Posts tonen met het label vluchtelingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vluchtelingen. Alle posts tonen

vrijdag 23 november 2018

Een christelijke vluchteling

Asia Bibi. Geen Gruevski, geen Hongaarse hulp.
Tussen alle verhalen hoe de Macedonische oud-premier Nikola Gruevski vorige week naar Hongarije vluchtte, is dat van de Servische Cetnik-leider Vojislav Seselj waarschijnlijk wel het meest curieuze. Voor de Servische tv beweerde hij dat het zijn extreemrechtse commando’s waren  die de Macedonische oud-premier aan de Servisch-Montenegrijnse grens van een Hongaarse diplomaat overnamen en “onder bescherming van bajonetten naar het bevriende Hongarije” brachten. Daar vroeg Gruevski politiek asiel aan, want in Macedonië wacht hem twee jaar gevangenisstraf.
Hoe het afliep weten we inmiddels: begin deze week kreeg Gruevski zijn vluchtelingenstatus, vermoedelijk in de snelste Hongaarse vluchtelingenprocedure ooit. Luttele uren eerder had het hoofd van de Hongaarse immigratiedienst nog in het parlement verklaard dat zo'n procedure de nodige tijd zou nemen. Luttele uren later vroeg Macedonië officieel om uitlevering vroeg.
Luttele uren te laat: een vluchtelingenstatus beschermt onder meer tegen rechters die eventueel zouden kunnen besluiten dat uitlevering gerechtvaardigd is, aangezien hij veroordeeld is omdat hij als premier voor privégebruik op staatskosten een auto van 580.000 euro had laten aanschaffen.
Als je Balázs Hidvéghi, woordvoerder van regeringspartij Fidesz mag geloven, was die auto helemaal niet de reden voor Gruevski’s veroordeling, maar is hij politiek “vervolgd door een linkse regering met steun van Georg Soros”. Volgens regeringsmedia ziet de ‘Amerikaanse speculant Soros’ Gruevski namelijk als obstakel voor zijn plannen om Europa te bevolken met migranten.
In geen jaren, waarschijnlijk nooit, heeft Hongarije een vluchteling zo warm ontvangen. Gruevski wachtte geen detentiecentrum aan de grens, zoals andere asielzoekers, maar een luxehotel in Boedapest. En nee, het was niet de regering die dat besloten had, aldus Gergely Gulýás, topman van het bureau van premier Viktor Orbán., maar 'bevoegde autoriteiten'. De reden: de buitengewone omstandigheid dat Gruevski tien jaar premier is geweest.


donderdag 15 november 2018

Een hete aardappel uit Macedonië.


De Macedonische ex-premier en nationalist Nikolai  Gruevski, die in zijn vaderland een celstraf uit moet zitten voor corruptie, heeft in Boedapest politiek asiel aangevraagd. De Hongaarse regering van premier Orbán bekijkt de aanvraag.
De ex-premier, die aan het hoofd stond van de rechts-nationalistische VMRO-DPMNE partij en regeerde van 2006 tot 2016, werd op 9 november in hoger beroep tot twee jaar cel veroordeeld wegens corruptie. Hij meldde zich vervolgens echter niet bij de autoriteiten om zijn straf uit te zitten, maar ontvluchtte het land (zonder zijn paspoort dat was ingenomen) en vroeg in Hongarije vervolgens politiek asiel aan. Hij kreeg daarbij mogelijk actieve hulp van de Hongaarse regering en verblijft nu waarschijnlijk in een hotel in Boedapest.
Dat is een ietwat andere behandeling dan de doorsnee politieke vluchteling die - legaal of illegaal - Hongarije binnen komt. Wie legaal komt, wordt opgesloten in een containerkamp aan de Hongaarse grens in afwachting van zelfs maar de eerste stappen tot aanvraag van asiel. Wie illegaal komt, wordt stante pede het land uitgegooid met de mededeling dat hij nooit meer binnen mag.
Maar Gruevski is dan ook een goede vriend van Viktor Orbán, die hetzelfde type nationalistisch, autoritair en corrupt beleid voorstaat. Spotprenttekenaar Marabu ging er in weekblad HVG dan ook van uit dat Gruevski zijn asiel wel zou krijgen (Vraag van Gruevski: als premier heb ik gestolen, bedrogen en gelogen, en daarom word ik nu in mijn land vervolgd. Mag ik binnenkomen? Antwoord van Orbán: we zijn altijd blij om iemand die onze cultuur deelt te verwelkomen.). Het is waarschijnlijk wat gecompliceerder dan dat. Instemmen met het verzoek leidt tot spanningen met de (centrum-linkse) regering van Macedonië en vooral met Europa. Maar het afwijzen ervan doet hem uiteraard geen goed bij zijn politieke vrienden, niet op de laatste plaats de Russische leider Putin die geldt als de grote beschermheer van Gruevski.

Update om 21.00 uur:
Het lijkt nu wel zeker dat Gruevski uit Macedonie is gevlucht in een wagen (kenteken CD1013A van de Hongaarse ambassade in buurland Albanie. Die pikte hem waarschijnlijk op bij de Macedonisch-Albanese grens en bracht hem over de Albanees-Montenegrijnse grens (11 november, 19:11 uur). Via Montenegro is hij naar Servie gegaan en is vervolgens mogelijk  met een Hongaars regeringsvliegtuig van Belgrado naar Boedapest gebracht. In ieder geval wijst deze piratenactie van de Hongaarse regering erop dat Marabu gelijk had.

maandag 25 september 2017

De stem van de Paus in Hongarije

Foto Runa Hellinga
Bisschop Miklós Beer met Sejmen Aldauidi
Asielzoeker Sejmen AlDauidi woont inmiddels waarschijnlijk niet meer in het bisschoppelijk paleis in het Donaustadje Vác. Zijn asielaanvraag werd eerder dit jaar afgewezen, en vanaf dat moment hield bisschop Miklós Beer er rekening mee dat de Hongaarse politie ieder moment op de statige bisschoppelijke paleispoort kon kloppen om de Koerdische civiele ingenieur op te halen. Net zoals dat eerder met zijn voorgangers, twee vluchtelingen uit Afrika, gebeurde. Toen kwamen de agenten in alle vroegte en voerden de twee in boeien af, vertelt de bisschop met bedrukt gezicht.
Maandenlang deelde Beer paleis en eettafel met AlDauidi en drie andere vluchtelingen.  De Koerd bekeerde zich tot het katholicisme, Beer heeft hem persoonlijk gedoopt, de andere waren drie moslim. Een van hen hield zich aan de ramadan. In die weken at de rest 's avonds wat later.
Beer geeft vluchtelingen
onderdak omdat te helpen en om een voorbeeld te stellen. "Mijn droom is dat iedere parochie een vluchtelingenfamilie huisvest," zegt hij. Dan kan Hongarije makkelijk 20.000 mensen huisvesten. "Eén familie per dorp, die worden zo geaccepteerd." Dat daarmee het terrorismegevaar toeneemt, gelooft hij niet: "Het is juist de verbittering van mensen die uitgesloten en opgesloten worden die tot radicalisering leidt."
'De stem van de paus' noemen Hongaarse media de bisschop. Een geuzennaam, vindt hij, maar het is lang niet altijd complimenteus bedoeld. Op Facebook krijgt Beer de nodige beschimpingen te verduren. De Hongaarse katholieke kerk is overwegend zeer conservatief en Franciscus is lang niet bij iedereen populair. Beers collega in Szeged wijst diens uitspraken over vluchtelingen categorisch af en sommige priesters noemen de kerkvader openlijk de anti-Christ.
Beer wordt gedreven door mededogen. "Oorlog, rampen, droogte: niemand kiest de plek en situatie waarin hij geboren wordt. Je kunt niemand op basis van zijn herkomst wegzetten als terrorist of juist als onschuldig mens." Toch steunt hij, met tegenzin, het grenshek dat premier Viktor Orbán liet bouwen. "Je moet een deur ophouden voor vluchtelingen die het echt nodig hebben, maar je moet voorkomen dat mensen zomaar door het raam Europa binnenkomen," zegt hij. Hoe die deur open moet blijven, is een goede vraag. "Maar zoals Paus Franciscus zegt: eenvoudige antwoorden bestaan niet. Je moet vechten voor het juiste antwoord."
De bisschop leeft naar wat hij preekt, eenvoudig en hulpvaardig. Niet alleen geeft hij vluchtelingen onderdak, op besneeuwde winterdagen veegt hij zelf de stoep voor zijn paleis. Zijn bisdom omvat de straatarme provincie Nógrád, met dorpen waar vrijwel uitsluitend arme Roma, zigeuners, wonen, en hun problematiek gaat hem aan het hart. "In het huidige Hongarije bestaat geen dringender vraagstuk dan dat," zegt hij. Het bisdom organiseert onder meer naschoolse opvang met huiswerkhulp voor Roma-kinderen om hun onderwijskansen te verbeteren. In zijn preken roept Beer kerkgangers op om zigeuners als broeders te aanvaarden.
De Bergrede is zijn leiddraad: "Daarin zegt Jesus: Zalig die hongeren en dorsten naar de
gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want hun zal
barmhartigheid geschieden. Dat is niet zo moeilijk te begrijpen". Hij noemt het een waterscheiding in de manier waarop mensen geloven: "Of je aanvaardt die woorden en stelt medemenselijkheid voorop of dat je maakt geloof afhankelijk van rituelen: hoe vaak mensen naar de kerk gaan, bidden en vasthouden aan hun tradities."
Salonchristendom en cultuurchristenen, zo omschrijft Beer die laatste houding en hij herkent die bij veel politici die zeggen dat ze christelijke waarden beschermen wanneer ze voor potdichte Europese grenzen pleiten. De kloof tussen zulk traditionalisme en de opvattingen van de paus gaat zo diep dat hij eerder waarschuwde voor het gevaar van een breuk in de katholieke kerk.
Zo hard wil hij het nu niet formuleren, maar toch: "Vijfhonderd jaar na de reformatie is duidelijk dat het niet zover had hoeven komen als mensen naar elkaar waren blijven luisteren. Dat geldt nu. Maar er worden veel stompzinnigheden over Paus Fransciscus beweerd, zoals de beschuldiging dat hij de antichrist is. Dat is spelen met vuur. Dat mag gewoon niet."

