Posts tonen met het label verkiezingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verkiezingen. Alle posts tonen

dinsdag 24 februari 2015

Barsten in Orbáns macht

De Poolse steun voor Orbán is voorbij
Met één zetel minder heeft de Hongaarse regeringspartij Fidesz nog steeds een meer dan comfortabele meerderheid in het parlement. Het verlies van de parlementaire tweederde meerderheid bij tussentijdse verkiezingen in Veszprém heeft vooral symbolisch betekenis. Een week geleden leek een overwinning voor Fidesz vrijwel zeker. Toch ging de beslissende zetel naar een onafhankelijke kandidaat die gesteund werd door de gezamenlijke linkse oppositie. Het is niet het enige teken dat er iets knaagt in de regeringspartij.
Een half jaar geleden leek premier Viktor Orbán nog onwankelbaar op zijn troon te zitten. In april 2014 jaar kreeg Fidesz bij landelijke verkiezingen ruim 43,5 procent van de stemmen achter zich (en zelfs meer dan 45 procent, als je de Hongaren uit de buurlanden meerekent die ook mochten stemmen). De linkse oppositie volgde op afstand met 26 procent. De lokale verkiezingen afgelopen najaar werden een ware slachting voor de oppositiepartijen.
Sindsdien lijkt Orbán zijn ijzeren greep te verliezen. In oktober vorig jaar moest hij onder druk van massale demonstraties een belasting op internetgebruik intrekken. Daarna verloor Fidesz bij een reeks tussentijdse verkiezingen niet alleen in Veszprém, maar ook eerder in Boedapest en bij burgemeestersverkiezingen in Ózd en Mezőtúr. Volgens opiniepeilingen is Fidesz nog steeds de grootste partij, maar iedere maand weer een beetje minder populair.
Fidesz-politici reageerden in het openbaar maandag luchtig op  het verlies in Veszprém. Maar de stad geldt als echt Fideszbolwerk, waar de partij twintig jaar lang fluitend alle verkiezingen won. De conservatieve krant Magyar Nemzet meende dan ook: “De regeringspartij heeft in Veszprém meer verloren dan haar tweederde meerderheid”. 
Intern werd daar in Fidesz duidelijk ook zo over gedacht. Het partijbestuur kwam maandag dan ook in spoedberaad bijeen. Daar bleken de meningen verdeeld. Tibor Navracsics (nota bene de man wiens zetel in Veszprém vrij was gekomen omdat hij eurocommissaris is geworden) meent dat de koers om moet. Anderen zien de tussentijdse verkiezing als niet meer dan een klein schokje in een verder soepel lopende machine. 
Maar die schokjes doen zich steeds vaker voor. Zelfs uit het gesloten bolwerk dat Fidesz tot nu toe was, klinkt tegenwoordig af en toe kritiek, ook van prominente leden. Vicevoorzitter Zoltán Pokorni haalde eind vorig jaar uit naar de protserige levensstijl van bijvoorbeeld János Lázár, topman van Orbáns bureau. Pokorni kreeg daarbij steun van parlementsvoorzitter László Kövér.
Enkele weken geleden brak Lajos Simicska, kamergenoot van Orbán op de universiteit en eigenaar van het media-imperium achter Fidesz, met zijn oude vriend. Als reden noemde hij onder meer Orbans goede relatie met Putin. “Ik ben opgegroeid toen de Sovjets nog hier waren en ik heb daar geen goede herinneringen aan. En eerlijk gezegd zie ik niet veel verschil tussen de toenmalige Sovjets en het gedrag van de huidige Russische politici.”
Voormalige staatssecretaris en Fidesz-lid Zoltán Illés bekritiseerde deze week bij de zender ATV niet alleen het besluit om met Russische steun de kerncentrale in Paks te vernieuwen, maar noemde het hele regeringsbeleid "niet gebaseerd op waarden, maar alleen maar gericht op het vergaren en behouden van macht". Volgens hem  is het noodzakelijk dat Orbán aftreedt en er nog voor de volgende verkiezingen een zakenkabinet met vakmensen de regering over neemt. De kans erop lijkt voorlopig nog niet erg groot, maar dat zulke geluiden klinken uit Orbáns eigen achterban, is opmerkelijk. 
Ook buiten eigen land raakt Orbán vrienden kwijt. Afgelopen week werd hij bij een bezoek aan Polen vanwege zijn relaties met Rusland zeer koel ontvangen door premier Ewa Kopacz. President Jarosław Kaczyński weigerde zelfs om hem te zien.
Vooral die afwijzing moet hard aan zijn gekomen, want Kaczyński was tot nu toe een belangrijke steunpilaar. Iedere keer als in Hongarije een pro-regeringsdemonstratie werd gehouden, stuurde de Poolse politicus bussen vol met honderden tot enkele duizenden Polen die met veel vaandelgezwaai hun solidariteit kwamen betuigen.
Voor de meeste kiezers spelen overigens andere zaken, zoals de toenemende beschuldigingen van corruptie en hun eigen levensomstandigheden. Haast een derde van de Hongaren leeft in op de rand van armoede. Sinds 2012 zijn zo’n 350.000 mensen naar het buitenland vertrokken omdat ze thuis geen toekomst zagen.
Orbáns dalende populariteit is trouwens niet automatisch goed nieuws voor links. Veel mensen hebben slechte herinneringen aan de socialistische regering van premier Ferenc Gyurcsány. Bovendien zijn de oppositiepartijen hopeloos verdeeld en daardoor nauwelijks een alternatief.
Bij burgemeestersverkiezingen in Mezőtúr begin februari won een rechtsextremist die op Facebook openlijk had opgeroepen om op zigeuners te schieten. Ook in Ózd won eerder een kandidaat van de extremistische Jobbik. De extremistische ideologie speelt daarbij voor kiezers vaak nauwelijks een rol. “Ik heb geen computer, dus Facebook zie ik niet. Ze hebben nog nooit geregeerd, dus maar eens kijken wat zij ervan maken, ” aldus een man uit Mezőtúr op tv.




