zondag 29 juni 2014

Een volle synagoge in de Hongaarse provincie

Concert in de synagoge van Albertirsa
“Joden in Albertirsa?” Het piepkleine oude dametje fronst nadenkend. “We hadden natuurlijk de winkelier, dat was een jood, maar die is dood. En verder? Volgens mij hebben we geen joden in het dorp, nee.” Ze kijkt haar dochter aan, maar ook die schudt haar hoofd. Of ze iets weten van de joden die er vroeger hebben gewoond? “Er waren hier in de negentiende eeuw veel joden, geloof ik. Mijn grootmoeder, die had er vast meer over kunnen vertellen, maar die leeft natuurlijk niet meer,” zegt de oude dame.
Ze heeft echt geen idee. Ze is geboren in 1940, toen er nog honderden joden in het Hongaarse Albertirsa woonden. Ze moet als klein kind regelmatig joden op straat tegen zijn gekomen, en met haar moeder boodschappen hebben gedaan bij een joodse winkelier. De massieve synagoge in het centrum van het dorp getuigt van een gemeenschap die stevig geworteld was. Maar in juni 1944, zij was hooguit vier, werden alle joden naar Auschwitz gestuurd. Slechts twintig mensen overleefden, en met de gemeenschap stierf de herinnering aan hen uit. Vandaag is de eerste keer dat ze echt worden herdacht.
Decennialang stond de synagoge in Albertirsa leeg. Na de oorlog is ze lange tijd als opslag gebruikt. De afgelopen jaren kreeg het gebouw een iets waardigere functie en werd enkele malen als tentoonstellingsruimte gebruikt. Af en toe komen er wandelaars langs die in de geschiedenis geïnteresseerd zijn.
Maar veel dorpelingen komen hier voor het eerst. Ze zijn duidelijk onder de indruk van de grote ruimte met zijn gewelfde korenblauw plafond, bezaaid met honderden kleine Davidsterren. Op de oostelijke muur is nog vaak de afdruk te zien van de Thoraschrijn en het baldakijn dat daarboven hing. Grotere, wat onregelmatig geschilderde Davidsterren rond de lampen verraden de boerse hand van een lokale schilder.
De dorpelingen zijn hier op uitnodiging van het Boedapest Festival Orkest (BFO) en de orthodoxe rabbijn Slomo Köves voor een concert en een voordracht over het Hongaarse jodendom. Het is een gemeenschappelijk project van de rabbijn en BFO-dirigent Iván Fischer. Met een serie optredens in leegstaande synagoges in de provincie hopen ze mensen bekend te maken met een vergeten stuk verleden en zo vooroordelen uit de weg te helpen.
Niet alleen hier in Albertirsa, ook in andere plaatsen is de belangstelling tot blijschap van de organisatoren overweldigend. “Het is zeventig jaar geleden dat deze ruimte voor het laatst zo vol met mensen zat als vandaag, en het is fantastisch om te zien dat dit gebouw weer tot leven komt,” zegt Fischer als hij de bomvolle zaal toespreekt.
De burgemeester kondigt aan dat de gemeente de synagoge gekocht heeft met de bedoeling er een herdenkingscentrum te maken. Als het aan rabbijn Köves ligt, zal de nadruk in dat centrum meer op het joodse leven dan op de Holocaust liggen. Hij is ervan overtuigd dat onbekendheid onbemind maakt en een belangrijke oorzaak is van het luider wordende antisemitisme in Hongarije.


donderdag 19 juni 2014

Eindexamenperikelen VII: diploma-uitreiking en een cadeautje van de regering.

