maandag 27 april 2015

Cadeautje voor Jobbik

Het frisse gezicht van Jobbik
- Je hoort veel meningen over de toenemende verspreiding van het terrorisme Hoe belangrijk is de verspreiding van terrorisme (het Franse bloedbad, de vreselijke daden van Isis) voor zover het uw eigen leven betreft?
- Wist u dat economische immigranten illegaal de grens overkomen en dat hun aantal in Hongarije vertwintigvoudigd is in de laatste tijd?
- Zou u nieuwe wetgeving steunen die het de regering maakt om illegale immigranten van de meet af -aan in interneringskampen op te sluiten?
- Bent u het ermee eens om immigranten die illegaal de Hongaarse grens overkomen (lees vluchtelingen) zo snel mogelijk weer naar hun land terug te sturen?
- Er zijn er die zeggen dat economische vluchtelingen de banen en het levensonderhoud van Hongaren bedreigen. Bent u het daarmee eens?

Nee, dit is geen propaganda van de extremistische oppositiepartij Jobbik. Het zijn zomaar een aantal van de twaalf vragen die begin mei door de regering aan acht miljoen Hongaren worden gestuurd in het kader van een 'nationale raadpleging' over vluchtelingen. "Wij, Hongaren, hebben in 2010 besloten om alle belangrijke vragen eerst met elkaar te praten, voor we een besluit nemen,' aldus beweert premier Viktor Orbán in het begeleidende schrijven.
Vraag één, die over terrorisme (gevolgd met nog twee vragen over dit onderwerp) zet de toon. Tamelijk opmerkelijk in een land waar nog nooit een terroristische aanslag heeft plaatsgevonden en vrijwel geen moslims wonen. De regering verwacht één miljoen antwoorden terug te krijgen, en het is niet moeilijk te voorspellen wat de uitkomst van deze 'raadpleging' zal zijn. Hongaren staan bepaald niet bekend staat om hun tolerante houding ten opzichte van immigranten uit de Derde Wereld. Dat een deel van de beweringen onzin is (de meeste vluchtelingen proberen Hongarije zo snel mogelijk te verlaten, dus hun aantal is niet vertwintigvoudigd) zullen maar weinig mensen weten.
Het doel is duidelijk: het gaat niet goed met de regering en die is driftig op zoek naar een middel om de publieke opinie naar haar hand te zetten.  De laatste onrust tekent zich in het onderwijs af. Afgelopen week trokken studenten van de Elte Universiteit in Boedapest, van de Technische Universiteit en van een aantal scholen de straat op uit protest tegen de sluiting van een aantal opleidingen, zoals internationale betrekkingen en psychologie.
Bij die protesten sloten zich ook de leerlingen van de Raoul Wallenberg Vakschool aan, waar onder meer verpleegsters en ambulancepersoneel worden opgeleid. De school moet namelijk dicht. De reden? Geen overschot aan verpleegsters of ambulancepersoneel, want daar is juist een tekort aan. Nee, de regering heeft het gebouw bestemd voor de nieuwe economische universiteit die de directeur van de Nationale Bank wil oprichten, omdat andere economische universiteiten zijn economische theorieën onzin vinden. Het schoolgebouw is veertien jaar geleden geheel opgeknapt met EU-geld, perfect voor een nieuwe onderwijsinstelling dus. Het besluit werd er in twee minuten doorheen gejast in het kabinet en de directrice kreeg te horen dat ze tot de vakantie in juni niemand over de sluiting mocht vertellen. Tot zover "wij Hongaren hebben besloten om over alle belangrijke vragen eerst met elkaar te praten, voor we een besluit nemen."