zondag 30 maart 2014

Alweer een opening!

Het vernieuwde Kossuth tér
Het kan niet op, dezer dagen. Je kunt je in Hongarije niet omdraaien, of er is weer wat geopend. Vrijdag de nieuwe metrolijn 4 in Boedapest, eerder die week maakte premier Viktor Orbán bekend dat Hongarije de helft van de Seuso-schat terug had gekocht (oké, geen opening),, op 15 maart werd het hernieuwde Kossuthplein voor het parlement ingewijd en midden volgende week gaat de vernieuwde Várkert Bazár op de helling van de burchtheuvel open. Dat wil zeggen, de bazaar wordt weliswaar geopend, maar echt af is die nog niet. De bouwwerkzaamheden worden naar verwachting pas in augustus afgerond. Maar ja, dan zijn er geen verkiezingen.
De opening van de metro is trouwens ook maar net gelukt. Ingenieurs en IT'ers hebben zich afgelopen weken het zweet gewerkt om de testritten af te ronden en de parkeerplaatsen van de P&R-voorziening zijn nog niet af. Dat de lijn echt open zou gaan, werd slechts enkele dagen van tevoren bekend bekend gemaakt. Maar de metro rijdt, al heeft het wel ironisch dat juist Viktor Orbán een week voor de verkiezingen met de veren pronkt. Het feit dat de metrobouw eindeloos heeft geduurd, is namelijk deels aan Orbán te wijten. Sterker nog: als het aan de premier had gelegen, zou die metro er nooit gekomen zijn. De bouwcontracten werden in 1998 getekend, maar toen Orbán in dat jaar voor de eerste keer premier werd, blies hij het project persoonlijk af, omdat het volgens hem om een luxe-investering ging. Helemaal ongelijk had hij trouwens niet, er waren ook alternatieven, maar die contractbreuk kostte de stad wel 80 miljard forint, iets van 240 miljoen euro (de forint was toen meer waard dan nu).
Pas toen de socialisten weer aan de macht kwamen, ging de bouw in 2004 daadwerkelijk van start. In 2010, toen Orbán opnieuw aan de macht kwam, is serieus overwogen het project alsnog stop te zetten. Dat de metro toch werd afgebouwd, komt vooral omdat het verbreken van het bouwcontract deze keer
het faillissement van de hoofdstad betekend zou hebben. Wel is de lijn fors ingekort ten opzichte van de oude plannen.
Maar goed, vrijdag bij de officiële opening ging het er, in zeer select gezelschap, vooral over wat voor voorbeeldig voorbeeld van samenwerking de bouw van deze metro is geweest. Zo goed was de samenwerking dat oppositiemedia zoals de Népszabadság niet  waren uitgenodigd voor het feestje. Kritische vragen aan de premier waren vermoedelijk niet welkom. Het was per slot van rekening een pre-verkiezingsfeestje.


vrijdag 7 februari 2014

Helemáál geen verkiezingscampagne!