donderdag 31 augustus 2017

Rust, ruimte, geen files en geen vluchtelingen

Foto Runa Hellinga
Rust en ruimte
Eigenlijk zochten Jacqueline en Jeroen Bastiaensen een vakantiehuis toen ze vijf jaar geleden een afgelegen boerderij in de buurt van het Hongaarse Csemö kochten. Maar de ruimte, de warme zomers en de rust lokten, net als de gedachte aan een leven zonder Nederlandse regelgeving, hoge inkomstenbelasting, files of wegenbelasting. En, al was dat niet het belangrijkste, het feit dat er in Hongarije eigenlijk geen moslims leven. "Ik vind dat premier Orbán het goed doet," zegt Jacqueline, "Ik voel me  in Boedapest een stuk veiliger dan in Amsterdam. Ik denk ook niet dat we hier bang hoeven te zijn voor een aanslag."
Asielzoekers uit het Midden-Oosten zijn niet welkom, maar begin februari zei premier Viktor Orbán dat zijn land graag echte vluchtelingen wil opnemen: "Duitsers, Nederlanders, Fransen en Italianen, bange politici en journalisten die in Hongarije het Europa zoeken dat ze thuis verloren zijn."
De premier verwees naar een nieuwe trend: de groeiende populariteit van Hongarije onder West-Europeanen op zoek naar een plek om nu of later te gaan wonen. Onze zuiderburen hebben er zelfs al een term voor: de vluchtende Vlaming. De een wordt gelokt door de rust en het klimaat, de ander door het belastingstelsel dat voor AOW'ers en arbeidsongeschikten zeer gunstig uitpakt: pensioen en uitkering zijn namelijk belastingvrij. Verder zijn de huizen spotgoedkoop.
Maar angst voor vluchtelingen en de islam is voor velen een bijkomende reden om juist voor Hongarije te kiezen. Jacqueline is blij met het grenshek dat Orbán liet bouwen. "Hij stelt het belang van Hongaren voorop. Dat vind ik prima, en ik hoor van anderen hetzelfde." Huizenbemiddelaars hebben dezelfde ervaring. De Duitse makelaar Ottmar Heide, die huizen rond het Balatonmeer verkoopt, vertelde vorig jaar tegenover de Beierse televisie dat acht van de tien mensen die hem om informatie bellen, expliciet het Duitse vluchtelingenbeleid als reden noemen.
Inmiddels hebben in een straal van 25 kilometer rond Csemö zo'n 300 Nederlanders en Vlamingen een boerderij gekocht. De Bastiaensen hebben er hun levensonderhoud van gemaakt: ze houden bij leegstaande vakantiehuizen een oogje in het zeil. Maar ze zien ook een groeiend aantal mensen dat zich definitief vestigt. "Al onze buren zijn Nederlanders die hier wonen. Mensen trekken naar elkaar toe, ja. Het is niet dat we dagelijks bij elkaar op de koffie gaan, maar het is toch prettig om landgenoten in de buurt te hebben," zegt Jacqueline. Al was het maar om de taal: net als de meeste Nederlandse, Belgische en Duitse immigranten spreken de Bastiaensen zeer gebrekkig Hongaars. "Zoals een Turk Nederlands. Het is een moeilijke taal," verzucht ze.
Gewone, bezorgde burgers zijn niet de enigen die in Hongarije een toevluchtsoord zien. Volgens politiek analist Péter Krekó trekt Orbáns beleid een groeiend aantal buitenlandse rechtsextremisten. Die moeten overigens geen al te hoge verwachtingen hebben als het om het opnemen van politieke vluchtelingen uit West-Europa gaat.
Dat ondervond de 81-jarige Duitser Horst Mahler, die in mei politiek asiel aanvroeg. Mahler, ooit bekend als advocaat van de links-extremistische Rote Armee Fraction, veranderde in de jaren tachtig in een extreemrechtse Holocaust-ontkenner en werd om die reden in Duitsland tot tien jaar veroordeeld. In 2015 kwam hij om gezondsredenen tijdelijk vrij, maar toen hij dit voorjaar de rest van zijn straf moest uitzitten, vluchtte hij naar Hongarije. Dat leverde hem luttele weken later weer aan Duitsland uit.
Ook twee Britse rechtsextremisten bleken dit voorjaar niet langer welkom. Jim Dowson en Nick Griffin,  ex-leden van de British National Party met paramilitaire contacten en een strafblad, waren sinds 2013 in Hongarije actief, onder meer met de verkoop van onroerend goed . Ze richtten precies op die doelgroep die Orbán graag ziet komen: conservatieve, katholieke blanken die zich zorgen maken over de toenemende islamitisering in West-Europa. Maar in mei werd Dowson tegengehouden op het vliegveld en kreeg Griffin te horen dat hij het land uit moest. Volgens de Hongaarse antiterrorisme-eenheid TEK vormden ze namelijk een gevaar voor de nationale veiligheid.

Dit verhaal verscheen eerder in het dagblad Trouw


zaterdag 20 augustus 2016

Referendum tegen vluchtelingen

Wist u? Een stadvol vluchtelingen
Je kunt ze nauwelijks over het hoofd zien, de EU-blauwe reclameborden die sinds twee weken de Hongaarse wegen sieren. Ze hangen in ieder dorp aan de lantarenpalen. De teksten liegen er niet om: "Wist u dat het aantal aanrandingen in Europa scherp gestegen is sinds het begin van de migratiecrisis?" en "Wist u dat Brussel een stad vol aan illegale immigranten in Hongarije wil vestigen?".
'Illegale immigranten' is de standaardterm van Hongaarse regeringspolitici voor asielzoekers. De blauwe borden zijn 'regeringsinformatie' en officieel alleen maar bedoeld om te wijzen op het referendum over de asielzoekersquota die de EU het land oplegt, dat op 2 oktober wordt gehouden. Dan kunnen Hongaren antwoord geven op de vraag: "Wilt u de EU het mandaat geven tot verplichte herhuisvesting van niet-Hongaren in Hongarije, zelfs zonder instemming van het nationale parlement?" Geen idee trouwens waarom in de vraag sprake is van 'niet-Hongaren', wat uiteraard een aanzienlijk breder begrip is dan 'illegale immigranten'.
Dat laatste is wel waar de regeringsborden zich op richten. Alle teksten zijn extreem negatief over asielzoekers en in hoeverre de beweringen kloppen, is soms moeilijk na te gaan. Betrouwbare Europese cijfers over aanrandingen zijn er bijvoorbeeld niet. Iedereen heeft gehoord van excessen, zoals in Keulen. Maar betekent dat dat het aantal aanrandingen in Europa in het totaal scherp gestegen is? Cijfers daarover bestaan simpelweg niet.
Een ding is wel zeker: het quotum van 1294 mensen waartoe Brussel Hongarije dit jaar verplicht, is bepaald geen 'stad vol', zoals de borden beweren.  Hoewel: er bestaan twee officiële Hongaarse steden met minder dan 1300 inwoners. Pálhaza in de provincie Borsod is de kleinste, De 'stad' heeft nog geen 1100 inwoners.
Ook als liefhebber van de Olympische Spelen ontkom je niet aan de negatieve berichtgeving rond het thema. De live sportuitzendingen van het sportkanaal van de Hongaarse staatstelevisie, worden regelmatig onderbroken voor 'één-minuut-nieuwsbulletins' of 'reclame met een maatschappelijk doel'. Tussen roeien en zwemmen door zie je minstens één nieuwsbericht over een Pakistaan die ergens in Europa een meisje heeft aangerand, een vluchteling die klaagt over het eten in een opvangkamp of een politicus over het verkeerde Europese beleid. Of anders verschijnen dezelfde EU-blauwe affiches, op tv aangevuld met passende video's van aanslagen of volgepakte boten.
Het referendum is een initiatief van regeringspartij Fidesz en volgens premier Viktor Orbán slechts bedoeld om Brussel duidelijk te maken wat de Hongaren willen, namelijk geen migranten in hun land. De oppositie ziet het eerder een soort verkapte Brexit, een boodschap van Orbán dat hij lak heeft aan Brussel, terwijl politieke analisten het vooral omschrijven als een poging van de premier om het vluchtelingenthema levend en daarmee zijn populariteitscijfers hoog te houden: voordat hij vorig jaar besloot een hek te bouwen om vluchtelingen buiten te houden, waren die behoorlijk ingezakt.
Hoe dan ook, de aanhoudende stroom negatief nieuws over vluchtelingen mist zijn effect niet. Terwijl van de pakweg 200.000 vluchtelingen die vorig jaar door het land trokken, vrijwel niemand asiel in Hongarije zelf heeft aangevraagd, is de angst voor 'migranten' zoals ze stelselmatig worden aangeduid, groot. Voor veel Hongaren is dat begrip overigens synoniem geworden met moslims uit Syrië, Irak en Afghanistan. Dat merkte een groep Mexicanen die onlangs tijdelijk in een Noord-Hongaars dorpje kwam werken. Het dorp reageerde zeer vijandig op de 'migranten', tot doordrong dat ze niet uit het Midden-Oosten kwamen. Daarna waren ze plots van harte welkom.
Vorig weekend, een week na het verschijnen van de regeringsposters, startte de officiële referendumcampagne en konden andersdenkenden een tegengeluid laten horen. Voorlopig is dat tegengeluid vrij bescheiden, De meeste oppositiepartijen noemen het referendum een propagandastunt en roepen daarom op tot een boycot. Daarmee omzeilen ze ook meteen het probleem van een inhoudelijke reactie. Die ligt nogal gevoelig, want het staat vast dat ook een groot deel van hun eigen aanhang de antimigrantenpolitiek van de regering volmondig.
In hoeverre oppositieaanhangers het boycotadvies volgen, wordt dan ook de grote vraag. Volgens de huidige opiniepeilingen wil 54 procent van alle kiezers gaan stemmen. Daarvan is zo'n 80 procent van plan om 'nee' te stemmen, wat, enigszins verwarrend, het antwoord is dat de voorstanders van het referendum graag willen zien.
Voor een geldig referendum is een opkomst van minimaal vijftig procent nodig. Dat was vroeger 25 procent, maar toen premier Orbán in 2010 aan de macht kwam, stond verhoging van de minimumopkomst bij referenda hoog op zijn agenda. Hij wilde namelijk voorkomen dat de oppositie zijn regeringsbeleid met volksstemmingen zou doorkruisen, een tactiek die hijzelf als oppositieleider succesvol toegepast.
De huidige peilingen uitkomen wijzen overigens op een succesvol referendum, en premier Orbán heeft daar dan ook op ingezet. De de vraag is overigens hoe reëel die peilingen zijn. Bij eerdere referenda die mensen na aan het hart lagen, zoals de toetreding tot de NAVO en tot de EU in 2004, bleef de opkomst uiteindelijk onder de 50 procent.
In praktijk doet de geldigheid er overigens niet echt toe. Per slot van rekening hoeft er helemaal geen wet veranderd te worden, maar is deze stemming uitsluitend bedoeld als 'boodschap aan Brussel' dat Hongaren geen migranten willen. En zo zal Orbán de uitslag zonder enige twijfel gebruiken, zolang de opkomst niet absurd laag is en de overgrote meerderheid daadwerkelijk nee stemt . En het zou zeer verrassend zijn als dat niet gebeurde.