Cadeautje voor iedereen: de Grondwet
Op de diploma-uitreiking van je zoon te laat komen: het kan natuurlijk niet, maar ik kon er echt niets aan doen. De trolleybus waarin ik zat, begaf het halverwege de rit. Daarom had ik geen idee wie er aan het woord was toen ik binnenkwam. Iemand met de Hongaarse voorliefde tot lange toespraken, dat was zeker. Eindeloos ging hij door over het feit dat dit een feestdag was en over de etymologische achtergrond van het Hongaarse woord voor feestdag, "ünnepi nap". Blij dat niet de klassenleraar is, stel je voor dat iedere ouderbijeenkomst zo verlopen was, dacht ik na pakweg een half uur, in de veronderstelling dat het een leraar van school was.
Wakker werd ik pas toen de man, de voorzitter van de examencommissie zoals ik pas later hoorde, plots met een huilstem zei dat hij de feestvreugde niet wilde bederven, maar dat hij op deze feestdag toch iets kwijt moest, namelijk hoe gelukkig de leerlingen hier waren dat ze in zulke veilige omstandigheden leefden. Sommige anderen hadden het echt slechter getroffen en leefden onder hele andere omstandigheden.
Een wat verwarde seconde verwachtte ik iets zoals medelevende woorden over kinderen in oorlogsgebieden in Syrië of Afrika. Maar daar ging het niet over. Het ging om het lot van de Hongaren over de grenzen, en dan met name om een meisje dat hij geëxamineerd had in Karpatalja, Transkarpatië, het westelijke puntje van Oekraïne, waar een Hongaarse minderheid van pakweg 150.000 mensen woont. Dat meisje, een uitstekende leerlinge, wilde medicijnen studeren. Maar met de situatie in haar land was het niet ondenkbaar, zei hij, dat ze daardoor misschien ooit in haar leven aan het front zou komen te werken. Nogmaals, echt, hij wilde de feeststemming niet bederven, maar realiseerden de leerlingen hier zich wel in wat voor veilige omstandigheden ze leefden?
Ik zag de klassenleraar met moeite een gaap wegslikken. Hij is een man van korte toespraken en had, hoorde ik achteraf, vooraf zijn hoop uitgesproken dat deze hele ceremonie tien minuten zou duren. Inmiddels waren we dik een half uur en vele wijsheden verder. En we waren nog niet klaar, er volgde nog een lang Grieks gedicht, met veel zinnen over de weg, de waarheid en het leven. Pas daarna was eindelijk het moment aangebroken waarop iedereen zat te wachten: de uitreiking van de diploma's, met lofprijzingen voor de beste leerlingen en een zoen van de juffrouw voor iedereen.
Behalve hun diploma kregen de leerlingen kregen een cadeautje van de regering: een prachtuitgave van de nieuwe Hongaarse grondwet, met op iedere linker pagina een heroïsche plaat uit de Hongaarse geschiedenis en voorin een losse bijlage van 16 pagina's met alle veranderingen die sinds de aanname van deze 'in steen gehouwen' grondwet zijn doorgevoerd. Niet niets, als je bedenkt dat de oorspronkelijke tekst 30 pagina's lang was. Die bijlage stamt uit oktober 2013, en klopt zeker niet meer. De laatste grondwetswijziging is namelijk net een week oud. Echt een geschenk met eeuwigheidswaarde dus.
Maar het diploma van mijn zoon, dat staat als een huis en daar ging het uiteindelijk om. Nu alleen nog het eindexamenbanket, en dan, over vijf jaar, volgens goed Hongaarse gewoonte de eerste reünie. Als het daar tenminste van komt, met al die jongeren die naar het buitenland vertrekken, omdat ze dat toch prefereren boven de veiligheid en zekerheid van een land waar de grondwet in boterzachte zandsteen werd gehouwen.

