Posts tonen met het label emigratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label emigratie. Alle posts tonen

woensdag 6 juni 2018

Steeds minder Hongaren


Orbán's hoop: meer baby's
Borbolá Tóth dacht  al langer over een studie in het buitenland, maar sinds de Hongaarse verkiezingen begin april weet ze het zeker: ze gaat. "Dat Viktor Orbán weer gewonnen heeft, zette het licht op groen: ik ga naar Leuven voor mijn masters," zegt de 22-jarige studente Nederlands. Ze is bepaald niet de enige: na de Hongaarse verkiezingen zochten vier keer zoveel mensen als normaal op de website van EUwork, het grootste Hongaarse uitzendbureau voor werk in de EU, naar banen in West-Europa.
Tóth ziet het in haar eigen omgeving: al haar jaargenoten willen weg en ook haar ene broer heeft plannen. Haar vriend wil, net zal zijzelf uiteindelijk, in Nederland gaan werken. "Mij spreekt de Nederlandse openheid en directheid erg aan," zegt ze. Nederlanders lachen veel vaker dan Hongaren, vindt ze.
Ze treedt in de voetsporen van 600.000 Hongaren die volgens officiële cijfers afgelopen jaren het land verlieten om elders in de EU te werken of te studeren. Sinds 1990, toen er ruim tien miljoen mensen in Hongarije woonden, is de bevolking met 5,5 procent gedaald. Jarenlang was vooral het lage geboortecijfer verantwoordelijk voor die daling, maar de laatste jaren speelt migratie de hoofdrol. Volgens sommige onderzoeken overwegen nog 400.000 mensen om weg te gaan.
Volgens voormalig EU-commissaris László Andor zijn nog nooit zoveel Hongaren in vredestijd vertrokken. De directeur van de Nationale Bank, György Matolcsi, erkende onlangs tegenover ondernemers dat 4 procent van de beroepsbevolking inmiddels in het buitenland werkt.
Dat is waarschijnlijk een behoorlijke onderschatting. Volgens Eurostat woont 5,1 procent van de Hongaren inmiddels officieel in een ander EU-land, maar om in het buitenland te werken, hoef je daar niet ingeschreven te staan. Tienduizenden Hongaren die in Oostenrijk werken, forenzen bijvoorbeeld dagelijks heen en weer en wonen officieel gewoon thuis.
Die migratie heeft niet alleen negatieve kanten. Volgens schattingen sturen Hongaarse werknemers in het buitenland jaarlijks zo'n 3,5 miljard euro naar huis. Voor menige familie, maar ook voor het land zelf, is dat een belangrijke bron inkomsten. Gelijktijdig heeft Hongarije inmiddels een schreeuwend tekort aan arbeidskrachten. Winkels, ziekenhuizen en grote bedrijven: overal wordt personeel gezocht. Fruitboeren op het platteland vrezen voor hun opbrengst dit jaar, niet omdat vorst, hitte of ongedierte heeft toegeslagen, maar omdat er simpelweg geen mensen meer zijn die de appels of aardbeien kunnen plukken. Wie seizoensarbeid wil doen, kan beter bij een Nederlandse appelboer aan de slag.
Premier Viktor Orbán, die met vier dochters en een zoon zonder enige twijfel het goede voorbeeld geeft, heeft bevolkingsgroei tot een van de speerpunten van zijn beleid in de komende jaren verklaard. Maar toelating van migranten blijft voor hem onbespreekbaar. Meer kinderen moeten er komen. Voorlopig hoopt hij families over de streep te trekken met subsidies voor koopwoningen en andere financiële voordelen voor grote gezinnen.
Tóth kan zich niet indenken dat iemand daarom zou blijven: "Voordat je voor die subsidies in aanmerking komt, ben je drie kinderen en jaren verder", zegt ze. Probleem is dat bijna de helft van de vertrekkers net als zijzelf nog geen dertig jaar is. Driekwart is onder de veertig. Dat is precies de generatie die voor extra baby's zou moeten zorgen. Ze krijgen wel kinderen, maar steeds vaker gebeurt dat in het buitenland. Een op de zes Hongaarse baby's wordt inmiddels in den vreemde geboren.
Hoewel de verkiezingen Tóth het laatste zetje hebben gegeven, gaan de meeste mensen toch vooral vanwege de betere kansen en de hogere lonen in West-Europa. Het Hongaarse modale salaris bedraagt nog geen 800 euro per maand, het minimumloon rond de 300 euro.
Voor jongeren speelt de ruimere studiekeuze aan buitenlandse universiteiten een belangrijke rol. Een kwart tot een derde van de eindexamenkandidaten van Hongaarse topscholen kiest inmiddels voor een buitenlandse opleiding.  Zij vertrekken meestal niet 'voor goed'. Maar uit onderzoek van economisch instituut GVI blijkt dat degenen die in het buitenland studeren, daar uiteindelijk net als Tóth ook willen gaan werken. En hoe langer ze wegblijven, hoe groter de kans dat ze, bijvoorbeeld vanwege een partner, niet meer terugkomen. Terugkeer wordt helemaal moeilijk als er eenmaal kinderen zijn die elders naar school gaan.
Niet alleen de regering maakt zich zorgen. De onder jongeren populaire oppositiebeweging Momentum riep aanhangers kort na de verkiezingen op niet te vertrekken, maar zich thuis in te zetten voor verandering. Momentumbestuurslid en sociologe Anna Donáth weet zelf goed hoe aantrekkelijk dat buitenland is. Ze studeerde en werkte zes jaar in Nederland en deed een masters Migratie en Etnische Studies aan de Universiteit van Amsterdam. "Dat vak bestaat in Hongarije helemaal niet."
Aanvankelijk voelde ze zich niet echt thuis in Nederland. Dezelfde directheid die Tóth aantrekt, vond zij juist heel moeilijk. Dat veranderde toen ze een Nederlandse vriend kreeg. "Toen leerde ik Nederland eigenlijk pas echt kennen en zag ik de positieve kant. Mensen zijn niet alleen direct met hun kritiek, maar ook met hun complimenten."
Ze had zich dan ook net ingesteld op een toekomst in Nederland, toen haar Nederlandse vriend zo'n twee jaar geleden meldde dat hij wel naar Hongarije wilde. Ze vertrokken op de bonnefooi, maar vonden dankzij de krappe Hongaarse arbeidsmarkt allebei binnen zes weken werk.
De terugkeer had voor Donáth één schaduwzijde: "Al mijn oude vrienden woonden inmiddels in het buitenland." Toen iemand haar uitnodigde voor het zomerkamp van de nieuwe Hongaarse oppositiebeweging Momentum zei ze dan ook direct ja.
Inmiddels is ze fulltime actief in de organisatie, die bij de laatste verkiezingen ruim drie procent van de stemmen haalde: "Om te blijven moeten mensen een goede reden hebben en dat kan alleen als het land verandert. Hongaren zijn op dit moment ontzettend verdeeld en wantrouwig. We moeten ons ervoor inzetten dat we opnieuw met elkaar leren praten en elkaar weer gaan vertrouwen. Alleen zo kunnen we opnieuw een Hongarije opbouwen dat je niet wilt verlaten en dat het waard is om voor terug te komen."