Ook in eigen partij neemt de kritiek op Orbáns regering toe, en dan moet je wat verzinnen. Desnoods over de rug van vluchtelingen uit Syrië en Irak. Daar is dus deze 'raadpleging' uitgekomen. Los van de inhoud mag je twijfelen aan de wijsheid van dat idee, want het past precies in het straatje van Jobbik met zijn antizigeunerstandpunten en een aanhang die graag mag paraderen in een zwart pak of met een hakenkruis.
Jobbik leek tijdenlang aan zijn maximale plafond te zitten. Dat de partij daardoorheen gebroken is, is in de eerste plaats te wijten aan de afnemende populariteit van regeringspartij Fidesz. De meest rechtse Fidesz-stemmers zitten wat hun standpunten betreft dicht tegen Jobbik aan, dus de overstap is zo gemaakt. Niet voor niets snoepte de partij onlangs bij tussentijdse verkiezingen in het kiesdistrict Tapolca een zetel af van Fidesz' parlementaire meerderheid.
Fidesz heeft er de afgelopen jaren alles aan gedaan om een deel van het gedachtegoed van Jobbik aanvaardbaar te maken. Was de vooroorlogse autoritaire Miklós Horthy tot enkele jaren geleden nog vooral een antisemiet en bondgenoot van Hitler, tegenwoordig wordt hij in de geschiedenisboekjes afgeschilderd als een man die toch vooral het beste met Hongarije voor had, en de Holocaust is uitsluitend de verantwoordelijkheid van de Duitsers. Onder de regering Orbán kwam een lijst tot stand met onaanvaardbare straatnamen, maar daar staan vrijwel alleen communisten op. Horthy komt er zeker niet voor en her en der zijn al de nodige Horthystraten. Ook anderen, zoals de antisemitische schrijver Albert Was (na de oorlog veroordeeld voor de moord op een aantal Joden) mogen rustig hun straat hebben. En nu komt daar nog het cadeautje van deze vragenlijst bovenop.
Maar ere wie ere toekomt: Jobbik dank de rijzende ster zeker niet alleen naar Fidesz, maar ook aan zichzelf. A la Marine le Pen heeft de partij haar imago de afgelopen tijd namelijk fors opgepoetst. Antisemitisme en racisme zijn uit, (partijleider Gábor Vona heeft zelfs gezegd dat mensen met zulke opvatingen "maar een andere partij moeten gaan zoeken"), en de partij probeert nieuwe kiezers te verleiden met een veel gematigder programma. De kale koppen en uniformen van de Hongaarse Garde hebben plaatsgemaakt voor frisse jongens en meisjes die je zo je vertrouwen zou geven.
Zeker, er bestaat een bandopname waar een paar Jobbik-ingewijden het over hun nieuwe 'schattige campagne' hebben, die moet verhullen dat de echte standpunten niet veranderd zijn. En Jobbik-burgemeesters willen het nieuws nog wel eens halen met uitspraken in de geest dat alle zigeuners gedeporteerd moeten worden. Van het nieuwe parlementslid uit Tapolca wordt beweerd dat hij ergens een SS-tatoe op zijn lijf heeft. En Jobbik heeft erg warme relaties met het Rusland van Putin.
Maar dat valt allemaal in het niet bij het feit dat de partij er alles aan doet om de gewone Hongaar te bereiken. Die frisse jongens en meisjes hebben zich tijdens de campagne in Tapolca ongelooflijk ingespannen om in ieder dorp met mensen te praten en hun grieven aan te horen. Ook elders biedt Jobbik, behalve heliumballonnen, hamburgers en suikerspinnen voor de kleintjes, een luisterend oor en (letterlijk) een helpende hand. De partij maakt zich bijvoorbeeld sterk voor meer blindengeleide - en hulphonden voor gehandicapten. Jobbik-burgemeesters maken zich vaak geliefd door hun echte inzet voor hun dorp. En de partij heeft ook nog schone handen als het om corruptie gaat. Daar krijgt de linkse oppositie nog een hele kluif aan.





