zaterdag 21 maart 2015

De prijs van de zondagssluiting

Winkelen op zondag... niet meer.
Vorige week donderdag, een kleine anderhalve week voordat dit weekend in Hongarije de wet op verplichte zondagse winkelsluiting in werking treedt, kregen de winkels in de Váci utca in Boedapest eindelijk uitsluitsel wat dat voor hen betekent: tenzij ze kleiner zijn dan 200 vierkante meter en de baas en zijn familie zelf achter de toonbank staan, zullen ook zij vanaf morgen op zondag dicht moeten. De winkels in de Váci utca richten zich vooral op toeristen en zaterdag en zondag zijn hun topdagen. Tel uit hun verlies. Zo'n dicht centrum is trouwens ook niet echt goed voor Boedapest als bestemming voor een lang weekendje weg.
Driekwart van de Hongaarse bevolking is tegen de zondagssluiting. Maar dat was geen argument om de winkels open te houden. Wat ook geen argument was, blijkt nu, is een onderzoek dat het ministerie van economische zaken al 2011 liet doen naar de gevolgen van zo'n zondagse winkelsluiting. Toen kwam het idee van een zondagssluiting namelijk voor het eerst op. Volgens dat onderzoek zouden naar schatting tien- tot vijftienduizend mensen hun baan verliezen.  Het kost de Hongaarse economie 143 miljoen euro aan omzetverlies,extra sociale uitkeringen en minder btw-inkomsten. Het kosten vele duizenden gezinnen bovendien een deel van hun inkomen, want winkelpersoneel dat zondagsdiensten draait, krijgt daar vijftig procent boven het normale loon voor.
Het onderzoek bleef in de bureaula toen het parlement afgelopen december over de winkelsluitingswet stemde. Officieel was die wet namelijk een initiatief van een parlementariër en dan hoeft het ministerie geen onderzoek naar de gevolgen te doen. Belangrijker was waarschijnlijk dat premier Orbán het wetsontwerp ten volle steunde. Dus riep iedereen alleen maar dat het veel beter met de Hongaarse economie gaat dan in 2011 en stemde de hele regeringsfractie in het parlement braaf voor het voorstel, zonder dat iemand verder piepte over mogelijke economische gevolgen.
En dat zijn deels gevolgen waar het rapport uit 2011 het helemaal niet over heeft. Horeca in winkelgebieden krijgt het ook moeilijk en de kans is groot dat cafés en restaurants in winkelcentra ook op zondag sluiten, al zijn ze dat niet verplicht. Zelfs bioscoopeigenaren praten over zondagssluiting. De meeste bioscopen zitten in winkelcentra en die houden rekening met een dramatische afname van het aantal bezoekers op zondag. Uitgaan in een gesloten winkelcentrum is per slot van rekening niemands idee van een gezellig avondje uit.
Maar Hongarije is een christelijk land, vertelt premier Orbán tegenwoordig aan ieder die het wil horen, en eigenlijk zou niemand op zondag moeten werken, zei hij in december .Het klinkt alsof hij geboren is in de Bible Belt, maar hij heeft wel eens een andere mening gehad. Als jong parlementariër meende hij zelfs dat de toenmalige premier József Antall kerk en staat op ontoelaatbare wijze vermengde. Nu is het christendom als hoeksteen van de Hongaarse samenleving de ideologie die hij met verve uitdraagt.
Aan de wens om niemand op zondag te lat
en werken kleven wat praktische bezwaren. Een ziekenhuis zonder personeel op zondag is bijvoorbeeld moeilijk voor te stellen. De spoorwegen plat leggen gaat ook wat ver. Geen politieagenten? Geen brandweerlieden? Ook Orbán ziet dat dat niet gaat, maar winkelsluiting is volgens de premier een begin en stelt in ieder geval winkelpersoneel in staat van de zondagsrust te genieten. En alle andere Hongaren kunnen die zondag nu ook spiritueler besteden dan met shoppen. Dat tien- tot vijftienduizend mensen straks de hele week van hun rust kunnen genieten omdat ze hun baan kwijt zijn. en vele anderen hun toch al niet riante inkomen zien dalen, tja. Waar met ideologie gehakt wordt, vallen spaanders. Niet voor het eerst in de geschiedenis.

donderdag 12 maart 2015

Scholieren niet naar Orbán? Landverraad!

