Posts tonen met het label grens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grens. Alle posts tonen

woensdag 8 juni 2016

Dichtbij Oostenrijk

Vluchtelingenkamp in Körmend
Bij de Tesco aan de rand van Körmend lopen vier met machinegeweren bewapende veiligheidsmensen naar binnen, leden van de speciale eenheid die de Hongaarse regering onlangs naar het stadje nabij de Oostenrijkse grens stuurde, met het doel de burgers te beschermen tegen overlast van het lokale vluchtelingenkamp. "Keulse toestanden zullen wij niet tolereren," aldus regeringspartij Fidesz op haar Faceboek-site.
Wie denkt aan hordes verkrachtende asielzoekers komt bedrogen uit. Er ging weliswaar het gerucht dat kampbewoners handballende meisjes in een nabijgelegen stadion hadden lastiggevallen. Volgens sommige media moesten de sportsters zelfs geëvacueerd worden. Ook zouden de asielzoekers een raampje hebben gebroken. 
Körmenders gingen de straat op om te protesteren tegen de onveilige omstandigheden. Maar feitelijk blijkt er helemaal niets gebeurd te zijn. Dat er een raampje kapot was, klopt weliswaar, maar niemand hoe dat precies komt. En de rest van het verhaal is volgens de regionale politiecommissaris János Tiborcz complete nonsens. Ook enkele van de betrokken meisjes hebben inmiddels verklaard dat ze nooit zijn lastiggevallen.
Niet dat daarnaar werd geluisterd. De regering, die asielzoekers als nationaal gevaar afschildert en geen enkele vluchteling wil toelaten, besloot de veiligheidseenheid hoe dan ook te sturen. Die houdt sindsdien strikt oog op ‘wangedrag’. Dat leverde een Afghaan al een boete van zo’n 150 euro op omdat hij naast het zebrapad was overgestoken.
En dat, terwijl de asielzoekers toch al goed in de gaten werden gehouden. Het vluchtelingenkamp, dat begin mei werd geopend, ligt niet toevallig aan het einde van een doodlopende weg op het terrein van de Körmendse politieschool. Vluchtelingen die de stad in willen, moeten eerst langs een sportveld vol politierecruten en langs talrijke politieagenten.
Het kamp zelf bestaat uit zo'n dertig legertenten met stapelbedden, samen goed voor driehonderd slaapplaatsen. Door de tentdaken steken kachelpijpen, maar in de koude nachten in mei was het steenkoud in de tenten, vertelt een Pakistaan. Er zijn zes wc's en zes douches. Om het kamp staat een hek en bij de ingang een kaalgeschoren bewaker. Wie het kamp in- of uit wil, moet zich bij hem melden. Van journalisten moet hij niets hebben.
Samen met een tweede kamp in het nabijgelegen Szent Gotthard dat binnenkort open moet gaan, wordt Körmend volgens de plannen straks het enige Hongaarse vluchtelingenkamp. Beide kampen liggen vlakbij de Oostenrijkse grens. Opvangcentra elders moeten sluiten en de bewoners worden geleidelijk hierheen overgebracht.
De Iraniër Mohamed Ali behoorde tot de eersten die dat overkwam. Hij arriveerde vier maanden geleden in Hongarije, nadat hij bij het drielandenpunt met Roemenië simpelweg om het einde van het beruchte hek langs de Hongaars-Servische grens was heengelopen. De eerste maanden zat hij in Bicske, een redelijk asielzoekerscentrum midden in Hongaren met echte gebouwen, behoorlijke voorzieningen en redelijk eten. "Maar twee weken geleden ben ik met vijftien anderen plotseling hierheen gestuurd."
Niemand heeft uitgelegd waarom hij moest verhuizen, maar Ali heeft zijn vermoedens. De beroerde behuizing, het slechte eten en de extreme controle zijn een goede aansporing om zo snel mogelijk weer weg te willen. "Ze willen gewoon dat we vertrekken. Toen ik hier kwam, waren er tweehonderd mensen. Nu nog maar honderd of zo." De rest? Hij gebaart naar het westen, waar achter glooiende akkers en bossen de Oostenrijkse grens loopt. "Het zijn een paar kilometer, je loopt er zo heen," zegt hij.
Sinds begin dit jaar zijn er meer dan 12000 asielzoekers in Hongarije geregistreerd, maar de meesten verlaten het land zo snel mogelijk. Eind april zaten er in het totaal nog geen 1800 mensen in Hongaarse asielzoekerscentra. De opening van het kamp in Körmend was voor buurland Oostenrijk aanleiding om vanaf 1 mei grenscontroles langs de Hongaarse grens te introduceren. Sommigen, vooral de extreemrechtse FPÖ die in het aan Hongarije grenzende bondsland Burgenland in de regering zit, pleiten ervoor een grenshek te bouwen.
In de eerste vier weken van de controles zijn 1919 mensen aangehouden. Dat is dertig procent meer dan in de hele periode tussen januari en eind april, toen in het totaal 1236 asielzoekers werden betrapt toen ze de grens overstaken.


