maandag 9 november 2015

Niet naar de stembus

Foto Runa Hellinga
Straathandel in Uzhgorod
Hebt u een idee wat in de associatie-overeenkomst met Oekraïne staat? Ik niet, maar vorige week kreeg ik wel een mail waarmee ik een stembiljet kan aanvragen om mee te stemmen in het referendum dat Nederland daar volgend jaar over organiseert. Ik had er helemaal niet bij stilgestaan, maar bij nationale referenda hebben Nederlanders in den vreemde ook stemrecht. En dus sta ik voor de dringende vraag: wil ik daaraan meedoen of niet? Het gaat nota bene om een Europese kwestie, die me in Boedapest net zo hard aangaat als in Amsterdam.
Het probleem is: ik weet zeker dat ik tegen de tijd dat ik het stembiljet moet invullen, nog steeds niet weet wat in dat verdrag staat. U ook niet, dat geef ik u op een briefje. Ik heb de tekst namelijk net opgezocht. Het is een lijvig document van honderden pagina's met 486 artikelen plus nog eens 34 bijlagen die ieder weer hun eigen rits artikelen hebben, en ook nog eens drie protocollen met talloze artikelen. Van alles komt erin aan bod, van visa, handel en grensreguleringen tot mijnbouw, auteursrechten en de wijze waarop facturen moeten worden ingevuld. En dat allemaal in het soort taal waar zelfs iemand die aan chronische slapeloosheid lijdt, van in slaap valt. Probeer het vannacht maar, als u niet kunt slapen (of sla onderstaande, schuingedrukte tekst gewoon over):

De voor de toepassing van dit protocol in aanmerking te nemen eenheid is het product dat bij het vaststellen van de indeling in de nomenclatuur van het geharmoniseerd systeem als de basiseenheid wordt beschouwd.
Hieruit volgt dat:
a. wanneer een product, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, onder een enkele post van het geharmoniseerd systeem wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen eenheid vormt;
b. wanneer een zending uit een aantal identieke producten bestaat die onder dezelfde post van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld, elk product voor de toepassing van dit protocol afzonderlijk moet worden genomen.
2. Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.

Helder toch? Ik kreeg ooit van iemand een link naar een Engelstalige samenvatting. Die was 'maar' tien pagina's lang en ik geef toe, wel iets, maar niet veel sprankelender geschreven.

Maar goed, wat in de overeenkomst in ieder geval niet in aan bod komt (zeg ik. vertrouwend op mensen die klaarblijkelijk de moeite hebben gedaan om dat document wel te lezen) is datgene waar veel tegenstanders bang voor zijn, namelijk toetreding van Oekraïne tot de EU. Herman van Rompuy, de vorige voorzitter van de Europese Raad, zei in 2013 weliswaar dat Oekraïne "op termijn zal worden zoals de andere nieuwe lidstaten". Maar in de huidige associatie-overeenkomst komt toetreding niet aan de orde, die beperkt zich tot nauwere samenwerking. De EU heeft trouwens veel meer associatie-overeenkomsten, bijvoorbeeld met Israël, maar zelden vreest iemand dat Israël binnenkort EU-lid wordt.
Als het wel over EU-lidmaatschap zou gaan, zou ik zeker tegen stemmen. Het lijkt me geen goed idee om een land dat aan zijn oostgrens in een oorlog verwikkeld is en waar de democratie maar zo-zo functioneert in de EU op te nemen. Persoonlijk had ik het ook niet zo gek gevonden als de EU in de afgelopen jaren vaker ook wat kritischer naar nieuwe leden had gekeken en wat langer had nagedacht alvorens zo enorm uit te breiden. Misschien was het verstandig geweest om met een aantal landen wel verdragen over nauwere samenwerking af te sluiten maar hen  geen volledig lidmaatschap met politieke invloed te geven. Zoiets als Zwitserland en Noorwegen, die economisch nauw verweven zijn met de EU, maar politiek niet.
Maar als we het niet over toekomstig lidmaatschap hebben, waar gaat het dan wel over? Aangezien ik dat verdrag zelf dus niet ga lezen, moet ik vertrouwen op wat anderen daarover schrijven. En ik moet erop vertrouwen dat die anderen dat verdrag wel echt gelezen hebben. Behalve de oneliners van Geen Peil zijn er inmiddels tal van andere artikelen die de kwestie uitgebreider belichten. Een aardige vond ik een stuk in de Correspondent, dat ingaat op de claims van Geen Peil. Maar of ik op basis van krantenartikelen nou een gemotiveerde stem kan uitbrengen over zo'n complex onderwerp? Dat lijkt me wat dun.
Ik heb het eigenlijk niet zo op referenda, en dit referendum is een goed voorbeeld waarom niet. Ingewikkelde kwesties die eigenlijk een studie van lange documenten vereisen, lenen zich niet echt voor een volksraadpleging. Hoeveel mensen hebben ooit de Europese grondwet gelezen? Vrijwel niemand. Toch hebbende Nederlanders hem in een referendum massaal afgewezen.


