woensdag 20 mei 2015

Plagiaat, een Oost-Europese ziekte

Bron: het internet
Ergens in 1991 had onze Hongaarse buurman een geniaal idee: hij kon voor een zacht prijsje een sokkenbreimachine op de kop tikken en hij wilde achter in zijn schuurtje Adidassokken gaan maken. Toen we hem vertelden dat dat niet zomaar mocht, viel zijn mond open van verbazing. Van merkenbescherming en copyright  had hij nooit gehoord.
Die buurman is inmiddels wijzer. Maar in één sector woekert de onkunde over copyright en plagiaat vrolijk verder: het onderwijs. Het wordt de moderne student ook zo makkelijk gemaakt: even googelen, wat knippen en plakken, een paar woorden herschrijven en klaar is je scriptie. Velen realiseren zich nauwelijks dat dat plagiaat is. Behalve in Slowakije. Dankzij de invoering van een centraal controlesysteem waar universiteiten afstudeerscripties en proefschriften moeten laten controleren, is 99 procent van alle Slowaakse studenten zich bewust van het verschijnsel. Slowakije loopt daarmee voorop in heel Europa, maar zeker in de regio. Het overschrijven van andermans werk komt overal voor, maar in het voormalige Oostblok is het een traditie waarvoor weinigen zich schamen. 
De Hongaarse oud-president Pál Schmitt moest in 2012 jaar aftreden toen bleek dat hij vrijwel zijn hele proefschrift had gejat van anderen. In datzelfde jaar bleek dat ook de Roemeense premier Viktor Ponta de helft van zijn proefschrift had overgeschreven. Een officiële commissie meende dat hem geen blaam trof: voor een juridisch proefschrift golden volgens hen andere regels. Ponta trad niet af, maar gaf, pas twee jaar later, uiteindelijk wel zijn doctorstitel terug. Niet uit schaamte, maar omdat het aanhoudende debat daarover zijn carrière schaadde. Ponta en Schmitt vinden beiden nog steeds dat ze eigenlijk niets verkeerd hebben gedaan.
Niet alleen politici maken zich schuldig aan plagiaat, wetenschappers net zo hard. In 2009  bleek de vice-decaan van de juridische universiteit in het Tsjechische Pilsen zijn proefschrift geplagieerd te hebben. Maar ach, zijn opponent, de faculteitsdecaan, bleek zijn beoordeling van datzelfde proefschrift net zo goed overgeschreven te hebben.
Nadat het hele bestuur onder mediadruk was afgetreden, liet de nieuwe decaan alle recente dissertaties controleren. Resultaat: een volledig overgeschreven proefschrift, vijf die voor meer dan vijftig procent waren gekopieerd en negen waarvan pakweg een kwart van de tekst plagiaat was. In dezelfde tijd kwam ook nog eens aan het licht dat een opmerkelijk deel van de Tsjechische politici dankzij gekochte examens binnen enkele maanden, in plaats van enkele jaren, een universitair diploma had behaald.
Overschrijven, examens kopen: het past in een onderwijssysteem waarin de nadruk meer traditioneel vooral ligt op het uit het hoofd leren van feiten en niet op het stellen van kritische vragen en het stimuleren van originele gedachten. Plagiaat wordt bevorderd door massale hoorcolleges en docenten die jaar in, jaar uit dezelfde studieopdrachten geven, waardoor je gewoon de scriptie van een ouderejaars kunt gebruiken. De kans dan een Tsjechische, Hongaarse, op Bulgaarse student voor plagiaat gepakt wordt, is gering, zo blijkt uit een studie van de Europese Unie naar academisch plagiaat in de lidstaten. De kans dat hij ervoor bestraft wordt, is nog kleiner. En in veel gevallen bestaat de straf uit niet meer dan een berisping en misschien de opdracht een nieuw werkstuk in te leveren.
De Slowaken bewijzen dat het anders kan. Sinds de universiteiten in 2010 verplicht zijn scripties en proefschriften te laten controleren, weet vrijwel iedereen waarom het gaat en is het aantal gevallen drastisch gedaald. Het Slovaakse Centrum voor Technische en Wetenschappelijke informatie dat verantwoordelijk is voor de controle, won er een prijs van de Europese Commissie voor.  
Dat in andere landen veel minder weinig tegen plagiaat wordt gedaan, is niet alleen onwil. Onkunde en geldgebrek spelen een belangrijke rol. Docenten  blijken volgens het Europese onderzoek vaak nauwelijks een idee te hebben wat precies het verschil is tussen een citaat en plagiaat. Dat het zonder aanhalingstekens en met de verandering van een paar woorden overnemen van een stuk tekst plagiaat is, komt bij velen niet eens in het hoofd op, zo blijkt uit het Europese onderzoek, waarin studenten en docenten onder meer een aantal voorbeelden voorgelegd kregen met de vraag of het daarbij om plagiaat of citaat ging.
Veel universiteiten hebben niet eens de software in huis die nodig is om op plagiaat te controleren. Als het al gebeurt, gebeurt het vaak op dezelfde wijze waarop dat plagiaat in eerste instantie meestal tot stand komt: door de tekst in Google in te voeren. 