woensdag 18 juni 2014

Vroeg uit de veren

Op weg naar school
Gisteren was echt, echt de laatste dag dat onze zoon op een onmogelijk vroeg tijdstip, half acht wel te verstaan, op school moest zijn. Voor, nota bene, de feestelijke opening van de mondelinge examens. Alsof dat niet een uurtje later had gekund..
Maar nee, dat kan geen uurtje later. Hongaarse scholen beginnen vroeg. Peuters, kleuters, basisscholieren en pubers: allemaal worden ze geacht om iedere dag om acht uur - of eigenlijk eerder, want om acht uur stipt begint de les - op school te zijn. Scholen zijn geen uitzondering. Heel Hongarije gaat vroeg uit de veren.
Dat blijft wennen voor Nederlanders. Vorige week ging onze huisbel om half zeven 's ochtends. Toen ik slaperig over het balkon keek, stond daar beneden een wat oudere, geblondeerde dame met een krant in haar hand. Ze had per ongeluk de verkeerde bezorgd, zei ze. Toen ik meldde dat ik half zeven geen tijd vond om aan te bellen, leek ze mijn probleem niet echt te begrijpen. Ze wilde alleen maar behulpzaam zijn, per slot van rekening. Ze had trouwens de goede krant bezorgd, ook dat nog.
Een luidruchtige straatvegersauto om kwart voor zeven 's ochtends in de straat? De telefoon die voor zevenen rinkelt? Waarom niet, iedereen is dan toch al wakker? Wie in Hongarije vroeg van huis wil gaan om de ochtendspits te voorkomen, mag echt op tijd vertrekken, want om half zeven is het al behoorlijk druk op de weg. Ooit dachten we om een uur of zes op zondagochtend de snelweg voor ons alleen te hebben. Niet dus. Niet dat het spitsuur was, maar er was verrassend veel verkeer op de straat.
Vrijwel iedere Nederlander die ik ken heeft zijn eigen vroege opstaandersanekdote, over treinen om vier uur 's ochtends die rammelvol blijken te zitten, en straten die vroeg in de ochtend al gonzen van het leven. Een vriendin vertelde ooit hoe haar dochter, die nota bene wegens een gecompliceerde enkelbreuk niet kon gymmen, desondanks verplicht werd om iedere week een keer een nulde uur (om zeven uur) bij de gymles op school aanwezig te zijn. Op een camping waar we ooit tussen Hongaren en Nederlanders in stonden, botsten de twee levensstijlen wat ons betreft pijnlijk. Terwijl de buren aan de ene kant tot na enen onder genot van een biertje, of een aantal biertjes, door kletsten, stonden die aan de andere kant al weer om vijf uur voor hun tent om iets te gaan doen. Voor ons bleef pakweg vier uur nachtelijke stilte over.
Misschien is het genetisch bepaald. Onze zoon, die iedere ochtend voor zessen op moest om op tijd op school te zijn, werd er soms letterlijk ziek van en belandde met migraine in bed. Dat gebeurt nooit zodra de wekker op een menselijke tijd staat, op zeven uur of zo. Maar zijn klasgenoten vinden dat vroege uur heel gewoon. Bij de enkele keer dat ze voorgelegd kregen hoe laat iets moest beginnen, kozen ze steevast voor acht uur of zo. En toen de cursisten op zijn zaterdagse IT-cursus, allemaal Hongaarse pubers, werd gevraagd hoe laat ze wilden laten starten, waren ze massaal voorstander van vroeg in de ochtend beginnen.