Scholieren als publiek, 1 mei 1980. Foto Fortepan
"Wij danken u hartelijk voor de uitnodiging, maar moeten u tot onze spijt mededelen dat onze leerlingen niet deel kunnen nemen aan een bijeenkomst in deze vorm." Beleefd, maar beslist heeft het Madach Imre Gymnasium in Vác laten weten niet in te gaan op het verzoek om komende zondag hun tien beste leerlingen en  hun beste leraar  naar Boedapest te sturen om daar deel te nemen aan de officiële viering van 15 maart, de feestdag waarin de opstand van 1848 wordt herdacht.
De uitnodiging, als je van een uitnodiging kunt spreken, kwam van KLIK, het centrale instituut dat de baas is over het overgrote deel van de Hongaarse scholen, en van het bureau dat verantwoordelijk is voor de organisatie van nationale festiviteiten. Vorige week ontkende KLIK nog dat scholen zo'n verzoek hadden ontvangen.  Maar inmiddels is duidelijk dat alleen al uit de provincie Pest 250 leerlingen worden verwacht.
De website Magyarinfo.blog.hu wist de hand te leggen op de brief aan de scholen. In het totaal wil KLIK 800 leerlingen optrommelen als publiek voor de officiële feestelijkheden. Ze worden niet alleen verwacht bij het hijsen van de vlag op het Kossuth tér, maar ook bij premier Orbáns rede bij het Nationaal Museum.
Troostprijs: het vervoer is gratis, en ze krijgen ook een gratis lunch. Helaas, aldus de brief, kan bij die lunch vanwege het grote aantal deelnemers geen rekening gehouden worden met voedselallergieën of andere speciale behoeften. Oh ja, en of de ouders er ook even toestemming voor willen geven dat hun kinderen mogelijk door de tv worden geïnterviewd.
Daar had de school in Vác dus geen zin in. "We organiseren onze eigen herdenking", liet de schoolleiding aan KLIK weten, maar: "De leraren van ons lerarenkorps ondersteunen deelname van leerlingen aan politiek getinte bijeenkomsten niet en ze organiseren die zelf ook niet. Ze vinden het onaanvaardbaar dat zo'n deelname voor leerlingen op een of andere manier verplicht zou zijn, en vinden het ook in tegenspraak met de dataprotectiewet om de gegevens van eventuele deelnemers, dat wil zeggen de leerlingen, aan de organisatoren te sturen."
Duidelijke taal, waar de leraren vermoedelijk even over hebben moeten nadenken. Want je mag niet aan politiek willen doen, maar aan een overheidsorganisatie, aan je baas zelfs, schrijven dat je je leerlingen niet aan een officiële herdenking laat deelnemen omdat die volgens jij een politiek karakter heeft, dat is een politieke daad. Het is namelijk onverholen kritiek. En kritiek is riskant voor leraren. De wet staat toe om iedere ambtenaar zonder opgaaf van redenen te ontslaan. De eerste reactie is er al: de Vereniging voor de Volgende Generatie, een Fidesz-club, heeft het schoolbestuur voor 'landverraders' uitgemaakt.
Het is niet voor het eerst dat er jeugdig publiek wordt georganiseerd voor de 15 maart toespraak van premier Orbán. Twee jaar geleden bleek dat veel jongeren in het publiek studenten waren die daarvoor 1500 tot 2000 forint hadden gekregen. Ook andere bewindslieden laten hun bijeenkomsten zo opfleuren. Toen minister van landbouw Sándor Fazékas oktober vorig jaar een tocht langs een aantal oorlogsmonumenten in de Kunság maakte, werden overal scholieren, en in een aantal gevallen zelfs kleuters opgetrommeld om er in de stromende regen voor te zorgen dat er überhaupt publiek stond. Ach ja, zo ging het in 1980 ook.
Scholieren als publiek, oktober 2014. Foto Index.hu
De scholieren die wel gaan, staat overigens een lange dag te wachten. Ze moeten tot drie uur 's middags paraat blijven, wanneer de 'Nationale Declamatie' geacht wordt te beginnen. In ieder dorp en iedere stad waar een straat of plein vernoemd is naar Lajos Kossuth of Sándor Petőfi (twee vooraanstaande figuren tijdens de opstand) of naar de 15de maart zelf, worden mensen opgeroepen om zich om drie uur naar die straat te begeven om daar samen Petőfi's 'Nationale Lied' te declameren, Ieder Hongaars kind leert dat gedicht uit 1848 op school uit zijn hoofd: "Sta op Hongaren, het Vaderland roept! De tijd is hier, nu of nooit. Zullen wij slaven zijn of vrij? Dat is de vraag, kies je antwoord!" 