In Hongarije had de kwestie Schmitt één positief effect: universiteiten daar werden zich bewuster van het probleem. Het land heeft overigens al jaren een centraal controlesysteem. De Hongaarse software is zelfs in staat om te controleren of een tekst uit het Duits of het Engels is vertaald. Niet onbelangrijk, want vertalen is een van de makkelijkste manieren plagiaat te verdoezelen. Veel software pikt zulke vertalingen niet op. 
Maar de controle is in Hongarije niet verplicht en de gigantische bezuinigingen op het universitair onderwijs gaan ten koste van het onderhoud van dat systeem. Van het voornemen om meer vertaaltalen toe te voegen, komt dan ook al jaren niets terecht.
Een van de aanbevelingen van de EU aan de politiek is om meer geld voor controlesystemen ter beschikking te stellen. Maar zolang de politici zelf boter op hun hoofd heeft, is daar weinig enthousiasme voor.

zaterdag 9 mei 2015

De doodstraf en het geweten van een strafrechter.

Doodstraf onder het communisme: de galg
De Hongaarse premier Viktor Orbán blijft met de doodstraf spelen. Tegen de EU zegt hij dit, tegen zijn aanhang dat. Ieder volk moet het recht hebben om er zelf over te beslissen, is zijn laatste stelling. Er zijn goede argumenten tegen de doodstraf, met als belangrijkste de kans dat je de verkeerde ophangt. Of de juiste, maar dat de doodstraf een onevenredige strafmaat is. Je kunt trouwens zelfs aanvoeren dat de doodstraf in sommige gevallen misschien milder is dan iemand voor zestig jaar opsluiten.
Maar waar zelden iemand bij stilstaat, is dat er ook nog een rechter is die die straf moet uitspreken. Wat doet het met een mens als je iemand anders tot de galg veroordeelt? Midden jaren tachtig sprak Zoltan Nagy als strafrechter de laatste terdoodveroordeling uit in de regio Györ-Moson-Sopron. Het was de enige keer in zijn leven dat hij dit oordeel velde, en sindsdien laat het hem niet meer los. 
De zaak waarover Nagy moest oordelen is echt zo'n geval waarbij je voor de dader geen enkele sympathie kunt opbrengen. De man, die in de lokale kroeg werkte, werd verliefd op een vrouw uit het dorp. Zij was getrouwd, had twee kinderen en ze was totaal niet in hem geïnteresseerd. Hij was een stalker die simpelweg moordde omdat hij zijn zin niet kreeg. Maar toch. Hieronder het verhaal van de rechter, zoals het regionale blad Kis Alföld dat optekende.  
“Zij deed er alles aan om hem te ontwijken, maar op een dorpsfeest vroeg hij haar ten dans. Hoewel nee zeggen dan eigenlijk niet hoort, deed ze dat toch. De man was diep beledigd. Wie was zij om hem af te wijzen? Onmetelijke woede en haat vervulden hem, en daarbij speelde alcohol zonder enige twijfel een rol. Hij besloot dat de vrouw en haar man een verschrikkelijke wraak verdiend hadden.
Op een avond drong hij hun tuin binnen en stak de man, die naar buiten was gekomen vanwege het lawaai, in het hart. Daarop vermoorde hij ook de moeder, met in het totaal veertig steken. De kleine kinderen waren intussen in huis en hadden niet door wat er gebeurde. Toen hun ouders niet terugkwamen, gingen ze naar de buren, gelukkig zonder te merken wat er gebeurd was. De volwassen buurman vond de lijken de volgende ochtend vroeg.
In de loop van het proces moet ik ook de kinderen ondervragen. Ze kwamen met hun grootouders, en ik vroeg hen, of ze wisten wat er met hun moeder en hun vader was gebeurd. Dat weten we, want we waren bij hun begrafenis, kwam het antwoord. Maar de kleinste, die nog niet eens op school zat, voegde eraan toe: 'Maar wanneer komen ze thuis?'. Dat vergeet ik nooit meer.