donderdag 5 november 2015

In de lift

Foto Runa Hellinga
Station Vác, geheel vernieuwd
Het geheel vernieuwde station in Vác is af, Nou is dat eigenlijk al een jaar lang zo, en het best is mooi geworden. Het stationsgebouw is geheel gerestaureerd en van verwarming, zitgelegenheid en wc voorzien, de lokettistes hebben nieuwe, ruime en lichte loketten, de perrons zijn breed en overdekt (al zou een wachthokje in de winter niet misstaan) en er zijn overal nieuwe informatieborden zodat je eindelijk weet waar je bent en waar welke trein vertrekt. Maar één onderdeel wilde maar niet lukken: de liften.
Een heel jaar lang konden de reizigers op ieder perron de ogenschijnlijk kant-en-klare liften bewonderen. Plus het bordje erop: 'lift werkt niet'. Nou zijn die liften geen overbodige luxe. Bij de renovatie is de gelijkvloerse oversteek over het spoor vervangen door een tunnel met trappen. En dat is maar goed ook, want de oude situatie was levensgevaarlijk. Maar het zijn behoorlijk lange trappen, en een waar obstakel voor moeders met kinderwagens, mensen die slecht ter been zijn of rolstoelgebruikers. Of gewoon voor passagiers met bagage. Maar ergens in september zag ik plotseling een rode 0 branden op het liftpaneel. Een beetje ongelovig drukte ik op het knopje, en hoorde prompt een vrouwenstem die mij vertelde dat de liftdeur opende. Ze vertelde me even later ook dat de liftdeur sloot, en toen we eenmaal waren afgedaald naar -1 deelde ze weer mee dat de liftdeur openging. Knap overbodig, maar aangezien de lift voorzien is van brailleschrift, neem ik aan dat die stem een service aan blinde reizigers is.
Nul en min één zijn trouwens de enige opties, en dat zorgt bij veel gebruikers voor behoorlijke verwarring, want automatisch gaan ze er toch vanuit dat nul beneden en niet boven is. Maar goed, kleinigheid.
De Hongaarse spoorwegmaatschappij MÁV wist het niet, maar ze gooide roet in het eten van de ludieke actie waarover ik net na liep te denken, iets in de geest van het uitdelen van felicitatiekaarten ter ere van het een-jarig bestaan van de niet functionerende liften. Dat ze het nu doen, is natuurlijk reden tot echte feestvreugde, al wordt die behoorlijk getemperd door een vervelend verschijnsel: het feit dat vrijwel dagelijks wel één lift niet blijkt te werken. Dat weet ik, omdat ik (met dank aan die liften) sinds september regelmatig mijn fiets meeneem naar Boedapest, die ik dan dus één trap op of af moet dragen.
Nou is dat lastig, maar niet onoverkomelijk. Maar je zou maar echt afhankelijk zijn van die lift. Dan sta je daar met je rolstoel op perron vijf. Geen idee of de MÁV dan een paar sterke kerels stuurt, er lopen er genoeg op het station, die zo'n rolstoelgebruiker met stoel en al dan de trap afdragen, of dat die geacht wordt op het station te overnachten tot de reparatiedienst langs is geweest.
De MÁV heeft iets met liften. Onlangs was ik op station Ferihegy, ook wel aangeduid met Airport. De naam zegt het al, daar stappen veel mensen met koffers uit. Sommigen daarvan zullen overigens behoorlijk op hun neus kijken, omdat het station helemaal niet bij de luchthaven stopt. Om bij de terminal te komen waar alle passagiersvliegtuigen aankomen, moet je nog tien minuten met de bus. Dat is vervelend genoeg om achter te komen als je eenmaal op dat station staat, maar als je, om die bus te bereiken, ook nog eens je koffer lange trappen omhoog en omlaag moet sjouwen, word je daar nog minder vrolijk van. Natuurlijk zijn liften. In theorie althans. Op het bordje 'buiten werking' had iemand met viltstift bijgeschreven dat dat al een half jaar zo was.
Het kan nog erger. Bij de recente renovatie van de spoorlijn langs het Velencemeer zijn ook liften op de stations gebouwd. Ik weet niet of de situatie overal is, maar het station waar ik was, deden die liften niet. De glazen liftschachten stonden namelijk in de brandende zon, en pas toen alles klaar was, bedacht iemand dat hett levensgevaarlijk is als een passagier in de zomer in zo'n lift zou blijven steken. Hopelijk hebben ze bij de MÁV meer verstand van treinen.