woensdag 4 maart 2015

Volkomen helder

Een behoeftige in een perifeer dorp
In gezegende staat of in verwachting. Dat zijn de termen die ambtenaren van het Hongaarse ministerie van menselijke hulpbronnen in toekomst moeten gebruiken als het over zwangere vrouwen gaat. Armoede mag ook niet meer. Hongarije heeft alleen nog maar ‘behoeftigen’. Onlangs kregen de medewerkers van het superministerie, dat belast is met onderwijs, sport, gezondheidszorg, sociale zaken, cultuur, religie en familiezaken, per e-mail een pagina’s lange lijst met termen die ze niet meer geacht worden te gebruiken, plus de gewenste alternatieven.
Zoltan Balog, een gereformeerde dominee die minister van menselijke hulpbronnen is (op zich al een curieuze benaming, ook in het Hongaars) zei een paar maanden geleden al dat hij het woord ‘terhesség’ (zwangerschap) liever zag verdwijnen. Die Hongaarse term suggereert een last, maar in een land dat graag zoveel mogelijk kinderen wil, is zwangerschap natuurlijk geen last, maar een lust.
Na het uitlekken van de lijst trokken media onmiddellijk de vergelijking met ‘Newspeak’, de taal die in het boek ‘1984’ van George Orwell werd ontwikkeld om de gedachten van de burgers te controleren en in te dammen. Maar dat is uiteraard niet de bedoeling, aldus een woordvoerder van het ministerie tegenover de nieuwssite VS.hu, die de hand op de e-mail wist te leggen. We moeten de lijst zien als een ‘wegwijzer’ die helderheid en eenheid in de communicatie binnen het ministerie moet scheppen.
Dat zal toch even wennen worden voor de ambtenaren, want niemand had het tot nu toe over ‘perifere dorpen’ als het om dorpen ging waar vooral of uitsluitend zigeuners wonen. Segregatie was de normale term. Maar vanaf nu wonen zigeuners dus in de periferie. Die perifere dorpen zijn trouwens geen arme dorpen, maar onderontwikkelde dorpen. Het ministerie doet ook niet meer aan armoedebestrijding, maar aan sociale convergentie. En er wonen geen families meer met ‘veel’ kinderen, alleen maar met ‘meer’ kinderen. Over helderheid gesproken.
Sommige van de nieuwe begrippen zijn duidelijk een inhaalslag in politieke correctheid. Zo mogen invalide en gehandicapt niet meer. Die termen zijn vervangen door termen in de geest van ‘mensen met een beperking’. Voor ‘vak’ (blind) moet het synoniem ‘világtalan’, worden gebruikt, letterlijk licht- of wereldloos en blijkbaar minder aanstootgevend.
Maar andere termen zijn duidelijk bedoeld om beleid te verfraaien of te verbloemen. Zo moeten medewerkers het woord voetbalstadion vermijden. Sportfaciliteit is de gewenste term. Voetbalstadions liggen namelijk politiek gevoelig. De afgelopen vier jaar zijn krankzinnige bedragen besteed aan de bouw van stadions, waaronder een peperduur ministadion met 3000 zitplaatsen in het dorp waar premier Viktor Orbán vandaan komt. Die zitplaatsen waren alleen bij de opening ooit vol. Ook de andere nieuwe stadions staan leeg, een feit dat de oppositie graag benadrukt. Vandaar dus liever: sportfaciliteiten.
Sommige gewraakte termen geven aardig aan hoe de beleidsmakers werkelijk over zaken denken. Aangezien vrouwen meer kinderen moeten krijgen, is het logisch dat ze eigenlijk thuis horen te zitten. Gelijke kansen zijn dan ook niet echt gewenst. De voorkeursterm is daarom hetzij “sociale gelijkheid” of “een harmonische samenwerking tussen man en vrouw”. Als het met die harmonische samenwerking nou niet zo botert en er thuis op los gemept wordt, mag niet meer gesproken worden over familiegeweld (de normale Hongaarse term), maar - ongetwijfeld politiek veel correcter - over ‘geweld binnen relaties’.
Hongarije heeft trouwens in toekomst geen maatschappij meer, maar een ‘Hongaarse gemeenschap’ en het  Hongaarse volk gaat vanaf nu door het leven als ‘Hongaarse natie’. Dat geeft reden tot nadenken, want zigeuners, die meestal als minderheid werden aangeduid, zijn vanaf nu ook
een natie, de Roma natie, en worden daarmee apart gezet van de Hongaren. Of de Hongaarse gemeenschap wel een plek voor hen heeft, is afwachten. Anders blijven ze dus voor eeuwig in de periferie.