zondag 1 mei 2016

Europa's nieuwe grenzen: het dreigende einde van een Euregio

Foto Runa Hellinga
Grens op de Brennerpas. Straks weer een slagboom?
"Dit is het begin van het einde van de EU," zei Geert Wilders heel tevreden na afloop van het referendum over Oekraïne. De PVV-politicus kan zich niets mooiers indenken: ons eigen kleine Nederlandje, veilig binnen zijn eigen grenzen. Onze eigen gulden terug, en als je naar het buitenland wil, lekker in de file voor de grenscontrole. Een dagje fietsen in Euregio Maas-Rijn, kriskras over kleine weggetjes van Zuid-Limburg naar Duitsland en België? Niet als het aan de Limburgse politicus ligt.
Op de Oostenrijks-Italiaanse Brennerpas dreigt Wilders droom binnenkort realiteit te worden. Daar dreigt een nieuwe Europese grens een einde te maken aan de Euregio Tirol-Südtirol-Trentino  Nog is een provisorisch grenspaaltje in outlet-center Brennerpas het enige dat erop wijst dat je bovenop de Italiaans-Oostenrijkse staatsgrens staat. Hoe idioot die grens is, merk je zodra je van het ene land naar het andere loopt. Aan beide kanten van de grens spreken mensen hetzelfde Duitse dialect, betalen ze met de euro, eten ze Tiroler Speck en Knödel en gaan ze in Innsbruck winkelen. Zolang het duurt. Want als het aan de Oostenrijkse minister van defensie Hans Peter Doskotil ligt, voert dat land vanaf eind mei weer grenscontroles op de Brenner in.
De eerste bouwwerkzaamheden zijn al begonnen en Doskotil dreigt onder extreme omstandigheden met totale afsluiting van de pas. De reden: vluchtelingen. Op deze koude, winderige ochtend loopt er slechts één kleumende Pakistaan in een dunne katoenen traditionele shalwar en kameez over straat. Het kleine transit-opvangcentrum in Brenner, het Italiaanse dorpje bovenop de pas, is gesloten. Maar Oostenrijk vreest dat er deze zomer wel eens een miljoen vluchtelingen vanuit Libië naar Italië zouden kunnen oversteken.
In een café in Brenner is op een foto te zien hoe het vroeger was. Bij de oude grenspost, waar nu lederhosen worden verkocht, stond een slagboom die voor iedere auto open en dicht ging. Op de foto is maar weinig verkeer. Maar de Brenner is tegenwoordig de drukste overgang over de Alpen naar Italië en de eindeloze stroom vrachtwagens die op een koude aprildag over de pas kruipen doet het ergste vermoeden voor de zomerse files die grenscontroles nu zouden veroorzaken. Italië is dan ook woedend en heeft gedreigd met een EU-procedure tegen Oostenrijk.
Lena Fassnauer en haar drie klasgenoten in het St. Margarethenscholencentrum in het Zuid-Tiroolse Sterzing reageren emotioneel op de vraag hoe ze denken over de aangekondigde controles. Ze wonen weliswaar in Italië, maar ze zijn opgegroeid in de euroregio en kennen geen grens. Ze hebben vrienden in Oostenrijkse buurdorpen en het Oostenrijkse Innsbruck, een half uur met de auto, is de stad waar ze uitgaan en waar ze volgend jaar willen gaan studeren. Omgekeerd is het Oostenrijkse en Duitse toerisme van enorm belang voor de regio, maar wie komt er straks voor een dagje of een lang weekend als hij op de terugweg uren in de file staat? Ze kunnen het zich niet indenken, een echte grens tussen hen en Oostenrijk.
