vrijdag 19 september 2014

Kritische organisaties verder onder druk

Steun voor Ökotars
De Hongaarse belastingdienst NAV heeft gisteren de belastingnummers van vier civiele organisaties ingetrokken. Daarmee wordt hen het werken in feite onmogelijk gemaakt. Het is een volgende stap in de pogingen van de regering om kritische maatschappelijke organisaties zoals milieuorganisaties en mensenrechtenorganisaties monddood te maken. Het is hoofdstuk zoveel in een drama dat dit voorjaar begon. 
Eind vorige week kreeg ik een paniekerige email: “Politie doet huiszoeking bij toneelgroep Krétakör!” De mededeling werd gevolgd door het dringende verzoek aan iedereen zo snel mogelijk naar de plaats des onheils te komen. Even later een nieuwe mail: de massale politieaanwezigheid bij het kantoor van de regeringskritische Hongaarse toneelgroep was toeval. Vlakbij was een ontmoeting tussen de Hongaarse premier Viktor Orbán en voormalig EU-topman José Manuel Barosso.
Vals alarm dus, maar de email is veelzeggend. Een week eerder deed de politie huiszoekingen bij milieuorganisatie Ökotars en bij Demnet, een organisatie die de ontwikkelingen van democratische rechten in Hongarije ondersteunt. Niet alleen de kantoren, ook woningen van medewerkers werden doorzocht.
Sindsdien vrezen regeringskritische organisaties dat zij misschien de volgende zijn. Er is angst en alles lijkt mogelijk. “Kan zoiets ons ook overkomen?” vraagt de secretaresse van een mediaorganisatie zich bezorgd af als ze de beelden op tv ziet. Ze ziet de politie al door haar woning marcheren.
Ökotárs, Demnet en de andere twee organisaties waarvan het belastingnummer werd ingetrokken, zijn verantwoordelijk voor de verdeling van Noorse financiële steun aan maatschappelijke organisaties in Hongarije en dat is de regering een doorn in het oog. De fondsen zijn onderdeel van een samenwerkingsovereenkomst tussen Noorwegen en de EU en vergelijkbaar met EU-steun aan sociale projecten in Centraal-Europa. Belangrijk verschil: terwijl de Hongaarse regering zelf de EU-fondsen mag verdelen, laat Noorwegen dat via onafhankelijke lokale organisaties lopen.
Zover als Rusland, dat vergelijkbare organisaties als ‘buitenlandse agenten’ in de ban heeft gedaan, gaan de Hongaren niet. Maar midden april beschuldigde János Lázár, topman in het bureau van premier Orbán, de Noren wel van inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Hongarije. en premier Viktor Orbán heeft al enkele malen verklaard dat de kritische civiele organisaties volgens hem "buitenlandse belangen" vertegenwoordigen. Lázár publiceerde een lijst van dertien organisaties die volgens hem ‘problematisch’ waren in dit verband. Daarop stonden behalve Ökotars en Demnet onder meer mensenrechtenorganisatie, anticorruptiewaakhonden, organisaties tegen vrouwen- en kindermishandeling en de Budapest Gay Pride. 
Omdat Ökotars als milieuorganisatie goede contacten heeft met de groene oppositiepartij LMP is er volgens Lázár sprake van buitenlandse en illegale partijfinanciering. Maar de beschuldigingen variëren. De nieuwste is dat Ökotárs, dat af en toe voorschotten verstrekt als organisaties op hun Noorse subsidie moeten wachten, zich daarmee aan illegale bankpraktijken schuldig maakt.
Maar wat de beschuldiging ook is, de kern is dat Lázár vindt dat de verdeling van de fondsen moet worden overgedragen aan een regeringsbureau. Voor de betrokken organisaties zou dat rampzalig zijn. De EU-fondsen gaan tegenwoordig vrijwel uitsluitend naar regeringsgetrouwe ontvangers. Voor kritische organisaties zijn de Noren (en kleinere Zwitserse fondsen die inmiddels ook onder vuur liggen) momenteel vrijwel de enige bron van inkomsten.
Het probleem, zegt politiek analist Tamás Boros van Polity Solutions, is dat regeringspartij Fidesz iedere kritiek als politieke aanval ziet en geen onderscheid maakt tussen oppositiepartijen en maatschappelijke organisaties. “Maatschappelijke organisaties moeten uiteraard kritisch naar het beleid kijken, maar dat wordt door de regering gewoon als deel van de politieke oppositie gezien,” zegt Boros. En dat rechtvaardigt alles dat die organisaties het leven moeilijk maakt: financieel afknijpen, aanvallen in regeringsgezinde media, al dan niet terechte corruptieaanklachten.
In een recent interview met de Süddeutsche Zeitung verwerpt regeringswoordvoerder Zotán Kovács deze kritiek. Volgens hem hebben de organisaties gewoon de wet gebroken.Het is volgens hem heel simpel om de regering vervolging van politieke opponenten te verwijten. “De wet is de wet en daar moet iedereen zich aan houden.”


zondag 7 september 2014

En je mag zomaar vragen stellen!