maandag 8 augustus 2016

Op zoek naar een hemel zonder bommen

Foto Runa Hellinga
Maru Kameri en zijn zoon
“Noem het geen kamp,” zegt Saed Muhsan. De textielhandelaar, die in Kaboel hoofddoeken verkocht, is de tijdelijke en informele leider van het noodkampje dat vluchtelingen hebben opgezet in de buurt van het Servische grensplaatsje Horgos. Op een verloren strook land tussen het met NATO-prikkeldraad afgezette grenshek dat de Hongaren vorig jaar bouwden en de officiële Servische grens wachten 600 mensen, vooral Afghanen, wekenlang op toelating tot Hongarije.
Dagelijks mogen vijftien gelukkigen, veertien in familieverband en één alleen reizende man, naar de transitzone aan de andere kant van het hek. Daar is een van containers gebouwd opvangkampje waar ze Hongaars asiel kunnen aanvragen. De families reizen vervolgens door naar andere opvang, de alleen reizende mannen blijven tot dertig dagen in de kale container met luchtkooi. Alles is gedaan om asiel aanvragen zo onaantrekkelijk mogelijk te blijven, al wil niemand sowieso in Hongarije blijven.
Op een lijst houdt Muhsan bij wie wanneer aan de beurt is. Zelf heeft hij nog dertig dagen te gaan. Dat mensen weten wanneer ze verder reizen, maakt het wachten enigszins dragelijk. “Nog 22 dagen,” weet de elfjarige Iraanse Abdulfaz, die met zijn ouders in een door een takkenhek afgeschermde tent verblijft. Hij is een van de weinige kinderen die wat Engels spreekt, en hij is er trots op.
Maar Musan heeft gelijk, een kamp kun je deze verzameling tijdelijke onderkomens uit takken, dekens en wrakke tentjes nauwelijks noemen. Het enige water komt uit twee kranen middenin een modderpoel. Een meertje verderop doet dienst als badfaciliteit. Een Hongaarse hulporganisatie is er met veel moeite in geslaagd toestemming te krijgen om chemische toiletten te plaatsen. Overal smeulen kookvuurtjes. Er is geen elektriciteit, laat staan wifi, broodnodig voor het contact met familie.
Je moet doorzettingsvermogen hebben om hier te blijven. Maar doorzettingsvermogen kun je de mensen niet ontzeggen. Maru Kameri heeft zijn elf jaar oude, zwaar gehandicapte zoon een half jaar lang op zijn rug gedragen terwijl ze te voet uit Afghanistan door Iran en Turkije trokken. Dan kan een paar weken wachten er ook nog wel bij. De jongen zit nu in een rolstoel die hij onlangs van een hulporganisatie kreeg. Zijn toekomst is Kameri's motivatie: in Afghanistan is er voor de jongen geen enkele opvang.
De zon schijnt vandaag en kinderen volleyballen bij een net van takken en touw. De kleinsten zijn aan het bellen blazen, een cadeautje van een hulporganisatie. Degenen die geen bellenblaas hebben gekregen, trekken iedereen die er niet als een vluchteling uitziet, met een vragende blik aan de kleren. Het ziet er allemaal haast ontspannen uit, maar toen het onlangs twee dagenlang goot, was er weinig vrolijkheid. De dekententen raakten doorweekt, de mensen ook. Gelukkig is het zomer. Maar je moet denken niet aan de winter.
Met dat nachtmerriescenario worstelen ook de Servische autoriteiten. Die willen voorkomen dat zich dan aan deze grens vergelijkbare taferelen gaan afspelen als in Macedonië. Recentelijk kreeg Muhsan te horen dat hij geen nieuwkomers meer op de wachtlijst mag zetten. Sindsdien moet hij mensen wegsturen. “Maar waar die heen moeten? De Servische vluchtelingenkampen zijn vol. En mensen kijken mij aan alsof het mijn schuld is.” Hij zucht.
De strook land is officieel Hongarije en de verzorging komt grotendeels op de Hongaren neer. 's Ochtends brengt het Rode Kruis ontbijt. Iedere middag brengt een hulporganisatie helemaal uit Boedapest warm eten. “Een kwestie van beschaving. Je kunt mensen toch niet laten stikken?” zegt vrijwilligster Nikoletta Szöllösi. Ze hielp vorige jaar ook bij de opvang van vluchtelingen die in de Hongaarse hoofdstad waren gestrand.
Bizar is het avondmaal. Dat levert het Hongaarse leger. Eerst nemen bewapende militairen stelling op het dak van de  transitzone. Dan opent een deur in de containerwand. Op vertoon van door een Muhsan verstrekt bonnetje krijgt iedere familie een voedselpakket: brood, melk, beleg, sap en chocolade. Grote families krijgen er twee.
Khaled Khan reist alleen. Zijn Engels is vlekkeloos, hij werkte in Afghanistan drie jaar als tolk voor de Amerikanen. “In Afghanistan ben ik mijn leven niet meer zeker.Voor de Taliban ben ik een verrader.” Eerder heeft hij geprobeerd illegaal de grens over te steken, maar daar begint hij niet meer aan. “Ik ben gepakt, en toen ze me de grens overzetten, hebben ze me twee keer met een elektrische stok geshockt.” Nu wacht hij op zijn beurt om toegelaten te worden tot de transitzone.

Foto Runa Hellinga
Wachten op het avondeten
Hij is niet de enige met een verhaal over mishandeling aan de andere kant van het grenshek. Sinds 5 juli zet Hongarije vluchtelingen die in het binnenland worden aangetroffen, weer over de grens met Servië. Officieel mogen mensen die binnen een zone van acht kilometer worden opgepakt, weer terug worden gezet, in praktijk worden ook mensen die al veel verder weg zijn, teruggestuurd. Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch gebeurt dat vaak zeer hardhandig. De organisatie interviewde twaalf vluchtelingen die claimden dat ze geslagen zijn, hardhandig door het scheermesjeshek zijn geduwd, met honden opgejaagd of met bijtende vloeistoffen werden bespoten.
Veel mensen hebben maar een flauwe notie wat ze in Europa moeten wachten, maar Khan volgt het het internationale nieuws nauwlettend. Iedere dag loopt hij naar het Servische Horgos om zijn telefoon op te laden en ergens op de wifi in te loggen. Hij is op de hoogte van de recentste aanslagen in Europa. Hij heeft ook alle begrip voor de angst van veel Europeanen. “Dit is hun land, hun leven, ze willen onze problemen niet. Maar ik ben geen terrorist. Ik hou net als ieder ander van het leven. Het enige dat ik wil, is een rustige plek waar je naar de blauwe hemel kunt kijken zonder angst voor een bom.”
Of hij zich zorgen maakt over de vijandige reacties tegenover vluchtelingen? Hij haalt zijn schouders op: “In Afghanistan is ook racisme. Ik weet dat er problemen zijn, ik ken de verhalen van het internet, maar ik denk dat ermee te leven valt, al is het natuurlijk anders wanneer het jezelf overkomt. Maar wat moet ik? De keuze om terug te gaan heb ik gewoon niet.”

woensdag 8 juni 2016

Dichtbij Oostenrijk

Vluchtelingenkamp in Körmend
Bij de Tesco aan de rand van Körmend lopen vier met machinegeweren bewapende veiligheidsmensen naar binnen, leden van de speciale eenheid die de Hongaarse regering onlangs naar het stadje nabij de Oostenrijkse grens stuurde, met het doel de burgers te beschermen tegen overlast van het lokale vluchtelingenkamp. "Keulse toestanden zullen wij niet tolereren," aldus regeringspartij Fidesz op haar Faceboek-site.
Wie denkt aan hordes verkrachtende asielzoekers komt bedrogen uit. Er ging weliswaar het gerucht dat kampbewoners handballende meisjes in een nabijgelegen stadion hadden lastiggevallen. Volgens sommige media moesten de sportsters zelfs geëvacueerd worden. Ook zouden de asielzoekers een raampje hebben gebroken. 
Körmenders gingen de straat op om te protesteren tegen de onveilige omstandigheden. Maar feitelijk blijkt er helemaal niets gebeurd te zijn. Dat er een raampje kapot was, klopt weliswaar, maar niemand hoe dat precies komt. En de rest van het verhaal is volgens de regionale politiecommissaris János Tiborcz complete nonsens. Ook enkele van de betrokken meisjes hebben inmiddels verklaard dat ze nooit zijn lastiggevallen.
Niet dat daarnaar werd geluisterd. De regering, die asielzoekers als nationaal gevaar afschildert en geen enkele vluchteling wil toelaten, besloot de veiligheidseenheid hoe dan ook te sturen. Die houdt sindsdien strikt oog op ‘wangedrag’. Dat leverde een Afghaan al een boete van zo’n 150 euro op omdat hij naast het zebrapad was overgestoken.
En dat, terwijl de asielzoekers toch al goed in de gaten werden gehouden. Het vluchtelingenkamp, dat begin mei werd geopend, ligt niet toevallig aan het einde van een doodlopende weg op het terrein van de Körmendse politieschool. Vluchtelingen die de stad in willen, moeten eerst langs een sportveld vol politierecruten en langs talrijke politieagenten.
Het kamp zelf bestaat uit zo'n dertig legertenten met stapelbedden, samen goed voor driehonderd slaapplaatsen. Door de tentdaken steken kachelpijpen, maar in de koude nachten in mei was het steenkoud in de tenten, vertelt een Pakistaan. Er zijn zes wc's en zes douches. Om het kamp staat een hek en bij de ingang een kaalgeschoren bewaker. Wie het kamp in- of uit wil, moet zich bij hem melden. Van journalisten moet hij niets hebben.
Samen met een tweede kamp in het nabijgelegen Szent Gotthard dat binnenkort open moet gaan, wordt Körmend volgens de plannen straks het enige Hongaarse vluchtelingenkamp. Beide kampen liggen vlakbij de Oostenrijkse grens. Opvangcentra elders moeten sluiten en de bewoners worden geleidelijk hierheen overgebracht.
De Iraniër Mohamed Ali behoorde tot de eersten die dat overkwam. Hij arriveerde vier maanden geleden in Hongarije, nadat hij bij het drielandenpunt met Roemenië simpelweg om het einde van het beruchte hek langs de Hongaars-Servische grens was heengelopen. De eerste maanden zat hij in Bicske, een redelijk asielzoekerscentrum midden in Hongaren met echte gebouwen, behoorlijke voorzieningen en redelijk eten. "Maar twee weken geleden ben ik met vijftien anderen plotseling hierheen gestuurd."
Niemand heeft uitgelegd waarom hij moest verhuizen, maar Ali heeft zijn vermoedens. De beroerde behuizing, het slechte eten en de extreme controle zijn een goede aansporing om zo snel mogelijk weer weg te willen. "Ze willen gewoon dat we vertrekken. Toen ik hier kwam, waren er tweehonderd mensen. Nu nog maar honderd of zo." De rest? Hij gebaart naar het westen, waar achter glooiende akkers en bossen de Oostenrijkse grens loopt. "Het zijn een paar kilometer, je loopt er zo heen," zegt hij.
Sinds begin dit jaar zijn er meer dan 12000 asielzoekers in Hongarije geregistreerd, maar de meesten verlaten het land zo snel mogelijk. Eind april zaten er in het totaal nog geen 1800 mensen in Hongaarse asielzoekerscentra. De opening van het kamp in Körmend was voor buurland Oostenrijk aanleiding om vanaf 1 mei grenscontroles langs de Hongaarse grens te introduceren. Sommigen, vooral de extreemrechtse FPÖ die in het aan Hongarije grenzende bondsland Burgenland in de regering zit, pleiten ervoor een grenshek te bouwen.
In de eerste vier weken van de controles zijn 1919 mensen aangehouden. Dat is dertig procent meer dan in de hele periode tussen januari en eind april, toen in het totaal 1236 asielzoekers werden betrapt toen ze de grens overstaken.