zondag 12 april 2015

Een pijnlijk investeringsschandaal

Het had voor de Hongaarse premier Viktor Orbán niet slechter kunnen komen. Met een tussentijdse
Demonstratie van gedupeerden. Foto Népszava
verkiezing vandaag in Tapolca waarbij regeringspartij Fidesz voor de tweede keer binnen twee maanden een parlementszetel dreigt te verliezen, wordt het ministerie van buitenlandse zaken
 beschuldigd van handel met voorkennis. Het komt bovenop een hausse van andere corruptiebeschuldigingen. Zelfs in eigen partij roept een enkeling inmiddels dat de premier moet vertrekken.
Op 9 maart viel het doek voor investeringshuis Quaestor. Het was in zes weken tijd het derde investeringshuis dat failliet ging, maar al ras bleek dit een geval apart te zijn. Quaestor zou jaren overeind hebben gehouden met de uitgifte van valse obligaties. Bovendien bleek eigenaar Csaba Tarsoly bevriend met minister van buitenlandse zaken Péter Szíjártó. Diens ministerie, of beter, het onder het ministerie vallende Nationale Handelshuis, had miljoenen euro's in Quaestor belegd en trok dat geld terug, net voor het faillissement bekend werd. Zo’n 32.000 kleine beleggers hadden het nakijken. Gisteren demonstreerden enkele duizenden getroffenen voor een volledige schadevergoeding..
Szíjártó verklaarde aanvankelijk dat hij persoonlijk verantwoordelijk was voor dat besluit. Toen zijn vriendschapsband met Tarsoly bekend werd en de beschuldigingen van voorkennis opkwamen, greep Orbán in. Hij had opdracht gegeven om de investeringen in Quaestor te beëindigen, omdat hij signalen gekregen dat het investeringshuis in gevaar was. 
Sindsdien gonst het van tegenstrijdige berichten die op zijn minst de indruk geven dat betrokkenen heftig proberen een verhaal sluitend te krijgen dat aan alle kanten rammelt. De datum waarop Orbán die opdracht gegeven heeft, is al meerdere malen gewijzigd. En hoe zit het eigenlijk met dat faillissement van Quaestor? Tien dagen na 9 maart bleek het bedrijf nog steeds te functioneren en kan het nog steeds fondsen wegsluizen via een netwerk van pakweg 65 BV’s. Raadselachtig is ook waarom Tarsoly pas eind maart werd gearresteerd. 
Een ding is zeker: de man beschikt over goede contacten in de hoogste kringen. Hij is niet alleen bevriend met Szíjártó, die hij nog kent uit Györ waar hij vandaan komt. Hij kent Orbán ook persoonlijk, van de beste plek om de premier te kennen: de tribunes van het voetbalveld.. De twee delen een liefde voor voetbal en Tarsoly financierde in Györ het voetbalstadion. 
Volgens Orbán was een persoonlijke e-mail van Tarsoly aan hem over de moeizame situatie in Quaestor de directe aanleiding om te stoppen met de investeringen dat bedrijf. Tarsoly vroeg hem in die mail om hulp, de premier trok de conclusie dat het veiliger was het overheidsgeld terug te trekken. Goed beleid? Orbán had, als het zo gelopen is, overduidelijk voorkennis. En volgens financiële experts zou juist dit besluit wel eens tot de ondergang van Quaestor geleid kunnen hebben.
Dit soort onthullingen in de Quaestorzaak stapelen zich bovenop verhalen over corruptie en vriendjespolitiek in Fidesz. Zo heeft een naaste medewerker van Orbán een duur huis aangeschaft op naam van zijn tienjarige zoontje om het buiten de verplichte vermogensopgave te houden. Het tot een jaar geleden onbetekenende bedrijfje van Orbáns schoonzoon sleept plots overal in Hongarije opdrachten binnen om straatverlichting te vervangen. Diezelfde schoonzoon kocht onlangs trouwens ook een complete jachthaven bij het Balatonmeer.
“Het draait alleen maar om geld graaien,” aldus Zoltán Illés, tot vorig jaar staatssecretaris van natuur en milieu, die zich tot een van de scherpste critici binnen Fidesz heeft ontwikkeld. Illés vindt dat Orbán plaats moet maken voor een zakenkabinet. Ook oppositiepartij MSzP eist inmiddels het aftreden van de premier. Een jaar geleden leek dat nog totaal krankzinnig. Maar inmiddels zijn er steeds meer berichten over enorme verdeeldheid binnen de regeringspartij.
Ook de kiezers beginnen er genoeg van te krijgen. Ze zijn niet alleen de corruptie zat, maar ook onpopulaire maatregelen, zoals de recente invoering van een verplichte zondagse winkelsluiting en extra tolheffingen. De populariteit van Fidesz kelderde in een half jaar van 37 naar iets van 22 procent (een beetje afhankelijk van het opiniebureau dat de peilingen deed). Daar lijkt overigens vooral de rechts-extremistische Jobbik van te profiteren. Die partij geldt als goede kanshebber komende zondag bij de tussentijdse verkiezing in Tapolca. Veel kiezers motiveren hun keuze ermee dat Jobbik nooit eerder regeerde en dus, wie weet, niet corrupt blijkt te zijn. Vandaag in Tapolca zal blijken hoeveel kiezers gevoelig zijn voor die gedachte.


vrijdag 3 april 2015

Naheffing!