"Weet je wat hier echt anders is? Ze zijn op de universiteit echt geïnteresseerd hoe het met je gaat, ze willen je helpen om het zo goed mogelijk te doen!" We praten op Skype over de eerste studieweek van onze zoon in Nederland, en de paar college's die hij heeft gehad, zijn duidelijk een verbijsterende, en positieve, ervaring.
En niet alleen de college's, ook de hele begeleiding eromheen, het feit dat bij ieder vak een tutor is waar je om hulp kunt vragen, dat er begeleiders zijn die je op weg helpen met projecten, en een systeem waarbij wordt nagegaan welke studieopdrachten voor veel mensen problemen opleveren, zodat daar extra aandacht aan kan worden besteed. Van het Hongaarse onderwijs, waar alles gericht is op de kleine topgroep in de klas die met wedstrijden en extra vermeldingen tot nog betere prestaties worden aangemoedigd, zit hij plots in een systeem waar men er alles aan doet om de middenmoot en zelfs de achterblijvers mee te trekken, als die tenminste zelf bereid zijn daar werk in te steken. Bepaald een andere aanpak.
Hongaarse studentenkamer
Waar hij helemaal niet over uit kan, is dat je tijdens colleges vragen mag stellen, sterker nog, dat dat wordt aangemoedigd. Hij kent de verhalen van Hongaarse vrienden: grote collegezalen waar een professor een monoloog houdt en waar het ondenkbaar is dat studenten een vraag stellen, ook als ze geen woord begrijpen van wat er wordt verteld. Hij heeft het zelf op school ook meegemaakt, dat leraren boos werden als leerlingen vragen stelden. En dan gold zijn school nog als een behoorlijke vooruitstrevende.
Als ik een vriendin over de eerste collegeweek vertel, komt zij met het verhaal van haar dochter, die naar de zesde klas (groep acht) van de lagere school gaat. Die heeft dit jaar een nieuwe juf. Een van de eerste lessen meldde een kind dat het zijn huiswerk niet had gedaan, omdat het de lesstof niet snapte. In plaats van extra uitleg kreeg hij twee zwarte punten bij zijn naam (niet goed, vijf zwarte punten zijn samen een één, onvoldoende), en werd de hele klas getrakteerd op een donderpreek dat het toch een schande was dat al in de eerste week iemand zijn huiswerk niet inleverde. Echt een aanmoediging om de rest van het jaar om hulp te vragen.
Voor dat onze zoon vertrok, wilden al zijn vrienden natuurlijk weten waar hij ging wonen. In een kamer in een studentenhuis, was het antwoord. Oh ja? En met hoeveel mensen? Alleen. Alleen? Echt waar, alleen. On het huis wonen zes studenten, maar in zijn kamer echt maar één. Van Hongaarse kant werd met verbijstering gereageerd. In een Hongaarse studentenflat, kollégium, deel je je kamer meestal met drie of vier mensen. Studeren doe je in een aparte studieruimte, eten over het algemeen in een kantine. Als je pech hebt, slaap je in een stapelbed. Vaak hebben de bewoners niet eens ieder een eigen tafel.
Geen wonder dat de meeste van zijn vrienden thuis blijven wonen als ze het zich qua afstand kunnen veroorloven. Er hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan die Nederlandse luxe, want waar een Hongaarse student maandelijks tussen de 30 en de 80 euro betaalt, zijn Nederlandse studenten snel een paar honderd euro kwijt. En dat onze zoon zelf moet koken, dat vonden zijn vrienden eigenlijk een beetje zielig, geloof ik.

maandag 11 augustus 2014

Hongaarse waar, alsublieft!