zondag 31 januari 2016

Voor de rechter

Foto Runa Hellinga
Voor de rechter
Halverwege de zitting wordt het de Cubaan Joel Q. even te machtig en slaat zijn astma toe. Frummelend met geboeide handen haalt hij een inhalator uit zijn jaszak. Naast hem zit zijn medeaangeklaagde, de Bengali Mohammed R., ingehouden te snikken. Zijn tolk stopt hem een zakdoekje toe om zijn tranen te drogen.
Ze zijn met zijn drieën, de verdachten in de kleine, kale zittingskamer in de rechtbank in Szeged. De Cubaan en de twee Bengali worden alle drie ervan beschuldigd dat ze als vluchteling illegaal het hek dat de Hongaars-Servische grens afsluit, zijn gepasseerd. Volgens de Hongaarse wet kunnen ze drie jaar gevangenisstraf krijgen. 
Het moment dat zijn tolk die strafmaat vertaalt, begint Mohammed R. te huilen. Rechter Kristian Kemenes kijkt niet onvriendelijk op, maar gaat daarna onverstoorbaar verder met afratelen van wetsartikelen en andere standaardformuleringen. Hij kan de teksten duidelijk dromen. Geen wonder: iedere week worden enkele tientallen mensen aan het hek opgepakt en hooguit twee dagen later voor de rechter gebracht. Op het moment dat deze zaak speelt, staan ergens hoger in het gebouw nog vijf mannen voor hetzelfde misdrijf terecht.
De openbaar aanklager zet er hetzelfde tempo in, de pro deo advocate spreekt weliswaar langzamer, maar neemt ook niet veel tijd. Haar 'verdediging' duurt misschien anderhalve minuut. Vragen heeft ze niet. De tolken kennen het klappen van de zweep. Ze maken zich niet druk om een exacte vertaling van alle wetsartikelen, maar beperken zich de hoofdpunten: de vragen van de rechter,  het pleidooi en dingen zoals de eis en de motivatie van het oordeel en de antwoorden van de verdachten,
Niet dat die veel te zeggen hebben. De twee Bengali, die zonder papieren het land in zijn gekomen, willen niets kwijt behalve dat hun einddoel Italië was. Joel Q. is spraakzamer. De 42-jarige elektricien heeft behalve astma een maagzweer. In Cuba heeft hij een vriendin en twee zoons. Hij zoekt een beter leven en wil na het proces alsnog politiek asiel in Hongarije aanvragen. Hij is, vertelt hij na afloop, in december naar Moskou en daarna naar Servië gevlogen, twee van de weinige landen waar een Cubaan zonder visum heen kan. Pas het laatste stuk van de tocht was illegaal. Net de Bengali is hij door een mensensmokkelaar onder het hek langs de grens door geholpen.
Tolk Gergely Salay zegt dat hij wekelijks een paar Cubanen voorbij ziet komen. Verder ziet hij tijdens de processen vooral Afrikanen, Pakistani en Bengali, allemaal mensen die, in tegenstelling tot Syriërs, Irakezen en Afghanen, geen kans maken via Slovenië als erkende asielzoeker Oostenrijk binnen te komen. De kanslozen gebruiken mensensmokkelaars, en dan is de route via Hongarije de snelste weg naar het Schengengebied, ondanks het hek en mogelijke gevangenisstraf.
Na een schorsing van een paar minuten, net genoeg voor een plaspauze, komt Kemenes met zijn vonnis. Los van eventuele reden om te vluchten, zegt hij, als je ergens een hek staat en je wordt niet uitgenodigd om binnen te komen, dan weet je dat je inbreekt en weggestuurd zult worden. Hij veroordeelt de mannen dan ook conform de eis tot drie jaar en uitwijzing uit Hongarije. Niet per se in die volgorde, zoals de rechter zelf aangeeft. De Hongaarse staat heeft geen enkele behoefte de mannen drie jaar lang te huisvesten. Uitwijzing staat voorop, de gevangenisstraf is niet bedoeld om uit te voeren en moet vooral afschrikken. 
De enige hapering daarbij is dat Servië weigert de uitgewezenen terug te nemen, tenzij dat burgers van een van de voormalige Joegoslavische republieken zijn. "In praktijk komt het erop neer dat ze maanden in een detentiecentrum worden opgesloten," zegt advocate Timea Kóvacs van het Hongaarse Helsinkicomité, dat een procedure in Straatsburg is begonnen tegen de gang van zaken bij de processen.
Alleen mannen worden echt opgesloten, voegt ze toe, vrouwen en kinderen verblijven in meer open faciliteiten, zij het wel met bewaking en zonder voorzieningen als onderwijs.Officieel gaan ook de mannen trouwens niet de gevangenis in, maar komen ze terecht in een vluchtelingendetentiekamp. De verschillen zijn miniem, zegt Kóvacs. "Je mag het geen gevangenis noemen, maar dat is het in feite wel." Als na enkele maanden vaststaat dat mensen echt niet uitgezet kunnen worden, gaan ze volgens haar uiteindelijk naar een van de open kampen in West-Hongarije. "Daar zijn mensensmokkelaars actief die alsnog transport naar West-Europa organiseren."

zondag 20 december 2015

In Wolkersdorf zijn vluchtelingen welkom

Foto Runa Hellinga
De Syrische Hedil Sheban en haar dochtertje Hennen.
Pakweg op het moment dat er in Geldermalsen rellen waren rond de komst van een asielzoekerscentrum (AZC) was ik toevallig in het Oostenrijkse Wolkersdorf voor een reportage over de vluchtelingenopvang daar. In Wolkersdorf, 7000 inwoners, hebben ze er geen problemen mee. Verschil met Geldermalsen (10.000 inwoners): in Wolkersdorf worden geen 1500, maar 140 mensen opgevangen, en ze wonen ook niet allemaal in één groot gebouw. Het Oostenrijkse beleid is gericht op evenredige verdeling in het hele land. En dat werkt. Misschien wordt het tijd dat ze in Den Haag hun licht in Wenen gaan opsteken. Een verslag.

In een conferentiezaal van de Manner-koekjesfabriek in Wolkersdorf hebben twaalf vluchtelingen taalles. De docente is een gepensioneerde lerares, en ze geeft les met behulp van een Engels-Arabische tolk, zelf ook een vluchteling. Het is hun vierde les en ze leren antwoord te geven op simpele vragen als 'hoe heet je' en 'waar kom je vandaan'. Een ouder echtpaar komt niet veel verder dan de vraag herhalen, maar de zachte g van het Duitse 'Ich' kost iedereen hoorbare moeite. Alleen bij het enige kind in de groep glijdt de klank makkelijk de keel uit. Maar hij gaat dan ook al naar school.
De twaalf behoren tot zes Syrische families die enkele weken geleden in Wolkersdorf arriveerden, de laatste van de 140 asielzoekers in het stadje. Daarmee voldoet Wolkersdorf ruimschoots aan de opvangverplichtingen die iedere Oostenrijkse gemeente heeft. Oostenrijk zag dit jaar honderdduizenden vluchtelingen komen en meestal ook weer gaan. Maar ruim 85000 van hen besloten uiteindelijk om niet door te reizen naar Duitsland, maar asiel aan te vragen in het 8,2 miljoen inwoners tellende Alpenland. Om het opvangprobleem aan te pakken verplichtte de regering in juli iedere gemeente, ook de kleinste dorpen, om minimaal anderhalf procent van de totale bevolking aan vluchtelingen op te nemen. 
Het onderdak kan van alles zijn: leegstaande woningen van particulieren, een leegstaande bedrijfshal die wordt omgebouwd of een hotel waarvan de eigenaar toch al wilde stoppen. Heel wat leegstaande gebouwen vonden zo een nieuwe bestemming. De staat betaalt de basiskosten: huur, €5,50 per persoon per dag voor eten en drinken en maandelijks 40 euro zakgeld. Daarnaast krijgt iedereen eenmalig 150 euro kleedgeld en worden de schoolbenodigdheden van leerplichtige kinderen vergoed. De totale vergoeding komt neer op pakweg een derde van het Oostenrijkse bijstandsniveau. Al het andere moet komen van lokale initiatieven. 
Uiteraard stonden niet alle gemeenten te juichen. De antibuitenlanderpartij FPÖ dreigde met een nationaal referendum. Maar je moet constateren dat het beleid ondanks dat soort gemor werkt. Meer dan de helft van alle gemeenten heeft inmiddels vluchtelingen opgenomen en dat loopt, dankzij de kleine aantallen, vrijwel overal probleemloos. Het aantal gemeenten dat aan zijn verplichting voldoet, groeit ook dankzij een stok achter de deur die in oktober werd ingevoerd: wie weigert, riskeert dat er alsnog een grootschalig opvangcentrum in de gemeente wordt gebouwd. 
Toen in juli de eerste vijftig mensen in Wolkersdorf zouden arriveren, organiseerde de gemeente een voorlichtingsbijeenkomst. “We verwachtten protesten,” zegt Rudolf Rögner van Flüchtlingshilfe Wolkersdorf, “Maar van de 250 belangstellenden protesteerde er één. De rest kwam om te horen wat er ging gebeuren en wilde vooral weten hoe ze konden helpen”.
En helpen doen de Wolkersdorfers. Integratie staat voorop en zo'n dertig vrijwillige docenten zorgen ervoor dat iedereen zo snel mogelijk taalles krijgt. Koekjesfabrikant Manner, een van de grootste werkgevers in het stadje, stelde er graag ruimte voor beschikking. Er zijn gezamenlijke sportactiviteiten, wandelingen en onlangs was er een welkomsfeest.


zondag 25 oktober 2015

De vluchtelingen van '56

Hongaarse vluchtelingen  lopen over de groene grens in 1956
Een bevriend Nederlands-Hongaars echtpaar komt er maar niet uit: hoe moet je het nou beoordelen dat die Syrische vluchtelingen zomaar allemaal illegaal de grens overkomen. Hij ziet het probleem niet, maar zij meent dat het in 1956 heel anders ging. Hongaarse vluchtelingen waren veel netter. "Die hielden zich aan de wet en maakten ook geen problemen in de kampen waar ze werden opgevangen,"
Ze is de enige niet die meent dat in 1956 alles anders was, en Hongaarse vluchtelingen een heel ander, beter slag mensen was dan degenen die nu vluchten. Bij de herdenking van de opstand van 1956 dezer dagen prees ook president János Ader de voortreffelijkheid van de Hongaarse asielzoekers. Met hun vrijheidslievendheid hadden zij bijgedragen aan het Duitsland zoals het nu is, meende Ader.
Niets ten kwade van de vele tienduizenden Hongaarse vluchtelingen die na 1956 met succes een nieuw leven in den vreemde wisten op te bouwen. Maar uiteraard hielden die zich net zo min als de Syriërs aan de wet toen ze vluchtten. Dat is vluchtelingen eigen: je krijgt van je regering geen toestemming om weg te gaan en je kunt ook niet bij een ambassade aankloppen voor een visum. De enige manier om weg te komen, is illegaal.
De Syriërs die de oorlog in hun land ontvluchten, doen dat om te beginnen al door illegaal de Turkse grens over te steken. En zo deden de 180.000 Hongaarse asielzoekers het ook: langs de hele 300 kilometer lange grens staken ze illegaal door bos en veld over naar Oostenrijk. Dat was op dat moment redelijk makkelijk, want een half jaar eerder had de Hongaarse regering de versperringen die sinds 1949 langs die grens hadden gestaan, afgebroken. In de maanden erna werd het IJzeren Gordijn heel snel opnieuw opgebouwd.
De vluchtelingen kwamen met duizenden tegelijk en de Oostenrijkers stonden aanvankelijk met open armen klaar om hen op te vangen. Velen brachten kleren en eten om de vluchtelingen te helpen. De Oostenrijkse regering was trouwens iets minder enthousiast, niet alleen omdat die zich geplaatst zag voor het enorme probleem om al die mensen op te vangen. De regering vreesde dat de Russen, die hun troepen net uit Oostenrijk teruggetrokken hadden, de situatie zouden aangrijpen om het land van schending van de neutraliteit te beschuldigen en een nieuw bezettingsleger te sturen.
Net als nu duurde het enthousiasme van de bevolking ook niet al te lang, vooral toen bleek dat de vluchtelingenstroom maar bleef aanhouden lang nadat de situatie in Hongarije feitelijk al weer rustig was. Volgens historica Brigitte Zierer, die onderzoek deed naar de berichtgeving in de gedrukte media, doken in Oostenrijkse kranten al na een paar weken de eerste berichten op over 'grenzen aan de hulp' en over 'de ondankbaarheid van de vluchtelingen'. Hongaren, zo ging het verhaal, liepen rond met zakken met geld, terwijl ze gebruik mochten maken van gratis openbaar vervoer en andere voorzieningen die de Oostenrijkers node misten. Komen dat soort beschuldigingen u ook bekend voor?
Al snel kwam ook de beschuldiging op dat een groot deel van de Hongaren eigenlijk geen echte vluchtelingen waren. Hadden al die 180.000 mensen echt mee gedaan aan de opstand? Waren ze echt in gevaar? In Nederland, dat een kleine 2500 vluchtelingen opnam (en dat vond de toenmalige premier Willem Drees al erg veel), keken veel mensen met verbazing en wantrouwen naar het grote aantal jongemannen die van de trein stapten. Gelukszoekers, meenden velen toen. Elders hoorde je dezelfde opmerkingen. Tweederde van alle Hongaarse vluchtelingen was man, meer de helft was onder de 25, ze waren voor een behoorlijk deel afkomstig uit West-Hongarije en een groot deel van hen had inderdaad nooit actief aan de opstand deelgenomen. Maar ze hadden natuurlijk goede redenen om de dictatuur van het stalinistische Hongarije achter zich te willen laten.
De Oostenrijkse regering zag zich geplaatst voor een enorm opvangprobleem, en vluchtelingen werden aanvankelijk gehuisvest in huizen die door de oorlog beschadigd waren en die geen water of elektriciteit had. Maar al snel kwamen er echte kampen, met voldoende te eten en warme verblijven. Maar al snel kwamen ook de klachten van de vluchtelingen: over te kleine ruimtes, over teveel mensen en over verveling.
De Oostenrijkers zorgden daarop voor meer vertier in de vorm van boeken, sport en films, en voor voorlichting over de mogelijkheden om naar andere landen door te reizen. Maar het kampleven leidde desondanks tot agressie en depressies, er vond een hongerstaking plaats en mensen probeerden de kampen illegaal te verlaten. De vluchtelingen klaagden over gebrekkige medische zorg en eisten betere medicijnen. In een kamp moest de politie ingrijpen omdat de bewoners stenen naar een paar hoogwaardigheidsbekleders gooiden. In januari 1957 bekritiseerde minister van binnenlandse zaken Helmer de onruststokers en zei erbij dat vluchtelingen zich moesten realiseren dat ze ook plichten hadden.
Er waren ook andere problemen, zoals het feit dat een deel van de vluchtelingen geen papieren had. Ook greep de Hongaarse regering de gelegenheid aan om criminelen te lozen en naar Oostenrijk af te schuiven. Volgens sommige bronnen werden zo'n 12000 gevangenen vrijgelaten, die deels ongetwijfeld om politieke redenen vastzaten, maar zeker niet allemaal. De communistische inlichtingendiensten zagen in de vluchtelingenstroom een mooie gelegenheid om makkelijk agenten naar het Westen te sturen. Gelijktijdig probeerden de Amerikanen asielzoekers te werven om als agent terug te gaan naar Hongarije.
In tegenstelling tot wat de Hongaarse premier Viktor Orbán nu de logische oplossing voor het vluchtelingenprobleem vindt, namelijk opvang in de regio, bleven uiteindelijk slechts weinig vluchtelingen, al met al zo'n tien procent, in Oostenrijk. Dat mensen jaren braaf in een Oostenrijks kamp zaten te wachten op hun verdere bestemming, is misschien een enkele keer gebeurd, maar als al, dan was dat uitzondering, geen regel. Het grootste deel van de Hongaarse asielzoekers kwam binnen enkele maanden al in andere landen in Europa terecht, maar ook Amerika, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland namen vluchtelingen op. Dat ging niet altijd zonder problemen. In Nederland liep de integratie over het algemeen prima, maar Nieuw-Zeeland, dat iets van 700 jongemannen opnam, klaagde al snel over het enorme alcoholisme onder de Hongaren.

