Posts tonen met het label 15 maart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 15 maart. Alle posts tonen

donderdag 12 maart 2015

Scholieren niet naar Orbán? Landverraad!

Scholieren als publiek, 1 mei 1980. Foto Fortepan
"Wij danken u hartelijk voor de uitnodiging, maar moeten u tot onze spijt mededelen dat onze leerlingen niet deel kunnen nemen aan een bijeenkomst in deze vorm." Beleefd, maar beslist heeft het Madach Imre Gymnasium in Vác laten weten niet in te gaan op het verzoek om komende zondag hun tien beste leerlingen en  hun beste leraar  naar Boedapest te sturen om daar deel te nemen aan de officiële viering van 15 maart, de feestdag waarin de opstand van 1848 wordt herdacht.
De uitnodiging, als je van een uitnodiging kunt spreken, kwam van KLIK, het centrale instituut dat de baas is over het overgrote deel van de Hongaarse scholen, en van het bureau dat verantwoordelijk is voor de organisatie van nationale festiviteiten. Vorige week ontkende KLIK nog dat scholen zo'n verzoek hadden ontvangen.  Maar inmiddels is duidelijk dat alleen al uit de provincie Pest 250 leerlingen worden verwacht.
De website Magyarinfo.blog.hu wist de hand te leggen op de brief aan de scholen. In het totaal wil KLIK 800 leerlingen optrommelen als publiek voor de officiële feestelijkheden. Ze worden niet alleen verwacht bij het hijsen van de vlag op het Kossuth tér, maar ook bij premier Orbáns rede bij het Nationaal Museum.
Troostprijs: het vervoer is gratis, en ze krijgen ook een gratis lunch. Helaas, aldus de brief, kan bij die lunch vanwege het grote aantal deelnemers geen rekening gehouden worden met voedselallergieën of andere speciale behoeften. Oh ja, en of de ouders er ook even toestemming voor willen geven dat hun kinderen mogelijk door de tv worden geïnterviewd.
Daar had de school in Vác dus geen zin in. "We organiseren onze eigen herdenking", liet de schoolleiding aan KLIK weten, maar: "De leraren van ons lerarenkorps ondersteunen deelname van leerlingen aan politiek getinte bijeenkomsten niet en ze organiseren die zelf ook niet. Ze vinden het onaanvaardbaar dat zo'n deelname voor leerlingen op een of andere manier verplicht zou zijn, en vinden het ook in tegenspraak met de dataprotectiewet om de gegevens van eventuele deelnemers, dat wil zeggen de leerlingen, aan de organisatoren te sturen."
Duidelijke taal, waar de leraren vermoedelijk even over hebben moeten nadenken. Want je mag niet aan politiek willen doen, maar aan een overheidsorganisatie, aan je baas zelfs, schrijven dat je je leerlingen niet aan een officiële herdenking laat deelnemen omdat die volgens jij een politiek karakter heeft, dat is een politieke daad. Het is namelijk onverholen kritiek. En kritiek is riskant voor leraren. De wet staat toe om iedere ambtenaar zonder opgaaf van redenen te ontslaan. De eerste reactie is er al: de Vereniging voor de Volgende Generatie, een Fidesz-club, heeft het schoolbestuur voor 'landverraders' uitgemaakt.
Het is niet voor het eerst dat er jeugdig publiek wordt georganiseerd voor de 15 maart toespraak van premier Orbán. Twee jaar geleden bleek dat veel jongeren in het publiek studenten waren die daarvoor 1500 tot 2000 forint hadden gekregen. Ook andere bewindslieden laten hun bijeenkomsten zo opfleuren. Toen minister van landbouw Sándor Fazékas oktober vorig jaar een tocht langs een aantal oorlogsmonumenten in de Kunság maakte, werden overal scholieren, en in een aantal gevallen zelfs kleuters opgetrommeld om er in de stromende regen voor te zorgen dat er überhaupt publiek stond. Ach ja, zo ging het in 1980 ook.
Scholieren als publiek, oktober 2014. Foto Index.hu
De scholieren die wel gaan, staat overigens een lange dag te wachten. Ze moeten tot drie uur 's middags paraat blijven, wanneer de 'Nationale Declamatie' geacht wordt te beginnen. In ieder dorp en iedere stad waar een straat of plein vernoemd is naar Lajos Kossuth of Sándor Petőfi (twee vooraanstaande figuren tijdens de opstand) of naar de 15de maart zelf, worden mensen opgeroepen om zich om drie uur naar die straat te begeven om daar samen Petőfi's 'Nationale Lied' te declameren, Ieder Hongaars kind leert dat gedicht uit 1848 op school uit zijn hoofd: "Sta op Hongaren, het Vaderland roept! De tijd is hier, nu of nooit. Zullen wij slaven zijn of vrij? Dat is de vraag, kies je antwoord!" 