100 procent Hongaars of uit eigen tuin
“Eén, vijf, nul,” zegt het meisje. Honderdvijftig, zegt haar vader. Terwijl ze bij een groentestal op de markt in Vác wachten op hun beurt, telt ze verder. Dan wijst ze plots op het kleine Hongaarse vlaggetje bij de tomaten. “Dat zijn Hongaarse waren, hè papa?” Die knikt.” Ze wijst: veel vlaggetjes, veel Hongaarse waren. “Goed hè, papa,” zegt ze. Tellen gaat moeizaam, maar dat Hongaarse producten het best zijn, weet ze al. Vader straalt: “Wat ben jij knap!”
Zes van de tien Hongaren geven volgens onderzoek de voorkeur aan Hongaarse producten. Hoe anders was dat een kwart eeuw geleden. Toen kort voor de val van het communisme de eerste Hongaarse McDonald’s zijn deuren opende, was het toppunt van geluk als je daar kon eten. Tienduizend klanten dromden de eerste dag naar binnen voor een Amerikaanse hamburger. Wie zich geen dure hamburger kon veroorloven, deelde samen één dure beker Cola.
Maar wie zichzelf als echte Hongaar bestempelt, eet tegenwoordig liever Hongaarse kolbász (worst) dan Amerikaanse hamburgers. Zoals Zalán Briglovics, die samen met zijn vrouw een internetbedrijfje runt waar hij Hongaarse kaas, jam, honing, sappen en schoonmaakmiddelen aanbiedt en zijn droom propageert: een Hongarije waar mensen uitsluitend Hongaarse producten gebruiken. Utopia, geeft hij toe, maar persoonlijk probeert hij dat ideaal wel te verwezenlijken.
Opening McDonald's, 1988
Blij wordt hij van zijn eigen koelkast, waarin je geen Parmaham vindt, maar spek, kaas en boter uit eigen land. Daarnaast zelfgemaakte augurken, abrikozenjam en mayonaise en varkensvlees van eigen slacht. Verder Hongaarse bloemkool en tomaten, paprika in zuur en uiteraard Hongaarse mosterd. Melk en eieren komen direct van de boer.
Briglovics gebruikt geen olijfolie, maar Hongaarse zonnebloemolie. Zijn rijst komt van de (zeer beperkte) Hongaarse rijstvelden. Zijn groenten kweekt hij grotendeels zelf. Af en toe eet hij in de winter een sinaasappel, voor de vitamine C, maar liever niet: “Hongaarse darmen zien in hun leven geen zuidvruchten. In plaats daarvan hebben we goede Hongaarse appels, winterbestendige peren, gedroogde abrikozen of zelfs zuurkool.”
Zijn bedrijf, de Goede Hongaar, verkoopt uitsluitend 100 procent Hongaarse producten zonder toevoegingen. Beter voor de gezondheid dan de troep die multinationals produceren, en beter voor de economie, meent hij: “Hongaarse waren betekenen Hongaarse arbeidsplaatsen.”
Een paar keer per week moet Briglovics voor zijn werk bij de Tesco-hypermarkt zijn. “Ik doe daar geen boodschappen, dat zou me wat moois zijn. Maar ik zie wel wat voor rotzooi die winkel verkoopt”. Hij is niet de enige die meent dat Hongaarse waar beter is. Een sticker met “Hongaars product” op de verpakking verhoogt de verkoopkans aanzienlijk. Ook McDonald’s heeft dat beseft. De fastfoodketen meldt daarom tegenwoordig al op de winkelruit dat de kip, eieren en tomaten lokaal worden gekocht.
Begin jaren negentig, toen Zoltán Kovács een winkeltje met badkleding opende, stond import voor veel mensen juist synoniem met kwaliteit. Toen de eerste winkel met Italiaanse lingerie de deuren opende, stond er een eindeloze rij op straat van mannen die hun vrouw gelukkig wilden maken met een kanten bh en vrouwen die op zoek waren naar iets verleidelijkers dan het Hongaars ondergoed dat hooguit grootmoeders konden bekoren. Oostenrijkse gemalen koffie werd een hit, niet omdat er een koffietekort was, maar omdat je Hongaarse koffie zelf moest malen bij grote koffiemolens achter de kassa.
Kovács, die een dochter in het Hongaarse zwemteam en een zoon in het waterpoloteam had, rook zijn kans. Hij importeerde professionele zwemkleding uit Duitsland en verkocht die in een winkeltje van één bij één meter op een drukke straat in Boedapest. Een onderneminkje van niets, maar topsporters waren er dolblij
mee. Het miniwinkeltje groeide uit tot Arena, een keten van gespecialiseerde sportzaken waar professionele watersporters ook vandaag nog hun spullen halen. Het assortiment komt nog steeds vooral uit het buitenland. Soms is import toch echt beter.