Dit blog is voor een groot deel gebaseerd op het onderzoek 'Deconstruction of a Myth? Austria and the Hungarian Refugees of 1956-57' van Andreas Gémes van het Weense Institut für die Wissenschaft vom Menschen.

dinsdag 22 september 2015

Een huilend kind

Foto Runa Hellinga
Even pauze, even spelen
Afgelopen vrijdag in Harmici, aan de Kroatisch-Sloveense grens. Een groep vluchtelingen stapt uit het boemeltje dat uit Zagreb is aangekomen. Ze lopen naar de grenspost naast het station. Hoewel de Kroatische grenswachters, in hemdsmouwen, uitleggen dat het geen zin heeft om door te lopen, omdat ze aan de Sloveense kant toch worden tegengehouden, overleggen ze wat ze zullen doen.
Er staat een jongetje in de groep, ik schat hem een jaar of zes. Hij wacht geduldig, tot zijn blik naar de overkant dwaalt, waar aan Sloveense zijde een tiental ME'ers klaarstaat. Hij barst in huilen uit en loopt in paniek de andere richting op. Ver weg van die mannen in het zwart die hem duidelijk aan een traumatische gebeurtenis uit het verleden herinneren.
Zijn ouders lopen achter hem aan, en terwijl ik hen naar het provisorische kampje even verderop zie gaan, realiseer ik me dat ik tussen al die duizenden vluchtelingen die ik de afgelopen weken voorbij heb zien trekken, nauwelijks een huilend kind heb gezien.
Kinderen, hele kleine kinderen zelfs, genoeg. Lopend, slapend op de schouder van hun vader, dagenlang wachtend op de dingen die gaan komen, spelend als het even kan, of anders stil en zwijgzaam op schoot van ma of pa in een veel te warme bus of een oververhitte trein waar hele families uren opgesloten zitten, soms zonder wc in de buurt. Maar huilend? Nauwelijks ooit.
Er is een prachtige Italiaanse film, La Vita e bella, over een man die met zijn zoontje in een concentratiekamp zit. Om het kind van de wrede waarheid af te schermen, maakt zijn vader er een groot avontuur van, waarin zelfs de meest verschrikkelijke gebeurtenissen onderdeel uitmaken van het verhaal dat hij zijn zoontje vertelt. Ergens las ik van vluchtelingenouders die het ongeveer net zo aanpakten: bij vertrek hadden ze hun kinderen gezegd dat ze op picknickreis gingen. Maar ergens moet toch die vraag komen "wanneer houdt deze niet zo leuke picknick op en zijn we er?"
Waar je vluchtelingengezinnen ziet wachten, valt keer op keer op hoeveel moeite de ouders, en ook anderen, doen om de tocht voor hun kinderen zo dragelijk mogelijk te maken en hoe veerkrachtig die kinderen zijn. Als er iets gewassen kan worden, hangen er kinderkleren te drogen. Als ruimte is, vliegt er al snel een bal van lappen door de lucht. Als die er niet is, dan is er wel potlood en papier om te tekenen of zit een opa bellen te blazen.
Zelfs als die foto van het verdronken jongetje niet op je netvlies gebrand staat, is het niet moeilijk om je te verplaatsen in de ouders die met hun kinderen in zo'n wankele rubberboot stappen, die 'bestuurd' wordt door een lotgenoot die net van een paar mensensmokkelaars even een stoomcursus 'rubberboot over zee varen' van vijf minuten heeft gehad. "Best wel eng," zei een Syrisch jongetje op het Keletistation in Boedapest over die zeetocht. Het lijkt me het moment dat je als ouder even heftig twijfelt aan de wijsheid van je besluit om deze reis te ondernemen.
De toekomst van hun kinderen is voor veel mensen de belangrijkste reden om het risico toch te nemen. Je wilt meer voor je kind dan een plek waar geen bommen vallen. In Libanon bijvoorbeeld is er voor het overgrote deel van de Syrische vluchtelingskinderen geen enkel onderwijs. Echt helemaal niets. En weinig anders ook, trouwens, de kampen waarin ze opgroeien bieden onderdak en een schamel maal, maar niet veel meer dan dat.
De eerste jaren kon je nog hopen op een spoedige terugkeer naar huis. Na vier jaar is die hoop voorbij. Inmiddels is 'huis' voor veel mensen niet meer dan een kapotgeschoten hoop stenen. Zoals een vrouw in Zuid-Hongarije zei: als je als ouders met kleine kinderen zo'n tocht onderneemt, moet je een goede reden hebben.
Het beste voor je kind willen, het is de motivatie van bijna iedere ouder. In het ene geval is dat beste wekelijkse paardrij- en tennisles, de nieuwste iPod en drie vakanties per jaar. In het andere geval een soms levensgevaarlijke trektocht naar een plek waar geen bommen vallen en waar scholen staan. Zolang die bommen blijven vallen en lokale vluchtelingenkampen kinderen bovendien geen enkele toekomst bieden, zullen ouders een andere, betere plek zoeken, of wij dat nou leuk vinden of niet. 

woensdag 9 september 2015

Hoe donkere mannen welkome gasten werden

Foto Runa Hellinga
Welkom in Nickelsdorf
"Welkom in Europa,"  staat op een  van de kraampjes met hulpgoederen in het Oostenrijkse Nickelsdorf. Voor de vluchtelingen die net de Hongaarse grens zijn overgestoken, is het dorp een warm bad van vriendelijkheid en hulpvaardigheid. Veel gewone Hongaren hebben afgelopen weken alles gedaan om vluchtelingen te helpen. Maar zodra mensen te maken kregen met agenten en andere ambtenaren, ontmoetten ze in Hongarije alleen maar tegenstand. Hier in Nickelsdorf is zelfs de politie aardig.
Bij het station is een soort markt van hulpgoederen ingericht. Keurig liggen kinderkleertjes bij kinderkleertjes, schoenen bij schoenen, toiletartikelen bij toiletartikelen. Er is zelfs een fruitstalletje. Het enige verschil met een echte markt is dat alles gratis is. Het zijn allemaal giften van Oostenrijkse burgers.
De vriendelijkheid van de Nickelsdorfers is opmerkelijk, want nog geen anderhalve week eerder was de stemming in het dorp bepaald anders. Vluchtelingen waren ook toen het thema van de dag. Maar iedereen was vooral bezorgd over berichten in de krant en op tv dat er duizenden vluchtelingen via Hongarije op weg naar Oostenrijk waren.
De eigenaresse van restaurant Der Dorfswirt, pal naast het station, vertelde gasten dat ze kort daarvoor de politie had gebeld, omdat er 's avonds 'donkere mannen' door het dorp hadden gelopen. Gertraud Breuer, die toeristenkamers verhuurt, vertelde eenzelfde verhaal. Volgens haar waren mensen bang om 's avonds te fietsen, want voor zo'n passerende vluchteling was een fiets natuurlijk perfect vervoer.
In Das Gisi, een ander pension in het dorp, waren sinds een maand 25 vluchtelingen gehuisvest. Deels goed opgeleide mensen, zoals een arts en een account, maar "het wordt me in het dorp niet in dank afgenomen,"  aldus eigenaresse Marianne Falb. Gertraud Breuer vond het inderdaad maar niets. Moslims zijn toch een hele andere cultuur, die hoorden niet in Nickelsdorf thuis. En waarom deed Saoedi-Arabie niets voor hen? Iets makkelijker te verteren vond ze het initiatief van de lokale kerk, die bezig was ruimte vrij te maken voor een Syrische christelijke familie. Dat paste beter in het dorp. Alleen, de familie die er moest komen wonen, was nog niet gevonden.
Mevrouw Breuer is een hele aardige, hartelijke vrouw, en haar vrees was oprecht. Buitenlanders op zich waren niet echt het probleem, ze krijgt in haar pension allerlei mensen over de vloer en ze heeft Slowaken en Hongaren in dienst. Maar net als meeste van de andere 1600 inwoners van Nickelsdorf zag ze de nieuwe tijden met angst en beven tegemoet.
Dik een week later zit ik weer bij haar aan de keukentafel. Een grote tv beheerst de ruimte, en ze mist geen enkele nieuwsuitzending. Een week lang heeft ze de beelden voorbij zien komen uit Hongarije, van vluchtelingen die bivakkeren op het Keletistation in Boedapest en die vastzitten in een trein. En van een dood driejarig kind, aangespoeld op een strand. De Oostenrijkse media die een week eerder alleen maar negatief waren, zijn plotseling vol compassie. En al dat nieuws heeft ook met haar iets gedaan.
En ze begrijpt iets niet: "Wij hebben hier in het grensgebied in 1956 iets van 250.000 Hongaarse vluchtelingen voorbij zien komen. En in 1968 nog eens honderdduizenden uit Tsjechoslowakije Dat waren echt niet allemaal mensen die een politieke reden hadden om te vluchten, heel wat mensen wilden gewoon de kans op een beter leven, maar ze zijn allemaal liefdevol opgevangen, terwijl wijzelf ook niets hadden. Wij hadden in 1956 een aangestampte aarden vloer hier in de boerderij. Een Hongaarse vluchteling kwam aanzetten met chocolade die hij van een Zwitserse hulporganisatie had gekregen. Ik had nog nooit chocolade gezien. Hoe kan een land dat zelf heeft mee gemaakt hoe anderen hebben geholpen, zo met andere mensen omgaan?"
Ze vindt nog steeds dat Saoedi-Arabie en de golfstaten wat zouden moeten doen. Dat zijn toch moslims, daar zouden 'die mensen' zich toch veel meer thuis voelen? Maar ze is plotseling ook nieuwsgierig naar ' die mensen' . Ze hoort ervan op dat veel vluchtelingen weliswaar moslim zijn, maar niet hetzelfde soort moslim als in Saoedi-Arabie. Dat er binnen de islam verschillen zijn en dat soennieten en sjiiieten net zo vijandig tegenover elkaar staan als katholieken en protestanten in de 16de eeuw, toen ketters op de brandstapel terechtkwamen, is totaal nieuw voor haar.
Dat de vluchtelingen die in Das Gisi verblijven, geen ongeschoolde mensen zijn, en dat die mensen bezig zijn Duits te leren, hoort ze ook voor het eerst, maar ze vindt het goed om te horen. Misschien zijn ze toch minder eng dan ze tot nu toe heeft gedacht.
Alleen, ze moeten wel leren fietsen. Nu fietsen ze vaak zonder licht en ze zwaaien bovendien van de ene kant naar de andere. Een gevaar voor henzelf en anderen. Ze zijn vreemd, dat blijft staan. Maar het zijn inmiddels wel vreemden waarmee ze mededogen mee kan hebben.