zondag 25 oktober 2015

De vluchtelingen van '56

Hongaarse vluchtelingen  lopen over de groene grens in 1956
Een bevriend Nederlands-Hongaars echtpaar komt er maar niet uit: hoe moet je het nou beoordelen dat die Syrische vluchtelingen zomaar allemaal illegaal de grens overkomen. Hij ziet het probleem niet, maar zij meent dat het in 1956 heel anders ging. Hongaarse vluchtelingen waren veel netter. "Die hielden zich aan de wet en maakten ook geen problemen in de kampen waar ze werden opgevangen,"
Ze is de enige niet die meent dat in 1956 alles anders was, en Hongaarse vluchtelingen een heel ander, beter slag mensen was dan degenen die nu vluchten. Bij de herdenking van de opstand van 1956 dezer dagen prees ook president János Ader de voortreffelijkheid van de Hongaarse asielzoekers. Met hun vrijheidslievendheid hadden zij bijgedragen aan het Duitsland zoals het nu is, meende Ader.
Niets ten kwade van de vele tienduizenden Hongaarse vluchtelingen die na 1956 met succes een nieuw leven in den vreemde wisten op te bouwen. Maar uiteraard hielden die zich net zo min als de Syriërs aan de wet toen ze vluchtten. Dat is vluchtelingen eigen: je krijgt van je regering geen toestemming om weg te gaan en je kunt ook niet bij een ambassade aankloppen voor een visum. De enige manier om weg te komen, is illegaal.
De Syriërs die de oorlog in hun land ontvluchten, doen dat om te beginnen al door illegaal de Turkse grens over te steken. En zo deden de 180.000 Hongaarse asielzoekers het ook: langs de hele 300 kilometer lange grens staken ze illegaal door bos en veld over naar Oostenrijk. Dat was op dat moment redelijk makkelijk, want een half jaar eerder had de Hongaarse regering de versperringen die sinds 1949 langs die grens hadden gestaan, afgebroken. In de maanden erna werd het IJzeren Gordijn heel snel opnieuw opgebouwd.
De vluchtelingen kwamen met duizenden tegelijk en de Oostenrijkers stonden aanvankelijk met open armen klaar om hen op te vangen. Velen brachten kleren en eten om de vluchtelingen te helpen. De Oostenrijkse regering was trouwens iets minder enthousiast, niet alleen omdat die zich geplaatst zag voor het enorme probleem om al die mensen op te vangen. De regering vreesde dat de Russen, die hun troepen net uit Oostenrijk teruggetrokken hadden, de situatie zouden aangrijpen om het land van schending van de neutraliteit te beschuldigen en een nieuw bezettingsleger te sturen.
Net als nu duurde het enthousiasme van de bevolking ook niet al te lang, vooral toen bleek dat de vluchtelingenstroom maar bleef aanhouden lang nadat de situatie in Hongarije feitelijk al weer rustig was. Volgens historica Brigitte Zierer, die onderzoek deed naar de berichtgeving in de gedrukte media, doken in Oostenrijkse kranten al na een paar weken de eerste berichten op over 'grenzen aan de hulp' en over 'de ondankbaarheid van de vluchtelingen'. Hongaren, zo ging het verhaal, liepen rond met zakken met geld, terwijl ze gebruik mochten maken van gratis openbaar vervoer en andere voorzieningen die de Oostenrijkers node misten. Komen dat soort beschuldigingen u ook bekend voor?
