Posts tonen met het label sociale voorzieningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociale voorzieningen. Alle posts tonen

woensdag 4 januari 2017

Alex

Winter
Een witte kerst was het niet, maar nu is de sneeuw er dan toch Dat is pech voor kleine Alex. Begin december schreef het achtjarige jongetje een brief aan ‘Jézuska’, het kerstkind dat in Hongarije de cadeautjes onder de kerstboom legt. Niet omdat Alex cadeautjes verwachtte. Hij wist dat Jézuska niet bij hen kwam, schreef hij, omdat ze arm waren. Maar hij had wel één wens: dat het thuis warm zou zijn met Kerstmis. En hij hoopte op melk en brood in plaats van meelpap. De Lego waarvan hij droomde, daar rekende hij al helemaal niet op.
De brief belandde niet bij Jézuska, maar wel bij de Hongaarse investeerder Zoltán Bruckner die hem op Facebook zette en daarmee een kleine storm ontketende. De hulp stroomde binnen, en Bruckner opende een aparte bankrekening voor de giften. Er kwam een stichting die de gaven in natura inzamelde en verspreidde, zodat niet alleen aan Alex, maar ook de andere doodarme gezinnen in diens dorp Kerstmis met volle buik en cadeautjes konden vieren. Dat was maar goed ook, want nadat de eerste etenswaren bij Alex’s familie waren gearriveerd, had jaloezie daarover ertoe geleid dat dorpsgenoten hen uitscholden en uitsloten.
Wat hielp bij de overweldigende steunbetuigingen, is dat Alex niet voldoet aan het beeld dat veel Hongaren van diepe armoede hebben, namelijk dat het vooral om zigeuners zonder opleiding gaat. Alex’s familie had ieders buren kunnen zijn. Uitzonderlijk is hooguit dat ze zo groot is: zes kinderen, waarvan de jongste ondanks een glutenallergie soms niet meer dan meelpap in plaats van babymelk krijgt.
Maar verder woonden ze ooit in een koopwoning en hadden beide ouders een baan. Pas toen ze de hypotheek niet meer konden betalen en de ouders ook nog hun werk kwijtraakten, raakten ze in de problemen. Als klap op de vuurpijl liet de vader zijn gezin ook nog eens in de steek en bleek de jongste baby heel ziekelijk. Het was een drama waarin iedereen zich kon verplaatsen.
Er waren mensen die betwijfelden of Alex met zijn keurig geschreven briefje wel bestond. Maar Alex en zijn familie zijn bepaald geen uitzondering. Volgens een onderzoek van de KSH, een Belgisch-Hongaarse bank die een eigen sociaal hulpprogramma heeft, leeft 42,2 procent van de Hongaarse kinderen onder de zeven jaar in armoede. Dat zijn grotendeels, maar zeker niet alleen, zigeunerkinderen. Zo’n 130.000 van hen groeien op in permanent gebrek aan alles, van goede voeding tot kleding en speelgoed. Eenzijdig eten en vitaminegebrek zijn heel gewoon, maar vijftigduizend kinderen lijden echt honger, vooral in het weekend en de schoolvakanties. Op schooldagen krijgen ze in ieder geval nog een gratis schoolmaaltijd.
Zo’n 110.000 kinderen leven in een huis zonder badkamer en voor 150.000 kinderen betekent ‘wc’ op zijn best een plank boven een gat in een hutje op het erf. Pas op school zien ze voor het eerst een toilet dat je moet doortrekken. Pakweg 200.000 kinderen groeien op in een woning zonder stroom (en dus zonder tv, om over een computer maar te zwijgen) en velen hebben in hun leven nog nooit een nieuw kledingstuk gekregen of een banaan of sinaasappel gegeten.
Maar de kou, een kou die zo erg is “dat alles pijn doet” zoals Alex aan Jézuska schreef, is in de winter een van de grootste problemen, aldus Nora Ritók, directeur van een stichting die zich bezighoudt met armoedebestrijding in Oost-Hongarije, het armste deel van het land. Arme gezinnen stoken meestal op hout, en bossen zijn schaars in de regio. Sprokkelen is trouwens strafbaar en veel mensen stoken simpelweg alles was brandbaar is, van plastic tot autobanden, om het warm te houden. Een warme winter is daarom misschien wel het beste dat Jézuska Alex en zijn lotgenoten kan brengen.