maandag 7 september 2015

De reis van Mohamed Habib

Foto Runa Hellinga
Op weg naar Wenen
Op het Keletistation in Boedapest bekijkt Mohamed Habib aarzelend zijn treinkaartje. Hegyeshalom staat erop, een grensplaats tien kilometer van de Oostenrijkse grens. Iedereen op het station weet dat die grens open is voor vluchtelingen. Maar iedereen kent ook het verhaal van de groep die vorige week met een geldig kaartje naar Wenen op zak in de trein stapte, om vervolgens ergens midden in Hongarije op een zijspoor te worden gerangeerd en uiteindelijk in een kamp te belanden.
Het is bij lange na niet zo druk in het station als vorige week vrijdag, toen de Hongaarse regering, overweldigd voor de chaos, uiteindelijk besloot om de duizenden in de stationshal en de honderden die langs de snelweg richting Oostenrijk liepen, in meer dan honderd bussen naar de grens te brengen. Maar er zijn nog steeds honderden vluchtelingen in de hal, en ieder uur komen er nieuwe.
Een deel komt uit vluchtelingenkampen elders in Hongarije. Anderen, zoals Habib, komen rechtstreeks van de Servische grens. Daar staan duizenden asielzoekers klaar om de oversteek te maken. Ze hebben haast: Oostenrijk stuurt niemand meer terug, maar vanaf 15 september gaat Hongarije vluchtelingen nog harder aanpakken. Dan wordt het strafbaar om illegaal de grens over te steken, maar ook om vluchtelingen te helpen. Verder worden langs de grens soldaten ingezet.
De aanwezigheid van agenten op het perron stelt Habib niet echt gerust. Sinds het treinincident is het vertrouwen van vluchtelingen in de Hongaarse autoriteiten nihil. Toen vrijdagnacht de bussen werden gestuurd om de mensen langs de snelweg op te halen en naar de Oostenrijkse grens te brengen, waren er hele debatten of het wel verstandig was om in te stappen. Uiteindelijk werd een groep vrijwilligers met de eerste bus meegestuurd om te testen waar die heen ging en dat door te geven aan de achterblijvers.
Maar een vrijwilligster verzekert dat Habib echt niets te vrezen heeft. Dat er ook andere passagiers in de trein meegaan, neemt een deel van het wantrouwen weg. Wel hebben de Hongaarse spoorwegen hem nog een streek geleverd: wie het kaartje van 3390 forint, zo'n elf euro, in euro's heeft betaald, moest er 15 euro voor neertellen. Het kan nog erger, later op de dag zijn er mensen die 53 euro voor hetzelfde kaartje betalen.
Maar dat zijn kleinigheden gezien de reis die Habib achter zich heeft. De Koerdische Syriër studeerde in Aleppo tot de oorlog begon. Uiteindelijk besloot de familie te vluchten. Hij werd door IS aangehouden en belandde 25 dagen in een gevangenis in Azaz. "We kregen nauwelijks te eten of te drinken, er was geen wc, helemaal niets" vertelt hij. Hijzelf is niet geslagen, maar anderen werden gemarteld. Daarnaar moeten luisteren was traumatisch genoeg.
Hij kwam vrij toen een paar inwoners van Azaz aan IS vertelden dat hij hun familie was, geen Koerd en hem voor 200 dollar over de Turkse grens hielpen. De overtocht naar Griekenland maakte hij met een krikkemikkig vlot. De rest van de tocht deed hij deels lopend. deels per bus. In Macedonië zat hij een dag in een kamp. Dat was de enige plek waar de politie hem echt slecht behandelde: "Daar werd ik geslagen." Hij wil naar Hamburg, waar zijn vader en zuster al zijn.
De vrijwilligster onderbreekt zijn verhaal. Ze legt uit dat de trein niet verder dan Hegyeshalom gaat. Van daaruit moeten de vluchtelingen nog tien kilometer naar Oostenrijk lopen, want Hongarije wil niet dat Oostenrijkse bussen hen op het station ophalen. Niemand weet waarom.
Er zijn twee treinstellen vrijgemaakt voor de vluchtelingen. Terwijl ze met een vies gezicht naar de twee wagons kijkt, verwijst een perronbeambte andere passagiers naar andere delen van de trein. Helemaal ongelijk heeft ze niet: wie, zoals Habib, vijftien dagen in primitieve opvang of in de open lucht heeft geslapen en zich nauwelijks heeft kunnen wassen, ruikt natuurlijk niet echt fris meer.
Als de trein twee uur later Hegyeshalom binnenrolt, lijken de ergste verwachtingen van de inzittenden worden bewaarheid. Op het perron worden ze opgewacht door een twintigtal agenten met knuppels en pistolen aan de koppel die iedereen kloppend op de ramen vorderen de trein te verlaten. Vrijwel niemand verroert zich. De vertwijfeling staat op de gezichten te lezen.
Pas als ook vrijwilligers verzekeren dat ze niets te vrezen hebben, vergaren mensen aarzelend hun spullen. Ze hebben geluk: inmiddels hebben de Oostenrijkse autoriteiten de Hongaarse weten over te halen om de vluchtelingen niet nog tot een onzinnige voettocht van tien kilometer te verplichten. Op het andere perron staat een trein klaar om hen rechtstreeks naar Wenen te brengen.
Ook die trein wordt eerst argwanend bekeken, tot Oostenrijkse vrijwilligers beginnen om water, bananen en koekjes uit te delen. Ook het Oostenrijkse treinpersoneel moedigt mensen aan in te stappen. Hun vriendelijkheid wekt vertrouwen. Mohamed Habib lacht breed als hij instapt. Zijn reis is weliswaar nog niet voorbij, maar het ergste heeft hij zeker achter de rug.

maandag 31 augustus 2015

Stel je voor, het was jouw kind geweest.