Op 6 april gaat Hongarije naar de stembus. Maar omdat de verkiezingscampagne pas vijftig dagen van tevoren mag beginnen, is daar nog weinig te merken. Deze huizenhoge poster in het centrum van Boedapest, waar de leiders van de oppositie op staan afgebeeld als een soort criminelen, met een clown achter hen en in koeienletters de tekst "ze verdienen geen andere kans" is namelijk géén verkiezingspropaganda. Dat u dat niet denkt, per ongeluk.
Het is gewoon, verzekerde de voorzitter van de Nationale Verkiezingscommissie buitenlandse journalisten onlangs, vrijheid van meningsuiting en kan niet worden verboden. Puur toeval dat die poster ongeveer op de dag dat de verkiezingsdatum bekend werd gemaakt, op iedere straathoek en iedere bushalte in Boedapest verscheen. Maar daar moet u echt niets achter zoeken. Puur toeval, echt. Trouwens, de naam van regeringspartij Fidesz staat er toch niet op? Nou dan.
De posters zijn opgehangen door de CÖF (het Burgelijke Eenheidsforum) en die heeft echt helemaal niets met Fidesz te maken, zeggen ze. Binnenkort stuurt CÖF alle huishoudens in Hongarije een brief, waarin ze "de zeven zonden van de Gyurcsány-regering" op een rij zetten, heeft de organisatie aangekondigd op een persconferentie. Interessante vraag waar ze het geld vandaan heeft. Maar daar zullen we wel geen antwoord op krijgen. De campagneuitgaven van politieke partijen zijn strikt beperkt in deze verkiezingen. Maar campagnes van civiele organisaties vallen daar niet onder. Gewoon, vrijheid van meningsuiting. Die mag je niet beperken, toch?
Maar goed, als het om campagnemateriaal gaat, ik bedoel, verkiezingsmateriaal met een partijnaam erop, begint de kans steeds groter te worden dat u, in Boedapest althans, niets zult zien. Nou ja, heel weinig in ieder geval. Afgelopen week werd verkiezingspropaganda aan lantarenpalen en langs doorgaande wegen al door de regering verboden, deze week besloot de gemeente dat verkiezingsaffiches langs bruggen, onderdoorgangen, bij monumenten en op bomen ook niet mogen. Ook het openbaar vervoer bedrijf heeft al gezegd dat verkiezingspropaganda  op trams, bussen en in de metro niet welkom is.
De oppositie klaagt dat die maatregelen bedoeld zijn om het hen moeilijker te maken. Hoe komen ze erbij? De maatregel is, aldus burgemeester Tarlós, gewoon genomen uit milieuoogpunt, omdat het anders zo'n rommeltje wordt. Democratie is een rommeltje, ik geef het toe.
Rest de partijen nog de optie om op straat krantjes uit te delen, of hun materiaal huis aan huis te verspreiden, wat niet alleen duur is, maar ook veel mankracht vergt. Of ze kunnen reclameruimte kopen op billboards en reclamezuilen, als daar tenminste niet al een affiche van de CÖF ophangt. Beetje vervelend dat het overgrote deel van die billboards en reclamezuilen in handen zijn van bedrijven die eigendom zijn van Lajos Simicska, financieel brein achter Fidesz. Ik zal niet zo wantrouwend zijn om te denken dat er straks aanzienlijk meer Fidesz-affiches op die borden hangen dan oppositieaffiches.


woensdag 29 januari 2014

"Dat doen ze in Finland ook"