De vier hebben Italiaanse paspoorten, maar als je het vraagt wat ze zich voelen, aarzelen ze niet: Zuid-Tiroler, Tiroler ook, maar Italiaan? Nee. Vooral Lena ziet Italiaans echt als vreemde taal. Sterzing is Duitstalig, net trouwens als tweederde van alle Zuid-Tirolers.
Foto Runa Hellinga
Sterzing, Zuid-Tirool
Tot 1918 behoorde Zuid-Tirool tot Oostenrijk. Italië kreeg het gebied als beloning voor de steun die dat land tijdens de Eerste Wereldoorlog vanaf 1915 aan de Entente tegen Duitsland en Oostenrijk heeft gegeven. Op dat moment was Zuid-Tirool geheel Duitstalig, maar de Italianen wilden graag een bergketen als grens.
Tussen 1956 en 1988 kende Zuid-Tirool een autonomiebeweging die zo'n 361 aanslagen pleegde. Sinds de grenzen in 1996 opengingen, is het Tiroler nationalisme minder luid, maar de in 2007 opgerichte afscheidingsgezinde Süd-Tiroler Freiheit is juist onder jongeren populair, zegt leraar Franz Kompatscher.
Kompatscher is ook burgemeester van de gemeente Brennero waar Brenner, een dorpje van 250 inwoners, deel van uitmaakt. Het dorpje bouwde in 2014, toen de vluchtelingenstroom op gang kwam, al een transitopvang. Momenteel passeren er dagelijks zo'n dertig vluchtelingen. Maar er is tegenwoordig ook een stroom in omgekeerde richting, naar Italië, zegt Kompatscher.
De burgemeester is groot voorstander van de open Euregio, en niet alleen omdat hij zich zorgen over de gevolgen als er straks duizenden asielzoekers in Brenner stranden. De Euregio betekent echt iets voor de dorpen. Er is intensieve regionale samenwerking, vooral met de Oostenrijkse buurgemeente Gries, wat betreft cultuur, toerisme, onderwijs en niet te vergeten veiligheid. Het leven in de bergen kent zijn eigen problemen, zoals sneeuw, lawines en overstromingen. Natuur houdt geen rekening met grenzen.
Natuurlijk brengt grenscontrole die initiatieven niet tot stilstand, maar belemmerend wordt het zeker als er straks eindeloze files zijn. Bovendien zijn zulke controles geen oplossing, zegt Kompatscher. Ieder voor zich betekent alleen maar dat ieder land de problemen op een ander probeert af te schuiven. "Het is een puur politiek gebaar. Er zijn verkiezingen in Oostenrijk, de regeringspartijen staan op verlies en zo proberen stemmen terug te winnen van de rechtse FPÖ die succes heeft met zijn campagne tegen vluchtelingen." De enige echte oplossing is volgens hem samenwerking, tussen Oostenrijk en Italië en op Europees niveau, om te voorkomen dat het aan de Brenner, en elders, uit de hand loopt.

