Barbara Scheider, eigenaresse van het botenverhuurbedrijf aan het meer, is een uitgesproken voorstander. "Hoofddoeken en lange jurken, prima, maar in Europa kijken we elkaar in het gezicht. Mij laten ze daar ook niet toe als ik zo kom", zegt ze, wijzend op haar shorts. Ze is niet bang voor klantenverlies: "Zwitserland heeft al een verbod, en sommige vrouwen zijn daar blijkbaar juist heel blij mee, want het geeft hen een goed argument om zonder gezichtsbedekking te lopen". Die bewering doen meer mensen in Zell, al is er in de praktijk maar een Zwitsers kanton dat echt zo'n verbod kent.
De Saudische ambassade raadt toeristen aan zich aan de nieuwe wet te houden. Maar wat er gebeurt als vrouwen na 1 oktober toch hun gezicht blijven verbergen, is de vraag. Of de politie dan daadwerkelijk gaat beboeten, weet ook burgemeester Padourek nog niet. Agenten die het willen proberen, hebben in ieder geval een taalprobleem. "De meeste klanten spreken hooguit genoeg Engels om een boot te huren", zegt Scheider.

dinsdag 1 augustus 2017

Het gevaar van een koe

Foto Runa Hellinga
Loslopende koeien zijn niet zonder gevaar
Iedereen die in de bergen wandelt, kent het probleem: een weide vol koeien, en de vraag of je daar eigenlijk wel veilig langs kunt wandelen. Het antwoord van de voorlichtingsfilm 'Een alpenwei is geen kinderboerderij' die de Tiroolse Kamer van Koophandel, de Oostenrijkse Alpenvereniging en nog een aantal organisaties vorige week met haastige spoed maakten, is 'ja, als je je aan deze veiligheidsregels houdt'.
Aanleiding voor de video was het grote aantal 'koeienaanvallen' deze zomer. De cijfers liegen er niet om. Een alpenweide is inderdaad geen kinderboerderij. Sinds begin juni raakten in Oostenrijk al acht mensen gewond en kwam een vrouw om door deze, zoals de voorlichtingsvideo herhaaldelijk benadrukt, in principe vreedzame dieren.
De laatste slachtoffers afgelopen donderdag waren een moeder met haar anderhalf jaar oude dochtertje dat in een draagrugzak op haar rug zat. Samen met de vader en een ander kind liepen ze langs een koe met een pasgeboren kalf. Moeder koe vond hen duidelijk een bedreiging. De schade was deze keer gelukkig niet zo heel groot, moeder en peuter werden onder de voet gelopen, maar kwamen er met schaafwonden en blauwe plekken vanaf. Afgelopen zondag waren vijf andere toeristen met een hond aanzienlijk minder gelukkig. Twee van hen raakten zwaar gewond bij een koeienaanval. Ook maandag raakte een wandelaar gewond.
Koeienaanvallen zijn in Oostenrijk, maar ook elders waar koeien en mensen elkaar in de wei ontmoeten, een jaarlijks terugkerend probleem, vooral in de kalvertijd. In Groot-Britannië, waar een eeuwenoud stelsel van vrij toegankelijke paden wandelaars vaak door weides leidt, werd de koe in 2015 officieel tot dodelijkste dier uitgeroepen. Binnen vijftien jaar kwamen er op de Britse eilanden 74 mensen om als gevolg van een aanval van boze stier of moederdieren. Ter vergelijking: in datzelfde Engeland zorgden agressieve honden in acht jaar tijd voor 17 dodelijke ongelukken.
De adviezen uit de Oostenrijkse video op een rijtje: probeer liefst helemaal te vermijden dat je door een wei met koeien moet, maar als het niet anders kan sluit dan netjes de eventuele hekken en volg de kortste roude, meestal het aangegeven wandelpad. Mocht daar een koe staan, loop er met een respectvolle boog (minstens 20 meter, liefst meer) omheen, en ga geen gekke gebaren of geluiden maken om het dier te verjagen, dat werkt alleen maar averechts. Denk eraan dat een boze koe 750 kilo boos beest met hoeven en hoorns is. Blijf uit de buurt van koeien met kalveren en probeer vooral niet om zo'n schattig kalf te aaien. Mocht een koe toch aanvallen, geef dan met een stok gerichte tik op de neus.
Een speciale waarschuwingen geldt voor mensen met honden. Koeien zien namelijk weinig verschil tussen hond en wolf. Eigenlijk is het advies: ga met een hond niet tussen de koeien wandelen. Hou hem in ieder geval aangelijnd en zorg zo mogelijk dat hij zo onzichtbaar mogelijk midden in het gezelschap loopt. Mochten moederkoeien zich toch geroepen voelen hun kalf toch tegen deze wolf te beschermen, probeer de hond niet te verdedigen, maar laat hem los. Hij is ongetwijfeld aanzienlijk sneller weg dan zijn baasjes.