In de loop van het proces werd steeds duidelijker in welke richting we gingen. Wat de feiten betreft en juridisch was het een eenvoudige zaak. Er was geen twijfel over de dader, of over de methode van de moord. Het was duidelijk dat die moord vooraf beraamd was, en ook, dat het om meerdere mensen ging. De buitengewone wreedheid stond ook vast. En het motief was ook duidelijk: de moeder van twee kinderen moest simpelweg sterven omdat ze haar ‘minnaar’ had afgewezen. De wet gaf in die tijd, als er meerdere bezwarende omstandigheden waren, ook de mogelijkheid – maar niet de verplichting – om de doodstraf op te leggen. Voor mij was in dit geval de cruciale vraag of de dader toerekeningsvatbaar was. Hij werd onderzocht, en hij was toerekeningsvatbaar.
Er restte maar een kwestie: was ikzelf in staat om de wet toe te passen? Dat was geestelijk geen geringe last. Ik beloofde mezelf dat als deze man in staat was om onder ogen te zien wat hij had gedaan, als hij in staat was om onder het gewicht van zijn eigen daad te breken, dat dan ook zijn straf zou zijn. Dan moest ik hem zijn leven laten behouden. Maar hij gaf me daartoe geen kans. Behalve dat hij medelijden had met zichzelf, en kiespijn en dat hij klaagde over het eten in de gevangenis, zat hij nergens mee.
Toen ik mijn oordeel velde, lette ik speciaal op zijn gezicht. Als ik ooit een houten kop heb gezien, dan was het de zijne. Op dat moment lijdt de rechter minstens net zo zeer als de verdachte. Maar de uitspraak is niet definitief, want er zijn meerdere instanties die er daarna nog over oordelen. De uitspraak is dan ook niets in vergelijking met wat de dienaar van de wet te wachten staat bij de executie.
De zaak doorliep alle beroepsprocedures, maar het doodsvonnis bleef staan. Volgens de toenmalige wet was de executie de taak van de rechter die het oorspronkelijke oordeel had geveld, van mij dus. Ik bracht hem in de gevangenis het nieuws dat zijn gratieverzoek was afgewezen en dat de executie de volgende dag zou plaatsvinden. De ooit totaal onbewogen man stortte in elkaar. Hij schreeuwde ongearticuleerd, maakte gebaren, maar het was niet mogelijk te verstaan wat hij zei. Een psychiater onderzocht hem, nog een keer, de laatste keer.
De volgende ochtend gingen we naar de executie. Ze hadden een gehavende tafel opgezet in een grote schuur. Ze brachten de man binnen, die zich verzette. Hij schopte met opgeheven armen. Zijn laatste wensen waren daarvoor vervuld: hij had met zijn moeder kunnen praten en iets te eten gevraagd. Ik las het hele oordeel nog eens voor, maar vanwege zijn aanhoudende gegil kon ik mijn eigen stem nauwelijks horen. “Het oordeel wordt uitgevoerd” was de instructie die ik moest geven. En zo gebeurde het. Hij werd opgehangen. Daarna wachtten we nog vijftien minuten, in treurige stilte, tot de dokter het resultaat van zijn onderzoek gaf, dat de man werkelijk dood was.
Het was zo’n verschrikkelijke, afschuwelijke zaak, dat ik toen op dat moment tegen mezelf zei: dit doe ik nooit meer. Ik diende de staat, en  de rechter is gehouden om de wet te handhaven. En wat minstens net zo belangrijk is: hij mag niet kiezen! Het kan niet zo zijn dat hij zegt: deze wet bevalt me, maar die niet en die pas ik niet toe. Ik kon slechts hopen dat iets vergelijkbaars mij niet nog eens ten deel zou vallen. Niet vanwege de zaak zelf. Die was overduidelijk. Maar de staat mag niet doden. Toen niet. Nu ook niet."