maandag 4 augustus 2014

Jij, U en U

We tutoyeren, klaar uit!
Hongaars heet een van de moeilijkste talen ter wereld te zijn, en ik wil het graag geloven, vooral om mezelf te troosten dat ik de taal na zoveel jaar nog steeds niet zo goed spreek als ik zou willen. Er zijn trouwens volgens mij kleine talen die nog een stuk lastiger zijn, maar dat het Hongaars niet simpel is, althans niet voor de gemiddelde Europeaan, staat vast. Ik blijf worstelen met de werkwoorden, maar een van mijn meest curieuze problemen wordt veroorzaakt door het feit dat het Hongaars behalve een woord voor jij twee woorden voor U heeft: maga en ön. En ik heb nog steeds geen idee wanneer ik die nou precies moet gebruiken.
Gelukkig sta ik daarin niet alleen, ontdekte ik toen ik het laatst eens op het internet opzocht. Er zijn uitgebreide verhandelingen over de kwestie en op internetfora worden complete discussies aan die vraag gewijd. En niet door met de taal worstelende buitenlanders, maar door Hongaren die het blijkbaar ook niet weten.
Wat ik ooit leerde, was dat ön formeler is dan maga. Ön zeg je dus tegen mensen waar je heel erg beleefd tegen wilt zijn, maga tegen mensen die je iets beter kent. Tegen een politieagent zeg ik voor de zekerheid dus maar Ön, maar tegen de buurman die ik regelmatig tegenkom en die mij iedere keer formeel met 'ik kus de hand' (of beter, 'ik kus', want zoals de meeste mannen laat hij de hand weg)? Ön of maga? De buurvrouw in het dorp? Gelukkig kun je in de meeste gevallen helemaal zonder persoonlijk voornaamwoord en dus zonder maga of ön, maar als ze wel nodig zijn, weet ik nooit of ik iemand beledig door niet netjes genoeg te zijn, of juist idioot stijf overkom door te netjes te zijn.
En mijn internetzoektocht heeft niet alleen geen antwoord opgeleverd, die heeft mijn twijfels eerder vergroot. Want Hongaren blijken totaal verschillende meningen te hebben over deze kwestie. De één vindt ön vreselijk formeel en gebruikt het alleen in het bijzijn van belangrijke mensen en autoriteiten. De ander vindt maga juist neerbuigend en een beetje plat en gebruikt dat alleen als hij eigenlijk op iemand neerkijkt. De derde zegt nooit ön, of juist nooit maga. En de volgende schrijft dat hij simpelweg zo snel mogelijk gaat tutoyeren en dus op het informele 'te, jij, overstapt.
Die 'te'-zeggers sluiten overigens aan op een traditie, want volgens de populair-wetenschappelijke website Nyelv és Tudomány (Taal en Wetenschap) werd tot aan de zestiende eeuw in Hongarije eigenlijk alleen de jij-vorm gebruikt. Het was de Hongaarse bijbelvertaling die daar verandering in bracht. God net zo aanspreken als de rest van de mensheid ging toch een beetje ver. De Engelsen hielden aan dat probleem het inmiddels bijbelse thou over.  Zoals de Statenbijbel een belangrijke invloed had op het Nederlands, had de Hongaarse Bijbel dat op het Hongaars en zo werd via een ingewikkelde omweg maga een normaal onderdeel van de taal.
Ön schijnt van nog latere datum te zijn. Het was klaarblijkelijk graaf István Széchenyi, de man van de Kettingbrug in Boedapest, van de introductie van het watercloset (wc) in Hongarije en van de Hongaarse Academie van Wetenschappen, die nieuwe beleefdheidsvorm bepleitte als onderdeel van een algemene maatschappelijke hervorming. Naar voorbeeld van het Duitse sie (zij, derde persoon meervoud) en Sie (U) stelde hij voor om een afleiding van ö (hij of zij) te gebruiken voor de beleefde vorm ön.
Weten dat 'te' in het grijze verleden ooit de norm was, helpt me natuurlijk geen steek verder, al valt me wel op dat jongeren tegenwoordig veel makkelijk jij en jou zeggen tegen onbekenden dan vroeger. Zo lang het duurt, natuurlijk, want dit soort verwildering van de zeden lijkt me iets om aan te laten pakken door het dit jaar opgerichte Instituut voor Taalstrategie.
Dat moet zich onder meer gaan bezighouden met het bewaren van de Hongaarse taalerfenis en met de ontwikkeling van termen voor vaktaal. Daar waren ze in  Midden-Europa in de negentiende eeuw ook al dol op. Zo eindigde het Duits met tal van 'eigen' woorden die simpelweg min of meer vertalingen waren van internationaal gebruikelijke termen, zoals Fernsprecher voor telefoon.
Maar het nieuwe instituut heeft ook tot taak ontwikkelingen te weerstaan die indruisen tegen de Hongaarse 'taalwaarden'. Zomaar iedereen met jij en jou' gaan aanspreken lijkt me typisch iets dat daarbij hoort, zeker in de ogen van een regering die zichzelf zo voorstaat op het handhaven van de traditie. Al kan het natuurlijk zijn dat iemand de taalkundigen weet te overtuigen dat het juist oer-Hongaars en heel traditioneel is om tegen iedereen jij te zeggen. Dan en worden we, geheel in de lijn met de manier waarop de laatste jaren wetten worden aangenomen, op zekere maandagochtend verrast met een wet die het gebruik van ön en te ter wille van de traditie juist uitbant.