vrijdag 13 juni 2014

Het verhaal van twee standbeelden

Tisza
Op 15 maart, drie weken voor de verkiezingen, werd het Kossuth tér voor het parlement feestelijk ingewijd. In werkelijkheid is het nog steeds niet helemaal af. Maar met de recente onthulling van het standbeeld van Graaf István Tisza naderen de werkzaamheden wel hun voltooiing.
Er is heel wat te zeggen over dat beeld, een kopie van een Tisza-monument dat voor de oorlog op dezelfde plaats stond. Om te beginnen dat het esthetisch gezien werkelijk een gruwelijk monster is. De somber kijkende Tisza wordt omringd door een leeuw die worstelt met een slang en door dramatische beeldengroepen van een heldhaftige soldaat met Duitse Stahlhelm en enkele angstige burgers. Pathetische wansmaak zoals de jaren tussen de twee wereldoorlogen die op grote schaal wist te produceren.
Jammer, vooral als je bedenkt wat voor beeld er tot pakweg twee jaar geleden stond: een ingetogen, totaal niet bombastisch beeld van een droefgeestig kijkende, tragische Graaf Mihály Károlyi, een werk van de Hongaarse beeldhouwer Imre Varga.
Maar niet alleen de twee beelden zijn elkaars tegengestelde. De twee afgebeelde mannen, tijdgenoten van elkaar en beiden voor enige tijd premier van het land, waren dat ook. Allebei waren ze aristocraten en eigenaren van enorme landgoederen. Maar dat is hun enige overeenkomst. Terwijl Karólyi landhervormingen wilde en die ook op zijn eigen landgoederen toepaste, was Tisza juist een uitdrukkelijke tegenstander van alles wat de positie van de Hongaarse hoge adel met hun enorme landerijen aantastte. Terwijl Karóyli democratisering wilde, was Tisza tegen uitbreiding van het stemrecht in een tijd dat slechts 10 procent van de Hongaren stemrecht had. Hij deed er alles aan om het spreekrecht van de oppositie in het parlement te beperken en hij dreef omstreden wetten soms binnen luttele uren door. Iets waar de huidige regering trouwens ook een handje van heeft.
Karólyi
Karólyi, premier aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, was een pacifist die - op het totaal verkeerde moment, in 1918 - het besluit nam het hele Hongaarse leger op te doeken, wat de nieuwe buurlanden Roemenië, Joegoslavië en Tsjechoslowakije in gelegenheid stelde steeds weer nieuwe hapjes van het land af te plukken.
Tisza, premier aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, was juist voorstander van een sterk, militaristisch Hongarije. Aan de vooravond van de oorlog pleitte hij voor hard optreden tegen Servië, al was hij na de moord in Sarajevo in eerste instantie tegen een oorlogsverklaring omdat hij meende dat het Oostenrijks-Hongaarse leger daar te zwak was. Maar toen die oorlog een keer was verklaard, steunde hij die met volle overtuiging. Terecht of niet, in het geallieerde kamp werden Tisza - en Hongarije - destijds gezien als de hoofdverantwoordelijken voor de oorlog. Dat leidde er mede toe dat het land na afloop van de oorlog door de geallieerde onderhandelaars buitengewoon vijandig werd benaderd en bij het verdrag van Trianon tweederde van zijn grondgebied kwijtraakte.
Karólyi (een man die overigens zo ongeschikt was voor het vak van premier dat wiens regering door tijdgenoten als 'debatclub' werd omschreven) wordt door veel Hongaren tegenwoordig als landverrader gezien, omdat hij er niet in slaagde aan het einde van de Eerste Wereldoorlog betere vredesvoorwaarden af te dwingen. Tisza daarentegen, een man die vanwege zijn antidemocratische gezindheid en militarisme zo gehaat was dat er maar liefst drie moordaanslagen op hem werden gepleegd voor de vierde in oktober 1918 succes had en die op zijn minst medeverantwoordelijkheid draagt voor de oorlog die Hongarije uiteindelijk zou decimeren, wordt nu dus opnieuw op het plein pal naast het parlement herdacht.
Vertel mij wie uw helden zijn, en ik vertel u wie u bent.