woensdag 6 mei 2015

Orbán en de doodstraf

Gevangenis in Boedapest. Hier stond tot 1990 een galg. Foto Wikipedia
Hongarije moet de doodstraf misschien maar weer overwegen. Met die uitspraak verraste premier Viktor Orbán vriend en vijand begin vorige week. Hij zei het naar aanleiding van een vraag over de roofmoord in een tabakswinkel het weekend daarvoor, waarbij het winkelmeisje omkwam en de dader er met 20000 forint vandoor ging.
Die totaal geblindeerde winkels bestaan sinds twee jaar en zijn sindsdien regelmatig doelwit van overvallers. Je ziet niet wat binnen gebeurt, en met tabak en meestal ook alcohol op de plank is de kans groot dat ze wat in kas hebben. Maar deze overval was het gewelddadigste incident tot nu toe. De eigenaar, die meerdere zaken heeft, deed het enige verstandige: hij lapte de wet aan zijn laars en verwijderde de folie die inkijk onmogelijk maakt. Maar zo'n voor de hand liggende oplossing, daar zei Orbán niets over. Hij zoekt het drastischer: de doodstraf. Dat zal criminelen afschrikken, volgens hem.
Het is niet voor het eerst dat Orbán voor herinvoering van de doodstraf pleit. De eerste keer dat hij dat deed, was in 2002, nadat bankrovers in het stadje Mór acht personeelsleden en klanten van de Erste Bank doodschoten. De bloedige bankoverval veroorzaakte een enorme schok in Hongarije, waar zulk geweld bepaald niet tot de orde van de dag behoort. Gelijktijdig is Mór een van de beste argumenten tegen de doodstraf: de kans dat je de verkeerde ophangt.
De politie zat natuurlijk te springen om een dader en daarom werd er een forse beloning uitgeloofd voor de gouden tip: 25 miljoen forint, toen zo'n 100.000 euro. Die tip kwam dan ook prompt, van een crimineel die er ook nog eens een deal over strafvermindering uit wist te slepen. De twee mannen die op zijn aanwijzing werden gepakt, ontkenden. Toen een van hen een overtuigend alibi wist te produceren, schakelde politie simpelweg over op de beschuldiging dat hij dan de wapens had geleverd. De andere verdachte bleef te boek staan als dader, al was er geen enkel concreet bewijs tegen hem en al had ook hij een alibi. Maar dat werd straal genegeerd. De man zou zonder enige twijfel de doodstraf hebben gekregen, als die toen bestaan had. Vijf jaar later kwam naar buiten dat de politie de verkeerden gepakt had. Het duurde nog twee jaar langer voordat die fout echt werd erkend en de aanklacht helemaal werd ingetrokken.
Dat zulk slordig politieonderzoek In Hongarije geen uitzondering is, bewijst de zaak tegen Sándor Schönstein, die tot twaalf jaar veroordeeld werd wegens de moord op zijn moeder, Fidesz-gemeenteraadslid Irma Balla. Niets wees erop dat Schönstein de dader was. Hij had een ijzersterk alibi: hij was op het moment vele kilometers verderop met een aantal vrienden aan het barbecueën. Maar ja, hij had volgens de politie te rustig gereageerd op de dood van zijn moeder. Buitengewoon verdacht.


maandag 27 april 2015

Cadeautje voor Jobbik

Het frisse gezicht van Jobbik
- Je hoort veel meningen over de toenemende verspreiding van het terrorisme Hoe belangrijk is de verspreiding van terrorisme (het Franse bloedbad, de vreselijke daden van Isis) voor zover het uw eigen leven betreft?
- Wist u dat economische immigranten illegaal de grens overkomen en dat hun aantal in Hongarije vertwintigvoudigd is in de laatste tijd?
- Zou u nieuwe wetgeving steunen die het de regering maakt om illegale immigranten van de meet af -aan in interneringskampen op te sluiten?
- Bent u het ermee eens om immigranten die illegaal de Hongaarse grens overkomen (lees vluchtelingen) zo snel mogelijk weer naar hun land terug te sturen?
- Er zijn er die zeggen dat economische vluchtelingen de banen en het levensonderhoud van Hongaren bedreigen. Bent u het daarmee eens?