Al snel kwam ook de beschuldiging op dat een groot deel van de Hongaren eigenlijk geen echte vluchtelingen waren. Hadden al die 180.000 mensen echt mee gedaan aan de opstand? Waren ze echt in gevaar? In Nederland, dat een kleine 2500 vluchtelingen opnam (en dat vond de toenmalige premier Willem Drees al erg veel), keken veel mensen met verbazing en wantrouwen naar het grote aantal jongemannen die van de trein stapten. Gelukszoekers, meenden velen toen. Elders hoorde je dezelfde opmerkingen. Tweederde van alle Hongaarse vluchtelingen was man, meer de helft was onder de 25, ze waren voor een behoorlijk deel afkomstig uit West-Hongarije en een groot deel van hen had inderdaad nooit actief aan de opstand deelgenomen. Maar ze hadden natuurlijk goede redenen om de dictatuur van het stalinistische Hongarije achter zich te willen laten.
De Oostenrijkse regering zag zich geplaatst voor een enorm opvangprobleem, en vluchtelingen werden aanvankelijk gehuisvest in huizen die door de oorlog beschadigd waren en die geen water of elektriciteit had. Maar al snel kwamen er echte kampen, met voldoende te eten en warme verblijven. Maar al snel kwamen ook de klachten van de vluchtelingen: over te kleine ruimtes, over teveel mensen en over verveling.
De Oostenrijkers zorgden daarop voor meer vertier in de vorm van boeken, sport en films, en voor voorlichting over de mogelijkheden om naar andere landen door te reizen. Maar het kampleven leidde desondanks tot agressie en depressies, er vond een hongerstaking plaats en mensen probeerden de kampen illegaal te verlaten. De vluchtelingen klaagden over gebrekkige medische zorg en eisten betere medicijnen. In een kamp moest de politie ingrijpen omdat de bewoners stenen naar een paar hoogwaardigheidsbekleders gooiden. In januari 1957 bekritiseerde minister van binnenlandse zaken Helmer de onruststokers en zei erbij dat vluchtelingen zich moesten realiseren dat ze ook plichten hadden.
Er waren ook andere problemen, zoals het feit dat een deel van de vluchtelingen geen papieren had. Ook greep de Hongaarse regering de gelegenheid aan om criminelen te lozen en naar Oostenrijk af te schuiven. Volgens sommige bronnen werden zo'n 12000 gevangenen vrijgelaten, die deels ongetwijfeld om politieke redenen vastzaten, maar zeker niet allemaal. De communistische inlichtingendiensten zagen in de vluchtelingenstroom een mooie gelegenheid om makkelijk agenten naar het Westen te sturen. Gelijktijdig probeerden de Amerikanen asielzoekers te werven om als agent terug te gaan naar Hongarije.
In tegenstelling tot wat de Hongaarse premier Viktor Orbán nu de logische oplossing voor het vluchtelingenprobleem vindt, namelijk opvang in de regio, bleven uiteindelijk slechts weinig vluchtelingen, al met al zo'n tien procent, in Oostenrijk. Dat mensen jaren braaf in een Oostenrijks kamp zaten te wachten op hun verdere bestemming, is misschien een enkele keer gebeurd, maar als al, dan was dat uitzondering, geen regel. Het grootste deel van de Hongaarse asielzoekers kwam binnen enkele maanden al in andere landen in Europa terecht, maar ook Amerika, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland namen vluchtelingen op. Dat ging niet altijd zonder problemen. In Nederland liep de integratie over het algemeen prima, maar Nieuw-Zeeland, dat iets van 700 jongemannen opnam, klaagde al snel over het enorme alcoholisme onder de Hongaren.