vrijdag 10 juli 2015

Hek en hulp voor vluchtelingen in Hongarije

foto: Runa Hellinga
Syrische familie wacht in Szeged op de trein
Langs de kant van de weg staat een politiebusje. We zien een agent uitstappen die tussen de manshoge maisstengels verdwijnt. Als we aan zijn collega vragen of hij vluchtelingen zoekt, ontkent die dat. Maar hij knikt als we vragen of het opsporen van 'migranten' zoals de Hongaarse regering hen steevast aanduidt, zijn dagelijkse werk is. In het busje is plek voor tien mensen. De stoelen zijn met plastic zakken overtrokken. Na dagen van zwerven zijn de meeste mensen die ze oppakken hard aan een wasbeurt toe.
Hongarije is de laatste maanden voor vluchtelingen een van de belangrijkste poorten naar de EU geworden. Alleen afgelopen weekend al hield de politie 2296 mensen aan die illegaal dwars door veld en bos de Hongaarse-Servische grens waren overgestoken. Ruim duizend mensen per dag en ongetwijfeld zijn er nog velen die door de mazen van de controle zijn geglipt. De meesten zijn afkomstig uit landen in oorlog: Syrië, Afghanistan en Irak. Anderen komen Pakistan en Bangladesh, of uit Afrika. Hun aantal  is gestegen sinds bekend werd dat Hongarije de grens gaat afsluiten met een hoog hek. ‘Economische migranten’, dat wil feitelijk zeggen iedereen die direct niet uit een buurland in oorlog komt, zijn in toekomst niet meer welkom.
Monika Pap woont op een tanya, een afgelegen boerderij, in het grensgebied. Een kettinghond bewaakt het erf. Het beest heeft een diepe geul uitgesleten rond de paal waar hij aan vastzit. Ze ziet vrijwel dagelijks mensen langskomen. Ondanks verhalen over gestolen groente en fruit heeft zijzelf  'goddank' nooit problemen gehad. Ja, 's nachts slaat soms haar hond aan en eenmaal, met regen, hebben mensen overnacht in de plastic kweektunnel achter haar huis.
Echt druk maakt ze zich niet over de hele kwestie. "Ze blijven toch niet in Hongarije,' zegt ze. Maar ze heeft ook niets tegen het 150 kilometer lang antimigrantenhek dat op een kilometer van haar huis gebouwd gaat worden. Al betwijfelt ze of het helpt."Mensensmokkelaars hebben ook kniptangen," zegt ze schouderophalend. Vrijwel niemand gelooft echt in het effect van zo’n hek. Bij de nabije grenspost haalt douanier Imre Tóth ook zijn schouders op. "Ach, wij doen gewoon wat ons gezegd wordt." In de grensstad Szeged moet gemeenteraadslid Irén Kardos niets van het hek hebben. Maar ze gelooft ook totaal niet dat het zal helpen: "Dan komen mensen toch gewoon via Roemenië of Kroatië? En de de enige manier waarop zo'n hek wel kan werken, is als ze weer gaan schieten, net als bij het IJzeren Gordijn." Zover zal het niet komen, hoopt ze.