donderdag 15 maart 2012

Drie demonstraties, drie Hongarije's

Vlaggen. En nog meer vlaggen. Duizenden vlaggen. En kokardes, zo groot als pannenkoeken. Rood, wit en groen. En veel, heel veel oude mensen. Premier Viktor Orbán omringt zich tijdens zijn toespraak op 15 maart op het Kossuthplein voor het parlement met tientallen jonge mensen, maar die weerspiegelen zeker niet de gemiddelde leeftijd van de massa die naar Boedapest zijn gekomen om hun premier te horen spreken op de herdenking van het begin van de Hongaarse opstand van 1848. Jong  is het niet, zijn gehoor. Hier staat de generatie die opgegroeid is onder Kadár en die zo'n jaar of veertig was toen het communisme viel. Zij zijn de mensen die het minste geprofiteerd hebben van die omwentelingen  Als veertigers hadden ze in 1990 hun leeftijd  niet mee en hun communistische schoolopleiding was ook niet afgestemd op de eisen van de nieuwe markteconomie. Geen wonder dat ze treuren om hun verloren kansen en om het verlies van de zekerheden die het communisme hen garandeerde: een huis, een baan, een pensioen.
En ze zijn massaal gekomen, uit heel Hongarije, met busladingen tegelijk. En van verder dan Hongarije: de ultraconservatieve katholieke Poolse krant Gazeta Polska heeft een behoorlijke groep Poolse katholieken weten op te trommelen die Orbán komen toejuichen. Ze zien de Hongaarse premier als een voorbeeld dat in Polen navolging verdient. Zwaaiend met rood-witte vlaggen voegden ze zich onder gejuich en geklap bij de menigte op het plein voor het parlement. Kritische taal vanuit de EU is voor Orbán en zijn aanhang buitenlandse inmenging, maar voor Poolse steun ligt dat anders.
Huzaren zijn er, en generaals, trommelaars en trompetters. Het is per slot van rekening een nationale feestdag en de regering betaalt. En uiteraard is een vlammende toespraak van Orbán, met als motto: "We zullen geen kolonie zijn." "Dit is de dag van de vrijheidstrijders, dit is het plein van de vrijheidstrijders, wij zijn het volk van de vrijheidstrijders." De menigte juicht erom. "Viktor Orbán is fantastisch," zegt een vrouw tegen haar vriendin. Ze is dik over de zestig, maar straalt als een puber.
Al aan de muziek is te horen dat er twee kilometer verderop, op de Straat van de Persvrijheid, een hele andere sfeer heerst. Geen trommels, geen trompetten, maar een vriendelijk deuntje. Weinig vlaggen ook, en de kokardes ontbreken niet, maar ze zijn wel een stuk kleiner. In plaats van vlaggen zijn er veelal humoristische borden. Hier demonstreert de oppositie.


woensdag 16 maart 2011

APPLAUS

Duizenden mensen kwamen gisteren naar het Nationaal Museum om te luisteren naar de rede die premier Viktor Orbán ter gelegenheid van de 15de maart, een van de belangrijkste Hongaarse nationale feestdagen, waarin de opstand tegen de Habsburgse keizer van 1848 wordt herdacht. Die opstand begon, volgens de verhalen althans, op die trappen, met de declamatie van een gedicht dat de dichter Sándor Petöfi: "Sta op, Hongaren, willen wij slaven zijn of vrij". Ieder kind kent de tekst uit zijn hoofd, het is verplichte kost op de lagere school.
De 15de maart is een nationale feestdag die leeft: vrijwel iedereen op straat loopt die dag met een kokarde met de Hongaarse driekleur (Petöfi's vrouw schijnt in 1848 eindeloos veel van die dingen genaaid te hebben) of een groen-wit-rood strikje en veel mensen bezoeken ook een of andere herdenking, waarvan er genoeg zijn overal in het land.
Orbán is populair, dus het lag in de lijn der verwachting dat er duizenden mensen zouden komen om te luisteren naar een rede die bol stond van de anti-EU-retoriek. Hongarije had in 1848 verzet tegen de macht van Wenen, en in 1956 tegen Moskou, en het zou zich door Brussel ook niet de wet voor laten schrijven. En dat voor een land dat momenteel EU-voorzitter is.
De menigte vond het prachtig. Merkwaardig is daarom de onthulling van internetkrant Origo, dat er honderden studenten rondliepen die betaald bleken te zijn om daar te komen. Voor 1500 tot 2000 forint waren ze ingehuurd om te komen klappen. De meesten hadden geen enkele interesse in de gebeurtenis zelf, maar ach, het geld was makkelijk verdiend.
Een woordvoerder van Orbán  probeerde niet eens te ontkennen dat er mensen waren ingehuurd om te applaudiseren. Klappende mensen rond Orbán op de trappen van het museum waren "deel van het programma". Zouden ze soms bang geweest zijn dat de menigte anders 'boe' was gaan roepen?