Brievenbus-bv's
De bel gaat. De postbode staat voor de deur, maar in plaats van het pakje waar ik op hoop, heeft hij twee aangetekende brieven. Een van de gemeente, en een van de belastingdienst. Het blijkt een overzicht te zijn van naheffingen over de loonbelasting die we afgelopen jaar hebben betaald. Drie kantjes met cijfers, en in de laatste kolom de heffingsbedragen: 3 forint (één eurocent), 11 forint, 23, zelfs 44. Een uitschieter is die van 104. Dat was toen we een dag of twee te laat betaald hebben, omdat we op vakantie waren.
We zijn brave belastingbetalers, maar we wachten wel altijd stipt tot de laatste dag met de overboeking. Soms gaat dat mis, dan blijft een betaling even hangen bij de bank. En dan wordt, op basis van de rente van de Nationale Bank, meteen dagrente berekend. Zo komen we over het hele jaar aan een naheffing van 809 forint. Nog geen drie euro, al rondt de belastingdienst het af fors naar boven af en wil die dat we 1000 forint betalen, 3,30 euro.
Ik bekijk de brief. Twee velletjes met cijfers, een velletje met een begeleidend schrijven dat met de hand is afgestempeld en persoonlijk ondertekend door het hoofd van het betreffende kantoor. Mijn naam is er ook nog met de hand opgeschreven. En gelukkig staat in de brief  ook vermeld dat de naheffing plaatsvindt op basis van punt drie van de Algemene Regelgeving zoals die is vastgelegd in het tweede aanhangsel van wet XCII uit 2003. Zonder dat zou ik het natuurlijk nooit geloofd hebben. De drie velletjes zijn netjes aan elkaar geniet. Vervolgens is het epistel in een envelop gedaan, ongetwijfeld in minstens één dik register of postboek ingedragen en heeft iemand ook nog het postformulier voor aangetekende brieven moeten invullen. En er is porto over betaald. Zelfs de berekening van de naheffingen door de computer is gebeurd, maak ik me sterk dat het meer gekost heeft om me deze brief te bezorgen dan er aan die naheffing verdiend wordt.
Met dit soort brieven heb ik de Hongaarse belastingdienst de afgelopen jaren al behoorlijk wat geld gekost. Achthonderd negen forint is nog hoog. Ik heb al naheffingen van 250 forint gehad. Je moet toch wat doen om de belastingdiscipline te handhaven. Of om toch te bewijzen dat je je werk als belastingdienst naar behoren doet, al is dat iets waar je af en toe over kunt twijfelen als je de kranten mag geloven, want heel wat ondernemers schijnen toch weg te met belastingfraudes waarmee miljoenen gemoeid zijn. En op een of andere manier kan ik me ook niet indenken dat alles klopt als er op één voordeur honderden bv's vermeld staan die officieel allemaal op hetzelfde adres in Boedapest hebben (met dank aan de website 444.hu).
Natuurlijk zou het logischer zijn dit soort kleine bedragen te laten zitten. In Nederland hoef je niet eens aangifte te doen als je minder dan 45 euro moet betalen, want de verwerking kost in zo'n geval meer dan de opbrengst. Maar een kosten-baten-analyse, dat zou een waarlijk revolutionaire gedachte zijn in de Hongaarse belastingdienst. Los van het feit dat zo'n besluit waarschijnlijk officieel door het parlement zou moeten worden aangenomen in een herziening van punt drie van de Algemene Regelgeving zoals die is vastgelegd in het tweede aanhangsel van wet XCII uit 2003.
Ik heb vanaf het moment dat ik de aangetekende brief in ontvangst heb genomen, vijftien dagen de tijd om te betalen, anders volgt er ongetwijfeld weer een brief met zwaardere sancties. Ik zit zelf trouwens al maanden te wachten op geld dat ik van de belastingdienst terug moet krijgen. Maar ja, verschil moet er wezen.

maandag 23 maart 2015

Hongarije overstroomd door vluchtelingen. Of toch niet?