maandag 22 juni 2015

Het nut van een nieuw IJzeren Gordijn

Mexicaans-Amerikaanse grens. Foto Gordon Hyde
Premier Viktor Orbán weet waarover hij praat als het over vluchtelingen gaat. De Hongaarse geschiedenis heeft hem die les wel geleerd. Ergens in negenhonderdzoveel trok een groep mensen te voet en te paard vanuit de Siberische steppen het Karpatenbekken in. Niemand weet precies wanneer of waar ze precies vandaan kwamen, laat staan waarom ze daar weggingen. Maar zeer waarschijnlijk werden ze gedreven door een van de gebruikelijke redenen: een hongersnood, een oorlog of een natuurramp.
In het Karpatenbekken zat echt niemand op die mensen te wachten. Maar ja, wie hield hen tegen? Niemand had een muur gebouwd, dus ze konden zo binnentrekken. Geweldloos ging dat zeker niet, want er woonden mensen in het gebied, maar die hadden weinig in te brengen tegen de nieuwkomers. In onze vaderlandse geschiedenisboekjes wordt hun komst normaal gesproken omschreven als 'volksverhuizing'.
Of die nieuwkomers zich destijds aan de lokale gewoonten aanpasten? Goede vraag. Ze zijn nooit meer weggegaan, dat is zeker, maar de lokale taal hebben ze in ieder geval niet overgenomen, anders hadden Hongaren inmiddels wel een Slavische taal of een Duits dialect gesproken.
Volgens Orbán zelf zijn de Hongaren nog steeds een 'half-Aziatisch' volk en toen hij begin april in Kazachstan was, verklaarde hij: "We reizen met veel vreugde naar Kazachstan. In de Europese Unie worden we weliswaar politiek als gelijkwaardige partners behandeld, maar vanuit onze oorsprong zijn we daar vreemdelingen. Als we daarentegen naar Kazachstan komen, vinden we hier verwanten".
Aan de andere kant: uit chromosomen- en DNA-onderzoek blijkt dat Hongaren zich genetisch niet van hun Servische, Slowaakse en Roemeense buren onderscheiden. Van Aziatische genen is behalve in de denkwereld van de premier nauwelijks een spoor over. Op dat vlak is de integratie volledig geslaagd.
Alle gekheid op een stokje: de moderne term voor volksverhuizing is vluchtelingenstroom. Het verschil met toen is dat de wereld inmiddels een stuk voller is. Niet alleen zijn de mensenmassa's die door oorlog, natuurgeweld of om andere redenen op drift raken, veel groter, zestig miljoen volgens de laatste cijfers van de Verenigde Naties, ook zijn de landen waar ze heen willen veel dichter bevolkt. Overigens was dat Karpatenbekken destijds ook niet zo leeg als de Hongaarse geschiedenislessen  over de honfoglalás, de 'inname van het vaderland', willen doen geloven.
Leger dan nu was het wel, maar zelfs in die legere wereld konden vluchtelingen zelden op een warm welkom rekenen. Het plan van Orbán om een hek te bouwen om de vloed te stelpen is van alle tijden. Toeristen die naar China gaan, hebben een bezoek aan zo'n bouwwerk meestal hoog op hun lijstje staan. Daar heet het bouwwerk de Grote Muur en geldt als een van de zeven Wereldwonderen.
Zuid-Afrika heeft een hek van 2900 kilometer langs de grens met Zimbabwe om illegale immigranten tegen te houden en een veel korter en ouder hek in het Krugerpark, op de grens met Mozambique. Er zijn hekken tussen Bulgarije en Turkije, tussen de VS en Mexico, tussen China en Noord-Korea en nog op zo'n dertigtal andere plekken in de wereld. Er was trouwens ooit, in de Eerste Wereldoorlog, ook een hek tussen Nederland en België. Gebouwd door de Duitsers, om mensen uit België te beletten naar Nederland te vluchten.Er stond 2000 volt stroom op.
Eerlijk gezegd denk ik dat heel wat mensen in Europa stiekem of ook hardop menen dat Orbán doet wat nodig is. Een cijfer van zestig miljoen mensen op drift klinkt behoorlijk afschrikwekkend, al zijn die natuurlijk lang niet allemaal op weg naar Europa. Ik maak me sterk dat de Hongaarse premier binnenkort steun krijgt van mensen als Marine le Pen en Geert Wilders.
Maar helpt het eigenlijk, zo'n hek, nog los van de morele kant van de zaak en los van het bizarre feit dat het eerste land in Centraal-Europa dat het IJzeren Gordijn afbrak, ook het eerste land dreigt te worden dat er weer een bouwt? Ik zou mijn verwachtingen niet te hoog opschroeven, als je naar de geschiedenis kijkt en naar het feit dat op dit moment dagelijks honderden mensen aan de Libische kust op wankele bootjes stappen, hoewel ze weten dat er een aanzienlijke kans is dat ze de overtocht naar Italië niet overleven. Wanhopige mensen zijn tot veel bereid.
Ook het stroomdraad tussen Nederland en België weerhield mensen destijds niet om het toch te proberen. Dat kostte naar schatting tussen de 500 en de 3000 mensen het leven. De Chinezen werden uiteindelijk toch onder de voet gelopen, tot twee keer toe zelfs, eerst door de Mongolen, en later door de Mantsjoes. Het hek tussen Zuid-Afrika en Mozambique doet vooral leeuwen een plezier, die af en toe een arme sloeber te pakken krijgen die eroverheen is geklommen. In 2011 zijn zo'n 80.000 mensen illegaal de Mexicaans-Amerikaanse grens overgestoken. En dat is een muur van meters hoog.
Ongetwijfeld zal een hek een deel van de mensen tegenhouden. Maar wie je op zo'n manier wel binnenkrijgt, zijn niet degenen die het het hardste nodig hebben. Niet de Syrische of Iraakse familie die haar hele hebben en houden is kwijtgeraakt op de vlucht voor IS, wel degene die geld of contacten genoeg heeft om een grenswacht om te kopen. Of die bereid is met geweld door het hek heen te breken. Of die straks gewoon via Kroatië of Roemenië Hongarije binnenkomt. Om daarna trouwens meteen door te reizen naar het noorden. Want geen van vluchtelingen heeft de intentie om in Hongarije te blijven. Zeker nu niet meer.

