| Lunchuur |
Ik was het even vergeten, maar in Frankrijk moet je zulke soepelheid ook niet echt verwachten. Eten is er een cultuur, maar die cultuur ligt van oudsher behoorlijk vast. Ooit heb ik in Frankrijk gewandeld, en dan was het een hele kunst om te zorgen dat je op het juiste moment in een dorp was. Anders kon je een maaltijd wel vergeten. In de grote steden is de laatste jaren uiteraard veel veranderd, en als je al niet Chez Jacques terecht kunt voor een hapje eten buiten het lunchuur van twaalf tot twee, dan is er altijd wel een Libanees om de hoek die wel begrijpt dat hongerige mensen ook op andere uren klanten zijn. Die Libanees kan trouwens ook tijdens het lunchuur zelf nog wel eens uitkomst bieden, want tussen twaalf en twee zijn de Franse restaurants zo vol dat je er zonder reservering niet in komt.
Maar in veel dorpen en kleinere steden geldt, zo heb ik deze zomer gemerkt, nog steeds het oude devies: om twaalf uur gaat alles dicht, en het lokale restaurant open. Om twee uur is het lunchuur in het restaurant afgelopen, en omdat de bakker nog een uurtje of twee gaat rusten, duurt het tot vier uur voordat je ergens weer iets te eten kunt kopen. Oké, er mag ergens een bar open zijn, maar naar het café ga je niet om te eten.
Zelfs een snackbar bij een strandje langs een rivier, die tijdens het lunchuur zaken als quiche en soep verkocht, verkocht 'nee' toen we ergens in de namiddag vroegen of ze iets te eten hadden. "Je suis désolé", het spijt me, maar eten? Om vier uur? Wat voor rare mensen zijn jullie? De keuken is dicht. Vraiment, désolé.
Ach, het is geen probleem, als je er eenmaal op ingespeeld bent. Maar als je Hongarije gewend bent, is het toch weer even wennen. Onze verbazing werd al wat groter, toen bij een lokaal winkelcentrum bleek dat ook een grote bouwmarkt en andere grote winkels twee uur lang letterlijk hun rolluiken sloten voor de lunchpauze. Aan de andere kant, helemaal onbegrijpelijk was het ook weer niet. De hypermarché in hetzelfde winkelcentrum was wel open, maar de parkeerplaats akelig leeg. Uiteraard, want alle klanten zaten thuis aan de lunch. Alleen een enkele zwakzinnige buitenlander kwam om die tijd boodschappen doen. Lekker rustig, dat wel.
Maar de de heiligheid van het lunchuur werd pas echt duidelijk bij ons vertrek vanaf Charles de Gaulles. Het is het grootste vliegveld van het land en zoals op steeds meer vliegvelden is de incheckprocedure geautomatiseerd. Dat wil zeggen: er staan automaten waar je instapkaarten en bagagelabels kunt laten printen. Op de heenreis hadden we met soortgelijke automaten op vliegveld Orly al slechte ervaringen opgedaan. Dat bleek geen toeval, ook op Charles de Gaulles waren ze wispelturig. Soms kwam er een label uit, soms niet. In ons geval niet, al was de automaat zeer gewillig om instapkaarten uit te printen. Meerdere exemplaren per persoon zelfs, hoewel we daar niet om vroegen.