zondag 16 november 2014

Land zonder sociale voorzieningen

Werkverschaffing. Foto: Pester Lloyd
Als het aan de Hongaarse premier Viktor Orbán ligt, schaft Hongarije in 2018 alle uitkeringen voor werklozen af. Wie geen baan heeft, moet meedoen aan de publieke werkverschaffing of hongerlijden. De sociale welvaartsstaat heeft volgens Orbán afgedaan. Zijn doel is een land waar "iedereen een baan heeft waarvan hij niet alleen kan leven, maar zelfs wel bij vaart." In de komende vier jaar gaat de bijstand van 28000 forint per maand (pakweg 90 euro) jaarlijks met een kwart omlaag.
Volledige werkgelegenheid klinkt als een nobel streven, zonder enige twijfel. Nieuw is het idee niet: in het communisme was er ook sprake van volledige werkgelegenheid en werkplicht. Uitkeringen bestonden niet. Onzinnige baantjes daarentegen bij de vleet, want zinnig, goed betaald werk creëren voor iedereen, dat is tot nu toe nog niemand ter wereld gelukt. Internetsite Index deed afgelopen week uitvoerig onderzoek naar de resultaten van het Hongaarse publieke werkprogramma en hun conclusies stemmen niet vrolijk.
Die werkverschaffing is om te beginnen bepaald geen baan waar je wel bij kunt varen. Je verdient iets van er 150 euro per maand, de helft van het minimumloon. Het is ook geen aanzet om uiteindelijk in een reguliere baan aan de slag te gaan, zoals de bedoeling was van sociologe Zsuzsanna Hegedüs, het brein achter het plan. Recente onderzoeken wijzen eerder op het tegendeel. Hoewel de werkloosheid volgens de officiële cijfers is gedaald, is de armoede in Hongarije de afgelopen jaren dramatisch gestegen. Het aantal armen is gestegen van 2,92 miljoen in 2008 naar 3,3 miljoen nu. En dat op een bevolking van 10 miljoen mensen. Armoede in Hongarije is iets anders dan armoede in Nederland. Het betekent voor zeer veel mensen een huis dat 's winters niet gestookt wordt en kinderen die het bij winters van min 15 of min 20 moeten doen zonder winterkleding en die regelmatig zonder eten naar bed moeten. Oh ja, en op het illegaal kappen van hout staat gevangenisstraf.
De werkverschaffing blijkt voor de meeste mensen die erin zitten een doodlopende weg. Ze zijn ongeschoold of hooguit zeer laag opgeleid en de enige manier waarop ze een echte baan zouden kunnen krijgen, is scholing. Maar als je de hele dag aan het werk bent, komt het niet van bijscholen. Ook niet van solliciteren, trouwens. Volgens een onderzoek van de Hongaarse Academie van Wetenschappen vond in 2011-2012 zo'n 18 procent van de mensen in een werkprogramma een echte baan. Inmiddels is dat cijfer gedaald naar 13 procent.
Daarbij speelt lage opleiding niet de enige rol. Veel gemeenten laten hun straten en plantsoenen liever onderhouden door goedkope arbeidskrachten uit de werkverschaffing dan door reguliere straatvegers en tuinlieden die dubbel zoveel kosten. Sterker nog, in een behoorlijk aantal gemeenten zijn reguliere banen simpelweg wegbezuinigd en vervangen door mensen uit het publieke werkprogramma, met een beetje pech dezelfde mensen die het werk daarvoor als echte baan deden. Gemeenten zijn dan ook lang niet altijd blij als die mensen proberen echt werk te zoeken. Dat verklaart waarschijnlijk mede waarom er zo bitter weinig terechtkomt van de scholingsprogramma's die bij de introductie van de werkverschaffing werden beloofd.
Veel mensen in de werkverschaffing hebben het simpelweg veel te druk om ander werk te zoeken. Omdat je van 150 euro niet kunt leven, klussen ze er vaak zwart bij. Werkdagen van 12 tot 14 uur zijn in zo'n geval geen uitzondering en dan blijft er voor solliciteren weinig tijd over. Een ander probleem is volgens de studie van de Academie van Wetenschappen dat veel mensen met een uitkering simpelweg het geld niet hebben voor het buskaartje waarmee ze naar een sollicitatiegesprek zouden kunnen gaan.
De werkloosheid is volgens officiële statistieken de afgelopen jaren fors gedaald. Met 7,6 procent lijkt Hongarije op Europees niveau bepaald niet slecht te scoren. Maar wie in de werkverschaffing zit, is volgens de statistieken gewoon een werkende, en geen werkloze die eigenlijk op zoek is naar een echte baan. Zou je die mensen tellen als wat ze feitelijk zijn, namelijk werklozen zonder regulier werk, dan kom je volgens Index eerder op een werkloosheidscijfer van ruim 11 procent.
Ook wordt in diezelfde statistieken trouwens niet meegeteld dat enkele 100-duizenden Hongaren de afgelopen paar jaar naar het buitenland zijn vertrokken om daar een beter betalende baan te zoeken. Ook dat verlaagt het werkloosheidscijfer, maar dat kun je moeilijk aan het regeringsbeleid danken. Tenzij je de regering natuurlijk krediet wilt geven voor het feit dat honderdduizenden  hun toekomst liever in het buitenland zoeken.