woensdag 8 juni 2016

Dichtbij Oostenrijk

Vluchtelingenkamp in Körmend
Bij de Tesco aan de rand van Körmend lopen vier met machinegeweren bewapende veiligheidsmensen naar binnen, leden van de speciale eenheid die de Hongaarse regering onlangs naar het stadje nabij de Oostenrijkse grens stuurde, met het doel de burgers te beschermen tegen overlast van het lokale vluchtelingenkamp. "Keulse toestanden zullen wij niet tolereren," aldus regeringspartij Fidesz op haar Faceboek-site.
Wie denkt aan hordes verkrachtende asielzoekers komt bedrogen uit. Er ging weliswaar het gerucht dat kampbewoners handballende meisjes in een nabijgelegen stadion hadden lastiggevallen. Volgens sommige media moesten de sportsters zelfs geëvacueerd worden. Ook zouden de asielzoekers een raampje hebben gebroken. 
Körmenders gingen de straat op om te protesteren tegen de onveilige omstandigheden. Maar feitelijk blijkt er helemaal niets gebeurd te zijn. Dat er een raampje kapot was, klopt weliswaar, maar niemand hoe dat precies komt. En de rest van het verhaal is volgens de regionale politiecommissaris János Tiborcz complete nonsens. Ook enkele van de betrokken meisjes hebben inmiddels verklaard dat ze nooit zijn lastiggevallen.
Niet dat daarnaar werd geluisterd. De regering, die asielzoekers als nationaal gevaar afschildert en geen enkele vluchteling wil toelaten, besloot de veiligheidseenheid hoe dan ook te sturen. Die houdt sindsdien strikt oog op ‘wangedrag’. Dat leverde een Afghaan al een boete van zo’n 150 euro op omdat hij naast het zebrapad was overgestoken.
En dat, terwijl de asielzoekers toch al goed in de gaten werden gehouden. Het vluchtelingenkamp, dat begin mei werd geopend, ligt niet toevallig aan het einde van een doodlopende weg op het terrein van de Körmendse politieschool. Vluchtelingen die de stad in willen, moeten eerst langs een sportveld vol politierecruten en langs talrijke politieagenten.
Het kamp zelf bestaat uit zo'n dertig legertenten met stapelbedden, samen goed voor driehonderd slaapplaatsen. Door de tentdaken steken kachelpijpen, maar in de koude nachten in mei was het steenkoud in de tenten, vertelt een Pakistaan. Er zijn zes wc's en zes douches. Om het kamp staat een hek en bij de ingang een kaalgeschoren bewaker. Wie het kamp in- of uit wil, moet zich bij hem melden. Van journalisten moet hij niets hebben.
Samen met een tweede kamp in het nabijgelegen Szent Gotthard dat binnenkort open moet gaan, wordt Körmend volgens de plannen straks het enige Hongaarse vluchtelingenkamp. Beide kampen liggen vlakbij de Oostenrijkse grens. Opvangcentra elders moeten sluiten en de bewoners worden geleidelijk hierheen overgebracht.
De Iraniër Mohamed Ali behoorde tot de eersten die dat overkwam. Hij arriveerde vier maanden geleden in Hongarije, nadat hij bij het drielandenpunt met Roemenië simpelweg om het einde van het beruchte hek langs de Hongaars-Servische grens was heengelopen. De eerste maanden zat hij in Bicske, een redelijk asielzoekerscentrum midden in Hongaren met echte gebouwen, behoorlijke voorzieningen en redelijk eten. "Maar twee weken geleden ben ik met vijftien anderen plotseling hierheen gestuurd."
Niemand heeft uitgelegd waarom hij moest verhuizen, maar Ali heeft zijn vermoedens. De beroerde behuizing, het slechte eten en de extreme controle zijn een goede aansporing om zo snel mogelijk weer weg te willen. "Ze willen gewoon dat we vertrekken. Toen ik hier kwam, waren er tweehonderd mensen. Nu nog maar honderd of zo." De rest? Hij gebaart naar het westen, waar achter glooiende akkers en bossen de Oostenrijkse grens loopt. "Het zijn een paar kilometer, je loopt er zo heen," zegt hij.
Sinds begin dit jaar zijn er meer dan 12000 asielzoekers in Hongarije geregistreerd, maar de meesten verlaten het land zo snel mogelijk. Eind april zaten er in het totaal nog geen 1800 mensen in Hongaarse asielzoekerscentra. De opening van het kamp in Körmend was voor buurland Oostenrijk aanleiding om vanaf 1 mei grenscontroles langs de Hongaarse grens te introduceren. Sommigen, vooral de extreemrechtse FPÖ die in het aan Hongarije grenzende bondsland Burgenland in de regering zit, pleiten ervoor een grenshek te bouwen.
In de eerste vier weken van de controles zijn 1919 mensen aangehouden. Dat is dertig procent meer dan in de hele periode tussen januari en eind april, toen in het totaal 1236 asielzoekers werden betrapt toen ze de grens overstaken.