Vluchtelingen in een verzamelkamp in Zuid-Hongarije
Terwijl Griekenland zijn beruchte detentiekampen voor vluchtelingen openzet, wil Hongarije zulke kampen juist uitbreiden. Een ongekende stroom asielzoekers vanuit Servië in de laatste paar maanden heeft ertoe geleid dat regeringspolitici om het hardst om een strikter beleid roepen, desnoods dwars tegen EU-richtlijnen in. Volgens het Hongaarse Helsinki Comité en VN-vluchtelingenorgansatie UNHCR gaat het om een schijnprobleem. De meeste vluchtelingen verlaten het land namelijk net zo snel als ze binnenkomen.
Op het eerste gezicht is de bezorgdheid best begrijpelijk. In de afgelopen twee jaar schoot het aantal asielzoekers dat vanuit Servië binnenkwam omhoog van 2157 in 2012  tot 42777 in 2014. Dit jaar ging het helemaal snel. In de eerste twee maanden van dit jaar alleen werden er 28535 asielaanvragen ingediend. Na Italië en Griekenland is Hongarije het derde land van binnenkomst voor asielzoekers in de EU.
De laatste maanden betrof het voor een groot deel Kosovaren, wat voor de regering reden is om consequent over economische vluchtelingen te praten. Maar hoewel die Kosovaren in januari en februari inderdaad in de meerderheid waren, meldden zich volgens Kitty McKinsey van de UNHCR sinds begin 2014 ook haast 20000 Afghanen en Syriërs en een toenemend aantal Irakezen, onmiskenbaar mensen uit crisisgebieden. "Het gaat vaak om ernstig getraumatiseerde mensen," zegt McKinsey.
Volgens premier Orbán dreigt Hongarije “een bestemming te worden voor degenen die hun thuisland verlaten voor een beter bestaan en zo te veranderen in een groot vluchtelingenkamp. Dat kunnen we vermijden als we stevig optreden. Het moet duidelijk worden dat het niet de moeite waard is om naar Hongarije te komen, omdat je daar gearresteerd wordt, vastgezet en gedeporteerd, en terwijl je hier bent, word je gedwongen te werken.”
Er is niet alleen sprake van massaal detentie, maar ook van asielprocedures die in luttele dagen worden afgewikkeld, zonder mogelijkheid van beroep, zodat afgewezen vluchtelingen meteen naar huis terug gestuurd kunnen worden. Het zij zo dat zulke maatregelen botsen met EU-richtlijnen, en dat Hongarije in 2012 op de vingers is getikt vanwege de bestaande detentiekampen. Die kampen leken deels op regelrechte gevangenissen leken, waar mensen de hele dag zonder enige activiteit achter gesloten deur in een cel zaten. 
De instellingen werden kortstondig gesloten, maar ze zijn inmiddels onder een andere naam en met iets verbeterde omstandigheden weer heropend. De bedoeling is om hun aantal fors uit te breiden. Antal Rogán, fractievoorzitter van regeringspartij Fidesz: “Wij hebben geen tijd om te wachten tot Brussel ook anti-immigratie wordt.”
Om dat standpunt kracht bij te zetten, wil Rogán de burgers in een ‘nationale raadpleging’ hun mening vragen over het immigratiebeleid. De uitkomst laat zich raden. Hoewel slechts 1,4 procent van de bevolking uit het buitenland komt – en dat zijn voor het merendeel Hongaars-taligen uit de buurlanden – geldt Hongarije als een van de meest xenofobe landen van Europa.
Vooral van 'Arabieren' moeten de meeste mensen niets hebben. Zelfs het feit dat honderdduizenden Hongaren in 1956 zelf voor het communisme gevlucht zijn, stemt mensen niet milder tegenover asielzoekers uit het Midden-Oosten. Gábor Gyulai van het Helsinki Comité: “We hebben dat argument wel eens in discussies gebruikt, maar dan is de reactie: ja, maar dat was anders. Wij zijn Europeanen.”
De regering gebruikt de vluchtelingenstroom volgens hem dankbaar om de aandacht af te leiden van binnenlandse kwesties. Het klopt weliswaar dat tienduizenden mensen de grens overkomen, maar die blijven als het even kan niet hangen. Iedereen wil door naar Noord-Europa en tachtig procent van de asielzoekers verlaat Hongarije binnen tien dagen, veertig procent zelfs al binnen 48 uur.
Officieel zouden die mensen door het land waar ze zich uiteindelijk melden, teruggestuurd moeten worden naar Hongarije als eerste land van binnenkomst in de EU. Dat is wat politici ook aanvoeren. In praktijk gebeurt dat zelden. De meeste landen aarzelen om mensen terug te sturen naar een land waarvan het asielbeleid nu al geen beste reputatie heeft. Vorig jaar werden 827 mensen uit andere EU-landen naar Hongarije teruggestuurd. Als het beleid verder verslechtert, zal dat aantal alleen maar afnemen, aldus Gyulai.