woensdag 28 mei 2014

Eindexamenperikelen VI: Onverstaanbaar Engels

Schriftelijk eindexamen
Hongaarse eindexamenkandidaten gingen afgelopen week in protest de straat op. De reden: het Engelse eindexamen op hoog niveau. Of beter gezegd, het luistergedeelte van dat eindexamen, want dat was volgens hen min of meer onverstaanbaar. Het regende klachten uit het hele land en een Facebooksite over de kwestie hadden binnen de kortste keren 3500 volgers. Niet niets, gezien het feit dat een kleine 10.000 leerlingen het examen deden. Maar volgens het ministerie was er niets aan de hand. Er komen gewoon keurig sprekende Britten aan het woord die standaard Engels spreken. Waar zeuren ze over, die eindexamenkandidaten?
Niet over het Britse accent. Wel over de kwaliteit van de geluidsopname. In een tijd dat je voor een paar tientjes een digitale recorder kunt kopen waarmee je uitstekende opnames kunt maken, waarin trouwens bijna iedereen op zijn smartphone zo'n recorder bij zich heeft, krijgen eindexamenkandidaten in Hongarije een opname voorgeschoteld die klinkt alsof hij dertig jaar geleden met de goedkoopste walkman die toen op de markt was in een badkamer in elkaar is gezet. Wat zeker niet helpt, is dat de opnames ergens vooraan in het lokaal op een geluidsinstallatie worden afgespeeld. Een van de eisen van de demonstranten was dan ook dat de kandidaten in het vervolg een koptelefoon krijgen. Supermodern.
Dat het om het eindexamen op hoog niveau gaat, is extra vervelend, omdat juist die eindexamens belangrijk zijn voor de punten die je nodig hebt om toegelaten te worden tot de universiteit. Een mazzeltje dus voor onze zoon dat hij dat Engelse examen een jaar geleden al heeft gedaan. Hij had toen een topscore. Niet dat hij daar veel aan heeft, overigens, want hij wil in Nederland studeren, en de universiteit daar had geen vertrouwen in de kwaliteit van het Hongaarse Engelse eindexamen, ook niet het examen op verhoogd niveau. Hij moest hoe dan ook een apart Brits certificaat halen.
Maar goed, de eindexamens zijn dus in volle gang, en dat zie je in het straatbeeld: allerlei jongeren die een wonderlijke voorkeur lijken te hebben voor veel te warme donkere pakken met witte overhemden en stropdassen. Bij de gewone eindexamens gaat het nog wel. Die worden op zijn eigen school gehouden, en als hij maar netjes komt, is het goed. 
Maar juist bij de eindexamens op verhoogd niveau, de zwaarste vakken dus, zijn de kledingeisen streng. Die doe je op een andere school, en daar word je geacht tiptop te verschijnen. Geen idee wat ze doen als je in korte broek aankomt. Je uitsluiten? Onze zoon zat deze week te puffen in zijn nette pak in een veel te warm lokaal, en had halverwege de ochtend knallende koppijn. 
Zijn klassenlerares had ons uitvoerige instructies gegeven hoe we onze kinderen moeten voorbereiden op zo'n examendag. Een stevig ontbijt met eieren en spek (best lastig, want die examens beginnen om acht uur en ze moeten om half acht op school zijn, krijg voor die tijd maar eens een stevig ontbijt in een slaperige net-niet-meer-puber), een broodtrommel mee met daarin behalve een sandwich ook druivensuiker en chocolade voor een extra energiestoot, en voldoende te drinken. Maar volgende keer stop ik er een aspirientje bij.
Afgezien daarvan moet ik bekennen dat ik deze eindexamenperiode verrassend ontspannen vind, niet in de laatste plaats omdat Hongaarse scholieren maar erg weinig eindexamenvakken hebben. Je mag er meer doen (onze zoon doet er, met de twee examens die hij eerder al haalde, in het totaal zes), maar vijf is het minimum, en velen houden het daar ook op. Hongaars, geschiedenis, wiskunde en één vreemde taal zijn verplicht, en dan moet je er nog één vak bij kiezen. 
Wie naar de universiteit wil, moet afhankelijk van de gekozen studie één of twee vakken op verhoogd niveau doen. De hele maand mei is uitgetrokken voor de schriftelijke examens, wat betekent dat je in vier weken vijf keer een examen moet doen. Dat de schriftelijke examenperiode zo lang duur, komt omdat je in de raarste vakken eindexamen kunt doen, inclusief bijbelkennis, basiskennis boomkweekkunde en kennis van de cultuur van nationale minderheden. Volksmuziek hebben ze dit jaar afgeschaft als vak. Dat is vervangen door kennis van de volkscultuur. 
Vijf vakken om de rest van je leven mee te beginnen. Echt veel is het niet, vind ik. Als je dan een foute keuze maakt, en je blijkt bomen snoeien later bijvoorbeeld niets te vinden, dan heb je toch behoorlijk pech.