Nee, dit is geen propaganda van de extremistische oppositiepartij Jobbik. Het zijn zomaar een aantal van de twaalf vragen die begin mei door de regering aan acht miljoen Hongaren worden gestuurd in het kader van een 'nationale raadpleging' over vluchtelingen. "Wij, Hongaren, hebben in 2010 besloten om alle belangrijke vragen eerst met elkaar te praten, voor we een besluit nemen,' aldus beweert premier Viktor Orbán in het begeleidende schrijven.
Vraag één, die over terrorisme (gevolgd met nog twee vragen over dit onderwerp) zet de toon. Tamelijk opmerkelijk in een land waar nog nooit een terroristische aanslag heeft plaatsgevonden en vrijwel geen moslims wonen. De regering verwacht één miljoen antwoorden terug te krijgen, en het is niet moeilijk te voorspellen wat de uitkomst van deze 'raadpleging' zal zijn. Hongaren staan bepaald niet bekend staat om hun tolerante houding ten opzichte van immigranten uit de Derde Wereld. Dat een deel van de beweringen onzin is (de meeste vluchtelingen proberen Hongarije zo snel mogelijk te verlaten, dus hun aantal is niet vertwintigvoudigd) zullen maar weinig mensen weten.
Het doel is duidelijk: het gaat niet goed met de regering en die is driftig op zoek naar een middel om de publieke opinie naar haar hand te zetten.  De laatste onrust tekent zich in het onderwijs af. Afgelopen week trokken studenten van de Elte Universiteit in Boedapest, van de Technische Universiteit en van een aantal scholen de straat op uit protest tegen de sluiting van een aantal opleidingen, zoals internationale betrekkingen en psychologie.
Bij die protesten sloten zich ook de leerlingen van de Raoul Wallenberg Vakschool aan, waar onder meer verpleegsters en ambulancepersoneel worden opgeleid. De school moet namelijk dicht. De reden? Geen overschot aan verpleegsters of ambulancepersoneel, want daar is juist een tekort aan. Nee, de regering heeft het gebouw bestemd voor de nieuwe economische universiteit die de directeur van de Nationale Bank wil oprichten, omdat andere economische universiteiten zijn economische theorieën onzin vinden. Het schoolgebouw is veertien jaar geleden geheel opgeknapt met EU-geld, perfect voor een nieuwe onderwijsinstelling dus. Het besluit werd er in twee minuten doorheen gejast in het kabinet en de directrice kreeg te horen dat ze tot de vakantie in juni niemand over de sluiting mocht vertellen. Tot zover "wij Hongaren hebben besloten om over alle belangrijke vragen eerst met elkaar te praten, voor we een besluit nemen."
Ook in eigen partij neemt de kritiek op Orbáns regering toe, en dan moet je wat verzinnen. Desnoods over de rug van vluchtelingen uit Syrië en Irak. Daar is dus deze 'raadpleging' uitgekomen. Los van de inhoud mag je twijfelen aan de wijsheid van dat idee, want het past precies in het straatje van Jobbik met zijn antizigeunerstandpunten en een aanhang die graag mag paraderen in een zwart pak of met een hakenkruis.
Jobbik leek tijdenlang aan zijn maximale plafond te zitten. Dat de partij daardoorheen gebroken is, is in de eerste plaats te wijten aan de afnemende populariteit van regeringspartij Fidesz. De meest rechtse Fidesz-stemmers zitten wat hun standpunten betreft dicht tegen Jobbik aan, dus de overstap is zo gemaakt. Niet voor niets snoepte de partij onlangs bij tussentijdse verkiezingen in het kiesdistrict Tapolca een zetel af van Fidesz' parlementaire meerderheid.
Fidesz heeft er de afgelopen jaren alles aan gedaan om een deel van het gedachtegoed van Jobbik aanvaardbaar te maken. Was de vooroorlogse autoritaire Miklós Horthy tot enkele jaren geleden nog vooral een antisemiet en bondgenoot van Hitler, tegenwoordig wordt hij in de geschiedenisboekjes afgeschilderd als een man die toch vooral het beste met Hongarije voor had, en de Holocaust is uitsluitend de verantwoordelijkheid van de Duitsers. Onder de regering Orbán kwam een lijst tot stand met onaanvaardbare straatnamen, maar daar staan vrijwel alleen communisten op. Horthy komt er zeker niet voor en her en der zijn al de nodige Horthystraten. Ook anderen, zoals de antisemitische schrijver Albert Was (na de oorlog veroordeeld voor de moord op een aantal Joden) mogen rustig hun straat hebben. En nu komt daar nog het cadeautje van deze vragenlijst bovenop.
Maar ere wie ere toekomt: Jobbik dank de rijzende ster zeker niet alleen naar Fidesz, maar ook aan zichzelf. A la Marine le Pen heeft de partij haar imago de afgelopen tijd namelijk fors opgepoetst. Antisemitisme en racisme zijn uit, (partijleider Gábor Vona heeft zelfs gezegd dat mensen met zulke opvatingen "maar een andere partij moeten gaan zoeken"), en de partij probeert nieuwe kiezers te verleiden met een veel gematigder programma. De kale koppen en uniformen van de Hongaarse Garde hebben plaatsgemaakt voor frisse jongens en meisjes die je zo je vertrouwen zou geven.
Zeker, er bestaat een bandopname waar een paar Jobbik-ingewijden het over hun nieuwe 'schattige campagne' hebben, die moet verhullen dat de echte standpunten niet veranderd zijn. En Jobbik-burgemeesters willen het nieuws nog wel eens halen met uitspraken in de geest dat alle zigeuners gedeporteerd moeten worden. Van het nieuwe parlementslid uit Tapolca wordt beweerd dat hij ergens een SS-tatoe op zijn lijf heeft. En Jobbik heeft erg warme relaties met het Rusland van Putin.
Maar dat valt allemaal in het niet bij het feit dat de partij er alles aan doet om de gewone Hongaar te bereiken. Die frisse jongens en meisjes hebben zich tijdens de campagne in Tapolca ongelooflijk ingespannen om in ieder dorp met mensen te praten en hun grieven aan te horen. Ook elders biedt Jobbik, behalve heliumballonnen, hamburgers en suikerspinnen voor de kleintjes, een luisterend oor en (letterlijk) een helpende hand. De partij maakt zich bijvoorbeeld sterk voor meer blindengeleide - en hulphonden voor gehandicapten. Jobbik-burgemeesters maken zich vaak geliefd door hun echte inzet voor hun dorp. En de partij heeft ook nog schone handen als het om corruptie gaat. Daar krijgt de linkse oppositie nog een hele kluif aan.