zondag 1 mei 2016

Europa's nieuwe grenzen: het dreigende einde van een Euregio

Foto Runa Hellinga
Grens op de Brennerpas. Straks weer een slagboom?
"Dit is het begin van het einde van de EU," zei Geert Wilders heel tevreden na afloop van het referendum over Oekraïne. De PVV-politicus kan zich niets mooiers indenken: ons eigen kleine Nederlandje, veilig binnen zijn eigen grenzen. Onze eigen gulden terug, en als je naar het buitenland wil, lekker in de file voor de grenscontrole. Een dagje fietsen in Euregio Maas-Rijn, kriskras over kleine weggetjes van Zuid-Limburg naar Duitsland en België? Niet als het aan de Limburgse politicus ligt.
Op de Oostenrijks-Italiaanse Brennerpas dreigt Wilders droom binnenkort realiteit te worden. Daar dreigt een nieuwe Europese grens een einde te maken aan de Euregio Tirol-Südtirol-Trentino  Nog is een provisorisch grenspaaltje in outlet-center Brennerpas het enige dat erop wijst dat je bovenop de Italiaans-Oostenrijkse staatsgrens staat. Hoe idioot die grens is, merk je zodra je van het ene land naar het andere loopt. Aan beide kanten van de grens spreken mensen hetzelfde Duitse dialect, betalen ze met de euro, eten ze Tiroler Speck en Knödel en gaan ze in Innsbruck winkelen. Zolang het duurt. Want als het aan de Oostenrijkse minister van defensie Hans Peter Doskotil ligt, voert dat land vanaf eind mei weer grenscontroles op de Brenner in.
De eerste bouwwerkzaamheden zijn al begonnen en Doskotil dreigt onder extreme omstandigheden met totale afsluiting van de pas. De reden: vluchtelingen. Op deze koude, winderige ochtend loopt er slechts één kleumende Pakistaan in een dunne katoenen traditionele shalwar en kameez over straat. Het kleine transit-opvangcentrum in Brenner, het Italiaanse dorpje bovenop de pas, is gesloten. Maar Oostenrijk vreest dat er deze zomer wel eens een miljoen vluchtelingen vanuit Libië naar Italië zouden kunnen oversteken.
In een café in Brenner is op een foto te zien hoe het vroeger was. Bij de oude grenspost, waar nu lederhosen worden verkocht, stond een slagboom die voor iedere auto open en dicht ging. Op de foto is maar weinig verkeer. Maar de Brenner is tegenwoordig de drukste overgang over de Alpen naar Italië en de eindeloze stroom vrachtwagens die op een koude aprildag over de pas kruipen doet het ergste vermoeden voor de zomerse files die grenscontroles nu zouden veroorzaken. Italië is dan ook woedend en heeft gedreigd met een EU-procedure tegen Oostenrijk.
Lena Fassnauer en haar drie klasgenoten in het St. Margarethenscholencentrum in het Zuid-Tiroolse Sterzing reageren emotioneel op de vraag hoe ze denken over de aangekondigde controles. Ze wonen weliswaar in Italië, maar ze zijn opgegroeid in de euroregio en kennen geen grens. Ze hebben vrienden in Oostenrijkse buurdorpen en het Oostenrijkse Innsbruck, een half uur met de auto, is de stad waar ze uitgaan en waar ze volgend jaar willen gaan studeren. Omgekeerd is het Oostenrijkse en Duitse toerisme van enorm belang voor de regio, maar wie komt er straks voor een dagje of een lang weekend als hij op de terugweg uren in de file staat? Ze kunnen het zich niet indenken, een echte grens tussen hen en Oostenrijk.