Nieuwe Hongaarse staatsburgers: stemmen per post
"Dat doen ze in Finland ook," zegt de voorzitster van het Hongaarse Nationale Verkiezings Comité als ze geen antwoord weet op de vraag waarom er bij de komende verkiezingen een onderscheid wordt gemaakt tussen Hongaren die tijdelijk in het buitenland verblijven, en 'nieuwe Hongaren'. Die nieuwe Hongaren wonen in met name in de buurlanden. Ze kunnen dankzij de huidige regering tegenwoordig de Hongaarse nationaliteit konden aanvragen en en mogen bovendien stemmen bij de verkiezingen van 6 april.
Het onderscheid? Die nieuwe Hongaren, die meestal nooit in Hongarije hebben gewoond, kunnen per brief stemmen. De anderen, de pakweg een half miljoen Hongaren die in Hongarije geboren en getogen zijn en tijdelijk vanwege studie of werk in het buitenland leven, moet of naar huis gaan, of de moeite nemen om naar een consulaat of ambassade te reizen en daar hun stem uit te brengen. Het is even een verschil: even naar de brievenbus op de hoek lopen, of honderden kilometers moeten reizen om je stem uit te brengen. Los van de vraag of een ambassade als die in Londen, waar inmiddels vele tienduizenden Hongaren werken, het aankan als al die mensen echt willen stemmen.
Dat heeft allemaal weinig met Finland te maken, maar de voorzitster van het Verkiezingscomité zal vast wel gelijk hebben dat de Finnen ook naar de ambassade moeten, willen ze stemmen. Er is dus helemaal niets mis met het feit dat Hongaren dat ook moeten - behalve dat voor die nieuwe Hongaarse staatsburgers andere regels gelden. Sommige Hongaren zijn meer gelijk dan anderen, zullen we maar zeggen. Je zou haast vergeten dat regeringspartij Fidesz ooit heeft gezegd dat ze Hongaren over de grenzen wel het staatsburgerschap wilden geven, maar stemrecht? Natuurlijk niet!
Voer een gesprek met iemand die iets hoogs is in de regering, regeringspartij Fidesz of een of andere staatsorganisatie, wees kritisch over een bepaalde maatregel, en gegarandeerd komt op zeker moment ergens het zinnetje "dat doen ze in ...... ook". Een beetje modern bedrijf gaat op zoek naar "best practices" bij andere bedrijven, dingen waar je van kunt leren. Dat doet de Hongaarse regering overduidelijk ook, al lijkt "worst practices" vaak een betere omschrijving.
Vrijwel iedere Hongaarse wet die de afgelopen vier jaar werd aangenomen en bekritiseerd, heeft ergens in Europa wel een tegenhanger waarnaar de Hongaren kunnen verwijzen. Dat is logisch, want Europa is natuurlijk een beetje samengeraapt zooitje, dus voor iedere praktijk, goed of kwaad, vind je wel een voorbeeld elders. Dat maakt het voor Brussel soms ook zo moeilijk om kritiek te hebben: bekritiseer je Hongarije, dan bekritiseer je feitelijk meteen ook Frankrijk, waar de staat ook een enorme vinger in de economische pap heeft. Of Duitsland, dat vele jaren lang ook erg gul was met zijn staatsburgerschap. Om maar een paar voorbeelden te noemen.
Op zich is er niets mis met kijken hoe ze het elders doen. Het zegt alleen veel over jezelf wat je daarvan oppikt. Wie het onderwijs bijvoorbeeld wil hervormen, kan besluiten zich te spiegelen aan - alweer - de Finnen. Die hebben een systeem waarbij scholen zoveel vrijheid krijgen dat ze hun eigen curriculum mogen vaststellen. De leerdruk is ingeperkt en zijn leraren pedagogisch zeer hoog opgeleid. Finland scoort er goed mee: het behoort tot de wereldtop als het op onderwijsresultaten gaat.
Of je kunt natuurlijk kijken naar het buitengewoon rigide schoolsysteem van Frankrijk, met zijn staatsscholen die bestuurd worden door een centrale overheidsorganisatie die alles bepaalt. Het is een systeem met zeer veel nadruk op klassieken en op uit het hoofd leren en met weinig ruimte voor onderwijskundige vernieuwingen. Het stamt uit het begin van de vorige eeuw, maar wie de Hongaarse 'onderwijsvernieuwingen' bekritiseert, krijgt al snel te horen dat Frankrijk toch ook zo'n centraal systeem heeft. Er is overigens één wezenlijk verschil: op Franse scholen is geloof absoluut taboe, hier is religie juist als verplicht vak ingevoerd. Maar ook dat heeft zijn voorbeeld: op Duitse scholen behoort religie tot de normale onderwijsvakken.
Meestal, moet erbij worden gezegd, worden de praktijken uit andere landen creatief geïnterpreteerd en worden essentiële zaken niet overgenomen. Zo is de wijze waarop de leden van de Hongaarse media-autoriteit zijn benoemd, mede afgekeken van de Nederlandse mediaraad.  Alleen, als je dan vervolgens naar de taken, bevoegdheden en werkwijze van die autoriteit kijkt, blijkt al snel dat de overeenkomsten zeer oppervlakkig zijn. De Nederlandse mediaraad mag bijvoorbeeld geen boetes opleggen, laat staan boetes die zo hoog zijn dat ze daarmee een krant theoretisch tot de ondergang zouden kunnen veroordelen.
De nieuwe Hongaarse kieswet is grotendeels gebaseerd op een systeem dat in het Engels "first pas the post" wordt genoemd. Daarbij is er een districtenstelsel en één kiesronde. Wie in die ronde de meeste stemmen krijgt, krijgt de zetel voor het district waar hij kandidaat staat. Zelfs al heb je als partij maar 15 procent van de stemmen, als alle andere partijen er minder hebben, win jij. Als er heel veel partijen meedoen, kan het ertoe leiden dat een partij die over het geheel genomen eigenlijk helemaal niet zoveel stemmen heeft, maar overal wel net de grootste is, uiteindelijk met een overweldigende meerderheid in het parlement belandt. Daarom zie je bij dat soort systemen meestal maar twee, hooguit drie partijen meedoen.
First past the post kennen ze in anderen landen ook, bijvoorbeeld in Engeland, zullen Fidesz-politici je vertellen. Maar, zoals altijd met dit soort overeenkomsten, er is een wezenlijk verschil: Engeland kent een Upper en een Lower House. Nieuwe wetten moeten in beide huizen worden goedgekeurd, en dat haalt de scherpe kanten van zo'n overweldigende meerderheid af. In Hongarije heeft het parlement de almacht.
Theoretisch kan het Constitutionele Hof bepaalde parlementaire besluiten ongedaan maken. Zo hadden ze dat ook bedoeld toen er eind 1989 een overeenkomst werd gesloten tussen de communistische regering en de gezamenlijke oppositie over een nieuw politiek stelsel: dat Constitutionele Hof moest het tegenwicht vormen tegen de ene Kamer. Alleen hield niemand rekening met een parlement dat belangrijke besluiten van dat Hof gewoon ongedaan maakt door de Grondwet te veranderen. Geen idee of daar elders in Europa een voorbeeld voor te vinden is.