Foto Runa Hellinga
Vluchtelingen op het Keletistation
Vorige week maandag was ik voor een reportage op het Keletistation in Boedapest, waar honderden vluchtelingen in een speciaal aangewezen 'transitzone'al soms al weken in de open lucht wachten op een mogelijkheid om door kunnen reizen naar een land dat asielzoekers beter gezind is dan Hongarije. Ik raakte in gesprek met Arni, een leraar Engels uit Kaboel die Afghanistan ontvlucht was uit angst voor de Taliban.
Hij bood me met Afghaanse gastvrijheid een banaan aan, het enige wat hij bij de hand had, wat ik vriendelijk weigerde omdat hij die beter kon gebruiken dan ik, en toonde me een treinticket voor drie personen naar München dat hij samen met zijn vrienden had gekocht. Het was half doorgescheurd. Een Hongaarse politieagent had het ongeldig gemaakt. Vluchtelingen worden uit internationale treinen geweerd, bevestigde vrijwilligster Sára Somogyi. Oostenrijk heeft onlangs namelijk een trein teruggestuurd naar Boedapest omdat zoveel asielzoekers in zaten. Arni hoopte een auto te vinden waarmee hij weg kon komen. "Er zijn hier mensensmokkelaars actief," wist Somogyi, maar als vrijwilligster hield ze zich daar verre van.
Donderdag was ik weer op het Keletistation, voor een ander verhaal over vluchtelingen. Het was deze keer een stuk leger in de transitzone, en Arni en zijn vrienden waren weg. Ik sprak met Shirelli Almadzzi, een andere Afghaan, die gevlucht was nadat de Taliban zijn vader had vermoord omdat die als imam politiemensen die in de strijd tegen de Taliban waren omgekomen, had begraven. Almadzzi had na zijn vlucht een tijd in Iran gewoond. Hij werd verteerd van zorgen over zijn moeder en broertjes die hij had moeten achterlaten en van wie hij al jaren niets meer had gehoord. Hij wilde naar Duitsland, niet vanwege het geld dat je daar zou kunnen krijgen. Geld hoefde hij niet, hij een ingenieursdiploma en twee sterke, eeltige handen en werken kon hij. Maar hij hoopte vurig dat de VN in Duitsland hem kon helpen zijn familie terug te vonden.
Diezelfde dag hoorde ik het bericht over een koelauto met dode vluchtelingen dat in Oostenrijk gevonden was en de volgende dag stond ik in de brandende zon op een parkeerplaats voor vrachtwagens aan de Oostenrijks-Hongaarse grens bij het dorpje Nickelsdorf. Even verderop stond dat busje aangekoppeld aan een laaddok van een koelhuis.Er stonden wat hekken om de wagen, en er lag plastic op de grond om het bruinige vocht dat uit de wagen was gelopen, op te vangen. Zelfs op flinke afstand van het gebouw rook je de lijken. Binnen waren rechercheurs bezig met een eerste onderzoek. Ze zochten naar persoonlijke bezittingen die iets over de doden konden vertellen. Later in de middag werden de lichamen opgehaald. Mannen in witte pakken en gasmaskers waren in de weer met grijze, plastic doodskisten.
Foto Runa Hellinga
Dodelijke koelwagen
Inmiddels was meer bekend over de dodenrit: er waren 71 mensen in omgekomen en het was waarschijnlijk op dinsdag uit Boedapest vertrokken. Er was één Syrisch paspoort gevonden, maar verder is nog steeds niets bekend over de slachtoffers. En plotseling moest ik aan Arni denken. En dat hij weg was geweest de vorige dag. Dat hij natuurlijk ook een andere auto gevonden kan hebben, maar dat het zeker niet ondenkbaar was dat hij in dat busje heeft gezeten. En dat als dat zo is, zijn familie mogelijk nooit te weten komt wat er met hem is gebeurd.
Hoe vaak leest een mens dat er weer een boot met vluchtelingen vergaan is? Ver weg, ergens voor de kust van Libië. Naamloze mensen, getallen. Soms een dramatisch foto's, van een moeder die haar kind probeert te redden. Maar dan komt het volgende nieuwsitem voorbij, of een grappige post op Facebook, en voor je het weet, ben je dat beeld weer vergeten. Maar Arni had een gezicht. Hij had me, hoewel hijzelf niets had, een banaan aangeboden. Hij had een verhaal over angst en geweld thuis en wilde naar Engeland, waar hij hoop had voor de toekomst. Hij heeft hopelijk nog steeds een gezicht en hoop voor de toekomst. Maar ook als hij nog leeft, zijn er wel 71 anderen gestorven. En dagelijks sterven er tientallen net niet. Dit weekend nog hield de Oostenrijkse politie een andere wagen aan, waarin drie kinderen inmiddels al het bewustzijn waren verloren.
Diezelfde avond sliep ik in Nickelsdorf in een pension. Regelmatig trekken groepjes asielzoekers door het dorp en sinds een maand zijn er 25 vluchtelingen in ondergebracht in het voormalige pension Das Risa. Mevrouw Breuer, mijn gastvrouw, was alleraardigst, maar ze moest niets van vluchtelingen hebben. Moslims, vreemde gewoonten, mensen durven 's avonds niet meer naar buiten, want straks trekken ze je van je fiets (dat was nog nooit gebeurd, zei ze eerlijk, maar toch). En ze had een paar vragen: het zijn allemaal mannen. Waarom? Mijn man zou me nooit achter laten. En waarom willen ze hierheen komen, waarom blijven ze niet in een buurland? Dat kan toch alleen zijn omdat het gelukszoekers zijn?
De volgende ochtend was ik in Das Risa. Al snel werd ik omringd door een achttal Syriërs. Allemaal mannen, inderdaad. Allemaal mannen die hun familie hadden moeten achterlaten. Een van hen toonde me op zijn smartphone foto's van zijn stad: zijn huis, twee verdiepingen, een tuin en fraai versierd met pilaren, maar half in puin. Een man op zijn buik, dood, met een afgerukt been. In tegenstelling tot de meeste persfotografen had hij de foto zo genomen dat je recht in de bloederige stomp keek. Een ander, op zijn rug, ook dood, ook met een afgerukt been. Een vrouw, omringd door bundels, de weinige spullen die ze heeft kunnen redden. Zowel de bundels als zijzelf waren bedekt met een dikke laag stof. Het waren zijn vrienden, zijn buren, zijn familie.
De meeste van deze mannen hadden gedaan wat mevrouw Breuer wilde en wat al die mensen willen die roepen dat vluchtelingen in de eigen regio moeten blijven.: ze hadden eerst net als miljoenen andere vluchtelingen in Turkije, Jordanië of Libanon onderdak gezocht. Met de bedoeling zo snel mogelijk hun familie uit Syrië te halen. Alleen, wanneer je vijftien uur per dag werkt voor tien euro per dag, dan is de kans dat je dat ooit lukt, miniem. Daarom waren ze naar Europa gekomen: om geld te verdienen om hun familie te redden. Ze waren heel blij met het onderdak en de hulp die ze in Das Risi kregen. Maar mogen werken was datgene waar ze het meeste naar uitkeken.
Geen van hen wilde echt hier zijn. Ze waren echt liever in Syrië gebleven, bij hun familie. Ze hadden ooit goede banen gehad, mooie huizen. Een was accountant geweest bij een auto-importeur. "Als er geen oorlog in Syrië was, zou ik nooit weg zijn gegaan, zou niemand hier aan tafel zijn weggegaan. Waarom zou ik? Tot de oorlog had ik een goed leven," zei hij.
Dit is geen pleidooi om iedereen die naar Europa wil, zomaar toe te laten. Ik ben de afgelopen weken ook andere mensen tegengekomen, uit landen die niet in oorlog waren. Landen waar het leven ongetwijfeld niet leuk is voor een groot deel van de bevolking, maar dat probleem los je niet zomaar op door de grenzen voor iedereen open te stellen. Hoe vreselijk armoede ook is, uiteindelijk moet dat probleem in de betreffende landen zelf worden opgelost, door corruptie te bestrijden, door onderwijs. We kunnen daar zelf trouwens ook iets aan bijdragen door te weigeren voor een euro t-shirts bij Zeeman (of voor meer bij H&M) te kopen die gemaakt zijn door een arbeider die daar hooguit twee cent voor kreeg.
Maar het is wel een pleidooi om echte vluchtelingen een kans te geven. Om ons te realiseren dat mensen echt niet voor hun lol een levensgevaarlijke tocht ondernemen met hun driejarige peuter op de arm. Om even, al was het maar voor één seconde, in onze verbeelding in die auto met 71 vluchtelingen te stappen en erbij stil te staan hoe die mensen opgesloten, naar adem happend en in totale paniek gestorven zijn. Even in de huid te kruipen van die vader of moeder die zijn kind van de verdrinkingsdood probeert te redden. Even eraan te denken hoe je je zou voelen als het je eigen kind is dat daar verdrinkt of stikt.
Het is ook een oproep aan politici om open en creatief te zijn en te stoppen het lot van vluchtelingen voor eigen politiek gewin te gebruiken. Vluchtelingen zijn niet ISIS, ze vluchten voor ISIS. Na zeventig jaar vrede in Europa is het moeilijk voor te stellen, maar oorlog kan ons allemaal overkomen. Oorlog is in de geschiedenis van de mensheid meer de regel dan vrede. En dan hopen we allemaal, dat iemand anders zich dat aantrekt. Dat er ergens een Angela Merkel is die mededogen met ons heeft.
Laat ze in hun regio blijven? De meesten blijven ook in hun regio. Turkije vangt 1,8 miljoen mensen op, Libanon hetzelfde aantal en Jordanië een miljoen. In Iran leeft een kleine miljoen vluchtelingen, in Pakistan 2,3 miljoen, in Iraq twee miljoen. Het grootste aantal vluchtelingen uit Syrië, acht miljoen, worden in andere delen van Syrië zelf opgevangen. Een fractie, zo'n 250.000 Syriërs, is inmiddels in Europa terechtgekomen.
Degenen die Europa weten te halen, zijn degenen met durf, doorzettingsvermogen en initiatief. Anders hadden ze het nooit gehaald. Ik heb de afgelopen dagen met een accountant gesproken, een leraar Engels, een meisje dat rechten wilde gaan studeren, een ingenieur, een lasser, een arts en een kraanmachinist. Allemaal mensen die kunnen, en willen bijdragen aan de landen waar ze terechtkomen. En die willen wat wij allemaal willen: leven zonder angst, werk en een toekomst voor hun kinderen.


vrijdag 7 augustus 2015

Grenzen aan de propaganda

Foto Runa Hellinga
Vluchtelingen in Szeged
Begin deze week begon Hongarije met de bouw van het omstreden 175 kilometer lange hek langs de grens met Servie dat bedoeld is om de groeiende stroom vluchtelingen die het land binnenkomen. Het wordt een spoedklus. Oorspronkelijk had het hek eind november klaar zullen zijn, maar eind augustus is nu het streven. Sinds premier Viktor Orbán zijn plannen voor een hek aankondigde, is het aantal asielzoekers namelijk omhoog geschoten. Opmerkelijk genoeg is het aantal Hongaren dat positief staat tegenover toelating van asielzoekers ondanks alle regeringspropaganda over de gevaren van immigratie in de laatste paar maanden overigens ook toegenomen.
Het hek, dat haast vier meter hoog moet worden, komt in twee soorten. In landbouwgebieden en bij bossen, waar mensen makkelijk de grens kunnen oversteken, komt een constructie die anderhalve meter de grond in gaat, met bovengronds drie meter fijnmazig hekwerk en daarop zeventig centimeter scheermesdraad van NAVO-kwaliteit. Maar een deel van de grens is moerasgebied, en daar volstaat een simpeler hekwerk met prikkeldraad bovenop.
Vorige week zijn er ook nieuwe wetten aangenomen die het aanvragen van asiel bijna onmogelijk maken. De procedure is ingekort tot enkele dagen, Servië, dat momenteel net zo overstroomd wordt door vluchtelingen als Hongarije, geldt vanaf nu als veilig opvangland en iedereen die als potentieel gevaar voor de Hongaarse veiligheid wordt gezien, wordt sowieso afgewezen.
Het illegaal oversteken van de grens wordt een misdaad waarop gevangenisstraf staat. Merkwaardig idee: mensen die je helemaal niet in je land wil hebben arresteren om ze vervolgens in een Hongaarse gevangenis vast te zetten. Die gevangenissen zijn nu al overvol, en bovendien, hoe slecht de omstandigheden er ook zijn, gevangenisstraf blijft voor de belastingbetaler een hele dure oplossing. Die wet heeft dan waarschijnlijk ook eerder een propandafunctie dan dat hij praktisch uitgevoerd gaat worden.
Dat er een probleem is, valt niet natuurlijk te ontkennen. Momenteel steken dagelijks gemiddeld duizend mensen via bos en veld de Hongaarse grens over. Zonder maatregelen komen dit jaar zo'n 300.000 mensen het land binnen. Het overgrote deel daarvan reist binnen luttele dagen door naar bestemmingen elders in Europa, maar dat neemt niet weg dat de vier Hongaarse vluchtelingencentra uitpuilen. Behalve een kleine 95 miljoen euro voor het hek heeft de regering daarom ook geld ter beschikking gesteld voor twee tijdelijke opvangkampen, overigens zonder de gemeenten waar die kampen moeten komen daar eerst over te raadplegen.


vrijdag 10 juli 2015

Hek en hulp voor vluchtelingen in Hongarije

foto: Runa Hellinga
Syrische familie wacht in Szeged op de trein
Langs de kant van de weg staat een politiebusje. We zien een agent uitstappen die tussen de manshoge maisstengels verdwijnt. Als we aan zijn collega vragen of hij vluchtelingen zoekt, ontkent die dat. Maar hij knikt als we vragen of het opsporen van 'migranten' zoals de Hongaarse regering hen steevast aanduidt, zijn dagelijkse werk is. In het busje is plek voor tien mensen. De stoelen zijn met plastic zakken overtrokken. Na dagen van zwerven zijn de meeste mensen die ze oppakken hard aan een wasbeurt toe.
Hongarije is de laatste maanden voor vluchtelingen een van de belangrijkste poorten naar de EU geworden. Alleen afgelopen weekend al hield de politie 2296 mensen aan die illegaal dwars door veld en bos de Hongaarse-Servische grens waren overgestoken. Ruim duizend mensen per dag en ongetwijfeld zijn er nog velen die door de mazen van de controle zijn geglipt. De meesten zijn afkomstig uit landen in oorlog: Syrië, Afghanistan en Irak. Anderen komen Pakistan en Bangladesh, of uit Afrika. Hun aantal  is gestegen sinds bekend werd dat Hongarije de grens gaat afsluiten met een hoog hek. ‘Economische migranten’, dat wil feitelijk zeggen iedereen die direct niet uit een buurland in oorlog komt, zijn in toekomst niet meer welkom.
Monika Pap woont op een tanya, een afgelegen boerderij, in het grensgebied. Een kettinghond bewaakt het erf. Het beest heeft een diepe geul uitgesleten rond de paal waar hij aan vastzit. Ze ziet vrijwel dagelijks mensen langskomen. Ondanks verhalen over gestolen groente en fruit heeft zijzelf  'goddank' nooit problemen gehad. Ja, 's nachts slaat soms haar hond aan en eenmaal, met regen, hebben mensen overnacht in de plastic kweektunnel achter haar huis.
Echt druk maakt ze zich niet over de hele kwestie. "Ze blijven toch niet in Hongarije,' zegt ze. Maar ze heeft ook niets tegen het 150 kilometer lang antimigrantenhek dat op een kilometer van haar huis gebouwd gaat worden. Al betwijfelt ze of het helpt."Mensensmokkelaars hebben ook kniptangen," zegt ze schouderophalend. Vrijwel niemand gelooft echt in het effect van zo’n hek. Bij de nabije grenspost haalt douanier Imre Tóth ook zijn schouders op. "Ach, wij doen gewoon wat ons gezegd wordt." In de grensstad Szeged moet gemeenteraadslid Irén Kardos niets van het hek hebben. Maar ze gelooft ook totaal niet dat het zal helpen: "Dan komen mensen toch gewoon via Roemenië of Kroatië? En de de enige manier waarop zo'n hek wel kan werken, is als ze weer gaan schieten, net als bij het IJzeren Gordijn." Zover zal het niet komen, hoopt ze.