De vier hebben Italiaanse paspoorten, maar als je het vraagt wat ze zich voelen, aarzelen ze niet: Zuid-Tiroler, Tiroler ook, maar Italiaan? Nee. Vooral Lena ziet Italiaans echt als vreemde taal. Sterzing is Duitstalig, net trouwens als tweederde van alle Zuid-Tirolers.
Foto Runa Hellinga
Sterzing, Zuid-Tirool
Tot 1918 behoorde Zuid-Tirool tot Oostenrijk. Italië kreeg het gebied als beloning voor de steun die dat land tijdens de Eerste Wereldoorlog vanaf 1915 aan de Entente tegen Duitsland en Oostenrijk heeft gegeven. Op dat moment was Zuid-Tirool geheel Duitstalig, maar de Italianen wilden graag een bergketen als grens.
Tussen 1956 en 1988 kende Zuid-Tirool een autonomiebeweging die zo'n 361 aanslagen pleegde. Sinds de grenzen in 1996 opengingen, is het Tiroler nationalisme minder luid, maar de in 2007 opgerichte afscheidingsgezinde Süd-Tiroler Freiheit is juist onder jongeren populair, zegt leraar Franz Kompatscher.
Kompatscher is ook burgemeester van de gemeente Brennero waar Brenner, een dorpje van 250 inwoners, deel van uitmaakt. Het dorpje bouwde in 2014, toen de vluchtelingenstroom op gang kwam, al een transitopvang. Momenteel passeren er dagelijks zo'n dertig vluchtelingen. Maar er is tegenwoordig ook een stroom in omgekeerde richting, naar Italië, zegt Kompatscher.
De burgemeester is groot voorstander van de open Euregio, en niet alleen omdat hij zich zorgen over de gevolgen als er straks duizenden asielzoekers in Brenner stranden. De Euregio betekent echt iets voor de dorpen. Er is intensieve regionale samenwerking, vooral met de Oostenrijkse buurgemeente Gries, wat betreft cultuur, toerisme, onderwijs en niet te vergeten veiligheid. Het leven in de bergen kent zijn eigen problemen, zoals sneeuw, lawines en overstromingen. Natuur houdt geen rekening met grenzen.
Natuurlijk brengt grenscontrole die initiatieven niet tot stilstand, maar belemmerend wordt het zeker als er straks eindeloze files zijn. Bovendien zijn zulke controles geen oplossing, zegt Kompatscher. Ieder voor zich betekent alleen maar dat ieder land de problemen op een ander probeert af te schuiven. "Het is een puur politiek gebaar. Er zijn verkiezingen in Oostenrijk, de regeringspartijen staan op verlies en zo proberen stemmen terug te winnen van de rechtse FPÖ die succes heeft met zijn campagne tegen vluchtelingen." De enige echte oplossing is volgens hem samenwerking, tussen Oostenrijk en Italië en op Europees niveau, om te voorkomen dat het aan de Brenner, en elders, uit de hand loopt.