zaterdag 21 maart 2015

De prijs van de zondagssluiting

Winkelen op zondag... niet meer.
Vorige week donderdag, een kleine anderhalve week voordat dit weekend in Hongarije de wet op verplichte zondagse winkelsluiting in werking treedt, kregen de winkels in de Váci utca in Boedapest eindelijk uitsluitsel wat dat voor hen betekent: tenzij ze kleiner zijn dan 200 vierkante meter en de baas en zijn familie zelf achter de toonbank staan, zullen ook zij vanaf morgen op zondag dicht moeten. De winkels in de Váci utca richten zich vooral op toeristen en zaterdag en zondag zijn hun topdagen. Tel uit hun verlies. Zo'n dicht centrum is trouwens ook niet echt goed voor Boedapest als bestemming voor een lang weekendje weg.
Driekwart van de Hongaarse bevolking is tegen de zondagssluiting. Maar dat was geen argument om de winkels open te houden. Wat ook geen argument was, blijkt nu, is een onderzoek dat het ministerie van economische zaken al 2011 liet doen naar de gevolgen van zo'n zondagse winkelsluiting. Toen kwam het idee van een zondagssluiting namelijk voor het eerst op. Volgens dat onderzoek zouden naar schatting tien- tot vijftienduizend mensen hun baan verliezen.  Het kost de Hongaarse economie 143 miljoen euro aan omzetverlies,extra sociale uitkeringen en minder btw-inkomsten. Het kosten vele duizenden gezinnen bovendien een deel van hun inkomen, want winkelpersoneel dat zondagsdiensten draait, krijgt daar vijftig procent boven het normale loon voor.
Het onderzoek bleef in de bureaula toen het parlement afgelopen december over de winkelsluitingswet stemde. Officieel was die wet namelijk een initiatief van een parlementariër en dan hoeft het ministerie geen onderzoek naar de gevolgen te doen. Belangrijker was waarschijnlijk dat premier Orbán het wetsontwerp ten volle steunde. Dus riep iedereen alleen maar dat het veel beter met de Hongaarse economie gaat dan in 2011 en stemde de hele regeringsfractie in het parlement braaf voor het voorstel, zonder dat iemand verder piepte over mogelijke economische gevolgen.
En dat zijn deels gevolgen waar het rapport uit 2011 het helemaal niet over heeft. Horeca in winkelgebieden krijgt het ook moeilijk en de kans is groot dat cafés en restaurants in winkelcentra ook op zondag sluiten, al zijn ze dat niet verplicht. Zelfs bioscoopeigenaren praten over zondagssluiting. De meeste bioscopen zitten in winkelcentra en die houden rekening met een dramatische afname van het aantal bezoekers op zondag. Uitgaan in een gesloten winkelcentrum is per slot van rekening niemands idee van een gezellig avondje uit.
Maar Hongarije is een christelijk land, vertelt premier Orbán tegenwoordig aan ieder die het wil horen, en eigenlijk zou niemand op zondag moeten werken, zei hij in december .Het klinkt alsof hij geboren is in de Bible Belt, maar hij heeft wel eens een andere mening gehad. Als jong parlementariër meende hij zelfs dat de toenmalige premier József Antall kerk en staat op ontoelaatbare wijze vermengde. Nu is het christendom als hoeksteen van de Hongaarse samenleving de ideologie die hij met verve uitdraagt.
Aan de wens om niemand op zondag te lat
en werken kleven wat praktische bezwaren. Een ziekenhuis zonder personeel op zondag is bijvoorbeeld moeilijk voor te stellen. De spoorwegen plat leggen gaat ook wat ver. Geen politieagenten? Geen brandweerlieden? Ook Orbán ziet dat dat niet gaat, maar winkelsluiting is volgens de premier een begin en stelt in ieder geval winkelpersoneel in staat van de zondagsrust te genieten. En alle andere Hongaren kunnen die zondag nu ook spiritueler besteden dan met shoppen. Dat tien- tot vijftienduizend mensen straks de hele week van hun rust kunnen genieten omdat ze hun baan kwijt zijn. en vele anderen hun toch al niet riante inkomen zien dalen, tja. Waar met ideologie gehakt wordt, vallen spaanders. Niet voor het eerst in de geschiedenis.

donderdag 12 maart 2015

Scholieren niet naar Orbán? Landverraad!