donderdag 24 juli 2014

Als dieven in de nacht

Protest bij het monument
Iedereen kent ze wel, de wonderlijke vertaalfouten op Hongaarse menukaarten. Als een zaak die zijn lekváros bukta (soort zoet broodje gevuld met jam) vertaalt als een 'fuckup with marmelade', is dat vooral grappig, al vraag je je dan af waarom ze er niet even iemand naar hebben laten kijken die de taal echt spreekt.
Maar als de slachtoffers van (onder meer) de Holocaust in een Hebreeuwse vertaling uit het Hongaars worden omschreven als korbán, 'offerdieren', is de lol er wel af. Pijnlijk, vooral als die tekst ook nog eens op een monument staat waarvan veel Hongaren, joden en niet-joden, menen dat het helemaal niet gebouwd had mogen worden.
Afgelopen weekend legden bouwvakkers als dieven in de nacht de laatste hand aan het omstreden monument ter herdenking van de Duitse bezetting van 19 maart 1944. Van zaterdag op zondag werd in het holst van de nacht van zaterdag Engel Gabriel (die symbool staat voor Hongarije) op zijn plaats gezet. Vanaf bovenaf wordt de arme engel door de perfide Duitse adelaar aangevallen. Omdat enige uitleg op zijn plek is, staat op de sokkel in het Hongaars en vier talen, waaronder dus dat ongelukkige Hebreeuws, de tekst "ter herdenking van de slachtoffers".
Het is er met horten en stoten gekomen, dat monument. Nadat de regering in januari bekend maakte plannen voor zo'n bouwwerk te hebben, barstte een storm van kritiek los. Hoewel de zaak 19 maart af had moeten zijn, werd de bouw uiteindelijk uitgesteld tot een maatschappelijke discussie over de kwestie na de verkiezingen begin april. Althans, dat was de verklaring, maar dat moet de kortste matschappelijke discussie uit de geschiedenis zijn geweest. Daags na de verkiezingen gingen de bouwwerkzaamheden al van start.
En toen stokten ze weer. Maandenlang stonden er alleen een paar zuilen, omringd door hekken en onder permanente bewaking van de politie. Dagelijks kwam er een groep meest oudere demonstranten, die stenen, foto's, kaarsen, bloemen en levensverhalen neerlegden om te vertellen wat ze tegen dit monument hebben. Met de Duitse bezetting begon in Hongarije ook de Holocaust. In luttele maanden tijd 600.000 joden naar Auschwitz versleept. Het monument onderstreept de opvatting dat de Duitsers daarvoor verantwoordelijk zijn en Hongarije er niets aan kon doen.