donderdag 24 oktober 2013

Fidesz, alvast gefeliciteerd!

Tekenen voor een lagere energierekening
Ergens komen voorjaar gaat Hongarije naar de stembus. Ik denk dat ik niet voorbarig ben om regeringspartij Fidesz bij deze al te feliciteren met de overwinning. Niet omdat ik verkiezingsfraude voorzie, hoewel ik wat geknoei niet wil uitsluiten als je de gebeurtenissen bij tussentijdse verkiezingen in Baja van de afgelopen weken bekijkt. Daar moest in één district opnieuw worden gestemd, omdat uit een bij het stembureau opgenomen filmpje bleek dat een man zigeuners kwam brengen die overduidelijk waren betaald om op Fidesz te stemmen.
Vervolgens verscheen er een ander filmpje op het internet waarin te zien was hoe iemand voor 50.000 forint stemmen voor Fidesz kocht. Maar die video op zijn beurt is waarschijnlijk een vervalsing, naar het schijnt een privaat initiatief van wat overijverige oppositieaanhangers. Hoewel je natuurlijk ook nog kunt verzinnen dat Fidesz dat filmpje heeft gemaakt om de MSzP ervan te beschuldigen dat ze valse beschuldigingen aan het adres van Fidesz doen. Kunt u hem nog volgen? Als je eenmaal in complottheorieën gaat denken, houdt het nooit op. Hoe dan ook, politiek op hoog niveau, van beide zijden.
Maar ook zonder geknoei (waarom zou je eigenlijk knoeien als je overwinning al vaststaat?) lijkt het me tamelijk onwaarschijnlijk dat Fidesz de komende verkiezingen verliest, tenzij er iets heel opmerkelijks gebeurt. En dat niet eens omdat de regeringspartij zo razend populair is. In de peilingen is Fidesz weliswaar verreweg de grootste partij, maar als je de hele bevolking bekijkt, inclusief alle mensen die niet gaan stemmen, heeft de regeringspartij pakweg een derde van alle Hongaren
achter zich.
Natuurlijk heeft Fidesz de beste uitgangspositie. Om te beginnen heeft de partij het overgrote deel van de media mee. De staatsmedia zouden het niet meer durven kritisch over de regering te zijn, alle kritische journalisten daar zijn al lang hun baan kwijt. En zoals je in een verkiezingsjaar kunt verwachten, is de regering begonnen leuke dingen voor de mensen te doen. Meest opvallende onderdeel is de korting van de energieprijzen. Opdat mensen dat cadeautje op kosten van de energiebedrijven vooral niet al te snel vergeten, zijn afgelopen maanden door de regering ondersteunde handtekeningenacties gehouden ter ondersteuning van deze regeringsverordening.Wat curieus, maar het werkt natuurlijk wel aardig als onofficiële verkiezingscampagne.
Die korting heeft de populariteit van Fidesz een boost gegeven, onmiskenbaar. Er komt deze winter nog een tweede korting aan, dus dat zit wel snor. Ook is er al wat extra geld beloofd aan gepensioneerden. Voor geld zijn veel kiezers te koop. Maar ook zonder zulke leuke dingen voor de mens lijkt de kans momenteel miniem dat de oppositie wint. En daar hoef je echt de media of Fidesz niet de schuld van te geven. De oppositiepartijen hebben het momenteel namelijk ontzettend druk met het graven van hun eigen graf.
Voor een hanengevecht hoef je niet naar Mexico, of waar ze die 'sport' ook mogen beoefenen. De haantjes in de Hongaarse oppositie gaan misschien iets minder bloedig met elkaar om, maar hun onderlinge strijd leidt net zo goed als een echt hanengevecht tot een slachtpartij. "Om te verliezen heb ik geen samenwerking met anderen nodig," zei de socialistische leider Attila Mesterházy enkele maanden geleden tegen buitenlandse correspondenten. Wat hij bedoelde, was dat zijn partij hoe dan ook groot genoeg is om als tweede in het parlement te eindigen. De Hongaarse kieswet kent een kiesdrempel. Partijen moeten minimaal vijf procent van de stemmen krijgen, verkiezingscoalities zelfs 10 procent. Anders krijg je gewoon helemaal geen zetel in het parlement. De MSzP haalt dat wel, de rest van de oppositiepartijen hebben het een stuk moeilijker.