Dit blog is voor een groot deel gebaseerd op het onderzoek 'Deconstruction of a Myth? Austria and the Hungarian Refugees of 1956-57' van Andreas Gémes van het Weense Institut für die Wissenschaft vom Menschen.

vrijdag 2 oktober 2015

Een meester voor alle vakken

Eerste schooldag
Een vriend van ons wil graag Engels leren. Of beter, hij moet Engels leren, want hij wil zijn onderwijzersdiploma halen. Nou dacht ik dat hij dat al had, want hij zit in het onderwijs. Maar hij geeft les op een school voor bijzonder onderwijs, aan kinderen met autisme en downsyndroom. Hij heeft pedagogie gestudeerd en psychologie (aan de universiteit, maar nog in een tijd dat je geen vreemde taal hoefde te kennen om te kunnen studeren), maar een onderwijzer is hij niet.
Dat gaat nu dus veranderen. In de komende vier jaar moet hij zich gaan bekwamen in vakken als muziek en blokfluitspelen, gym en dus ook in Engels. Want al die vakken worden, samen met zaken als Hongaars, tekenen en geschiedenis, in de eerste vier jaar van de lagere school door de eigen juf of meester gegeven.
Het lijkt me wat veel gevraagd om te verwachten dat een juf of meester zo'n duizendpoot is dat hij al die vakken op behoorlijk niveau kan geven, en dat is het dan ook. De eisen die aan de Engelse kennis van een onderwijzer worden gesteld, zijn daar een goed voorbeeld van. Examens worden in Hongarije op twee niveaus afgenomen, op midden- en hoog niveau. Het hoge niveau is zodanig dat de TU Eindhoven, waar onze zoon studeert, het Hongaarse Engelse eindexamen niet erkent en daarom eiste dat hij een apart Brits certificaat haalde.
Het middenniveau is pakweg het niveau waarop een Nederlandse scholier in de eerste of tweede klas VWO Engels spreekt. En dan schat ik het optimistisch in, want ik heb al vaker meegemaakt dat mensen die op middenniveau examen hadden gedaan, in praktijk nauwelijks een zin uit hun mond kregen. Het is dus niet zo heel verbazingwekkend dat een vriendin van mij erover klaagt dat haar dochter in de eerste vier jaar Engelse les op de lagere school zo goed als niets geleerd heeft. Tenminste, niet op school.
Ze klaagt er trouwens ook over dat haar dochter in de gymles niets leert. Ook al niet zo heel gek.
De juf die die gymles moet geven - een van de klassenjuffen, de klas heeft er twee - is zo dik dat ze niet in staat is om de gymoefeningen voor te doen. Reuze nuttig dus om van haar vijf keer per week - zo vaak hebben Hongaarse kinderen tegenwoordig namelijk lichamelijke oefening - gym te krijgen. Zulke gymlessen lijken me trouwens ook ongelooflijk stimulerend om het plezier van kinderen aan sport te bevorderen.
Gelukkig kun je eronder uit. Tenminste, bij haar dochter op school. Als zij kan aantonen dat haar kind al op een echte sport zit, kan die vrijstelling krijgen van de gymlessen.
Persoonlijk zou dat voor mij een reden zijn om mijn kind zo snel mogelijk daadwerkelijk op een sport te doen. Misschien was dat ook de gedachtegang van de politieke bestuurders die een paar jaar geleden de verplichte dagelijkse gymles invoerden, Maar om een of andere reden heb ik daar mijn twijfels over.
De dochter van mijn vriendin mag blij zijn dat ze op de school zit waarop ze zit, want die vrijstelling blijkt niet algemeen te zijn. Het Hongaarse onderwijs is gecentraliseerd, het overgrote deel van de scholen valt tegenwoordig onder een regeringsbureau, de KLIK, dat verantwoordelijk is voor alles, van de benoeming van onderwijzers en schoolhoofden tot de verstrekking van krijtjes (die dan ook vaak ontbreken, dat krijg je als alles centraal wordt geregeld), en dan zou je verwachten dat alles overal hetzelfde is. Maar toch zijn er verschillend. De ene schooldirecteur is de andere niet.
Zo gaat de ene school ook aanzienlijk soepeler om met de verplichting om kinderen tot vier uur binnen de deur te houden dan de andere. Die verplichting werd ook een paar jaar geleden ingevoerd, met het idee dat dat veiliger was. Niet alleen zouden kinderen dan niet over straat zwerven (je weet maar nooit wat er dan gebeurt), maar ze zouden in die tijd misschien ook nuttige dingen kunnen doen, zoals huiswerk.
In veel scholen komt het er vooral op neer dat ze niets doen, lessen zijn er 's middags vaak niet, en andere activiteiten ook niet. Bij mooi weer kun je buiten spelen, als daarvoor voldoende ruimte is (wat niet altijd het geval is) maar bij slecht weer is het vooral saai. Op de school van de kinderen van mijn vriendin mogen leerlingen daarom eerder weg, als de ouders daartoe een verzoek indienen. Maar dat hangt van de directeur af, en sommigen zijn zo strikt dat je het vermoeden hebt dat ze stilletjes een hekel aan kinderen hebben.
Zo ken ik iemand anders die voor haar dochter om vrijstelling van de gymles had gevraagd. Het ging slechts om een tijdelijk verzoek en de reden was overduidelijk. Het meisje had haar enkel gebroken, een gecompliceerde breuk die lang rust vereiste. Omdat de gymlessen niet in het normale lesrooster pasten, werden ze in het nulde uur gegeven, een curieuze Hongaarse uitvinding die bedoeld is om de schooldag stiekem een uur langer te maken. Aan het begin van de dag, wel te verstaan, de nulde les begint om zeven uur 's ochtends. Maar gebroken enkel of niet, het meisje diende iedere gymles gewoon op school te zijn om op de bank toe te kijken.