Dat, menen de demonstranten, is geschiedsvervalsing. Niet alleen bleef admiraal Horthy, die sinds 1920 staatshoofd was, na de Duitse machtsovername aan en had hij macht genoeg om de deportaties in juli stop te zetten, ook werden die deportaties geheel door de Hongaarse autoriteiten uitgevoerd. Adolf Eichmann, Hitlers man voor  de  'oplossing van het jodenvraagstuk', zat hier uitsluitend voor de organisatie van de transporten. Maar het waren Hongaarse agenten, Hongaarse soldaten en Hongaarse ambtenaren die ervoor zorgden dat mensen op de trein werden gezet. Diezelfde autoriteiten zorgden er ook nog voor dat mensen voor hun deportatie hun achterstallige rekeningen hadden betaald, dat ook nog.
En nu is het monument dus in alle stilte afgemaakt. Een officiële onthulling in het bijzijn van premier Orbán komt er niet, is al aangekondigd. Dat heeft vermoedelijk minder te maken met het respecteren van gevoelens van critici, als met de vrees dat zo'n plechtigheid wel eens tot vervelende protesten zou kunnen leiden. De premier blijft meestal ver van protesten tegen zijn beleid, maar het staat ook zo slordig om oude Holocaustoverlevenden en hun nazaten door de politie te laten verwijderen.
Wat er volgens een regeringsverklaring ook niet komt, is een correctie van de tekst, hoe hard die ook nodig is . Volgens rabbi Zoltán Radnóti, die de kwestie in zijn blog aan de orde stelde, laat behalve het gebruik van de term korbán ook de woordvolgorde van de zin te wensen over. Wat het woord korbán betreft: het wordt in het Hebreeuws wel voor slachtoffer gebruikt, in combinatie met andere woorden, maar zoals Radnóti schrijft, in deze samenhang krijgt het wel een hele wrange bijklank.
Afgezien daarvan, ook de Engelse tekst 'In memory of victims' slaat eigenlijk nergens op. Met het ontbrekende lidwoord 'the' zou het al een holle tekst zijn, maar zonder dat lidwoord zegt het helemaal niets. Nu kunnen hier ook slachtoffers van een orkaan, hondsdolheid, auto-ongelukken of skiën worden herdacht.
Maar dat is gezeur, begrijp ik uit de regeringsverklaring. De vertalingen zijn namelijk afkomstig van OFFI, het landelijke bureau dat officiële vertalingen maakt en bekrachtigt. Wie in Hongarije een officieel document vertaald moet hebben, komt bij OFFI terecht. OFFI-vertalingen zijn onfeilbaar. Daar is het bureau zelf althans van overtuigd en daar vragen ze ook belachelijk veel geld voor. En als je, zoals een lid van een internetforum, het pech hebt dat OFFI in de Engelse vertaling van de Hongaarse geboorte-akte van zijn dochter, van een meisje een jongen maakt en bovendien de namen van de vader en de moeder verwisselt? Jammer dan, OFFI corrigeert niet, want OFFI heeft altijd gelijk.
Maar toch, een advies aan het bureau van de premier: het inhuren van een moedertaalspreker levert echt betere vertalingen op dan OFFI. En het kost minder. Of je nou een menukaart maakt, of een monument bouwt.