maandag 2 maart 2015

Verboden afval te gooien

Verboden afval te dumpen
Iedere keer verbazen ze me weer, de bordjes met de tekst "Szemet lerakása tilos", verboden afval te deponeren. Je vindt ze op de gekste plekken, meestal midden in het landschap, maar soms ook aan de rand van een dorp, en over het algemeen aan het begin van een onverhard pad dat een bos op afgelegen dalletje invoert.
Logisch dat je geen afval mag gooien, zou je denken, of betekenen die bordjes echt dat je overal waar zulke bordjes niet staan, wel afval neer mag gooien? Daar lijkt het soms wel op.
Op de raarste plaatsen,soms midden in een verder ongerept bos, kom je bergen vuil tegen. Niet gewoon een paar weggegooide flesjes van dorstige wandelaars die het teveel moeite vonden hun lege drankflessen mee naar huis te nemen, maar hele vuilniszakken met vieze luiers, of  een enorme berg plastic frisdrankflessen. Wie sleept zulke spullen nou een kilometer het bos in om ze daar te dumpen?
Ik ben dus wat gewend, maar een recente wandeling in het deel van Vác dat zo romantisch Kertváros, Tuinstad, heet, sloeg toch heel veel. Op zoek naar nieuwe wandelgelegenheden speur ik af en toe Google Maps af naar gebieden die me landelijk en mooi lijken, en waar volgens de satellietopnames ook nog paden lopen.
Blijkbaar niet verboden om afval te dumpen
Kertváros leek op de kaart prachtig. Je moest weliswaar de kleine fabriekswijk van Vác door (die je niet moet onderschatten, er staat de enige fabriek ter wereld waar IBM grote opslagsystemen produceert), maar daarachter begint al snel een gebied met afwisselend velden, bosjes, en weekendhuisjes. En afval. Bergen en bergen afval. De weekendhuisjes blijken namelijk grotendeels in onbruik geraakt te zijn, en iemand heeft de plek gevonden als de perfecte dump. Hele bergen gestripte koelkasten, tv's, computermonitors, deuren, autobanden vind je er, plus nog een heleboel los, klein afval. En nee, het is geen officiële vuilnisbelt.
Overigens bleek het boven op de heuvel net zo idyllisch te zijn als ik op basis van de kaart had gedacht. Een schitterend uitzicht over wijngaarden en heuvels met bossen en velden. Jammer genoeg moest ik nog terug langs de vuilnisbelt. Mijn hond sneed haar poot aan een gebroken raam. De kans dat ik nog een keer van dat uitzicht ga genieten, lijkt me klein.
Het meest merkwaardige is dat vlak naast al die troep dure nieuwe villa's worden gebouwd, die dus uitkijken op het vuil. Als ik het geld voor zo'n villa had, zou ik toch een paar arme sloebers inhuren om de boel op te ruimen.Dat moet je je dan toch kunnen veroorloven.
Kertváros slaat alles, maar helaas kom je daarbuiten ook veel afval tegen. Maar ook Hongaren die daar een gloeiende hekel aan hebben en met de moed der wanhoop af en toe inzameldagen organiseren, waarbij vrijwilligers worden opgetrommeld die gewapend met een hele stapel stevige zakken de natuur intrekken om er wat aan te doen.
Ik heb ooit aan zo'n actie mee gedaan, in een bos bij Budapest. Hele Trabanten kwamen we verborgen in het struikgewas tegen. Het was een bevredigende activiteit, je had het gevoel echt iets goeds voor mens en natuur te doen. Aan het eind van de dag lagen overal langs de weg grote stapels goed gevulde vuilniszakken klaar om opgehaald te worden door de vuilnisdienst. Helaas was de opgeruimde staat maar van korte duur. We hadden waarschijnlijk meteen overal bordjes neer moeten zetten die uitlegden dat het verboden was om daar vuil te storten.