zondag 25 augustus 2013

Net als toen

Vrede en Vrijheid, de gelukkige jaren vijftig
Op de wekelijkse rommelmarkt in Vác bladert een vrouw door een stapel oude tijdschriften. De coverfoto's van noeste arbeiders, stralend naar de toekomst kijkende vrouwen en goedgevulde partijcongressen laten geen twijfel over de publicatiedatum: ergens in de goede oude tijd van het Stalinisme. De vrouw kijkt me met twinkelende ogen aan: "Eens kijken wat voor herinneringen dat oproept."
Het is een keurige oudere dame, met zilvergrijs gekapt haar, een smetteloos oudroze colbertjasje met schoudervullingen en een grijze rok met voor een dubbele plooi. Terwijl ze de tijdschriften in haar tas stopt, vervolgt ze: "Hoewel, daarvoor heb ik die tijdschriften eigenlijk niet nodig, ik hoef alleen maar om me heen te kijken. Het is nu net als toen. Toen nam de regering ons alles af, nu weer. De pensioenfondsen, tabakswinkels, en nu de spaarbanken die ze hebben genationaliseerd. Het is precies als toen, ze pakken alles van ons af. En net als toen durven mensen niets te zeggen, omdat ze bang zijn nog meer kwijt te raken. Zo is het toch?"
Het feit dat ze me zo aanspreekt, is op zich een bewijs dat het niet net als toen is. In de jaren vijftig hadden mensen het wel uit hun hoofd gelaten om hun mening zomaar tegenover een wildvreemde te spuien. Je wist maar nooit of dat niet toevallig een informant van de geheime dienst was. En ondanks een internationaal zwaar bekritiseerde mediawet valt de positie van de Hongaarse niet te vergelijken met die van de tijden van Béke és Szabadság, Vrede en Vrijheid, waarvan de vrouw net twee exemplaren heeft aangeschaft. Maar ze is zeker niet de eerste die ik tegenkom die dit sentiment uit. Als mensen kritiek op de regering hebben, hoor je het ze steeds vaker zeggen: "net als toen".
Afgelopen weekend sprak ik met een Hongaarse kennis. Ze is getrouwd met een buitenlander, maar ze wonen al iets van vijftien jaar ergens in een klein dorp, waar ze huis en tuin tot een waar paradijs hebben omgetoverd. Toch willen ze graag weg, zij vooral. Want stel je voor dat Hongarije uit de EU stapt en ze de grenzen straks weer sluiten, net als toen? Dan komt ze nooit meer weg!


dinsdag 27 november 2012

Kiezersregistratie moet oppositiekiezers thuis houden

Een grove aantasting van het kiesrecht en de democratie. Zo oordelen Hongaarse oppositiepartijen over de nieuwe kieswet die het Hongaarse parlement gisteren aannam. Regeringspartij Fidesz meent daarentegen dat de wet “de politieke campagne in een democratische campagne” verandert. De belangrijkste punten zijn de invoering van een vierjaarlijkse kiezersregistratie, een verbod op partijreclame op de commerciële radio en tv en op de websites van die commerciële media, en beperkingen voor reclame in kranten.
De kiezersregistratie, die iedere vier jaar herhaald moet worden, is het meest omstreden onderdeel. Volgens Fidesz is zo'n registratie nodig vanwege fouten in het bevolkingsregister. Als tweede argument voert de partij aan dat Hongaren in het buitenland komende verkiezingen voor het eerst mogen meestemmen. Die moeten zich registreren en het zou discriminatie zijn als dat alleen voor hen zou gelden. 