maandag 26 mei 2014

Een dansje van plezier

De grote verliezer: de MSzP
Wat was het hoogtepunt van de uitslag van de Europese verkiezingen in Hongarije gisteren? Het feit dat regeringspartij Fidesz meer dan de helft van de stemmen haalde? Niet echt, want dat was niet helemaal een verrassing. Het feit dat de extremistische Jobbik  de tweede partij werden? Mwah. Dat lijkt schokkender dan het is., want bij de parlementsverkiezingen een paar weken geleden kregen ze 21 procent, nu 14. Ze deden het dus helemaal niet zo goed, en dat ze tweede werden, kwam vooral omdat de linkse partijen ditmaal ieder apart deelnamen.
Het dansje van Ferenc Gyurcsány? Misschien niet het belangrijkste nieuws, maar de oud-premier wist er wel de aandacht mee te trekken. TV-zender ATV bracht het wat giechelend, internetkrant Index postte de video, en zelfs het vrouwenblad Nöklapja maakte er op zijn website melding van. Niet iedereen was erover te spreken, trouwens, want critici vinden het een typisch voorbeeld van zijn arrogantie.
Hij had goede reden om te blij te zijn, dat wel. Zijn Democratische Coalitie (DK) presteerde met haar duidelijke pro-Europaboodschap boven verwachting. Met 9,76 procent van de stemmen versloeg hij Együtt 2014, de organisatie van oud-premier Gordon Bajnai, en eindigde hij bijna even sterk als de partij die hij 2,5 jaar geleden vaarwel zei: de Hongaarse socialisten, MSzP. Hoe verguisd hij door velen links en rechts ook is, Gyurcsány is terug op het politieke toneel. Wie over een linkse verkiezingscoalitie wil spreken, kan niet meer om hem heen. Zeker niet in Boedapest, waar zijn partij de grootste linkse partij werd.
Normaal ben ik er niet echt voor om de uitslag van Europese of gemeentelijke verkiezingen door te trekken naar het landelijke vlak. Maar met die landelijke verkiezingen zo kort geleden ligt dat toch wat anders. En dan is het belangrijkste nieuws toch wel het debacle van de socialistische MSzP. Met 10,9 procent van de stemmen was die partij net iets sterker dan de DK.
Toen MSzP-leider Attila Mesterházi voor de parlementsverkiezingen in april tegenover buitenlandse journalisten sprak over de samenwerking van zijn partij met DK en Együtt, vond hij het allemaal zo simpel: zijn partij was de grootste linkse partij, dat wist iedereen, en de rest had eigenlijk gewoon naar hem te luisteren. "Verliezen kunnen we alleen, en dan zijn we de sterkte oppositiepartij in het parlement. Maar om te winnen hebben we een coalitie nodig," zei hij vol zelfvertrouwen.
Verliezen kon de MSzP inderdaad alleen, zo bleek gisteren. Dramatisch. Als je de cijfers van MSzP, DK en Együtt bij elkaar optelt, haalde de linkse oppositie haast 28 procent, 2,5 procent meer dan in april. Maar de MSzP kreeg nog geen elf procent van de kiezers achter zich. Dat werpt ook een vreemd licht op het feit dat de partij na de verkiezingen in april, toen de coalitie in fracties uiteenviel, verreweg het grootste aantal zetels claimde en kreeg. Als je de uitslag van gisteren bekijkt, is dat misschien wel totaal onverdiend.
Mesterházi, en het MSzP-bestuur, trokken gisterenavond de enige conclusie die mogelijk was. Met begrafenisgezichten kondigden ze hun aftreden aan. "We hebben een totaal nieuwe koers nodig," meent Mesterházi nu. Daar zag hij twee dagen eerder nog niets in. Maar de partij mag wel opschieten. In het najaar zijn gemeenteraadsverkiezingen. Zonder verkiezingscoalities wordt links daar geheid weggevaagd. Ze mogen wel heel hard aan de slag bij de MSzP, en bij de andere partijen. Want laten we eerlijk zijn, compromissen sluiten is niet het sterkste punt in de Hongaarse politiek.



dinsdag 20 mei 2014

Waar blijft de mobiele dijk?