dinsdag 22 september 2015

Een huilend kind

Foto Runa Hellinga
Even pauze, even spelen
Afgelopen vrijdag in Harmici, aan de Kroatisch-Sloveense grens. Een groep vluchtelingen stapt uit het boemeltje dat uit Zagreb is aangekomen. Ze lopen naar de grenspost naast het station. Hoewel de Kroatische grenswachters, in hemdsmouwen, uitleggen dat het geen zin heeft om door te lopen, omdat ze aan de Sloveense kant toch worden tegengehouden, overleggen ze wat ze zullen doen.
Er staat een jongetje in de groep, ik schat hem een jaar of zes. Hij wacht geduldig, tot zijn blik naar de overkant dwaalt, waar aan Sloveense zijde een tiental ME'ers klaarstaat. Hij barst in huilen uit en loopt in paniek de andere richting op. Ver weg van die mannen in het zwart die hem duidelijk aan een traumatische gebeurtenis uit het verleden herinneren.
Zijn ouders lopen achter hem aan, en terwijl ik hen naar het provisorische kampje even verderop zie gaan, realiseer ik me dat ik tussen al die duizenden vluchtelingen die ik de afgelopen weken voorbij heb zien trekken, nauwelijks een huilend kind heb gezien.
Kinderen, hele kleine kinderen zelfs, genoeg. Lopend, slapend op de schouder van hun vader, dagenlang wachtend op de dingen die gaan komen, spelend als het even kan, of anders stil en zwijgzaam op schoot van ma of pa in een veel te warme bus of een oververhitte trein waar hele families uren opgesloten zitten, soms zonder wc in de buurt. Maar huilend? Nauwelijks ooit.
Er is een prachtige Italiaanse film, La Vita e bella, over een man die met zijn zoontje in een concentratiekamp zit. Om het kind van de wrede waarheid af te schermen, maakt zijn vader er een groot avontuur van, waarin zelfs de meest verschrikkelijke gebeurtenissen onderdeel uitmaken van het verhaal dat hij zijn zoontje vertelt. Ergens las ik van vluchtelingenouders die het ongeveer net zo aanpakten: bij vertrek hadden ze hun kinderen gezegd dat ze op picknickreis gingen. Maar ergens moet toch die vraag komen "wanneer houdt deze niet zo leuke picknick op en zijn we er?"
Waar je vluchtelingengezinnen ziet wachten, valt keer op keer op hoeveel moeite de ouders, en ook anderen, doen om de tocht voor hun kinderen zo dragelijk mogelijk te maken en hoe veerkrachtig die kinderen zijn. Als er iets gewassen kan worden, hangen er kinderkleren te drogen. Als ruimte is, vliegt er al snel een bal van lappen door de lucht. Als die er niet is, dan is er wel potlood en papier om te tekenen of zit een opa bellen te blazen.
Zelfs als die foto van het verdronken jongetje niet op je netvlies gebrand staat, is het niet moeilijk om je te verplaatsen in de ouders die met hun kinderen in zo'n wankele rubberboot stappen, die 'bestuurd' wordt door een lotgenoot die net van een paar mensensmokkelaars even een stoomcursus 'rubberboot over zee varen' van vijf minuten heeft gehad. "Best wel eng," zei een Syrisch jongetje op het Keletistation in Boedapest over die zeetocht. Het lijkt me het moment dat je als ouder even heftig twijfelt aan de wijsheid van je besluit om deze reis te ondernemen.
De toekomst van hun kinderen is voor veel mensen de belangrijkste reden om het risico toch te nemen. Je wilt meer voor je kind dan een plek waar geen bommen vallen. In Libanon bijvoorbeeld is er voor het overgrote deel van de Syrische vluchtelingskinderen geen enkel onderwijs. Echt helemaal niets. En weinig anders ook, trouwens, de kampen waarin ze opgroeien bieden onderdak en een schamel maal, maar niet veel meer dan dat.
De eerste jaren kon je nog hopen op een spoedige terugkeer naar huis. Na vier jaar is die hoop voorbij. Inmiddels is 'huis' voor veel mensen niet meer dan een kapotgeschoten hoop stenen. Zoals een vrouw in Zuid-Hongarije zei: als je als ouders met kleine kinderen zo'n tocht onderneemt, moet je een goede reden hebben.
Het beste voor je kind willen, het is de motivatie van bijna iedere ouder. In het ene geval is dat beste wekelijkse paardrij- en tennisles, de nieuwste iPod en drie vakanties per jaar. In het andere geval een soms levensgevaarlijke trektocht naar een plek waar geen bommen vallen en waar scholen staan. Zolang die bommen blijven vallen en lokale vluchtelingenkampen kinderen bovendien geen enkele toekomst bieden, zullen ouders een andere, betere plek zoeken, of wij dat nou leuk vinden of niet. 

