| Lintjesbal |
Je kunt in Hongarije niet zakken, alleen eindigen met een bedroevend laag resultaat waarmee je geen enkele universiteit opkomt, dus hoe dan ook, dit is voor iedereen het laatste schooljaar, en dat is doorspekt met rituelen. Al die rituelen kosten uiteraard geld. Alsof je een emmer leeggiet.
Het eerste dat onze zoon te wachten staat, is het szalagavató-bal, het bal van de lintjesinwijding, eind november. In een grote sporthal krijgen alle twaalfdeklassers bij die gelegenheid een lintje opgespeld met het schoolembleem erop. Dat lintje mag je de rest van het jaar dragen, om aan de buitenwereld te tonen dat je eindexamenkandidaat van een bepaalde school bent.
Na die ceremonie volgt het bal. Daarvoor studeert de klas een gezamenlijke klassendans in, waarna jongens en meisjes apart een dans doen en samen met een danspartner een wals of twee tonen. Op veel scholen volgt daarna een programma met iets hips en moderns. Andere dans, andere kleding, al zal die bij moderne hiphop vaak uit eigen kast kunnen komen. Maar dansen moet geleerd worden, en per ingestudeerde dans moet je volgens de klassenleraar op pakweg 5000 forint (ruim 16 euro) lesgeld rekenen. Of je doet het natuurlijk zoals een vriendin, die op haar szalagavató gewoon weigerde mee te dansen. Kan ook.
Uiteraard kun je op een bal, of op de lintjesceremonie, niet in je oude kloffie verschijnen. Op veel scholen is het gebruik dat leerlingen voor de lintjesceremonie een soort gezamenlijke outfit kiezen - jongens allemaal in hetzelfde pak, meisjes allemaal in dezelfde rok en bloes (op hele traditionele scholen een soort matrozenpak, of iets met folkloristische borduurkunst) - die ook de rest van het eindexamen bij feestelijke gelegenheden dienst doet.
Daar blijft het niet bij, want voor het bal kleden ze zich uiteraard om. Op veel scholen verschijnen de jongens in rokkostuum ten dans en meisjes in baljurk. "Allemaal dezelfde?" vroeg een van de ouders op ouderavond wat bezorgd. Gelijke baljurken pakken natuurlijk aanzienlijk duurder uit. Je kunt jurken huren, maar verhuurbedrijven hebben zelden zomaar vijftien of meer gelijke baljurken in verschillende maten in voorraad. Bovendien is er in die tijd een zeer grote vraag naar baljurken. Alle scholen hebben per slot van rekening ongeveer op hetzelfde moment hun szalagavató.
Maar de school van onze zoon is gelukkig ruimdenkend, en allemaal dezelfde jurk en hetzelfde pak is dus niet nodig. "Als ze zich er maar prettig in voelen," zei de klassenleraar. En de klassenlerares had zelfs nog een tip: een outletwinkel waar we voor een zachte prijs pakken kunnen vinden. Als het maar zwart is, en netjes. Onze zoon heeft tenminste de rest van zijn leven iets om naar begrafenissen aan te trekken.
En gelukkig heeft hij al een danspartner, want dat kan de volgende kostenpost worden: wie in de eigen klas geen danspartner vindt (en bij een oneven aantal jongens en meisjes treft dat lot gegarandeerd een enkeling) moet er één in een lagere klas zoeken, of elders vandaan halen. En dat kan duur uitpakken, want je kunt van de ouders van zo'n danspartner zomaar niet verwachten dat ze de kosten van de dansles, noodzakelijke kleding en toegang opdraaien.