vrijdag 18 juli 2014

RTL, nieuwe kampioen van de Hongaarse persvrijheid

Nee, RTL voert geen oorlog tegen de Hongaarse regering, zegt Dirk Gerkens, CEO van RTL in Hongarije. Wie de kritische berichtgeving van het RTL-nieuws zo omschrijft, gaat mee met regeringspolitici die ieder kritisch nieuwsbericht als aanval beschouwen. Maar wat klopt, is dat RTL, kampioen van reality-tv, soaps en licht nieuws, zich plots opwerpt als ultieme verdediger van de Hongaarse persvrijheid. Het bedrijf gaat zelfs geld steken in serieuze onderzoeksjournalistiek. “We zijn het laatste grote, onafhankelijke mediaconcern in dit land en ze krijgen ons niet weg,” zegt Gerkens.
Woordvoerder LászlóSimon: serieus nieuws houdt zich hier niet mee bezig
Wie de laatste weken het RTL-nieuws aanzet, ziet regelmatig goed onderbouwd berichtgeving over politieke corruptie en voor iedereen begrijpelijke reportages over de concrete gevolgen van nieuwe regeringsmaatregelen, over het optreden van de politie die vooral zigeuners monsterboetes geeft voor vergrijpen zoals het laten vallen van een zakdoekje en te snel rijdende staatssecretarissen. De zender, de grootste van Hongarije. had onder meer reportages over Lőrinc Mészáros, burgemeester van premier Viktor Orbáns geboortedorp, die in luttele jaren tijd van een bankroete loodgieter een van de honderd rijkste mannen van Hongarije is geworden, en over de vraag hoeveel staatsopdrachten het bedrijf van de vader van Orbán krijgt.
De oorlog die er dus niet is, begon met de invoering van een omzetbelasting op advertenties. Die maatregel treft alle media die advertenties hebben, maar terwijl kleine media één procent betalen, en grotere tien of twintig, is er slechts één bedrijf dat het hoogste tarief van veertig procent moet ophoesten: RTL. En daarmee verandert dat bedrijf in één klap van winstgevend in verliesgevend.
RTL ziet de belastingmaatregel dan ook als een uitdrukkelijke poging in om het bedrijf het land uit te werken, niet zo gek gezien de openlijke antipathie van veel regeringspolitici tegen de omroep. Maar de onderneming heeft aangekondigd zich met alle middelen te verzetten. “Als we hieraan toegeven, breng je andere landen ook op ideeën,” verklaart Gerkens dat besluit van de moedermaatschappij in Luxemburg. RTL plant onder meer juridische procedures, maar Gerkens wil daar om tactische redenen niet meer over kwijt. 
“Maar onze nieuws is geen oorlogsverklaring, we doen gewoon ons werk,”zegt ook Róbert Kotroczó, hoofd van de nieuwsafdeling van RTL. Dat de belastingmaatregel samenviel met het besluit van RTL om pandageboortes in te ruilen voor politieke en sociale verslaggeving is toeval, echt. Aanleiding voor het nieuwe beleid was de strategische beslissing om de concurrentie aan te gaan met het nieuws van de concurrerende commerciële omroep TV2, die overigens zulke nauwe banden met de regering heeft dat het bedrijf dit jaar geen advertentiebelasting hoeft te betalen.
Hoe dan ook, RTL staat plotseling op de kaart als zeer serieuze nieuwszender die regelmatig door andere media wordt aangehaald. Dat legt het bedrijf trouwens geen windeieren. Wie denkt dat tv-nieuws zijn langste tijd heeft gehad: RTL-verslaggevers hebben op straat plotseling een soort sterstatus. De kijkcijfers groeien en de redactie wordt bedolven onder de tips. Een anonieme toegestuurd compleet dossier met alle stukken, namen en telefoonnummers, Kotroczó kijkt er al niet meer echt van op.
De redactie werkt nauw samen met anticorruptieorganisaties zoals Transparency International en de Hongaarse website Átlátszó (Doorzichtig) en is bezig met de oprichting van een eigen afdeling voor onderzoeksjournaliek. Belangstellenden voor die baan zijn genoeg. “Welke journalist zou er op dit moment niet bij RTL willen werken?” zegt Kotroczó. Hijzelf duidelijk wel. Hij straalt.
De reacties van regeringszijde zijn zuur. Een financieel dagblad met zeer goede banden in de regering schreef over de bonus van 5,3 miljoen euro die Gerkens opgestreken zou hebben. Helaas moest het blad toegeven dat het zich drie nullen had vergist. Het ging slechts om 5300 euro.
Regeringspolitici praten niet meer met de zender, op een enkele officiële woordvoerder na. Zo meende  László L. Simon, woordvoerder van het kantoor van de premier, dat een serieuze zender zich niet bezig hoort te houden met vragen als of het bedrijf van Orbáns vader staatssubsidies krijgt. Af en toe is er een parlementariër die anoniem iets kwijt wil, maar verder vermijden Fidesz-vertegenwoordigers de RTL-microfoon. Ironisch, grinnikt Kotroczó: “Een jaar geleden klaagden ze dat we geen serieus nieuws brachten. Brengen we politiek, is het ook niet goed.”