woensdag 25 februari 2015

Dorp te huur

Twee verharde en twee onverharde wegen, een busstation, zes paarden, twee koeien, een tot
eetgelegenheid omgebouwde stal, twee weilanden, en niet te vergeten zeven vakantiehuizen en twee zalen voor feesten en partijen. Je kunt het allemaal samen voor 700 euro per dag huren. In het pakket
Te huur, inclusief de bushalte
zitten trouwens nog twee andere huizen, het gemeentehuis, een pluimveebedrijf en een paar schapen. Een heel dorpje, om precies te zijn. Het West-Hongaarse dorpje Megyer doet zichzelf in de verhuur. Wie wil, mag zelfs zijn eigen tijdelijke straatnamen bedenken. Alleen de paar nog bewoonde huizen in het dorp, en de bijbehorende bewoners, zijn niet inbegrepen.
Kleine dorpen in Hongarije hebben het moeilijk, en dat leidde al vaker tot creatieve ideeën, van de verkoop van straatnamen in het dorpje Ivád en enorme openluchtfresco's in Bodvalenke tot bloemendorpen en het opzetten van een ecologisch dorp. Maar Megyer, het kleinste dorp van Hongarije, wint in creativiteit ongetwijfeld de hoofdprijs. Burgemeester Krisztof Pajer heeft het overigens niet zelf verzonnen. In het buitenland zijn volgens hem zelfs ook dorpen die in hun geheel te huur zijn.
Het idee ontstond uit de noodzaak om de leegloop van het dorp te stuiten. Megyer was nooit groot, maar pakweg twintig jaar geleden woonden er nog zo'n 120 mensen. Toen had het dorp nog een winkel, een kroeg en een kleuterschool. Maar die waren niet meer rendabel, en toen ze eenmaal verdwenen waren, ging het snel met de krimp. Een jaar geleden woonden er nog 26 mensen. Nu achttien. Of 28, als je degenen meetelt die er wel ingeschreven staan, maar niet wonen. Werk is er niet, behalve toerisme.
Pajer, die daarom door de week zelf in de buurt van Boedapest werkt, zit in zijn derde periode als burgemeester. Hoe klein het dorp ook is, volgens de Hongaarse wet is het een heuse aparte gemeente, met een gemeentehuis en zelfs een bibliotheek. Sinds hij burgemeester is, probeert Pajer het dorp, gelegen in golvend heuvelland op een half uur van het Balatonmeer, op de toeristische kaart te zetten. 
De dorpswebsite lijkt meer op die van een reisbureau dan van een gemeente, zij het helaas een uitsluitend Hongaarstalig reisbureau. Leegstaande huizen worden tot vakantiehuizen omgebouwd. Overal in het dorp hangen QR-codes waarmee de bezoeker op zijn mobiele telefoon informatie over de geschiedenis van het huis of over het gebruik van de antieke landbouwwerktuigen kan krijgen. Aan de rand van het dorp wordt momenteel een dorpsmuseum ingericht. Wie wil, kan in het dorp trouwen en meteen de rest van het huwelijk laten organiseren. In de zomer is er een muziekfestival.
De opbrengst van al deze activiteiten gaat naar een sociale vereniging die als werkgever van de dorpsbewoners dienst doet en die de toeristische activiteiten beheert en zorgt voor het opknappen en verfraaien van huizen en openbare ruimte. Ook exploiteert de vereniging een gezamenlijke biologische groentetuin en een pluimveebedrijf met kippen, eenden en ganzen en zorgt die voor de schapen en koeien, waarvan de melk voor kaasproductie wordt gebruikt.
Dorpsbewoonster Anikó Bakonyi, die volgens de website legendarisch lekkere worteltaart bakt en heerlijke jam maakt, zorgt ook voor ontbijt met verse eieren en worst uit eigen dorpsproductie en desgewenst voor het avondeten. Ze kookt zelfs vegetarisch. Of je laat natuurlijk een varken slachten. Dat is, net zomin als ontbijt en avondmaaltijd, bij de huur inbegrepen, maar wel mogelijk.
Megyer is inmiddels zo succesvol, dat zelfs mensen uit de buurdorp er een baan vinden. Maar Pajer is een man met een grootste visie voor een klein dorp. Daarom is vanaf nu dus het hele dorp te huur. In de verschillende vakantiehuizen zijn in het totaal 46 slaapplaatsen, voldoende voor het bedrijfsuitstapje van een klein bedrijf. Of, zat ikzelf meteen te denken, voor een grote familiereünie. 


