Posts tonen met het label eten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eten. Alle posts tonen

zondag 27 mei 2018

Vegetarisch eten op school? Dat kan niet zomaar.

Schoolmaaltijd: wel vlees, geen groente.
Je kind vegetarisch, laat staan veganistisch opvoeden? Niet als het aan het Hongaarse Ministerie van Menselijk Potentieel ligt. Achter deze wonderlijke naam verschuilt zich onder meer het departement voor onderwijs, dat sinds drie jaar voorschrijft dat schoolmaaltijden dierlijke producten dienen te bevatten. Bij peuters die naar een crèche gaan, moet in iedere maaltijd zelfs iets van vlees of melk zitten. Dat is goed voor de botten.
De oplossing lijkt simpel: je kind zelf eten meegeven. Maar dat gaat zomaar niet. Het warme middagmaal is de Hongaarse hoofdmaaltijd en de schoolmaaltijd daarom een vast, en verplicht, onderdeel van de schooldag. Dat moet je serieus nemen. Dezelfde ministeriële voorschriften verbieden daarom het meegeven van ouderlijke lunchpakketten.
Er is op die schoolmaaltijden veel af te dingen, ook als je niet vegetarisch eet. Ze mogen niets kosten en zijn vaak te vet en te zout. Groente, als al, is overgaar of bestaat uit zoetzure augurken of ander zoetzuur. Wel populair is fözelék, een stevig doorgekookte groentestoofpot, in dikte iets tussen puree en soep en gebonden met een meelpapje en vaak nog room. Het is een soort gerecht dat - op de knoflook die er vaak in zit na - niet misstaan zou hebben op een Nederlandse eettafel in de jaren zestig. Vaak drijft bovenop een knakworstje, vanwege dat vlees.
De slechte kwaliteit van de schoolkeuken was vroeger bij mijn zoon op school dat ook een vast punt op de ouderavond. Daar kwamen trouwens ook hilarische voorbeelden van 'vegetarische' maaltijden voorbij, zoals een bouillon getrokken van botten. Bouillon bevat geen vlees, toch?
Nu zijn niet alle scholen even streng. Daardoor ontdekte de moeder van een zevenjarige die sinds zijn peutertijd slechts kokhalzend vlees eet, pas niet zo lang geleden dat zijn vleesloze dieet al jaren tegen de regels is. Aanleiding was de komst van een nieuw schoolcateraar. Die hield zich strikt aan de regels, niet in de laatste plaats omdat de zeer gedetailleerde ministeriële maaltijdvoorschriften het knap moeilijk maken om tegemoet te komen aan speciale dieetwensen.
Aan nieuwssite Index.hu vertelde de moeder over haar Kafkaiaanse pogingen om haar zoontje desondanks vleesloos te laten eten. Het begon met een telefoontje van een gemeenteambtenaar dat het kind vanaf nu gewoon met de schoolpot moest mee eten. Of het nou vlees lust of niet. En nee, een eigen lunch meegeven mocht dus niet.
De cateraar wilde uiteindelijk wel vleesloos koken, maar alleen als ze een doktersverklaring kon overleggen dat het kind geen vlees verdroeg. Niet zomaar van de huisarts, nee, van een gastro-enteroloog. Tot dan moest het eten wat op zijn bordje kwam. Of niet eten, dat kon natuurlijk ook.
Nu maak je in Hongarije, net als in Nederland, niet zomaar met een specialist. De moeder had er bovendien een hard hoofd in dat die een verklaring zou tekenen dat het kind geen vlees verdroeg, alleen omdat het dat niet lustte.
Gelukkig was er nog een ‘klein poortje’, zoals de Hongaren dat noemen, een regeltje waarmee je de andere regels kunt omzeilen. In dit geval was dat: godsdienstvrijheid. Als ze nou gewoon even wilde beweren dat haar kind om religieuze redenen geen vlees at? Het liegen stond haar tegen. Maar dat heeft ze uiteindelijk maar gedaan.