Scholieren als publiek, 1 mei 1980. Foto Fortepan
"Wij danken u hartelijk voor de uitnodiging, maar moeten u tot onze spijt mededelen dat onze leerlingen niet deel kunnen nemen aan een bijeenkomst in deze vorm." Beleefd, maar beslist heeft het Madach Imre Gymnasium in Vác laten weten niet in te gaan op het verzoek om komende zondag hun tien beste leerlingen en  hun beste leraar  naar Boedapest te sturen om daar deel te nemen aan de officiële viering van 15 maart, de feestdag waarin de opstand van 1848 wordt herdacht.
De uitnodiging, als je van een uitnodiging kunt spreken, kwam van KLIK, het centrale instituut dat de baas is over het overgrote deel van de Hongaarse scholen, en van het bureau dat verantwoordelijk is voor de organisatie van nationale festiviteiten. Vorige week ontkende KLIK nog dat scholen zo'n verzoek hadden ontvangen.  Maar inmiddels is duidelijk dat alleen al uit de provincie Pest 250 leerlingen worden verwacht.
De website Magyarinfo.blog.hu wist de hand te leggen op de brief aan de scholen. In het totaal wil KLIK 800 leerlingen optrommelen als publiek voor de officiële feestelijkheden. Ze worden niet alleen verwacht bij het hijsen van de vlag op het Kossuth tér, maar ook bij premier Orbáns rede bij het Nationaal Museum.
Troostprijs: het vervoer is gratis, en ze krijgen ook een gratis lunch. Helaas, aldus de brief, kan bij die lunch vanwege het grote aantal deelnemers geen rekening gehouden worden met voedselallergieën of andere speciale behoeften. Oh ja, en of de ouders er ook even toestemming voor willen geven dat hun kinderen mogelijk door de tv worden geïnterviewd.
Daar had de school in Vác dus geen zin in. "We organiseren onze eigen herdenking", liet de schoolleiding aan KLIK weten, maar: "De leraren van ons lerarenkorps ondersteunen deelname van leerlingen aan politiek getinte bijeenkomsten niet en ze organiseren die zelf ook niet. Ze vinden het onaanvaardbaar dat zo'n deelname voor leerlingen op een of andere manier verplicht zou zijn, en vinden het ook in tegenspraak met de dataprotectiewet om de gegevens van eventuele deelnemers, dat wil zeggen de leerlingen, aan de organisatoren te sturen."
Duidelijke taal, waar de leraren vermoedelijk even over hebben moeten nadenken. Want je mag niet aan politiek willen doen, maar aan een overheidsorganisatie, aan je baas zelfs, schrijven dat je je leerlingen niet aan een officiële herdenking laat deelnemen omdat die volgens jij een politiek karakter heeft, dat is een politieke daad. Het is namelijk onverholen kritiek. En kritiek is riskant voor leraren. De wet staat toe om iedere ambtenaar zonder opgaaf van redenen te ontslaan. De eerste reactie is er al: de Vereniging voor de Volgende Generatie, een Fidesz-club, heeft het schoolbestuur voor 'landverraders' uitgemaakt.
Het is niet voor het eerst dat er jeugdig publiek wordt georganiseerd voor de 15 maart toespraak van premier Orbán. Twee jaar geleden bleek dat veel jongeren in het publiek studenten waren die daarvoor 1500 tot 2000 forint hadden gekregen. Ook andere bewindslieden laten hun bijeenkomsten zo opfleuren. Toen minister van landbouw Sándor Fazékas oktober vorig jaar een tocht langs een aantal oorlogsmonumenten in de Kunság maakte, werden overal scholieren, en in een aantal gevallen zelfs kleuters opgetrommeld om er in de stromende regen voor te zorgen dat er überhaupt publiek stond. Ach ja, zo ging het in 1980 ook.
Scholieren als publiek, oktober 2014. Foto Index.hu
De scholieren die wel gaan, staat overigens een lange dag te wachten. Ze moeten tot drie uur 's middags paraat blijven, wanneer de 'Nationale Declamatie' geacht wordt te beginnen. In ieder dorp en iedere stad waar een straat of plein vernoemd is naar Lajos Kossuth of Sándor Petőfi (twee vooraanstaande figuren tijdens de opstand) of naar de 15de maart zelf, worden mensen opgeroepen om zich om drie uur naar die straat te begeven om daar samen Petőfi's 'Nationale Lied' te declameren, Ieder Hongaars kind leert dat gedicht uit 1848 op school uit zijn hoofd: "Sta op Hongaren, het Vaderland roept! De tijd is hier, nu of nooit. Zullen wij slaven zijn of vrij? Dat is de vraag, kies je antwoord!" 