maandag 22 juni 2015

Het nut van een nieuw IJzeren Gordijn

Mexicaans-Amerikaanse grens. Foto Gordon Hyde
Premier Viktor Orbán weet waarover hij praat als het over vluchtelingen gaat. De Hongaarse geschiedenis heeft hem die les wel geleerd. Ergens in negenhonderdzoveel trok een groep mensen te voet en te paard vanuit de Siberische steppen het Karpatenbekken in. Niemand weet precies wanneer of waar ze precies vandaan kwamen, laat staan waarom ze daar weggingen. Maar zeer waarschijnlijk werden ze gedreven door een van de gebruikelijke redenen: een hongersnood, een oorlog of een natuurramp.
In het Karpatenbekken zat echt niemand op die mensen te wachten. Maar ja, wie hield hen tegen? Niemand had een muur gebouwd, dus ze konden zo binnentrekken. Geweldloos ging dat zeker niet, want er woonden mensen in het gebied, maar die hadden weinig in te brengen tegen de nieuwkomers. In onze vaderlandse geschiedenisboekjes wordt hun komst normaal gesproken omschreven als 'volksverhuizing'.
Of die nieuwkomers zich destijds aan de lokale gewoonten aanpasten? Goede vraag. Ze zijn nooit meer weggegaan, dat is zeker, maar de lokale taal hebben ze in ieder geval niet overgenomen, anders hadden Hongaren inmiddels wel een Slavische taal of een Duits dialect gesproken.
Volgens Orbán zelf zijn de Hongaren nog steeds een 'half-Aziatisch' volk en toen hij begin april in Kazachstan was, verklaarde hij: "We reizen met veel vreugde naar Kazachstan. In de Europese Unie worden we weliswaar politiek als gelijkwaardige partners behandeld, maar vanuit onze oorsprong zijn we daar vreemdelingen. Als we daarentegen naar Kazachstan komen, vinden we hier verwanten".
Aan de andere kant: uit chromosomen- en DNA-onderzoek blijkt dat Hongaren zich genetisch niet van hun Servische, Slowaakse en Roemeense buren onderscheiden. Van Aziatische genen is behalve in de denkwereld van de premier nauwelijks een spoor over. Op dat vlak is de integratie volledig geslaagd.
Alle gekheid op een stokje: de moderne term voor volksverhuizing is vluchtelingenstroom. Het verschil met toen is dat de wereld inmiddels een stuk voller is. Niet alleen zijn de mensenmassa's die door oorlog, natuurgeweld of om andere redenen op drift raken, veel groter, zestig miljoen volgens de laatste cijfers van de Verenigde Naties, ook zijn de landen waar ze heen willen veel dichter bevolkt. Overigens was dat Karpatenbekken destijds ook niet zo leeg als de Hongaarse geschiedenislessen  over de honfoglalás, de 'inname van het vaderland', willen doen geloven.
Leger dan nu was het wel, maar zelfs in die legere wereld konden vluchtelingen zelden op een warm welkom rekenen. Het plan van Orbán om een hek te bouwen om de vloed te stelpen is van alle tijden. Toeristen die naar China gaan, hebben een bezoek aan zo'n bouwwerk meestal hoog op hun lijstje staan. Daar heet het bouwwerk de Grote Muur en geldt als een van de zeven Wereldwonderen.
Zuid-Afrika heeft een hek van 2900 kilometer langs de grens met Zimbabwe om illegale immigranten tegen te houden en een veel korter en ouder hek in het Krugerpark, op de grens met Mozambique. Er zijn hekken tussen Bulgarije en Turkije, tussen de VS en Mexico, tussen China en Noord-Korea en nog op zo'n dertigtal andere plekken in de wereld. Er was trouwens ooit, in de Eerste Wereldoorlog, ook een hek tussen Nederland en België. Gebouwd door de Duitsers, om mensen uit België te beletten naar Nederland te vluchten.Er stond 2000 volt stroom op.
Eerlijk gezegd denk ik dat heel wat mensen in Europa stiekem of ook hardop menen dat Orbán doet wat nodig is. Een cijfer van zestig miljoen mensen op drift klinkt behoorlijk afschrikwekkend, al zijn die natuurlijk lang niet allemaal op weg naar Europa. Ik maak me sterk dat de Hongaarse premier binnenkort steun krijgt van mensen als Marine le Pen en Geert Wilders.
Maar helpt het eigenlijk, zo'n hek, nog los van de morele kant van de zaak en los van het bizarre feit dat het eerste land in Centraal-Europa dat het IJzeren Gordijn afbrak, ook het eerste land dreigt te worden dat er weer een bouwt? Ik zou mijn verwachtingen niet te hoog opschroeven, als je naar de geschiedenis kijkt en naar het feit dat op dit moment dagelijks honderden mensen aan de Libische kust op wankele bootjes stappen, hoewel ze weten dat er een aanzienlijke kans is dat ze de overtocht naar Italië niet overleven. Wanhopige mensen zijn tot veel bereid.
Ook het stroomdraad tussen Nederland en België weerhield mensen destijds niet om het toch te proberen. Dat kostte naar schatting tussen de 500 en de 3000 mensen het leven. De Chinezen werden uiteindelijk toch onder de voet gelopen, tot twee keer toe zelfs, eerst door de Mongolen, en later door de Mantsjoes. Het hek tussen Zuid-Afrika en Mozambique doet vooral leeuwen een plezier, die af en toe een arme sloeber te pakken krijgen die eroverheen is geklommen. In 2011 zijn zo'n 80.000 mensen illegaal de Mexicaans-Amerikaanse grens overgestoken. En dat is een muur van meters hoog.
Ongetwijfeld zal een hek een deel van de mensen tegenhouden. Maar wie je op zo'n manier wel binnenkrijgt, zijn niet degenen die het het hardste nodig hebben. Niet de Syrische of Iraakse familie die haar hele hebben en houden is kwijtgeraakt op de vlucht voor IS, wel degene die geld of contacten genoeg heeft om een grenswacht om te kopen. Of die bereid is met geweld door het hek heen te breken. Of die straks gewoon via Kroatië of Roemenië Hongarije binnenkomt. Om daarna trouwens meteen door te reizen naar het noorden. Want geen van vluchtelingen heeft de intentie om in Hongarije te blijven. Zeker nu niet meer.

maandag 8 juni 2015

Plakkatenoorlog!

Tegenplakkaat van de Twee-staartige Hond
"Zo aardig!" zegt een Hongaarse vriendin, "We stonden gisteren in een winkel in Boedapest en iemand komt zomaar naar mijn man toe om hem te zeggen dat de Hongaren echt niet zo over buitenlanders denken als premier Orbán." Ze is getrouwd met een vluchteling uit het Midden-Oosten en windt zich begrijpelijkerwijs nogal op over de campagne tegen buitenlanders die de Hongaarse regering voert. Het begon met de twijfelachtige 'nationale raadpleging' over immigranten, maar die wordt sinds aangevuld door enorme plakkaten met teksten als "Wanneer je naar Hongarije komt, moet je je aanpassen aan de Hongaarse cultuur", "Als je naar Hongarije komt, moet je onze wetten respecteren"en "Als je naar Hongarije komt, kun je niet het werk van een Hongaar afnemen."
De man in de winkel is zeker niet de enige die zich schaamt. Steeds meer Hongaren generen zich. Dat was misschien niet helemaal wat premier Orbán beoogde toen hij begin mei zijn 'nationale consultatie over immigranten en tegen terrorisme' startte. Nog nooit hebben Hongaren zoveel gediscussieerd over vreemdelingen en vreemdelingenhaat als nu, maar de van vreemdelingenhaat vervulde volksraadpleging is tot nu toe bepaald geen succes.
Vorige week waren er van acht miljoen formulieren die begin mei werden verzonden 200.000 teruggestuurd. Dat betekent dat zelfs de eigen aanhang van regeringspartij Fidesz nauwelijks heeft gereageerd. Je kunt gevoegelijk aannemen dat de rest van de formulieren inmiddels in de prullenbak ligt. In de hoop op meer reacties heeft de regering daarom de mogelijkheid geopend om het formulier alsnog online in te vullen. Ook is de sluitingsdatum verlengd.
De afkeer van de campagne beperkt zich niet tot linkse Boedapester intellectuelen. Onlangs bekende een vriend in Vác 'racist' te zijn. Dat zijn eigen dochter later ooit met een zwarte vriend thuis zo komen was een gedachte waarvan hij heel diep moest slikken. Niet zo heel gek: zowel hij als zijn vrouw kwamen na enig nadenken tot de conclusie dat ze eigenlijk nog nooit "met een neger hadden gesproken". Niet uit onwil, maar gewoon, omdat je nauwelijks zwarte mensen tegenkomt in Hongarije. Maar al ging een zwarte schoonzoon te ver, de regeringscampagne vonden beiden minstens net zo onaanvaardbaar. Natuurlijk moet je onderdak bieden aan vluchtelingen, meenden ze.
De enorme plakkaten, een poging om de onsuccesvolle regeringscampagne nieuw leven in te blazen, daagden actievoerders waaronder de voorzitter van oppositiepartij Együtt meteen uit om de kwast te grijpen en de teksten over te schilderen. Dat gebeurde met zoveel succes, dat de politie inmiddels opdracht heeft gekregen om de plakkaten te beschermen en activisten te arresteren. Die taak staat duidelijk hoog op hun prioriteitenlijstje: de eerste zes actievoerders zijn al aangehouden.
Het internet wordt overspoeld met persiflages van de regeringsposters. Maar het meeste werk maakt de Twee-staartige Hond Partij van de tegenactie. De partij, die ondanks zijn schertsnaam echt met de verkiezingen vorig jaar meedeed, zamelt geld in om in Budapest aantal tegenplakkaten op te hangen. De eerste plakkaten zijn er al. Ze zijn van hetzelfde formaat en met dezelfde kleur blauw als de regeringsaffiches, met teksten als: "Sorry about our prime minister" en "Kom rustig naar Hongarije, wij werken al in Engeland" (verwijzend naar de honderdduizenden Hongaren die de afgelopen paar jaar in de rest van Europa een baan hebben gezocht).
Via crowdfunding hoopt de Twee-staartige Hond het geld bij elkaar te brengen voor in het totaal vijftig plakkaten, en liefst meer. Sommige hebben trouwens een zeer serieuze boodschap. Een citeert István, de koning die de Hongaren kerstende en die ieder jaar op Szent István-dag wordt geëerd met een groot nationaal feest en een enorm nationaal vuurwerk. Een van zijn bekendste uitspraken was dat een koninkrijk dat slechts één taal en één cultuur heeft, zwak en broos is. Die tekst heeft premier Orbán ongetwijfeld, net als alle andere Hongaren, op school moeten leren, wat maar weer eens bewijst hoe weinig zinvol het is om kinderen onbegrepen teksten uit het hoofd te laten stampen.
Een ander plakkaat citeert een artikel uit het Hongaarse wetboek van strafrechten: "Wie voor een groot publiek aanzet tot haat tegen a) de Hongaarse natie, b) een nationale, etnische, raciale of religieuze groep, of ) tegen bepaalde groepen van de bevolking, in het bijzonder vanwege een handicap, het geslacht of seksuele geaardheid, begaat een misdaad waarop maximaal drie jaar gevangenisstraf staat." Van een jurist als Orbán mag je toch verwachten dat hij de wet kent.