woensdag 9 september 2015

Hoe donkere mannen welkome gasten werden

Foto Runa Hellinga
Welkom in Nickelsdorf
"Welkom in Europa,"  staat op een  van de kraampjes met hulpgoederen in het Oostenrijkse Nickelsdorf. Voor de vluchtelingen die net de Hongaarse grens zijn overgestoken, is het dorp een warm bad van vriendelijkheid en hulpvaardigheid. Veel gewone Hongaren hebben afgelopen weken alles gedaan om vluchtelingen te helpen. Maar zodra mensen te maken kregen met agenten en andere ambtenaren, ontmoetten ze in Hongarije alleen maar tegenstand. Hier in Nickelsdorf is zelfs de politie aardig.
Bij het station is een soort markt van hulpgoederen ingericht. Keurig liggen kinderkleertjes bij kinderkleertjes, schoenen bij schoenen, toiletartikelen bij toiletartikelen. Er is zelfs een fruitstalletje. Het enige verschil met een echte markt is dat alles gratis is. Het zijn allemaal giften van Oostenrijkse burgers.
De vriendelijkheid van de Nickelsdorfers is opmerkelijk, want nog geen anderhalve week eerder was de stemming in het dorp bepaald anders. Vluchtelingen waren ook toen het thema van de dag. Maar iedereen was vooral bezorgd over berichten in de krant en op tv dat er duizenden vluchtelingen via Hongarije op weg naar Oostenrijk waren.
De eigenaresse van restaurant Der Dorfswirt, pal naast het station, vertelde gasten dat ze kort daarvoor de politie had gebeld, omdat er 's avonds 'donkere mannen' door het dorp hadden gelopen. Gertraud Breuer, die toeristenkamers verhuurt, vertelde eenzelfde verhaal. Volgens haar waren mensen bang om 's avonds te fietsen, want voor zo'n passerende vluchteling was een fiets natuurlijk perfect vervoer.
In Das Gisi, een ander pension in het dorp, waren sinds een maand 25 vluchtelingen gehuisvest. Deels goed opgeleide mensen, zoals een arts en een account, maar "het wordt me in het dorp niet in dank afgenomen,"  aldus eigenaresse Marianne Falb. Gertraud Breuer vond het inderdaad maar niets. Moslims zijn toch een hele andere cultuur, die hoorden niet in Nickelsdorf thuis. En waarom deed Saoedi-Arabie niets voor hen? Iets makkelijker te verteren vond ze het initiatief van de lokale kerk, die bezig was ruimte vrij te maken voor een Syrische christelijke familie. Dat paste beter in het dorp. Alleen, de familie die er moest komen wonen, was nog niet gevonden.
Mevrouw Breuer is een hele aardige, hartelijke vrouw, en haar vrees was oprecht. Buitenlanders op zich waren niet echt het probleem, ze krijgt in haar pension allerlei mensen over de vloer en ze heeft Slowaken en Hongaren in dienst. Maar net als meeste van de andere 1600 inwoners van Nickelsdorf zag ze de nieuwe tijden met angst en beven tegemoet.
Dik een week later zit ik weer bij haar aan de keukentafel. Een grote tv beheerst de ruimte, en ze mist geen enkele nieuwsuitzending. Een week lang heeft ze de beelden voorbij zien komen uit Hongarije, van vluchtelingen die bivakkeren op het Keletistation in Boedapest en die vastzitten in een trein. En van een dood driejarig kind, aangespoeld op een strand. De Oostenrijkse media die een week eerder alleen maar negatief waren, zijn plotseling vol compassie. En al dat nieuws heeft ook met haar iets gedaan.
En ze begrijpt iets niet: "Wij hebben hier in het grensgebied in 1956 iets van 250.000 Hongaarse vluchtelingen voorbij zien komen. En in 1968 nog eens honderdduizenden uit Tsjechoslowakije Dat waren echt niet allemaal mensen die een politieke reden hadden om te vluchten, heel wat mensen wilden gewoon de kans op een beter leven, maar ze zijn allemaal liefdevol opgevangen, terwijl wijzelf ook niets hadden. Wij hadden in 1956 een aangestampte aarden vloer hier in de boerderij. Een Hongaarse vluchteling kwam aanzetten met chocolade die hij van een Zwitserse hulporganisatie had gekregen. Ik had nog nooit chocolade gezien. Hoe kan een land dat zelf heeft mee gemaakt hoe anderen hebben geholpen, zo met andere mensen omgaan?"
Ze vindt nog steeds dat Saoedi-Arabie en de golfstaten wat zouden moeten doen. Dat zijn toch moslims, daar zouden 'die mensen' zich toch veel meer thuis voelen? Maar ze is plotseling ook nieuwsgierig naar ' die mensen' . Ze hoort ervan op dat veel vluchtelingen weliswaar moslim zijn, maar niet hetzelfde soort moslim als in Saoedi-Arabie. Dat er binnen de islam verschillen zijn en dat soennieten en sjiiieten net zo vijandig tegenover elkaar staan als katholieken en protestanten in de 16de eeuw, toen ketters op de brandstapel terechtkwamen, is totaal nieuw voor haar.
Dat de vluchtelingen die in Das Gisi verblijven, geen ongeschoolde mensen zijn, en dat die mensen bezig zijn Duits te leren, hoort ze ook voor het eerst, maar ze vindt het goed om te horen. Misschien zijn ze toch minder eng dan ze tot nu toe heeft gedacht.
Alleen, ze moeten wel leren fietsen. Nu fietsen ze vaak zonder licht en ze zwaaien bovendien van de ene kant naar de andere. Een gevaar voor henzelf en anderen. Ze zijn vreemd, dat blijft staan. Maar het zijn inmiddels wel vreemden waarmee ze mededogen mee kan hebben.