dinsdag 28 juni 2016

Londen, de tweede Hongaarse stad

Hongaarse winkel in Londen
De Hongaarse spoorwegmaatschappij MÁV zoekt machinisten, electriciens, monteurs, boekhouders, IT-mensen en meer, meldt het omroepsysteem in de trein. Het bedrijf komt honderden vakmensen tekort, maar echt vlotten wil hun zoektocht niet. De personeelsadvertentie schalt al maandenlang door de coupés.
Hongarije worstelt met een enorm tekort aan vakmensen. Een minimumloon van 240 euro en een modaal inkomen van 535 euro netto per maand maken werken in West-Europa zeer aantrekkelijk. Daar kan zelfs de bonus voor MÁV-werknemers, gratis reizen voor het hele gezin, niet tegenop.
Volgens schattingen leeft een half miljoen Hongaren momenteel in het buitenland. Het overgrote deel vertrok in de laatste vijf jaar. Wie een loodgieter belt, mag blij zijn als die binnen vier weken tijd heeft. In Boedapest nemen sommige horecaondernemers bij gebrek aan Hongaarse, inmiddels buitenlandse obers aan. Zelfs autofabrikant Audi, jarenlang 's lands beste werkgever, heeft moeite om mensen te vinden.
Op papier is er best personeel. De officiële werkloosheid is onder de zeven procent, de werkelijke is een stuk hoger. Zo'n 200.000 werklozen die enkele maanden per jaar verplicht in een werkverschaffingsproject werken, worden statistisch namelijk als werkend meegeteld. Eigenlijk hebben 900.000 van de 9,8 miljoen Hongaren geen baan. Helaas heeft een groot deel daarvan ook geen lagere school.
Wie iets kan, gaat weg. Wie Duits spreekt, vertrekt bij voorkeur naar Oostenrijk of Duitsland, wie Engels spreekt, steekt het Kanaal over. Oostenrijkse restaurants draaien op Hongaars personeel. Bejaarden worden verzorgd door verpleegsters die liever in Oostenrijk inwonende thuishulp zijn dan in een Hongaars ziekenhuis voor net iets meer dan het minimumloon wekelijks overuren draaien. Aan Engelse ziekenhuisbedden staan Hongaarse artsen. Website 444 filmde onlangs een afstudeerfeest van medische studenten in Boedapest. De meesten wilden weg. Van de lichting voor hen was 70 procent al vertrokken.
Officiële Hongaarse statistieken zijn er niet. De migratieschattingen berustten op cijfers van de vestigingslanden. Londen, waar 200.000 Hongaren leven, wordt inmiddels gekscherend 'de tweede Hongaarse stad' genoemd. Maar een cijfer dat wel bekend is, suggereert dat een half miljoen emigranten waarschijnlijk krap geschat is.
In 2015 stuurden Hongaren zo'n 2,9 miljard euro naar huis. Met 500.000 emigranten komt dat neer op zo'n kleine zeshonderd euro per persoon per maand. Veel, ook omdat lang niet iedereen daadwerkelijk geld stuurt. Jongeren die elders studeren, krijgen juist eerder geld uit Hongarije. Volgens sommige schattingen is een vertrekcijfer van 800.000, acht procent van de bevolking, waarschijnlijk reëler.
Dat klinkt buitensporig. Maar praat met Hongaren over hun volwassen kinderen en ongeacht hun sociale achtergrond hebben ze vrijwel altijd minstens één zoon of dochter in het buitenland. Een hele generatie verdwijnt. Dat realiseerde de regering zich ook toen ze vorig jaar via social media een campagne begon die jonge Hongaren naar huis moest lokken. Kosten: 320.000 euro. Opbrengt: 150 terugkeerders. Het programma is inmiddels stopgezet.