Moeizaam steunend op haar stok loopt de oude dame naar de oever van de Donau. Ze kijkt naar het wassende water. "Hoger komt het niet," zeg ik tegen haar. Ze wijst op het huis waar ze woont, niet zo heel ver van mijn eigen huis. De berichten uit Servië en Bosnië, en het stijgende water in de rivier voor haar huis, verontrusten haar. Twee keer per dag wandelt ze naar de rivier om poolshoogte te nemen. En het staat hoog, geen twijfel aan. Maar het water stroom nog netjes in de bedding, en volgens de hydrologische dienst zitten we aan de top en zal het waterniveau de komende dagen snel dalen.
Mobiele dijk
Die overstroming van vorig jaar, ze woont hier nou al zestig jaar, en nooit heeft ze zoiets meegemaakt, vertelt ze. Ze kan zich zelfs een decennium herinneren dat het zo droog was dat de Donau nooit overstroomde. Maar de laatste jaren....
Dat klopt, sinds ik hier woon, nu ruim zes jaar, hebben we het water al twee keer in de straat gehad, één keer in het park en één keer, vorig jaar dus, in de poort. Onze buren hadden in dat droge decennium een ijswinkeltje in hun kelder. Daar zouden ze nu niet meer over piekeren.
Tenzij de mobiele dijk er komt, natuurlijk. Die dijk, eigenlijk een mobiele wand die in geval van nood in luttele tijd kan worden opgebouwd, werd ons vorig jaar, na alle kritiek op de hulpverlening tijdens de overstroming, beloofd. De nodige financiering, vijf miljoen euro van de EU, was er al. Dit voorjaar zou de bouw van het 1,8 kilometer lange project beginnen. In het najaar had de dijk klaar moeten zijn.
Dat die termijn niet gehaald wordt, is duidelijk. Sterker nog, het is mij inmiddels een raadsel of, en vooral wanneer die dijk er nog komt. Een gemeenteraadslid verzekerde mij onlangs van wel, en zei erbij dat ze in het najaar gaan bouwen. Dat, moet ik bekennen, lijkt me prettiger dan de zomer. Maar of het waar is? Het is beangstigend stil geworden rond het thema mobiele dijk.
Rond een thema als dit wordt het je pas bewust hoe ongewoon voorlichting en inspraak in Hongarije zijn. Niemand van de gemeente heeft ons bijvoorbeeld ooit verteld waar die dijk precies komt te kopen of hoe de bouw precies in zijn werk gaat. Dat is niet ongewoon. Er wordt al haast een jaar aan het station in Vác gebouwd, zonder dat iemand ooit de moeite heeft genomen ergens een plaatje op te hangen met een impressie hoe het gaat worden. Laat staan dat iemand gebruikers van het station heeft gevraagd waar zij behoefte aan hebben. Je hebt als burger maar af te wachten of de heren (zelden dames) daarboven het goed hebben bedacht. Zo niet: pech gehad.
Afgelopen najaar was er een keer een voorlichtingsbijeenkomst over de dijk, maar die was niet georganiseerd door de gemeente, maar door de socialistische oppositiepartij MSzP. Die hadden de hoofdingenieur uitgenodigd, en dankzij die man weet ik dus hoe de plannen er ongeveer uitzien.
Behalve een constructie die het bovengronds mogelijk maakt om in zeer korte tijd de beschermende muur in de straat neer te zetten, is het belangrijkste dat er een damwand de grond ingaat tot aan een ondoordringbare bodemlaag. Zonder die damwand heeft de hele operatie geen zin, want dan komt er gewoon grondwater uit alle putten en de kelder van onze buren en loopt de hele zaak alsnog onder.
Dat slaan, of beter het in de grond trillen van zo'n damwand schijnt redelijk snel te gaan. Maar er is één probleem: we wonen in een laan met bomen. En niet zomaar bomen. Enorme bomen. En beschermde bomen. Of beter, een beschermd stadsgezicht waar die bomen deel van uitmaken.
Die bomen zouden er zeker bij gebaat zijn (en iedereen, eigenlijk, want het zou ook verreweg de goedkoopste oplossing zijn), als de dam niet in de straat, maar aan de rand van het park gebouwd zou worden. Scheelt het openbreken van de stoep, scheelt dat er geen bomen in de weg staan, die ook volgens de verwachtingen van de ingenieur gewoon kapot gaan als de damwand in de straat wordt ingeslagen.
Plaatsing in het park is dus aan alle kanten volkomen logisch. Maar nee. Want tussen ons en het park staat een hek. Een historisch hek. Het is namelijk hetzelfde hek als er bij het parlement in Boedapest staat. Daar is destijds teveel van gemaakt, en toen heeft Vác een stuk gekregen. En vanwege dat hek schijnt de dijk niet in het park gebouwd te kunnen worden. Let wel, die dijk is dus geen dijk en staat er het overgrote deel van de tijd helemaal niet, en dat hek is volgens mij bovendien een stuk makkelijker een paar meter te verplaatsen dan de bomen. Als je de dijk in het park zou bouwen, zou het hek bovendien bij overstromingen droog blijven, wat me alleen maar goed lijkt. Maar goed, wie ben ik? Een gewone burger, en waarom zou je die iets vragen? Inspraak? Alleen lastig.