Geen verkiezingscampagne: affiche tegen oppositieleider Bajnai
Maar van gelijke behandeling van de kiezers is hoe dan ook geen sprake. Wie in het buitenland woont, kan de registratie namelijk per brief doen. In het binnenland moeten mensen zich persoonlijk aanmelden, of via het internet. Dat laatste klinkt simpel, maar is het niet: je kunt je alleen via het internet registreren als je al geregistreerd bent bij het digitale portaal van de Hongaarse overheid, en dat moet je weer persoonlijk doen. Op dit moment is slechts een half miljoen Hongaren bij het digitale portaal aangesloten. 
Registratie vindt plaats op het gemeentehuis en kan alleen tijdens kantooruren: wie werkt, zal er dus vrij voor moeten vragen, en wie niet in zijn officiële woonplaats leeft en werkt, zal er zelfs een reis voor moeten ondernemen. En dat iedere vier jaar. Wie met strak gezicht durft te beweren dat dat het kiesrecht niet inperkt, staat simpelweg te liegen.
Volgens de oppositie heeft de registratie, die twee weken voor de verkiezingen sluit, dan ook maar één doel: zwevende kiezers van de stembus weg te houden. Die besluiten vaak pas in de laatste 24 uur dat ze toch stemmen en kiezen dan vaak voor de oppositie. Dat heeft Fidesz in 2010 aan zijn meerderheid van 52 procent geholpen, maar zou bij komende verkiezingen uiteraard andere partijen ten goede komen.



vrijdag 13 april 2012

Georganiseerde kritiek

Ik geef toe: ik plaats niet iedere reactie op mijn blog. Kritische reacties zijn welkom, vooral als ze onderbouwd zijn. Dat draagt alleen maar bij aan de discussie. Maar er zijn grenzen. Scheldpartijen halen het niet, of ze nou aan mij gericht zijn, aan Hongaarse zigeuners (komt voor) of aan premier Viktor Orbán (ook gebeurd). Anonieme reacties bekijk ik ook kritischer dan andere. Het is per slot van rekening mijn blog, geen krant.
Onlangs kreeg ik een reactie van een zekere Erzsébet, duidelijk een aanhangster van de regering. Interessant was dat Erzsébet, die zich aan het einde omschreef als "een Hongaarse wetenschapper, mede namens80% procent van de Hongaarse bevolking" blijkens haar e-mailadres Mária heette. Ze had het over een lastercampagne, en over de linkse en liberale media die hemel en aarde vol grienen met hun schimperijen. 
Ik was nog steeds aan het peinzen wat ik ermee aan moest, toen ik een nieuwe reactie kreeg. Niet van Erzsébet, niet van Mária, maar van Ida. Afgezien van de naam: de tekst was identiek, inclusief onzinnige afbreekstreepjes en spelfouten.
Ik zal hem u niet onthouden. Erzsébet/Maria/Ida spreekt kleurrijk Nederlands:


Wij Hongaren moeten met ontsteltenis ervaren en bevinden het tegelijk wel be-treurenswaard dat bepaalde gerenommeerde Nederlandse kranten kennelijk overeengestemd het grondbeginsel van onpartijdige berichtgeving herhaald ver-krachten en hun lezers in de war brengen door tot spreektrompetten van trans-nationale zog. „groen-links-liberale” krachten te worden. Ook uw blad laat van tijd tot tijd vrij spel voor met name een onbeschaamde lastercampagne, zonder deze op waarheid te hebben gecontroleerd, die tegen de met 2/3-meerderheid democratisch gekozen regering van Hongarije wordt gevoerd. 
Sommige vertegenwoordigers van de huidige linksliberale oppositie in Hongarije kunnen het als konsekwentie van hun politieke nederlaag machtverlies nauwelijks verdragen en grienen eerder hemel en aarde vol hun schimperijen. De democratie is in gevaar – schreeuwen ze altijd de wereld in wanneer juist niet zij aan de macht zitten,


woensdag 25 januari 2012

Nieuw Hongaars kiesstelsel vooral goed voor de winnaar

Het nieuwe Hongaarse kiesstelsel? Een beetje ingewikkeld onderwerp, ik weet het. Maar de veranderingen die regeringspartij Fidesz beoogt, zijn ingrijpend en bepalend voor het Hongaarse politieke landschap in de komende jaren. Dus ik waag me er toch maar aan.
Hoe het nieuwe kiessysteem precies gaat uitzien, weten ze alleen in Fidesz zelf en naar ik aanneem ook in de christen-democratische coalitiepartner, de KDNP. Zoals dat tegenwoordig gaat in de Hongaarse politiek, worden de andere partijen in het parlement min of meer voor voldongen feiten geplaatst nadat de regeringscoalitie de zaak intern heeft uitgepraat. Ook het wetsontwerp dat Fidesz-fractievoorzitter János Lázár indiende, is duidelijk niet het finale woord, want de eerste amendementen, vanuit Fidesz, zijn inmiddels al ingediend en waarschijnlijk weten we pas na de stemming exact wat we gekregen hebben, want wetsontwerpen veranderen vaak tot het allerlaatste moment.
Desondanks, de plannen beginnen wel contour te krijgen, en twee dingen zijn duidelijk: het nieuwe systeem is vooral goed voor die partij die als grootste uit de stembus komt, en er wordt alles aan gedaan om te garanderen dat die grootste straks Fidesz heet. Zelfs als die partij een groot deel van haar populariteit verliest, moet de oppositie het wel heel goed doen om de huidige regeringspartij in het nieuwe systeem te verslaan. En met goed doen bedoel ik vooral dat de oppositie al voor de verkiezingen innig gaat samenwerken. Zolang de politieke tegenstanders verdeeld zijn, hoeft Fidesz, een partij die op dit moment althans kan rekenen op zijn vaste, conservatieve aanhang op het platteland, straks niet meer dan iets van dertig procent van de stemmen te halen om een ruime meerderheid in het parlement winnen en dan heeft 70 procent van de kiezers het nakijken.