zondag 12 april 2015

Een pijnlijk investeringsschandaal

Het had voor de Hongaarse premier Viktor Orbán niet slechter kunnen komen. Met een tussentijdse
Demonstratie van gedupeerden. Foto Népszava
verkiezing vandaag in Tapolca waarbij regeringspartij Fidesz voor de tweede keer binnen twee maanden een parlementszetel dreigt te verliezen, wordt het ministerie van buitenlandse zaken
 beschuldigd van handel met voorkennis. Het komt bovenop een hausse van andere corruptiebeschuldigingen. Zelfs in eigen partij roept een enkeling inmiddels dat de premier moet vertrekken.
Op 9 maart viel het doek voor investeringshuis Quaestor. Het was in zes weken tijd het derde investeringshuis dat failliet ging, maar al ras bleek dit een geval apart te zijn. Quaestor zou jaren overeind hebben gehouden met de uitgifte van valse obligaties. Bovendien bleek eigenaar Csaba Tarsoly bevriend met minister van buitenlandse zaken Péter Szíjártó. Diens ministerie, of beter, het onder het ministerie vallende Nationale Handelshuis, had miljoenen euro's in Quaestor belegd en trok dat geld terug, net voor het faillissement bekend werd. Zo’n 32.000 kleine beleggers hadden het nakijken. Gisteren demonstreerden enkele duizenden getroffenen voor een volledige schadevergoeding..
Szíjártó verklaarde aanvankelijk dat hij persoonlijk verantwoordelijk was voor dat besluit. Toen zijn vriendschapsband met Tarsoly bekend werd en de beschuldigingen van voorkennis opkwamen, greep Orbán in. Hij had opdracht gegeven om de investeringen in Quaestor te beëindigen, omdat hij signalen gekregen dat het investeringshuis in gevaar was. 
Sindsdien gonst het van tegenstrijdige berichten die op zijn minst de indruk geven dat betrokkenen heftig proberen een verhaal sluitend te krijgen dat aan alle kanten rammelt. De datum waarop Orbán die opdracht gegeven heeft, is al meerdere malen gewijzigd. En hoe zit het eigenlijk met dat faillissement van Quaestor? Tien dagen na 9 maart bleek het bedrijf nog steeds te functioneren en kan het nog steeds fondsen wegsluizen via een netwerk van pakweg 65 BV’s. Raadselachtig is ook waarom Tarsoly pas eind maart werd gearresteerd. 
Een ding is zeker: de man beschikt over goede contacten in de hoogste kringen. Hij is niet alleen bevriend met Szíjártó, die hij nog kent uit Györ waar hij vandaan komt. Hij kent Orbán ook persoonlijk, van de beste plek om de premier te kennen: de tribunes van het voetbalveld.. De twee delen een liefde voor voetbal en Tarsoly financierde in Györ het voetbalstadion. 
Volgens Orbán was een persoonlijke e-mail van Tarsoly aan hem over de moeizame situatie in Quaestor de directe aanleiding om te stoppen met de investeringen dat bedrijf. Tarsoly vroeg hem in die mail om hulp, de premier trok de conclusie dat het veiliger was het overheidsgeld terug te trekken. Goed beleid? Orbán had, als het zo gelopen is, overduidelijk voorkennis. En volgens financiële experts zou juist dit besluit wel eens tot de ondergang van Quaestor geleid kunnen hebben.
Dit soort onthullingen in de Quaestorzaak stapelen zich bovenop verhalen over corruptie en vriendjespolitiek in Fidesz. Zo heeft een naaste medewerker van Orbán een duur huis aangeschaft op naam van zijn tienjarige zoontje om het buiten de verplichte vermogensopgave te houden. Het tot een jaar geleden onbetekenende bedrijfje van Orbáns schoonzoon sleept plots overal in Hongarije opdrachten binnen om straatverlichting te vervangen. Diezelfde schoonzoon kocht onlangs trouwens ook een complete jachthaven bij het Balatonmeer.
“Het draait alleen maar om geld graaien,” aldus Zoltán Illés, tot vorig jaar staatssecretaris van natuur en milieu, die zich tot een van de scherpste critici binnen Fidesz heeft ontwikkeld. Illés vindt dat Orbán plaats moet maken voor een zakenkabinet. Ook oppositiepartij MSzP eist inmiddels het aftreden van de premier. Een jaar geleden leek dat nog totaal krankzinnig. Maar inmiddels zijn er steeds meer berichten over enorme verdeeldheid binnen de regeringspartij.
Ook de kiezers beginnen er genoeg van te krijgen. Ze zijn niet alleen de corruptie zat, maar ook onpopulaire maatregelen, zoals de recente invoering van een verplichte zondagse winkelsluiting en extra tolheffingen. De populariteit van Fidesz kelderde in een half jaar van 37 naar iets van 22 procent (een beetje afhankelijk van het opiniebureau dat de peilingen deed). Daar lijkt overigens vooral de rechts-extremistische Jobbik van te profiteren. Die partij geldt als goede kanshebber komende zondag bij de tussentijdse verkiezing in Tapolca. Veel kiezers motiveren hun keuze ermee dat Jobbik nooit eerder regeerde en dus, wie weet, niet corrupt blijkt te zijn. Vandaag in Tapolca zal blijken hoeveel kiezers gevoelig zijn voor die gedachte.


vrijdag 3 april 2015

Naheffing!