maandag 7 september 2015

De reis van Mohamed Habib

Foto Runa Hellinga
Op weg naar Wenen
Op het Keletistation in Boedapest bekijkt Mohamed Habib aarzelend zijn treinkaartje. Hegyeshalom staat erop, een grensplaats tien kilometer van de Oostenrijkse grens. Iedereen op het station weet dat die grens open is voor vluchtelingen. Maar iedereen kent ook het verhaal van de groep die vorige week met een geldig kaartje naar Wenen op zak in de trein stapte, om vervolgens ergens midden in Hongarije op een zijspoor te worden gerangeerd en uiteindelijk in een kamp te belanden.
Het is bij lange na niet zo druk in het station als vorige week vrijdag, toen de Hongaarse regering, overweldigd voor de chaos, uiteindelijk besloot om de duizenden in de stationshal en de honderden die langs de snelweg richting Oostenrijk liepen, in meer dan honderd bussen naar de grens te brengen. Maar er zijn nog steeds honderden vluchtelingen in de hal, en ieder uur komen er nieuwe.
Een deel komt uit vluchtelingenkampen elders in Hongarije. Anderen, zoals Habib, komen rechtstreeks van de Servische grens. Daar staan duizenden asielzoekers klaar om de oversteek te maken. Ze hebben haast: Oostenrijk stuurt niemand meer terug, maar vanaf 15 september gaat Hongarije vluchtelingen nog harder aanpakken. Dan wordt het strafbaar om illegaal de grens over te steken, maar ook om vluchtelingen te helpen. Verder worden langs de grens soldaten ingezet.
De aanwezigheid van agenten op het perron stelt Habib niet echt gerust. Sinds het treinincident is het vertrouwen van vluchtelingen in de Hongaarse autoriteiten nihil. Toen vrijdagnacht de bussen werden gestuurd om de mensen langs de snelweg op te halen en naar de Oostenrijkse grens te brengen, waren er hele debatten of het wel verstandig was om in te stappen. Uiteindelijk werd een groep vrijwilligers met de eerste bus meegestuurd om te testen waar die heen ging en dat door te geven aan de achterblijvers.
Maar een vrijwilligster verzekert dat Habib echt niets te vrezen heeft. Dat er ook andere passagiers in de trein meegaan, neemt een deel van het wantrouwen weg. Wel hebben de Hongaarse spoorwegen hem nog een streek geleverd: wie het kaartje van 3390 forint, zo'n elf euro, in euro's heeft betaald, moest er 15 euro voor neertellen. Het kan nog erger, later op de dag zijn er mensen die 53 euro voor hetzelfde kaartje betalen.
Maar dat zijn kleinigheden gezien de reis die Habib achter zich heeft. De Koerdische Syriër studeerde in Aleppo tot de oorlog begon. Uiteindelijk besloot de familie te vluchten. Hij werd door IS aangehouden en belandde 25 dagen in een gevangenis in Azaz. "We kregen nauwelijks te eten of te drinken, er was geen wc, helemaal niets" vertelt hij. Hijzelf is niet geslagen, maar anderen werden gemarteld. Daarnaar moeten luisteren was traumatisch genoeg.
Hij kwam vrij toen een paar inwoners van Azaz aan IS vertelden dat hij hun familie was, geen Koerd en hem voor 200 dollar over de Turkse grens hielpen. De overtocht naar Griekenland maakte hij met een krikkemikkig vlot. De rest van de tocht deed hij deels lopend. deels per bus. In Macedonië zat hij een dag in een kamp. Dat was de enige plek waar de politie hem echt slecht behandelde: "Daar werd ik geslagen." Hij wil naar Hamburg, waar zijn vader en zuster al zijn.
De vrijwilligster onderbreekt zijn verhaal. Ze legt uit dat de trein niet verder dan Hegyeshalom gaat. Van daaruit moeten de vluchtelingen nog tien kilometer naar Oostenrijk lopen, want Hongarije wil niet dat Oostenrijkse bussen hen op het station ophalen. Niemand weet waarom.
Er zijn twee treinstellen vrijgemaakt voor de vluchtelingen. Terwijl ze met een vies gezicht naar de twee wagons kijkt, verwijst een perronbeambte andere passagiers naar andere delen van de trein. Helemaal ongelijk heeft ze niet: wie, zoals Habib, vijftien dagen in primitieve opvang of in de open lucht heeft geslapen en zich nauwelijks heeft kunnen wassen, ruikt natuurlijk niet echt fris meer.
Als de trein twee uur later Hegyeshalom binnenrolt, lijken de ergste verwachtingen van de inzittenden worden bewaarheid. Op het perron worden ze opgewacht door een twintigtal agenten met knuppels en pistolen aan de koppel die iedereen kloppend op de ramen vorderen de trein te verlaten. Vrijwel niemand verroert zich. De vertwijfeling staat op de gezichten te lezen.
Pas als ook vrijwilligers verzekeren dat ze niets te vrezen hebben, vergaren mensen aarzelend hun spullen. Ze hebben geluk: inmiddels hebben de Oostenrijkse autoriteiten de Hongaarse weten over te halen om de vluchtelingen niet nog tot een onzinnige voettocht van tien kilometer te verplichten. Op het andere perron staat een trein klaar om hen rechtstreeks naar Wenen te brengen.
Ook die trein wordt eerst argwanend bekeken, tot Oostenrijkse vrijwilligers beginnen om water, bananen en koekjes uit te delen. Ook het Oostenrijkse treinpersoneel moedigt mensen aan in te stappen. Hun vriendelijkheid wekt vertrouwen. Mohamed Habib lacht breed als hij instapt. Zijn reis is weliswaar nog niet voorbij, maar het ergste heeft hij zeker achter de rug.