woensdag 4 maart 2015

Volkomen helder

Een behoeftige in een perifeer dorp
In gezegende staat of in verwachting. Dat zijn de termen die ambtenaren van het Hongaarse ministerie van menselijke hulpbronnen in toekomst moeten gebruiken als het over zwangere vrouwen gaat. Armoede mag ook niet meer. Hongarije heeft alleen nog maar ‘behoeftigen’. Onlangs kregen de medewerkers van het superministerie, dat belast is met onderwijs, sport, gezondheidszorg, sociale zaken, cultuur, religie en familiezaken, per e-mail een pagina’s lange lijst met termen die ze niet meer geacht worden te gebruiken, plus de gewenste alternatieven.
Zoltan Balog, een gereformeerde dominee die minister van menselijke hulpbronnen is (op zich al een curieuze benaming, ook in het Hongaars) zei een paar maanden geleden al dat hij het woord ‘terhesség’ (zwangerschap) liever zag verdwijnen. Die Hongaarse term suggereert een last, maar in een land dat graag zoveel mogelijk kinderen wil, is zwangerschap natuurlijk geen last, maar een lust.
Na het uitlekken van de lijst trokken media onmiddellijk de vergelijking met ‘Newspeak’, de taal die in het boek ‘1984’ van George Orwell werd ontwikkeld om de gedachten van de burgers te controleren en in te dammen. Maar dat is uiteraard niet de bedoeling, aldus een woordvoerder van het ministerie tegenover de nieuwssite VS.hu, die de hand op de e-mail wist te leggen. We moeten de lijst zien als een ‘wegwijzer’ die helderheid en eenheid in de communicatie binnen het ministerie moet scheppen.
Dat zal toch even wennen worden voor de ambtenaren, want niemand had het tot nu toe over ‘perifere dorpen’ als het om dorpen ging waar vooral of uitsluitend zigeuners wonen. Segregatie was de normale term. Maar vanaf nu wonen zigeuners dus in de periferie. Die perifere dorpen zijn trouwens geen arme dorpen, maar onderontwikkelde dorpen. Het ministerie doet ook niet meer aan armoedebestrijding, maar aan sociale convergentie. En er wonen geen families meer met ‘veel’ kinderen, alleen maar met ‘meer’ kinderen. Over helderheid gesproken.
Sommige van de nieuwe begrippen zijn duidelijk een inhaalslag in politieke correctheid. Zo mogen invalide en gehandicapt niet meer. Die termen zijn vervangen door termen in de geest van ‘mensen met een beperking’. Voor ‘vak’ (blind) moet het synoniem ‘világtalan’, worden gebruikt, letterlijk licht- of wereldloos en blijkbaar minder aanstootgevend.
Maar andere termen zijn duidelijk bedoeld om beleid te verfraaien of te verbloemen. Zo moeten medewerkers het woord voetbalstadion vermijden. Sportfaciliteit is de gewenste term. Voetbalstadions liggen namelijk politiek gevoelig. De afgelopen vier jaar zijn krankzinnige bedragen besteed aan de bouw van stadions, waaronder een peperduur ministadion met 3000 zitplaatsen in het dorp waar premier Viktor Orbán vandaan komt. Die zitplaatsen waren alleen bij de opening ooit vol. Ook de andere nieuwe stadions staan leeg, een feit dat de oppositie graag benadrukt. Vandaar dus liever: sportfaciliteiten.
Sommige gewraakte termen geven aardig aan hoe de beleidsmakers werkelijk over zaken denken. Aangezien vrouwen meer kinderen moeten krijgen, is het logisch dat ze eigenlijk thuis horen te zitten. Gelijke kansen zijn dan ook niet echt gewenst. De voorkeursterm is daarom hetzij “sociale gelijkheid” of “een harmonische samenwerking tussen man en vrouw”. Als het met die harmonische samenwerking nou niet zo botert en er thuis op los gemept wordt, mag niet meer gesproken worden over familiegeweld (de normale Hongaarse term), maar - ongetwijfeld politiek veel correcter - over ‘geweld binnen relaties’.
Hongarije heeft trouwens in toekomst geen maatschappij meer, maar een ‘Hongaarse gemeenschap’ en het  Hongaarse volk gaat vanaf nu door het leven als ‘Hongaarse natie’. Dat geeft reden tot nadenken, want zigeuners, die meestal als minderheid werden aangeduid, zijn vanaf nu ook
een natie, de Roma natie, en worden daarmee apart gezet van de Hongaren. Of de Hongaarse gemeenschap wel een plek voor hen heeft, is afwachten. Anders blijven ze dus voor eeuwig in de periferie.