maandag 14 juli 2014

De oogproblemen van de Hongaarse Vrouwe Justitia

Stel,er valt een zakdoekje uit je zak terwijl je je mobieltje tevoorschijn haalt. Toevallig is er een Hongaarse agent die het ziet. Hoeveel zou je dat kosten? Een vermanend woord? Een paar duizend forint? Niet meer waarschijnlijk, als je een jonge blonde vrouw of een vriendelijke oude dame bent. Maar wees geen zigeuner. Onlangs stuurde een Hongaarse rechter een zigeuner uit Piliscsaba tien dagen de gevangenis in, omdat hij een boete van 50.000 forint (pakweg 165 euro) niet had betaald. En die boete had hij dus gekregen, omdat er een papieren zakdoekje uit zijn zak was gevallen. Of misschien had hij het wel expres laten vallen. Maar dan nog...
Tamás, de man in kwestie, leeft van een uitkering. Of beter, hij zit in de werkverschaffing, en die boete was ongeveer wat hij in een maand verdient. Theoretisch had hij zijn straf kunnen betalen door tien dagen in de werkverschaffing te werken. Maar hij kon zichzelf moeilijk verdubbelen, en tien dagen inkomsten kon hij niet missen zonder honger te lijden. Dus werd de gevangenis. Een troost: daar kreeg hij in ieder geval te eten.
Zigeuners vormen iets van vijf tot tien procent van de Hongaarse bevolking. Niemand weet het precies, want het wordt niet bijgehouden in het bevolkingsregister, maar laten we het grofweg stellen: als je arm bent en donker van huid, dan is de kans groot dat de politie, en de rest van de bevolking, je voor zigeuner verslijt. En dan is de kans weer een stuk groter om wegens een klein vergrijp aangehouden te worden.
Dat ligt niet uitsluitend aan het feit dat politieagenten iedere arme, zwartharige sloeber als zigeuner kwalificeren. De kans om in een dorp een boete te krijgen schijnt sowieso hoger te zijn dan in de stad. Dat geldt vooral in dorpen waar de politie 24 uur per dag aanwezig is, want in het gemiddelde dorp gebeurt per slot van rekening niets. Die agenten vervelen zich te pletter, dus die gaan iets zoeken om te doen.
De kans dat ze hun verveling verdrijven door Pista met zijn zwarte haren en zwarte ogen lastig te vallen is toch heel wat groter dan de kans dat ze Véronika néni met haar zwarte Hongaarse klederdracht en haar kanten kapje beboeten. Volgens het Hongaarse Roma Persbureau dat de zaak onderzocht, is het in dorpen in Oost-Hongarije, waar veel zigeuners wonen, moeilijk om Roma te vinden die nooit een boete hebben gehad voor een minieme overtreding.
En dat terwijl Véronika néni zich net zo goed schuldig gemaakt kan hebben aan veel van de zaken waar zigeuners die boetes voor krijgen. De nieuwssite Index zette er onlangs een gevallen op een rijtje:
Olaszliská
- een 20-jarige vrouw uit Olaszliská  met een kind dat vanwege ziekte permanent in een kinderwagen zit. Op vuilnisophaaldag moest ze vanwege de vuilnisbakken die op de stoep stonden, met de kinderwagen op de weg lopen. Boete: tienduizend forint (dertig euro). Later kreeg ze ook nog een boete wegens oversteken op een plek waar geen zebra is. Pikant detail: er is geen zebra in het dorp.
- Een jongen die tienduizend forint boete kreeg omdat hij, terwijl hij vanwege een vertraagde bus langs de weg naar huis liep, aan de verkeerde kant van het wegdek liep. Dezelfde jongen had ook al eens boetes gekregen vanwege een lekke band (?) en het ontbreken van reflectoren op zijn fiets. Overigens lopen zoveel Hongaren rechts langs de weg dat ik het voor de zekerheid even heb opgezocht. Mocht u ooit in de situatie komen, links, tegen het verkeer is, is ook in Hongarije de juiste plek.
- Een man die in een klein stadje in de werkverschaffing straten veegde, wilde naar de andere kant van de straat om daar schoon te maken. Het zebrapad was pakweg tachtig meter verderop. Beetje ver, dus dat deed hij niet. Boete: 5000 forint. Terwijl de agenten de bon uitschreven, staken er tal van andere mensen over. Niemand van hen werd aangehouden.
Antal Rógan (links) op de fiets
- En dan was er een man die een boete van 15000 forint kreeg voor het niet dragen van een oranje zichtbaarheidsvest op de fiets (officieel verplicht buiten de bebouwde kom, maar ik ken geen toerfietster die zo'n vest echt draagt). Hij werd ook nog eens naar het bureau meegenomen voor een alcoholcontrole. Hoewel die negatief was, kostte hem dat nog eens 27.000 forint. Een paar weken later liep dezelfde man met zijn vriendin, geen zigeuner, op straat. Hij werd gecontroleerd, zij niet. Hij kreeg een boete, omdat hij op de weg liep.
En dan meldt Index nog boetes wegens overtredingen als het niet dragen van een veiligheidsgordel op een parkeerterrein, het parkeren in de berm voor het eigen huis en het ontbreken van een fietsbel, een onderdeel dat wel vaker ontbreekt op Hongaarse fietsen, zoals bijgaande foto van Antal Rogan, parlementariër van regeringspartij Fidesz, op Facebook demonstreert.
Dertig tot vijftig procent van de bevolking van Hongaarse gevangenissen bestaat uit zigeuners. Dat is veel in vergelijking tot hun aandeel in de totale bevolking. Maar als mensen voor het laten vallen al tien dagen in de gevangenis kunnen komen, is het natuurlijk ook niet gek dat ze in de bajes oververtegenwoordigd zijn. Vrouwe Justitia mankeert duidelijk wat aan haar ogen.