woensdag 9 maart 2011

SMOKKEL

Of ik in Servië alcohol heb gekocht , vragen de dames die samen met mij in de grensstad Subotica in de trein naar Budapest stappen. Ze zijn beladen met een onduidelijke collectie aan tasjes vol met koopwaar: plastic bloemen, geborduurde kleden, en zoals ik al snel ontdek, een forse collectie plastic flessen, gevuld met 'Johnnie Walker' en andere merken. Als ik ontkennend antwoord, komt hun verzoek: of ik me dan misschien over één van die flessen wil ontfermen, tot de Hongaarse douane langs is geweest.
Ik aarzel even en stem dan toe. Ik krijg een fles in een versleten plastic tasje in mijn handen gedrukt, maar even later realiseren ze zich dat ik iets minder als een versleten plastic tasjes type oog dan zij, en zeggen ze dat het beter is dat ik de fles zo in mijn tas stop. Zelf kom ik op het idee dat het wel handig is om te weten waar ik deze fles gekocht zou hebben, en voor hoeveel. Op de markt, voor 600 dinar, zes euro, aanzienlijk minder dat hij in Hongarije zou kosten.
Terwijl we wachten op het vertrek, wordt er zenuwachtig gerommeld. Flessen verdwijnen in de ene zak,dan weer in de andere. Beide vrouwen vertrekken met tassen vol alcoholica naar de aangrenzende coupés, waar ze passagiers met dezelfde vraag bestoken. Met enig succes, blijkt even later, want als ze terugkomen zijn de tassen verdwenen. Even later steekt een derde vrouw haar hoofd om de hoek: haar medepassagier is heel aardig en maakt graag een praatje, maar hij is niet bereid om een fles in zijn tas te steken, verzucht ze.
Als we de Hongaarse grens bereiken, houdt de oudste vrouw zich slapend, met de mededeling dat ze heel zenuwachtig is. De straf op smokkel, vertellen ze, is al snel 30.000 forint per fles. De jongste zit op haar praatstoel, en dat blijft ze de rest van de reis. Ze komen uit de buurt van Debrecen, vertelt ze me, een reis van pakweg acht uur.
Eerst vertelt ze dat het het allemaal cadeautjes zijn die ze heeft ingeslagen, maar naar mate we langer praten, komt het hele verhaal: ze heeft ooit bij het spoor gewerkt en reist dus heel goedkoop. Iedere twee weken reizen ze naar Servië, om tassen vol smokkelwaar in te slaan. Heen met de nachttrein, die hen om half drie 's nachts op het perron in Subotica afzet, een paar uur kleumen, en dan om zes uur 's ochtends naar de markt en om twaalf uur 's middags weer terug naar huis. Acht uur heen, acht uur terug. Zo vult ze haar pensioen van nog geen 200 euro aan. Haar reisgenote is niet voor niets in slaap gevallen, vertelt ze: die heeft de dag daarvoor al een soortgelijke reis naar Slowakije gemaakt, waar bepaalde spullen ook veel goedkoper zijn dan in Hongarije.
De zenuwen blijken overigens voor niets. We zien een douanier met een ladder langslopen, wat me doet denken aan vervlogen tijden, toen communistische douaniers ook met ladders door de trein liepen en de onderkant met behulp van spiegels controleerden. Ergens wordt iets streng gecontroleerd. Maar onze coupé keuren ze tot mijn verbazing geen blik waardig. Persoonlijk vind ik de hele collectie plastic zakjes, boodschappenkarretjes en draagtassen buitengewoon verdacht ogen en ben ik toch wel blij dat ik niet meer dan één fles sterke drank in mijn tas heb.