zondag 24 april 2016

Haiders partij droomt over Oostenrijks presidentschap

Foto Runa Hellinga
FPÖ-verkiezingsbijeenkomst in Salzburg
De bierkelder waar de Oostenrijkse FPÖ-presidentskandidaat Norbert Hofer zijn Salzburger verkiezingstoespraak houdt, staat blauw van de rook. Grote pullen bier, worsten en schnitzels, geweien aan de wand, hoempapamuziek, Lederhosen, jagersjasjes en dirndljurken, alle clichés komen langs en zo hoort het ook, want dit is waar Hofer voor staat: de 'autochtone' Oostenrijker. "Deine Heimat braucht dich jetzt" aldus een groot affiche boven het podium.
De  verkiezingen moeten nog plaatsvinden, maar de sfeer in Salzburg een week geleden was al euforisch alsof de overwinning al behaald was. Niet ten onrechte: alle opiniepeilingen wijzen erop dat Hofer, kandidaat van de extreemrechtse Vrijheidspartij, bij eerste ronde van de Oostenrijkse verkiezingen vandaag op de eerste of tweede plaats zal eindigen. In een campagne die gedomineerd wordt door de vluchtelingenproblematiek en waarin partijen elkaar overschreeuwen met maatregelen om de Oostenrijkse grenzen af te sluiten, maakt Hofer geen slechte kans de tweede ronde ook te winnen. Dat de Hofburg, het presidentieel paleis, binnen handbereik is, had niemand in de FPÖ begin dit jaar durven bevroeden. Aanvankelijk aarzelde Hofer zelfs of hij zich wel in de kansloos lijkende presidentsrace zou mengen.
De licht hinkende Hofer - hij raakte ooit zwaar gewond in een paraglidingongeluk - benadrukt graag hoe gewoon hij is. Hij is de politicus die als ervaringsdeskundige opkomt voor de rechten van gehandicapten. Zijn vrouw kan soms niet mee op campagne kan omdat ze als bejaardenverzorgster vroege dienst heeft. "Hij lijkt de ideale schoonzoon. Maar hij is ook de man achter het in 2011 verschenen FPÖ-Handboek, waarin Oostenrijkers uitdrukkelijk worden omschreven als 'deel van het Duitse Volk'. Dat is een omstreden passage die Jörg Haider in het verleden juist had geschrapt" zegt Groene-politicus Karl Öllinger die zich uitvoerig heeft verdiept in Hofers politieke standpunten.
Hofer is geen bijzonder begenadigd spreker, maar dat hoeft ook niet. Hij weet wat zijn aanhang willen horen. Niet alleen vluchtelingen, maar ook 'gastarbeiders' moeten naar huis. Het is een oud FPÖ-thema dat versterkte kracht krijgt door de vluchtelingen. De grenzen moeten dicht om 'economische asielzoekers' en 'moslimterroristen' tegen te houden en er moet een einde komen aan 'de dictatuur van Brussel'. Iedereen juicht als Hofer uithaalt naar de gevestigde politieke orde, de socialistische SPÖ en de christendemocratische ÖVP de twee partijen die sinds de Tweede Wereldoorlog vrijwel permanent samen aan de macht waren.
Foto Runa Hellinga
Verkiezingsaffiche van Hofer in Tirol
Nou staat de FPÖ-aanhang niet alleen in haar afkeer van die gevestigde orde. Minstens even opmerkelijk als Hofers opkomst is de kansloosheid van de SPÖ-kandidaat Rudolf Hundstorfer en ÖVP-kandidaat Andreas Khol. Volgens de laatste opiniepeilingen zijn ze samen goed voor 26 procent van de stemmen. De koploper in de peilingen, de bedachtzame groene econoom Alexander van der Bellen, staat op 25 procent, Hofer op 24 en de nummer drie op de populariteitslijst, de partijloze voormalige rechter Irmgard Griss, op 22 procent.
Niet alleen de SPÖ- en ÖVP-presidentskandidaten, ook hun partijen scoren slecht. Decennia lang konden ze vrijwel automatisch rekenen op de politieke meerderheid. Nu staan ze volgens de peilingen net iets boven de 40 procent, een historisch dieptepunt. In Oostenrijk wordt al gesproken over het einde van de Tweede Republiek, het politieke bestel waarin sinds de oorlog vrijwel ieder besluit en ieder baantje het resultaat is van die grote coalitie tussen SPÖ en ÖVP.
Samenwerking lijkt plaats te maken voor politieke polarisatie. Van der Bellen staat voor alles wat Hofer verafschuwt: milieuzorg, tolerantie voor minderheden en solidariteit met zwakkeren, ook als dat geen Oostenrijkers zijn. Hofer noemde Van der Bellen een 'groene fascistische dictator' nadat die had gezegd dat hij als president niet zomaar een FPÖ-premier zou benoemen, ook niet als die partij de grootste zou worden.
Maar zelf wil Hofer een einde maken aan de Oostenrijkse praktijk van een staatshoofd dat iedereen vertegenwoordigt en dat boven de partijen staat: "Ik zeg het eerlijk, ik zal als president niet boven de partijen staan. Ik ben FPÖ door en door en als de regering het naar mijn mening niet goed doet, zal ik die ontbinden." Dat recht heeft de Oostenrijkse president. De handen in Salzburg gaan enthousiast op elkaar.