donderdag 15 april 2010

ANDERE POLITIEK

In alle commotie over het feit dat de extreem-rechtse Jobbik met ruim zestien procent het Hongaarse parlement is binnengestapt, zou je haast vergeten dat ook een andere partij vanuit het niets meer dan zeven procent wist te halen: Lehet Más a Politika (LMP), oftewel Een andere Politiek is Mogelijk. De LMP heeft het aanzienlijk beter gedaan dan opiniepeilers hadden voorzien, de peilingen vooraf hielden het er lange tijd op dat ze 'misschien' de kiesdrempel van vijf procent zouden halen.
Hun succes verbaasde mij niet echt, want voor veel aanhangers van de liberale, inmiddels min of meer ter ziele gegane SzDSz was de LMP eigenlijk het enige denkbare alternatief, al ben ik ook wel mensen tegengekomen die uiteindelijk, zeer tegen hun zin, op de socialisten zijn gaan stemmen. Toch is de LMP bepaald geen liberale partij. Ze komt voort uit de milieubeweging en concentreert zich in de eerste plaats op groene onderwerpen.
Wat de partij met de SzDSz gemeen heeft, is respect voor mensenrechten, en LMP is dan ook de enige partij die zich sterk maakt voor vrouwenrechten en voor de positie van Roma. Gelijktijdig constateert de LMP overigens, geheel terecht, dat er zeer serieuze problemen zijn waar niet alleen de Roma onder te lijden hebben en het niet opgaat om het land simpelweg te verdelen in zielige Roma en racistische Hongaren.
Maar op andere vlakken lijkt de partij helemaal niet op de SzDSz. Economisch staat de LMP bepaald geen liberaal beleid voor. Van multinationals moeten ze, net als Jobbik en Fidesz, niet zoveel hebben. Economisch richten ze hun hoop eerder op de ontwikkeling van een groene, kleinschalige Hongaarse landbouw. Een politiek analist noemde hen deze week 'een hippiepartij' en af en toe roepen ze inderdaad een beetje de sfeer van de Nederlandse Kabouterbeweging uit de jaren zeventig op. Een partijstructuur hebben ze niet, alle besluiten worden 'gezamenlijk' genomen.
Hoewel de LMP de kleinste fractie is, kan de partij in het parlement straks een interessante rol gaan spelen. De partij is nieuw, onbesproken, en bestaat hoofdzakelijk uit jonge intellectuelen die er alleen al vanwege hun leeftijd al niet van verdacht kunnen worden dat ze ooit ook maar iets te maken hebben gehad met de communistische partij of een van diens mantelorganisaties.
Ze hebben geen rol gespeeld in de politieke debatten van de afgelopen jaren en er is dus weinig oud zeer tussen hen en anderen. Ze zijn in principe bereid tot samenwerking met andere partijen. Met haar te verwachten tweederde meerderheid in het parlement heeft de toekomstige regeringspartij Fidesz weliswaar niet heel veel reden om straks naar de LMP te luisteren, net zomin als Fidesz naar andere partijen hoeft te luisteren. Maar ze heeft ook weinig reden om niet naar hen te luisteren. Een LMP-voorstel zou daarom nog wel eens een gewillig oor kunnen vinden.
Te hopen is alleen dat de LMP haar eigen succes kan dragen. Op dit moment is het eerder een goedwillende vriendenclub dan een echte partij. Besluiten gezamenlijk nemen is leuk zolang je klein bent, elkaar allemaal graag mag en weinig te doen hebt met de grote, boze buitenwereld. Maar bij grotere organisaties betekent het of dat er geen besluiten worden genomen, of dat ze wel worden genomen, maar niemand nog weet wie er precies achter zit. En als je in een parlement iets voor elkaar wilt krijgen, zul je enige slagvaardigheid moeten tonen.
Voorlopig is het dus afwachten wat er uiteindelijk uitkomt. Maar een nieuw geluid is de LMP in ieder geval zeer zeker. En dat is zeker verfrissend in het Hongaarse politieke klimaat.