dinsdag 24 februari 2015

Barsten in Orbáns macht

De Poolse steun voor Orbán is voorbij
Met één zetel minder heeft de Hongaarse regeringspartij Fidesz nog steeds een meer dan comfortabele meerderheid in het parlement. Het verlies van de parlementaire tweederde meerderheid bij tussentijdse verkiezingen in Veszprém heeft vooral symbolisch betekenis. Een week geleden leek een overwinning voor Fidesz vrijwel zeker. Toch ging de beslissende zetel naar een onafhankelijke kandidaat die gesteund werd door de gezamenlijke linkse oppositie. Het is niet het enige teken dat er iets knaagt in de regeringspartij.
Een half jaar geleden leek premier Viktor Orbán nog onwankelbaar op zijn troon te zitten. In april 2014 jaar kreeg Fidesz bij landelijke verkiezingen ruim 43,5 procent van de stemmen achter zich (en zelfs meer dan 45 procent, als je de Hongaren uit de buurlanden meerekent die ook mochten stemmen). De linkse oppositie volgde op afstand met 26 procent. De lokale verkiezingen afgelopen najaar werden een ware slachting voor de oppositiepartijen.
Sindsdien lijkt Orbán zijn ijzeren greep te verliezen. In oktober vorig jaar moest hij onder druk van massale demonstraties een belasting op internetgebruik intrekken. Daarna verloor Fidesz bij een reeks tussentijdse verkiezingen niet alleen in Veszprém, maar ook eerder in Boedapest en bij burgemeestersverkiezingen in Ózd en Mezőtúr. Volgens opiniepeilingen is Fidesz nog steeds de grootste partij, maar iedere maand weer een beetje minder populair.
Fidesz-politici reageerden in het openbaar maandag luchtig op  het verlies in Veszprém. Maar de stad geldt als echt Fideszbolwerk, waar de partij twintig jaar lang fluitend alle verkiezingen won. De conservatieve krant Magyar Nemzet meende dan ook: “De regeringspartij heeft in Veszprém meer verloren dan haar tweederde meerderheid”. 
Intern werd daar in Fidesz duidelijk ook zo over gedacht. Het partijbestuur kwam maandag dan ook in spoedberaad bijeen. Daar bleken de meningen verdeeld. Tibor Navracsics (nota bene de man wiens zetel in Veszprém vrij was gekomen omdat hij eurocommissaris is geworden) meent dat de koers om moet. Anderen zien de tussentijdse verkiezing als niet meer dan een klein schokje in een verder soepel lopende machine. 
Maar die schokjes doen zich steeds vaker voor. Zelfs uit het gesloten bolwerk dat Fidesz tot nu toe was, klinkt tegenwoordig af en toe kritiek, ook van prominente leden. Vicevoorzitter Zoltán Pokorni haalde eind vorig jaar uit naar de protserige levensstijl van bijvoorbeeld János Lázár, topman van Orbáns bureau. Pokorni kreeg daarbij steun van parlementsvoorzitter László Kövér.