zondag 20 december 2015

In Wolkersdorf zijn vluchtelingen welkom

Foto Runa Hellinga
De Syrische Hedil Sheban en haar dochtertje Hennen.
Pakweg op het moment dat er in Geldermalsen rellen waren rond de komst van een asielzoekerscentrum (AZC) was ik toevallig in het Oostenrijkse Wolkersdorf voor een reportage over de vluchtelingenopvang daar. In Wolkersdorf, 7000 inwoners, hebben ze er geen problemen mee. Verschil met Geldermalsen (10.000 inwoners): in Wolkersdorf worden geen 1500, maar 140 mensen opgevangen, en ze wonen ook niet allemaal in één groot gebouw. Het Oostenrijkse beleid is gericht op evenredige verdeling in het hele land. En dat werkt. Misschien wordt het tijd dat ze in Den Haag hun licht in Wenen gaan opsteken. Een verslag.

In een conferentiezaal van de Manner-koekjesfabriek in Wolkersdorf hebben twaalf vluchtelingen taalles. De docente is een gepensioneerde lerares, en ze geeft les met behulp van een Engels-Arabische tolk, zelf ook een vluchteling. Het is hun vierde les en ze leren antwoord te geven op simpele vragen als 'hoe heet je' en 'waar kom je vandaan'. Een ouder echtpaar komt niet veel verder dan de vraag herhalen, maar de zachte g van het Duitse 'Ich' kost iedereen hoorbare moeite. Alleen bij het enige kind in de groep glijdt de klank makkelijk de keel uit. Maar hij gaat dan ook al naar school.
De twaalf behoren tot zes Syrische families die enkele weken geleden in Wolkersdorf arriveerden, de laatste van de 140 asielzoekers in het stadje. Daarmee voldoet Wolkersdorf ruimschoots aan de opvangverplichtingen die iedere Oostenrijkse gemeente heeft. Oostenrijk zag dit jaar honderdduizenden vluchtelingen komen en meestal ook weer gaan. Maar ruim 85000 van hen besloten uiteindelijk om niet door te reizen naar Duitsland, maar asiel aan te vragen in het 8,2 miljoen inwoners tellende Alpenland. Om het opvangprobleem aan te pakken verplichtte de regering in juli iedere gemeente, ook de kleinste dorpen, om minimaal anderhalf procent van de totale bevolking aan vluchtelingen op te nemen. 
Het onderdak kan van alles zijn: leegstaande woningen van particulieren, een leegstaande bedrijfshal die wordt omgebouwd of een hotel waarvan de eigenaar toch al wilde stoppen. Heel wat leegstaande gebouwen vonden zo een nieuwe bestemming. De staat betaalt de basiskosten: huur, €5,50 per persoon per dag voor eten en drinken en maandelijks 40 euro zakgeld. Daarnaast krijgt iedereen eenmalig 150 euro kleedgeld en worden de schoolbenodigdheden van leerplichtige kinderen vergoed. De totale vergoeding komt neer op pakweg een derde van het Oostenrijkse bijstandsniveau. Al het andere moet komen van lokale initiatieven. 
Uiteraard stonden niet alle gemeenten te juichen. De antibuitenlanderpartij FPÖ dreigde met een nationaal referendum. Maar je moet constateren dat het beleid ondanks dat soort gemor werkt. Meer dan de helft van alle gemeenten heeft inmiddels vluchtelingen opgenomen en dat loopt, dankzij de kleine aantallen, vrijwel overal probleemloos. Het aantal gemeenten dat aan zijn verplichting voldoet, groeit ook dankzij een stok achter de deur die in oktober werd ingevoerd: wie weigert, riskeert dat er alsnog een grootschalig opvangcentrum in de gemeente wordt gebouwd. 
Toen in juli de eerste vijftig mensen in Wolkersdorf zouden arriveren, organiseerde de gemeente een voorlichtingsbijeenkomst. “We verwachtten protesten,” zegt Rudolf Rögner van Flüchtlingshilfe Wolkersdorf, “Maar van de 250 belangstellenden protesteerde er één. De rest kwam om te horen wat er ging gebeuren en wilde vooral weten hoe ze konden helpen”.
En helpen doen de Wolkersdorfers. Integratie staat voorop en zo'n dertig vrijwillige docenten zorgen ervoor dat iedereen zo snel mogelijk taalles krijgt. Koekjesfabrikant Manner, een van de grootste werkgevers in het stadje, stelde er graag ruimte voor beschikking. Er zijn gezamenlijke sportactiviteiten, wandelingen en onlangs was er een welkomsfeest.