Brievenbus-bv's
De bel gaat. De postbode staat voor de deur, maar in plaats van het pakje waar ik op hoop, heeft hij twee aangetekende brieven. Een van de gemeente, en een van de belastingdienst. Het blijkt een overzicht te zijn van naheffingen over de loonbelasting die we afgelopen jaar hebben betaald. Drie kantjes met cijfers, en in de laatste kolom de heffingsbedragen: 3 forint (één eurocent), 11 forint, 23, zelfs 44. Een uitschieter is die van 104. Dat was toen we een dag of twee te laat betaald hebben, omdat we op vakantie waren.
We zijn brave belastingbetalers, maar we wachten wel altijd stipt tot de laatste dag met de overboeking. Soms gaat dat mis, dan blijft een betaling even hangen bij de bank. En dan wordt, op basis van de rente van de Nationale Bank, meteen dagrente berekend. Zo komen we over het hele jaar aan een naheffing van 809 forint. Nog geen drie euro, al rondt de belastingdienst het af fors naar boven af en wil die dat we 1000 forint betalen, 3,30 euro.
Ik bekijk de brief. Twee velletjes met cijfers, een velletje met een begeleidend schrijven dat met de hand is afgestempeld en persoonlijk ondertekend door het hoofd van het betreffende kantoor. Mijn naam is er ook nog met de hand opgeschreven. En gelukkig staat in de brief  ook vermeld dat de naheffing plaatsvindt op basis van punt drie van de Algemene Regelgeving zoals die is vastgelegd in het tweede aanhangsel van wet XCII uit 2003. Zonder dat zou ik het natuurlijk nooit geloofd hebben. De drie velletjes zijn netjes aan elkaar geniet. Vervolgens is het epistel in een envelop gedaan, ongetwijfeld in minstens één dik register of postboek ingedragen en heeft iemand ook nog het postformulier voor aangetekende brieven moeten invullen. En er is porto over betaald. Zelfs de berekening van de naheffingen door de computer is gebeurd, maak ik me sterk dat het meer gekost heeft om me deze brief te bezorgen dan er aan die naheffing verdiend wordt.
Met dit soort brieven heb ik de Hongaarse belastingdienst de afgelopen jaren al behoorlijk wat geld gekost. Achthonderd negen forint is nog hoog. Ik heb al naheffingen van 250 forint gehad. Je moet toch wat doen om de belastingdiscipline te handhaven. Of om toch te bewijzen dat je je werk als belastingdienst naar behoren doet, al is dat iets waar je af en toe over kunt twijfelen als je de kranten mag geloven, want heel wat ondernemers schijnen toch weg te met belastingfraudes waarmee miljoenen gemoeid zijn. En op een of andere manier kan ik me ook niet indenken dat alles klopt als er op één voordeur honderden bv's vermeld staan die officieel allemaal op hetzelfde adres in Boedapest hebben (met dank aan de website 444.hu).
Natuurlijk zou het logischer zijn dit soort kleine bedragen te laten zitten. In Nederland hoef je niet eens aangifte te doen als je minder dan 45 euro moet betalen, want de verwerking kost in zo'n geval meer dan de opbrengst. Maar een kosten-baten-analyse, dat zou een waarlijk revolutionaire gedachte zijn in de Hongaarse belastingdienst. Los van het feit dat zo'n besluit waarschijnlijk officieel door het parlement zou moeten worden aangenomen in een herziening van punt drie van de Algemene Regelgeving zoals die is vastgelegd in het tweede aanhangsel van wet XCII uit 2003.
Ik heb vanaf het moment dat ik de aangetekende brief in ontvangst heb genomen, vijftien dagen de tijd om te betalen, anders volgt er ongetwijfeld weer een brief met zwaardere sancties. Ik zit zelf trouwens al maanden te wachten op geld dat ik van de belastingdienst terug moet krijgen. Maar ja, verschil moet er wezen.

maandag 23 maart 2015

Hongarije overstroomd door vluchtelingen. Of toch niet?