zaterdag 18 augustus 2012

Niets veranderd? 3. Grote porties

Een goed restaurant? De ogen van onze zeer gezette campingbaas glimmen. In dat en dat restaurant, daar kon je echt goed eten, meent hij enthousiast: "Zulke porties," zijn handen gaan wijd uit elkaar, "Ze hebben de plastic bakjes om de resten mee te nemen, standaard klaar staan. Ik heb daar laatst gegeten, en van de resten konden we de volgende dag nog middageten en heb ik de dag erna ontbeten."
Tweepersoonsmaaltijd in Alsopetény
Het is zeker geen uitzondering, dat restaurant. Een paar jaar geleden kwam het restaurant in het dorpje Alsopetény enkel en alleen vanwege de enorme omvang van zijn maaltijden in de top honderd van beste Hongaarse restaurants. Op de honderste plaats, dat wel. Maar grote porties zijn voor veel Hongaren het bewijs van kwaliteit, en heel wat restaurants lokken hun klanten met maaltijden waar je makkelijk een heel gezin van kunt voeden.
Dat is nu zo, en dat was 25 jaar geleden niet anders. Weliswaar konden restaurants in de communistische tijd meestal de helft van wat op de kaart stond, niet opdienen, maar wat ze konden opdienen, kwam over het algemeen in zeer ruimhartige porties. Geen enkel restaurant keek, of kijkt, raar op als je de resten van je maaltijd mee naar huis wilt nemen. Dat doet iedereen namelijk.
Daarin onderscheidde Hongarije zich van buurlanden als Tsjecho-Slowakije, Polen en Roemenië, waar ze driekwart van de kaart niet konden serveren, en de kwart die er wel was, werd - in Tsjecho-Slowakije letterlijk - tot op de gram uitgewogen. Iedere Tsjechoslowaakse menukaart vermeldde precies: "Spaghetti met tomatensaus. 200 gram spaghetti, 150 gram saus, 50 gram kaas". Zo staat het in Slowakije nog steeds op de kaart, trouwens.
Ooit kwam ik mensen tegen die ergens in de jaren tachtig hadden bedacht dat een kampeertrektocht door Oost-Europa een leuke vakantie zou zijn. Simpel was dat zeker niet: je had voor ieder land aparte visa nodig, de onderlinge grenzen werden zo goed bewaakt dat je het gevoel had een frontlijn te kruisen, niet de grens tussen twee socialistische broederlanden, en Westerlingen die zomaar van de ene camping naar de andere trokken, werden zeer wantrouwend bekeken. Maar het lukte hen, desondanks.
Tegen de tijd dat ze in Hongarije kwamen, hadden ze niet anders meegemaakt dan dat restaurants nauwelijks iets te eten hadden, en dat de porties zo krap waren, dat ze meestal hongerig vertrokken. Ze hadden zichzelf dan ook aangeleerd om in ieder restaurant simpelweg alles wat er echt  verkrijgbaar was van de kaart te bestellen. Dat leverde meestal net een voldoende maaltijd op.
Bij hun eerste maaltijd in Hongarije keek de ober hen wat verbijsterd aan. Alle gerechten die verkrijgbaar waren? Ja, alle. Hij haalde zijn schouders op en verdween in de keuken om de bestelling door te geven. Even later kwam het eerste eten door en raakte hun tafel langzaam bedolven onder enorme schalen met voedsel. Zulke porties hadden ze nog nooit gezien, zeker niet in Oost-Europa, maar ook niet daarbuiten. Vermoedelijk hebben de families van de ober en de kok nog dagen gratis kunnen eten.
Gelukkig zijn er inmiddels ook restaurants die het meer in de kwaliteit dan in de kwantiteit zoeken. Zo een was er ook in de buurt van de camping. De porties waren niet overdreven groot, maar precies goed. De eendenborst was perfect rosé met een knapperig velletje. We kregen onze borden schoon op. Waardeloos dus waarschijnlijk, in de ogen van onze campingbaas.