Enkele weken geleden brak Lajos Simicska, kamergenoot van Orbán op de universiteit en eigenaar van het media-imperium achter Fidesz, met zijn oude vriend. Als reden noemde hij onder meer Orbans goede relatie met Putin. “Ik ben opgegroeid toen de Sovjets nog hier waren en ik heb daar geen goede herinneringen aan. En eerlijk gezegd zie ik niet veel verschil tussen de toenmalige Sovjets en het gedrag van de huidige Russische politici.”
Voormalige staatssecretaris en Fidesz-lid Zoltán Illés bekritiseerde deze week bij de zender ATV niet alleen het besluit om met Russische steun de kerncentrale in Paks te vernieuwen, maar noemde het hele regeringsbeleid "niet gebaseerd op waarden, maar alleen maar gericht op het vergaren en behouden van macht". Volgens hem  is het noodzakelijk dat Orbán aftreedt en er nog voor de volgende verkiezingen een zakenkabinet met vakmensen de regering over neemt. De kans erop lijkt voorlopig nog niet erg groot, maar dat zulke geluiden klinken uit Orbáns eigen achterban, is opmerkelijk. 
Ook buiten eigen land raakt Orbán vrienden kwijt. Afgelopen week werd hij bij een bezoek aan Polen vanwege zijn relaties met Rusland zeer koel ontvangen door premier Ewa Kopacz. President Jarosław Kaczyński weigerde zelfs om hem te zien.
Vooral die afwijzing moet hard aan zijn gekomen, want Kaczyński was tot nu toe een belangrijke steunpilaar. Iedere keer als in Hongarije een pro-regeringsdemonstratie werd gehouden, stuurde de Poolse politicus bussen vol met honderden tot enkele duizenden Polen die met veel vaandelgezwaai hun solidariteit kwamen betuigen.
Voor de meeste kiezers spelen overigens andere zaken, zoals de toenemende beschuldigingen van corruptie en hun eigen levensomstandigheden. Haast een derde van de Hongaren leeft in op de rand van armoede. Sinds 2012 zijn zo’n 350.000 mensen naar het buitenland vertrokken omdat ze thuis geen toekomst zagen.
Orbáns dalende populariteit is trouwens niet automatisch goed nieuws voor links. Veel mensen hebben slechte herinneringen aan de socialistische regering van premier Ferenc Gyurcsány. Bovendien zijn de oppositiepartijen hopeloos verdeeld en daardoor nauwelijks een alternatief.
Bij burgemeestersverkiezingen in Mezőtúr begin februari won een rechtsextremist die op Facebook openlijk had opgeroepen om op zigeuners te schieten. Ook in Ózd won eerder een kandidaat van de extremistische Jobbik. De extremistische ideologie speelt daarbij voor kiezers vaak nauwelijks een rol. “Ik heb geen computer, dus Facebook zie ik niet. Ze hebben nog nooit geregeerd, dus maar eens kijken wat zij ervan maken, ” aldus een man uit Mezőtúr op tv.