Dat betekent natuurlijk niet dat iedereen voorgoed weg is. Genoeg mensen weten inmiddels dat hoge lonen een keerzijde hebben: hogere kosten en een hoger werktempo. Om over heimwee maar te zwijgen. Vooral lager opgeleiden die voor hogere lonen gingen, hebben vaak spijt van hun keuze, blijkt uit een recent enquete onder de ruim 13.000 Hongaren in Nederland. Die lager opgeleiden vormen de twintig procent die ontevreden of zeer ontevreden is en binnen een jaar terug naar huis wil.
De overige tachtig procent is tevreden, 55 procent zelfs zeer tevreden over het nieuwe bestaan in Nederland. Ze zijn meestal hoog opgeleid: zo'n 59 procent heeft HBO of universitair onderwijs, 28 procent middelbare school. Driekwart woont sinds hooguit vijf jaar in Nederland. Vaak speelde het politieke en culturele klimaat onder de huidige Hongaarse regering mee in hun besluit te emigreren. Persoonlijke ontwikkeling, een sociale samenleving en kansen voor het gezin vinden ze belangrijker dan geld. En hoewel ze hun vaderland best missen, wil driekwart nooit, of hooguit in de verre toekomst terug naar 'huis', zoals zelfs de meest tevreden emigrant Hongarije altijd aanduidt.



maandag 25 juni 2012

Wat moet Veronika als Bálint naar het buitenland gaat?

“Bálint gaat naar het buitenland,” verzucht Veronika néni. Haar kleinzoon, een gediplomeerde tegelzetter, heeft van zijn baas het aanbod gekregen om een aantal maanden op een project in Nederland of Duitsland te gaan werken. De jongen haalde twee jaar geleden zijn diploma, maar van zijn salaris, iets meer dan 300 euro per maand, valt ook in Hongarije niet te leven. De Hongaarse bouw ligt volkomen stil, zeker in de arme provincie Nógrád waar de familie woont. Hij mag blij zijn dat deze gelegenheid zich voordoet.
Voor Veronika betekent zijn vertrek meer dan gewoon een kleinzoon die weggaat. Bálint is de steun en toeverlaat van zijn grootouders. Hij was het die afgelopen voorjaar hun stukje land heeft omgeploegd, hij heeft geholpen met het opstapelen van de enorme stapel stookhout op hun hof, hij springt in bij al het zware werk dat zijn grootvader, die twee jaar geleden een deel van zijn voet kwijtraakte wegens adervernauwing, niet meer zelf kan doen.
Op Veronika’s koelkast hangt een koelkastmagneet met het logo van regeringspartij Fidesz, en Bálints moeder, leeft samen met een lokaal gemeenteraadslid van Fidesz. Maar dat verandert er weinig aan dat Bálint niet rond kan komen en dat hij thuis node zal worden gemist. Hij is niet de enige. De afgelopen twee jaar zag Hongarije een uitstroom van artsen, verpleegsters en vaklieden, maar ook van ongeschoolde zigeuners die thuis geen enkele kans op werk maken. Hongaarse hoertjes doken op in de ramen van Amsterdam en de straten van Zürich.
Volgens een prognose van het Hongaars statistisch bureau krimpt de bevolking mede door migratie tot 2030 zo’n acht procent. Volgens onderzoek van opiniebureau Tarki heeft de emigratie het hoogste punt sinds de val van het communisme bereikt. Begin 2012 wilde 20 procent van de volwassen Hongaren enkele maanden tot jaren naar het buitenland. Zeven procent overweegt definitieve emigratie. Van de jongeren onder de dertig wil haast de helft weg.