Vluchtelingen in een verzamelkamp in Zuid-Hongarije
Terwijl Griekenland zijn beruchte detentiekampen voor vluchtelingen openzet, wil Hongarije zulke kampen juist uitbreiden. Een ongekende stroom asielzoekers vanuit Servië in de laatste paar maanden heeft ertoe geleid dat regeringspolitici om het hardst om een strikter beleid roepen, desnoods dwars tegen EU-richtlijnen in. Volgens het Hongaarse Helsinki Comité en VN-vluchtelingenorgansatie UNHCR gaat het om een schijnprobleem. De meeste vluchtelingen verlaten het land namelijk net zo snel als ze binnenkomen.
Op het eerste gezicht is de bezorgdheid best begrijpelijk. In de afgelopen twee jaar schoot het aantal asielzoekers dat vanuit Servië binnenkwam omhoog van 2157 in 2012  tot 42777 in 2014. Dit jaar ging het helemaal snel. In de eerste twee maanden van dit jaar alleen werden er 28535 asielaanvragen ingediend. Na Italië en Griekenland is Hongarije het derde land van binnenkomst voor asielzoekers in de EU.
De laatste maanden betrof het voor een groot deel Kosovaren, wat voor de regering reden is om consequent over economische vluchtelingen te praten. Maar hoewel die Kosovaren in januari en februari inderdaad in de meerderheid waren, meldden zich volgens Kitty McKinsey van de UNHCR sinds begin 2014 ook haast 20000 Afghanen en Syriërs en een toenemend aantal Irakezen, onmiskenbaar mensen uit crisisgebieden. "Het gaat vaak om ernstig getraumatiseerde mensen," zegt McKinsey.
Volgens premier Orbán dreigt Hongarije “een bestemming te worden voor degenen die hun thuisland verlaten voor een beter bestaan en zo te veranderen in een groot vluchtelingenkamp. Dat kunnen we vermijden als we stevig optreden. Het moet duidelijk worden dat het niet de moeite waard is om naar Hongarije te komen, omdat je daar gearresteerd wordt, vastgezet en gedeporteerd, en terwijl je hier bent, word je gedwongen te werken.”
Er is niet alleen sprake van massaal detentie, maar ook van asielprocedures die in luttele dagen worden afgewikkeld, zonder mogelijkheid van beroep, zodat afgewezen vluchtelingen meteen naar huis terug gestuurd kunnen worden. Het zij zo dat zulke maatregelen botsen met EU-richtlijnen, en dat Hongarije in 2012 op de vingers is getikt vanwege de bestaande detentiekampen. Die kampen leken deels op regelrechte gevangenissen leken, waar mensen de hele dag zonder enige activiteit achter gesloten deur in een cel zaten. 
De instellingen werden kortstondig gesloten, maar ze zijn inmiddels onder een andere naam en met iets verbeterde omstandigheden weer heropend. De bedoeling is om hun aantal fors uit te breiden. Antal Rogán, fractievoorzitter van regeringspartij Fidesz: “Wij hebben geen tijd om te wachten tot Brussel ook anti-immigratie wordt.”
Om dat standpunt kracht bij te zetten, wil Rogán de burgers in een ‘nationale raadpleging’ hun mening vragen over het immigratiebeleid. De uitkomst laat zich raden. Hoewel slechts 1,4 procent van de bevolking uit het buitenland komt – en dat zijn voor het merendeel Hongaars-taligen uit de buurlanden – geldt Hongarije als een van de meest xenofobe landen van Europa.
Vooral van 'Arabieren' moeten de meeste mensen niets hebben. Zelfs het feit dat honderdduizenden Hongaren in 1956 zelf voor het communisme gevlucht zijn, stemt mensen niet milder tegenover asielzoekers uit het Midden-Oosten. Gábor Gyulai van het Helsinki Comité: “We hebben dat argument wel eens in discussies gebruikt, maar dan is de reactie: ja, maar dat was anders. Wij zijn Europeanen.”
De regering gebruikt de vluchtelingenstroom volgens hem dankbaar om de aandacht af te leiden van binnenlandse kwesties. Het klopt weliswaar dat tienduizenden mensen de grens overkomen, maar die blijven als het even kan niet hangen. Iedereen wil door naar Noord-Europa en tachtig procent van de asielzoekers verlaat Hongarije binnen tien dagen, veertig procent zelfs al binnen 48 uur.
Officieel zouden die mensen door het land waar ze zich uiteindelijk melden, teruggestuurd moeten worden naar Hongarije als eerste land van binnenkomst in de EU. Dat is wat politici ook aanvoeren. In praktijk gebeurt dat zelden. De meeste landen aarzelen om mensen terug te sturen naar een land waarvan het asielbeleid nu al geen beste reputatie heeft. Vorig jaar werden 827 mensen uit andere EU-landen naar Hongarije teruggestuurd. Als het beleid verder verslechtert, zal dat aantal alleen maar afnemen, aldus Gyulai.