dinsdag 17 februari 2015

Putin in Boedapest met een krans voor de Russische helden

Monument voor gesneuvelde Sovjet-soldaten
Vrijwel niemand weet precies hoe het bezoekprogramma van Vladimir Putin aan Boedapest vandaag uitziet. Zo gaat dat bij reizen van de Russische president. De man is zo paranoïde dat zijn gastheren hem zelfs geen kopje thee kunnen aanbieden en de zeepjes in zijn hotel, als hij al blijft slapen, samen met de lakens en zijn eten uit het Kremlin worden aangesleept. Zijn precieze programma blijft dus ook geheim. Pech voor automobilisten, want behalve duidelijk is dat in de halve stad op zeker moment straten zijn afgesloten, wil niemand vooraf zeggen welke straat wanneer dicht is,
Maar één opmerkelijk onderdeel is bekend: Putin gaat een krans leggen bij het monument voor de Sovjet-soldaten die in 1956 omkwamen toen ze de Hongaarse opstand hardhandig de kop indrukten. Het monument staat op het Russische deel van de erebegraafplaats aan de Fiumi utca en is voor de gelegenheid helemaal opgeknapt. De rode ster - officieel een verboden symbool in Hongarije - staat weer strak in de verf en de tekst "Eeuwige dank en roem aan de Sovjet-helden die bij de contrarevolutie van 1956 hun leven gaven voor de Hongaarse vrijheid" is weer puik leesbaar. 
Het heeft toch iets alsof Angela Merkel bij een bezoek aan Nederland een krans zou gaan leggen bij een monument ter ere van de Duitse bezetting in 1940. En dat uitgerekend op een moment dat in buurland Oekraïne wederom Russische tanks rollen.
De Hongaarse premier Viktor Orbán zal overigens niet bij de kranslegging aanwezig zijn. Dat verandert natuurlijk weinig aan het feit dat hij het Putin mogelijk maakt om de krans te gaan leggen. Zelfs als hij zich er ongemakkelijk bij voelt (en ik denk zeker dat dat het geval is), durfde hij blijkbaar geen 'nee' te zeggen. De goede relaties met Putin staan voorop. Op zijn minst opmerkelijk voor een man die ooit naam maakte in de politiek omdat hij als eerste hardop zei dat de Sovjet-soldaten moesten vertrekken. 
Voor Putin is het de eerste bilaterale ontmoeting in een EU-land sinds de afkondiging van de sancties tegen Rusland en dat maakt zijn bezoek, en ook de kranslegging, extra beladen. “Het is een duidelijk boodschap van Putin aan Brussel: ik heb ook binnen de EU vrienden,” aldus Andras Deák van het Hongaarse Instituut voor Wereldeconomie.
Een nieuw gascontract is volgens Orbán de reden van de ontmoeting met Putin. Hongarije is afhankelijk van Russisch gas en goedkoop gas heeft voor Orbán ook politiek groot belang. Afgelopen jaar draaide zijn verkiezingscampagne om verlaging van de energietarieven. Om die verlaging ook in toekomst te garanderen, heeft Hongarije volgens hem een nieuw flexibel contract met Rusland nodig.
De oppositie meent dat het de premier vooral gaat om zijn goede banden met Rusland. Zij wijst erop dat het bestaande gascontract weliswaar afloopt, maar dat hernieuwing niet dringt. Door verminderde gasconsumptie kan Hongarije nog jaren voort met de hoeveelheden die met het huidige contract zijn aangekocht.