woensdag 22 juni 2011

Hongarije voert hamburgerbelasting in

De hamburgertax heet hij in de volksmond, maar hamburgers schijnen er uiteindelijk niet onder te gaan vallen, Desondank,: vanaf september krijgt Hongarije een wereldprimeur: een belasting op ongezond eten. Voedingsmiddelen met een hoog vet-, zout- of suikergehalte worden in toekomst extra belast. Hoeveel, dat hangt ervan af hoe ongezond het product is. Een fles cola, voor veel ouders het symbool van alle kwaad op voedselgebied, wordt per liter waarschijnlijk iets van 10 forint, 10 cent, duurder, maar voor een blikje energiedrank moet je in toekomst diep in de buidel tasten, met een belastingopslag 400 forint (1,5 euro). Het geld schijnt bestemd te zijn voor de noodlijdende Hongaarse gezondheidszorg. Daarnaast moet de belasting mensen bewust maken welke levensmiddelen ongezond zijn.
Koekjes, kaas, roomijs en chips, ze moeten er allemaal aan geloven, net als pakjes soep: te zout.
Er is een goede reden om de belasting in te voeren: Hongaren eten niet erg gezond. Gemiddeld werken Hongaren 40 kilo suiker per jaar weg, en mannen schijnen 18 gram zout per dag te eten. Vrouwen iets minder, 14 gram, maar dat is nog steeds drie keer zoveel als aanbevolen wordt. Ik moet bekennen, ik heb vaker in Hongaarse restaurants gegeten waar ik het eten lekker gevonden zou hebben, als het niet zo ongelooflijk zout geweest zou zijn. Geen idee hoe ze dat willen gaan belasten.
Ik denk dat veel Hongaren wel weten dat zoet eigenlijk niet zo gezond is. Naar aanleiding van de hamburgertax las ik een interview met een banketbakker, die vertelde dat hij tegenwoordig veel minder suiker gebruikt dan vroeger. Maar zout? De ouders van een leerling bij mijn zoon in de klas keken ooit oprecht verbaasd toen wij bezwaar maakten tegen de regelmatige consumptie van chips in de klas. Daar was toch niets tegen?
Toen ik voor het eerst over de hamburgertax las, had iedereen het vooral over fastfood. Toen vroeg ik me al af of de hamburgers van McDonalds echt zoveel ongezonder zijn dan sommige Hongaarse snacks. Neem een langos, een soort luchtige, platte oliebol, die in het meest ideale geval wordt bestreken met zure room, bestrooid met kaas en vervolgens nog een keer bestreken met knoflookolie. Geen topkeuken, maar verleidelijk lekker. En uiteraard vreselijk ongezond. Of tepertő, kaantjes in goed Nederlands. Te koop bij iedere betere slager. Ook erg lekker. Maar gezond? Ik bezondig me er heel af en toe aan, omdat kaantjes zo lekker zijn, vooral als onze buurvrouw ze zelf maakt, maar volgens mij is een big mac verstandiger.
Het schijnt dat de definitieve lijst van producten waarvoor de hamburgertax gaat gelden, nog niet rond is. Maar tepertő lijkt me ook een goede kandidaat. Die mag je, denk ik, net zo streng belasten als blikjes energiedrank. Hoewel ik vermoed dat vooral kant- en klare fabrieksproducten aan de belasting worden blootgesteld. Dat zijn natuurlijk ook de producten waarbij de fabrikant iets kan doen aan de samenstelling.
Hoewel er een dokter is die lid is van Jobbik, een hartspecialist nota bene, die loopt te beweren dat de Hongaarse keuken met al zijn varkensvet zeer gezond is. In ieder geval voor zijn praktijk, vermoed ik. Hart- en vaatziekten zijn samen met kanker de belangrijkste doodsoorzaak in Hongarije.
Maar  in Jobbik hebben ze wel vaker vreemde ideeën. Deze week, op de dag dat de regering de invoering van de hamburgertax bekend maakte, kwam een Jobbik-parlementariër met het voorstel om de accijns op shag af te schaffen. Dat is namelijk veel gezonder dan sigaretten roken, volgens hem: omdat je zelf moet rollen, rook je minder. Dat shag zonder filter komt, was hem blijkbaar ontgaan. De man is, net als eerder genoemde hartspecialist, arts. En niet alleen dat, hij zit ook nog in het bestuur van de Hongaarse artsenkamer. De hamburgertax is misschien een eerste stap, maar er is nog veel zendingswerk te verrichten.



woensdag 8 juni 2011

De smaak van aardbeien

Toen we in 1990 naar Hongarije verhuisden, vroegen gasten vaak uit of ze uit Nederland noodzakelijke producten als koffie mee moesten nemen. Overbodig, want ook onder het communisme had Hongarije geen tekort aan levensmiddelen aan levensmiddelen gekend.
Wel was het aanbod in de winkels eenzijdiger dan we gewend waren. Vooral in de winter, als de groentewinkels niet veel meer in de aanbieding hadden dan kool en penen, en af en toe werkelijk peperdure geïmporteerde tomaten, was het, voor ons gevoel althans, behelpen. Zeker tegen de lente. Zo in maart zagen de kolen er niet meer uit, waren de aardappels ernstig verschrompeld en de uien een soort zachte pulp. Dan waren de eerste verse groenten echt een feest.
Daar stond wat tegenover. In de loop van het voorjaar vulden de groentenstalletjes zich enorme bergen aardbeien, tomaten, kersen, nieuwe aardappels en lenteuien. Komend uit een land waar je het hele jaar door tomaten kon krijgen, maar waar die tomaten ook het hele jaar kraak noch smaak hadden, waren de Hongaarse waren een ontdekking. Zoete aardbeien met smaak, even zoete tomaten, stapels dikke, witte asperges, geweldige watermeloenen die de winkeliers 's avonds afgedekt door een doek gewoon op straat lieten liggen, het was een overdaad aan kleur en smaak die het schaarse aanbod in de winter aardig compenseerde.
Nog steeds koop ik trouw, en gewoontegetrouw meestal Hongaarse tomaten. En een buitenlandse aardbei zul je me ook niet zien kopen, de Spaanse en Griekse import oogt prachtig, maar smaakt nergens naar.
De seizoenen zijn inmiddels ook in Hongarije vervaagd, en tomaten in de winter zijn al lang geen uitzondering meer. Dat is fijn als je niet echt dol bent op kool, maar er hangt een prijskaartje aan: wat we aan aanbod hebben gewonnen, hebben we aan smaak ingeleverd. Per slot van rekening hangt de smaak van een tomaat voor een groot deel af van de soort, en blijkbaar zijn er steeds meer telers die kiezen voor types die weliswaar veel opleveren, maar dat niet naar zoveel smaken. De laatste keer dat ik echt een lekkere tomaat heb gegeten, kwam hij uit mijn eigen tuin. Die staat dit jaar dan ook vol met tomatenplanten.
Vorig jaar vreesde ik even dat het met de Hongaarse aardbeien dezelfde kant opging. Maar dat zal aan het slechte weer gelegen hebben, want dezer weken ligt de markt vol met aardbeien zoals ik ze me van 21 jaar geleden herinner: rijp, zoet, sappig en smakelijk. De zomerkoninkjes, ze zijn er weer. Gelukkig.